Het ging wat beter dit weekend, ik had niet meer die knoop al is het oppassen. Ik lag net in mijn eentje op de bank een programma te kijken over jonge succesvolle mensen. En niet succesvol in de zin van dat ze veel geld verdienen, want vaak bevestigen die het idee dat ik al had: blijf uit hun buurt. Nee, dit waren studenten die iets nuttigs deden. Klimaatverbeteraars. Ik voelde me gelijk weer minder goed. Waarom heb ik de wereld niet verbeterd? Waarom ben ik niet gaan studeren en heb ik niet gewerkt aan een belangrijk project? Het enige dat ik gedaan heb is meewerken aan de winsten van de aandeelhouders. Totaal betekenisloos werkte ik aan de maandcijfers, zodat de aandeelhouders konden zien wat ze allang vermoedden, namelijk dat ze weer winst hadden gemaakt.
Ziet u waar het misgaat in mijn hoofd? Ik zie het zelf wel. Ik kan er alleen niks aan doen. Zo gaat dat denk ik met depressiviteit. Je oordeelt onredelijk hard over jezelf en komt dan altijd tot de conclusie dat je niets voorstelt. Nu moet iemand mij van dat idee gaan afhelpen. Wat een hele opgave gaat worden. Zoals Youp van ‘t Hek ooit vertelde dat hij het knap vond van Emile Ratelband om een zaal vol boerenlullen met een hondenkop te laten zeggen: “ik ben geen boerenlul, ik heb geen hondenkop!”