Naast mij, schutting ertussen, zitten de buren hun vakantieplannen te bespreken. Italië gaat het worden. Veel mensen gaan graag naar Italië, maar ik niet. Ik spreek immers geen Italiaans. Ik vind het een prachtig land, maar iets klopt er niet. De mooiste auto’s komen er vandaan, dat staat buiten kijf, maar er is toch iets wat me tegenstaat: het Italiaanse eten. Ja, natuurlijk, lasagna, spaghetti en macaroni met balletjes lust ik graag, maar wat komt er ook een hippe shit vandaan zeg! De namen ervan staan me al meer tegen dan de smaak. Neem me de spelfouten even niet kwalijk, maar Latte Macchiato, Pesto, Cappuchino, Ayoli, Mozzerella, Risotto, Spinata Romana, Tiramisu… Als ik het hoor heb ik al gegeten en gedronken. Ik weet zeker dat als het niet zo mooi had geklonken, niemand het had gevreten.
Dat is helaas ook Italië, die taal, die hartstocht, die emotie, die muziek, dat wil iedereen wel terwijl het lang niet voor iedereen is weggelegd. Voor mij niet in elk geval. Als mensen mij horen zeggen dat ik even sta te genieten van een geurige kop Latte Macchiato, schieten ze in een lachstuip. Dat past toch helemaal niet? Ik drink gewoon koffie. En ik eet spikkeltjesworst, geen Spinata Romana.
