Verontwaardiging

Er was een hoop gedoe over gereformeerden die zich niet aan de coronaregels hielden. Ik heb me er amper in verdiept omdat ik het een heel oninteressant onderwerp vind. Het kan zijn dat ik daarom misschien niet helemaal een juiste voorstelling van zaken geef.

De gereformeerden gingen met z’n zeshonderden een kerk binnen en daar ontstond oproer over. Omdat er in zo’n refodome meestal wel een paar duizend mensen passen, ga ik er vanuit dat ze zich aan de anderhalvemeterregel hielden. Of er een mondkapjesplicht geldt in de kerk weet ik niet. Verder worden ze beschermd door in de eerste plaats God en in de tweede plaats de grondwet. Deze volgorde kan omgedraaid worden, afhankelijk van hoe je er tegenaan kijkt.

Heel veel is er niet aan de hand, en nieuwswaarde heeft het al helemaal niet omdat we allang wisten dat dit gebeurde. Desondanks haast zich toch een legertje journalisten naar de plek des onheils om het nieuws te verslaan. Want ook dat is een grondrecht, dat de journalist het nieuws kan verslaan. Het is hun nobele taak om de rest van het land op de hoogte te brengen van wat zich nu weer voor snode gebeurtenissen afspelen, binnen of buiten onze landgrenzen.

In werkelijkheid komen de journalisten geen nieuws verslaan, maar maken. Het nieuws valt wat tegen en moet een beetje op gang geholpen worden door wat provocerende vragen. Als de nobele journalist dan vraagt: maar geeft u dan helemaal niet om de besmettingen, dan doet hij dat omdat hij oprecht bezorgd is. Bezorgd over zijn kijkcijfers welteverstaan, niet over de volksgezondheid. Dat er eentje een paar klappen kreeg van een refo was wel weer goed voor de oplage. Met die verontwaardiging daarover heb ik niet zoveel. In mijn ogen had de journalist naar Den Haag moeten gaan, om daar een minister aan de tand te voelen over de grondwet.

Verspilde tijd

Ik dwaalde weer een beetje af in Wikipedia en kwam terecht bij De Meester en Margarita van Michail Boelgakov. Ik heb een slap aftreksel van het boek in mijn boekenkast staan, ben er ooit eens in begonnen, maar het heeft nergens indruk gemaakt. Ik kan me er geen letter meer van herinneren in elk geval.

In 1966 werd het boek, zwaar gecensureerd, uitgegeven in de Sovjet Unie en werd het gelijk een bestseller. De schrijver heeft vele jaren aan het boek gewerkt, vanaf 1928 tot aan zijn dood in 1940. Het bevat drie verhaallijnen die enigszins door elkaar lopen. Door velen wordt dit boek bestempeld als het beste boek ooit geschreven. Omstreeks 1967 kreeg Mick Jagger, destijds 24 jaar, het boek van zijn toenmalige vriendin, Marianne Faithfull, en las het in rap tempo uit.

Mick, en vele anderen, begreep het boek op zijn vierentwintigste. Hij snapte dat de duivel op bezoek was in Moskou voor het lentebal, hij snapte het afwijkende bijbelverhaal en hij herkende nog meer vermomde personages en raakte zo geïnspireerd dat hij het nummer “Sympathy for the Devil” schreef. Wat door vele anderen weer niet begrepen werd en gezien werd als godslastering, of in elk geval als het bewijs dat Rock ’n Roll niets anders dan verderf was.

Ik ben nu 51, en heb er niets van begrepen. Ik begreep niet wie de duivel was, wat hij in Moskou kwam doen, en ik herkende de andere personages niet. En nu ik er iets over gelezen heb voel ik mij veel te oud om de schade nog te kunnen herstellen. De schade van alle literatuur die ik gemist of niet begrepen heb. Ik wist zelfs niet dat Sympathy for the devil op dit boek was gebaseerd. Wat heb ik in vredesnaam al die tijd gedaan?

Het was een mooie tijd.

Ik stond vandaag in de file, voor het eerst in een jaar. Onwillekeurig dreven mijn gedachten terug naar begin jaren negentig, toen ik vaak in de file stond en ik Autovisie las. Autovisie was destijds een volgens eigen zeggen onafhankelijk blad, en dat wil ik ook niet bestrijden, maar ze hadden wel een duidelijke politieke afkeur. Voornamelijk tegen de minister van Verkeer en Waterstaat, welke positie destijds werd bekleed door Hanja Maij-Weggen. Een vrouwelijk ijskonijn. Autovisie had het altijd over files, over hoe de automobilist werd uitgebuit en over snelheidsboetes. Het was allemaal onrechtvaardig. De hele wereld was onrechtvaardig.

En nu zijn we 31 jaar verder en die problemen zijn er nog steeds. Alleen zitten we nu in een tijd waarin we wel andere dingen aan ons hoofd hebben dan files en bekeuringen. Het lijkt zo ver weg, die tijd dat je onbekommerd kon klagen over niks. Ik heb het gelukkig wel meegemaakt. Het ging allemaal nergens over. Het was een mooie tijd.

Onverschillig

We hadden een opvoedkundig probleempje. Onze oudste staat er niet heel florissant voor op school. Zijn cijfers variëren van 5.5 tot 6.3. (ik tel een 7,8 voor examenvak LO II maar even niet mee) Allemaal maar heel matig. En als we nu vertrouwen hadden in een eindsprint dan was dat tot daaraantoe, maar dat hebben we niet. Op zijn minst verwachten we inzet vanaf nu tot aan het examen.

Zondag zat ik met hem aan economie en wiskunde. Ik kwam erachter dat hij na vier jaar nog geen idee heeft hoe zijn rekenmachine werkt. Alleen het hoognodige, maar een getal in het geheugen zetten is hem een raadsel. Omdat ik het al vaker had gezegd, ‘vraag het aan de leraar, kijk in de handleiding,’ en omdat hij duidelijk liet blijken dat hij geen enkele moeite deed om te snappen wat ik uitlegde, zei ik hem op een gegeven moment het maar uit te zoeken.

Toen werd de zwaarste sanctie ingezet. Andere dingen zoals niet gamen, niet logeren, het hielp allemaal niet, maar nu hij één keer niet naar voetbaltraining mocht ging hij volledig over de zeik. Linda appte het naar de voetbaltrainer, die het volledig met ons eens was en nog liet blijken dat hij Hans erg waardeerde op de training. Beleefd, een voorbeeld voor anderen en nooit verzaken. Die mocht hij dan in zijn zak steken, ware het niet dat dat niet ging, want hij was er vandoor. Zonder jas en in korte broek was hij hem het donker in gesmeerd.

En daar zit je dan op de bank, zogenaamd onverschillig te wezen. Ik had vroeger als kind echt het idee dat mijn ouders niet om mij gaven en elk dreigement zonder problemen zouden uitvoeren. (dan slaap je ook maar buiten!) Die zouden het geen probleem vinden als ik het koud had of als ik honger had, althans, dat dacht ik toen. Hans had nog niet gegeten doordat hij boos was. Ik vind het nu ik zelf ouder ben al best lastig om een straf uit te delen, laat staan te handhaven. En wat nu als Hans een heel ander kind is dan ik en gewoon wel echt wegloopt? Ik had zijn bord eten al in de magnetron gezet voor als hij terug zou komen. Ik was er destijds van overtuigd dat ik gewoon geen eten zou hebben gekregen in zo’n geval.

Na drie kwartier ging de bel. Linda deed open. Hij was volledig gekeerd. Godzijdank. Hij had het wel een beetje koud. Gelukkig kon ik hem warm eten brengen.

Het oude normaal

Als de terrassen straks weer open zijn ga ik er een week lang zitten, ongeacht het weer, schreef iemand. Mensen zijn de lockdown zat, en willen hun oude leven weer oppakken. Ik herinner me nog een idioot op het journaal, net nadat de eerste lockdown tot een einde kwam en hij weer het terras op mocht, en stamelend uitbracht: dit hebben we zo verdiend! Ikzelf behoor tot de minst getroffenen van Nederland. Mijn leven is niet ingrijpend gewijzigd en eigenlijk waren de voordelen groter dan de nadelen. Er mocht namelijk niet meer gevlogen worden wat inhield dat allerlei zinloze bijeenkomsten op mijn werk geen doorgang konden hebben (ik hoefde niet naar Budapest) en dat allerlei Amerikanen moesten blijven waar ze waren. Voor mij betekent dat, dat ik beter werk lever. Op zulke momenten kan ik de kar pas echt trekken. En ’s avonds, als ik met de hond buiten loop en het is zo stil op straat, ik denk dat ik dat nog wel ga missen straks.

Er zijn natuurlijk ook nadelen voor mij aan de lockdown. Zo moet je soms een mondkapje op, kan ik niet meer badmintonnen en is het afwachten of de zomervakantie in Frankrijk doorgebracht kan worden. Verder zie ik ook dat veel mensen die mij na staan, wel getroffen zijn door hun opsluiting en door de economische gevolgen, wat ik vervelend vind voor ze. Met name als het ze economisch treft. Op zeker moment komen we hier weer uit, hebben we afweer en is corona verworden tot een griepje. Terrassen gaan weer open en na drie dagen zijn we weer gewend aan het oude normaal. Ik zal daar iets langer voor nodig hebben.

Geen commentaar

Ik mag de komende kabinetsperiode niet zeuren omdat ik niet gestemd heb. Ik mag ook geen commentaar leveren, want dan had ik maar moeten stemmen. Ik mag wel meepraten over derde golf, want ik heb mijn best gedaan die te voorkomen. Ik vertrouwde het voor geen meter, op dezelfde gebiedende toon waarmee Rutte ons eerst opriep: “blijf thuis!” zei hij nu, “ga stemmen!” Vervolgens zei hij dat het veilig was, net zoals laatst de horeca en de winkeliers riepen dat het veilig was. Maar dat gold toen niet. Helaas hebben niet veel mensen mijn voorbeeld gevolgd en gaan we de komende twee weken kijken hoe de cijfers zich ontwikkelen.

Ik hoorde ’s ochtends nog op de radio dat Diederik Gommers had opgeroepen om het stemmen een paar maanden te verplaatsen. Dat legden ze aan Kasja Ollongren voor, die vervolgens reageerde met: “we hebben er zorgvuldig naar gekeken en wij denken dat het veilig is.” Daar sta je dan, op je plek gezet met een non-argument. Hoe dit nu ineens veilig kon zijn was me een raadsel. Ik wantrouwde deze ommezwaai des te meer, zelfs de avondklok werd niet meer gehandhaafd. Ineens was alles weer mogelijk voor het feest van de democratie. Daar werk ik niet aan mee, aan het in beweging krijgen van die miljoenen mensen. Mocht dit goed gaan, dan gaat er meer goed.

Achteraf ben ik ook wel tevreden dat ik niet ben gaan stemmen. De partij waarop ik zou hebben gestemd deed amper mee en is geen schim meer van wat zij ooit was. Dat zou ook een beetje verloren hebben gevoeld. Bepaalde dingen hebben me wel verbaasd, zoals het dansje op de tafel van Sigrid Kaag. Er zat warempel beweging in het mens. Tijd voor nieuw leiderschap, was de loze kreet van D66. Als ik een partij zou oprichten zou mijn kreet zijn: Weer vier jaar Rutte! En ik had geleverd.

Dingen die belangrijk zijn.

Ik denk er sterk aan, het is al 99% zeker, om niet te gaan stemmen deze keer. Ik vind het niet verantwoord dat het doorgaat. De coronacijfers stijgen weer en als je massaal Nederland laat uitlopen om te stemmen is dat vragen om problemen. Tenminste, zo was het wel met andere evenementen of feesten. De verkiezingen worden het feest der democratie genoemd, en feesten zijn niet toegestaan. Wat heb je trouwens aan een nieuw kabinet als je toch dood ligt te gaan aan de beademing van de intensive care?

Ik overdrijf in lichte mate. Hoewel exact dezelfde redenering wel vaak werd gehanteerd als iemand zich niet aan de coronamaatregelen hield. Het doorgaan van de verkiezingen riep bij mij toch vraagtekens op. Waarom mag dit gewoon doorgaan en wordt zelfs de avondklok tijdelijk later ingesteld om dit feest door te laten gaan? Waarom hoor ik geen politicus zich hardop afvragen of dit wel slim is? Zijn de eigenbelangen nu toch te groot geworden en kunnen we het risico op totale overbelasting van de zorg nu wel op de koop toe nemen?

Overigens zou ik wel per brief hebben willen stemmen. Maar daar ben ik niet oud genoeg voor. Niet dat ik weet op wie ik zou stemmen, ik kan al wel wat partijen uitsluiten. Maar daar kom je er niet mee. Uiteindelijk maak ik vaak op de laatste dag een keuze. Niet uit volle overtuiging, maar meer van ‘dan moet het maar.’ Ik kan geen enkele partij serieus nemen namelijk. Maar het land moet toch geregeerd worden. Vroeger had ik dat wel aan de koningin willen overlaten, maar de huidige koning dicht ik niet heel veel talent toe.

Het wordt in elk geval weer een coalitie, wat betekent dat partijen bepaalde standpunten moeten laten vallen. Dat zijn dan meestal de extreemste standpunten, waardoor je uiteindelijk weer een zacht gemiddelde krijgt dat lijkt op het zachte gemiddelde van de vorige keer. En oppositie staat weer in de banken, moord en brand te schreeuwen in de hoop op persoonlijke doelpunten. Poppenkast.

De dingen die ik belangrijk vind in het leven worden grotendeels niet door de politiek geregeld. Die worden door helemaal niemand geregeld. Ik wil bijvoorbeeld weer strenge winters, ik wil wolven, ik wil heel veel minder mensen in Nederland, ik wil minder strenge straffen op snelheidsovertredingen, ik wil een verbod op de VAR, ik wil een verbod op blaaskaken, ik wil een verbod op foute informatie, een verbod op oeverloos geouwehoer, ik wil een verbod op alles met Mol, op de Toppers, op slechte humor, op onrecht, op dierenmishandeling, op zinloze technologie, weet je, eigenlijk heb ik geen idee. Doe maar wat, ik pas me wel aan.

Muis 🐭

Het begint altijd met het geluid van een klepperend kattenluik. Dan een mauw, en als er daarna nog een mauw volgt weet je het eigenlijk wel, ze heeft een muis binnen gebracht. Meestal als ik dan in haar richting snel, pakt ze vlug de muis weer op en vlucht door het kattenluik naar buiten. Maar nu ging ze onder de eettafel en liet daar de muis los.

Ik pakte de muis snel voordat die zich realiseerde dat hij moest vluchten. Dat doe ik wel vaker en zet hem dan ergens veilig buiten. Vaak houden ze zich dood, maar niet vandaag. Deze beet me in mijn pink en liet niet los. Ik kermde want het deed zeer. Maar ik kon hem ook niet loslaten omdat ik hem dan midden in de huiskamer kwijt zou zijn. Linda dacht dat ik deed alsof, maar het deed echt zeer. Al kermend wachtte ik af of het kreng los zou laten, maar nee. Ik vermande me en liep met de muis in mijn handen, en zijn tanden in mijn pink naar buiten waar ik hem los liet. Ik bloedde een beetje. Ik wist helemaal niet dat muizen konden bijten. Ik ben ook al eens door een konijn te grazen genomen, die beet nog gemener maar daar kon ik me wel snel bevrijden. Ik dacht dat knaagdieren knaagden, maar ze bijten, gemener dan een hond.

Economie

Ik had vandaag een tien voor economie. Dat kwam zo, Hans moest een PO maken, een praktische opdracht, en ik heb hem geholpen. Een stuk of 30 vragen die ik allemaal met hem heb doorgenomen. En omdat hij niet kan formuleren, heb ik de antwoorden ook nog geherformuleerd. Ik heb zelfs een actueel onderwerp uit het achtuurjournaal verwerkt in zijn antwoorden. Hij heeft zijn gemiddelde cijfer maar liefst opgehaald tot een 5,9, het heldere licht. Natuurlijk weet de leraar dat hij geholpen is. Het zij zo.

Het mooie is, een andere vader, die ik ook ken, eveneens financieel onderlegd, en wiens zoon bij Hans in de klas zit, had slechts een 9,3. Die baalde dus, want ik had hem afgetroefd. Een vorige keer, toen het op pure uitleg aankwam, had zijn zoon een hoger cijfer voor het economieproefwerk dan Hans. Dat stak me toen al een beetje. Nu won ik deze concurrentieslag. Ha! De leraar had tegen zijn zoon gezegd dat het eigenlijk een tien waard was, maar omdat hij vermoedde dat vaders hadden bijgesprongen was hij extra kritisch gaan kijken. Wat natuurlijk extra glans geeft aan mijn tien. Pardon, aan die van Hans.

Rukker

Mijn zoon had het vandaag aan de stok met een oud-voetballer van Ajax. Hij komt hem wel vaker tegen en roept wel eens iets naar hem. Tot nu toe onschuldige dingen. Vandaag maakte hij echter een obsceen gebaar. Hij maakte hem duidelijk dat hij hem een rukker vond. Dat ging te ver, dus de Ajacied stapte uit zijn auto en kwam verhaal halen.

Hij appte het me en mijn eerste reactie was: dat moet je ook niet doen, Hans. Mijn tweede reactie was echter: godsamme, nu komt hij op mijn zoon af, die gast krijgt wekelijks vele ergere dingen naar zijn hoofd geslingerd door allerlei rivaliserende supporters en dan loopt hij altijd stoïcijns door. Nu is het een jochie en dan stap je ineens het schoolplein op? Hij moet toch ook weten dat het multimiljonair worden door een voetbalcarrière gepaard gaat met vervelende confrontaties? Daar ben je op getraind, om dat te negeren.

Thuis vertelde hij me het hele verhaal. Over hoe klein hij was en dat hij hem te verstaan had gegeven dat als hij het nog een keer zou doen, hij hem er tien zou geven. Een mooie juridisch afgedekte bedreiging. Over hoe hij arrogant gedaan had en zijn naam opeiste. Hans was toch een beetje onder de indruk. Hij had excuses aangeboden maar die werden niet aanvaard, hij draaide zich boos om en stapte terug in zijn auto. Ik zei, maak je niet druk, die bedreiging heb je zelf uitgelokt, hij heeft je niet aangeraakt, niks aan de hand. Niet meer dat rukkersgebaar maken naar die patser, maar laat je ook niet intimideren. En toen gaf ik hem een high five.