Ben ik onderdeel van de natuur of aanschouw en verstoor ik haar slechts? Die vraag kwam bij me op na het lezen van een logje bij Sylvia Schalken die van mening was dat we onderdeel zijn van.
Er zat een wesp in mijn glas. Toen hij eruit vloog gaf ik hem een backhand met de vliegenmepper waardoor hij op het gras terecht kwam. Onmiddellijk stoof een hagedis op hem af, aangetrokken door het bewegende insect. Maar na een kleine aarzeling snelde het weer weg, en of dat nu kwam door mijn aanwezigheid of dat het wist dat het niet verstandig was een levende wesp te verslinden weet ik niet.
Wat ik wel te weten ben gekomen na vijftig jaar is dat ik me minder moet verbazen over dingen die in de natuur gebeuren. Zonnebloemen die meedraaien met de zon, koolmezen die snappen waar jongen vandaan komen, eekhoorns die weten dat het binnenste van een walnoot eetbaar is, of een hagedis die weet dat hij geen wesp moet pakken.
Vroeger schoof ik dat allemaal af onder de noemer “instinct”. Beesten werden door hun instinct gedreven en wisten verder niet wat ze aan het doen waren. Ik weet nu, door observatie, dat dat hoogstwaarschijnlijk fout is en dat beesten gewoon denken, net als wij. Soms als je in gedachten verzonken bent, denk je geen woorden maar weet je precies waar je mee bezig bent. Het is als 20.000 jaar geleden, toen er nog geen taal bestond maar al wel mensen. Die dachten, leerden en droegen kennis over, net als wij doen. En hadden een overlevingsinstinct dat gevaar onderkende, zelfs als er nooit een dergelijke eerdere gevaarlijke situatie was ervaren.
Dus, als beesten dingen weten en zelfs kunnen denken, moeten wij ook een onderdeel van de natuur zijn. We hebben de neiging te denken dat de natuur het prima doet zonder mens, maar dat doet ze ook zonder dodo. Of wellicht is de conclusie dat vanaf het moment dat de dodo uitstierf, de mens begon met zijn vernietigende effect op andere soorten?

