Einde van een tijdperk

Gedurende de vakantie kreeg ik het op een zeker moment een beetje te kwaad. Ik wist niet dat dat kon gebeuren maar ik realiseerde me ineens dat dit wel eens de laatste vakantie kon zijn die we op deze manier zouden hebben. De kinderen worden groot, Hans is zestien en wellicht gaat hij volgend jaar gewoon nog mee, maar het besef dat deze jaarlijkse twee weken van intens geluk eens tot een einde gaan komen, bracht me aan het wankelen.

Voor mij was het vanzelfsprekend dat we jaarlijks naar Frankrijk zouden gaan, de kinderen ’s ochtends uit hun bed zouden lichten, de reis per auto zouden maken en we daar een onbezorgde tijd zouden hebben. We hebben zoveel vakantiefoto’s van twee schattige kinderen die blij poseerden voor weer een kiekje. Of het nu op de brug van Avignon was, bij Pont d’Arc, Pont du Gard of op de Mont Ventoux, overal staan ze en leek het alsof ze eeuwig klein zouden blijven. Ik ben een redelijk intelligente, maar zeer naïeve man van middelbare leeftijd die zich tijdens de vakantie nog veel te jong voelt om al oudere kinderen te hebben.

Ineens drong het tot me door op zaterdagochtend, en Linda zat erbij. Ik huilde. Ik voelde de pijn van de tijd die voorbij was geslopen. Wat moeders wel eens hebben op de laatste schooldag van hun kind, had ik nu. Het einde van een tijdperk komt eraan, en het raakte me diep in mijn hart. Straks gaat Hans niet meer mee en hebben we alleen Tammar nog een paar jaar achterin, wat al compleet anders zal voelen, tot het moment dat ook zij niet meer meegaat en dit voorgoed afgesloten is. Als ik heel veel geluk heb, maar ik acht die kans erg klein, is dat ze later als ze zelf kinderen hebben, met ons mee willen naar een camping, zoals mijn opa en oma ook altijd meegingen naar Zuid Frankrijk. Maar ik denk het eigenlijk niet.

Dit moment van besef moest er denk ik even komen. Frankrijk was altijd superbelangrijk voor me, maar ineens voelt het alsof ik er nooit meer ga vinden wat ik er zocht sinds mijn vader er niet meer is. Ik zocht hem, en ik heb hem gevonden. In de persoon van mezelf die samen met zijn vrouw, hun kinderen prachtige herinneringen voor de rest van hun leven hebben gegeven.

Helikopter

Hans en ik maakten een rondvlucht met een helikopter boven de Verdon. Ik had nooit in een helikopter gezeten en Hans had überhaupt nog nooit gevlogen. Met al dat glas om je heen heb je een mooi uitzicht, maar ik moest wel even slikken bij het opstijgen. Best hoog, en er stond een briesje dat af en toe vat kreeg op de helikopter. Op zo’n moment vertrouw ik maar op de piloot en z’n kunsten.

Gelukkige momenten

Eind jaren tachtig was ondanks alles ook een mooie tijd. Waarschijnlijk omdat ik toen nog een onbekende toekomst had. Die heb ik natuurlijk nog steeds, maar qua gevoel ligt het grotendeels vast. Toen was de toekomst de zeer nabije, omdat je je over de verre geen zorgen hoefde te maken.

Zo herinner me ik een donderdagavond, het was koopavond, waarop ik met mijn moeder en zusje naar Apeldoorn reed. Achter de Hema zat nog een grote parkeerplaats in plaats van een overdekt winkelcentrum. Apeldoorn was toen nog een kale stad, maar het had zijn eigen sfeer, met bekende winkels en de vaste orgelman. Later, toen de binnenstad werd opgeknapt verdween die typische sfeer en werd het een nietszeggend geheel. Nu, nu V&D ook weg is en aankopen voornamelijk online gedaan worden is er helemaal niks meer van over. Bom erop en er een mooi park van maken zou mijn idee zijn.

Maar toen, die avond, nadat ik bij de boekhandel de nieuwste Autovisie had gekocht, en ik terugging naar de auto, terwijl moeder en zusje samen nog wat winkelden, las ik de test van de Alfa Romeo 164 3.0 V6. Zelden was een test zo positief. Zelfs de rollenbank deed mee en liet een minimaal vermogensverlies zien en zelfs een hoger koppel dan de fabrikant opgaf. Alles was goed aan die auto, en ik las het geheel in een staat van euforie.

Of het zomer of winter was herinner ik me niet meer, want ik zie voor me dat ik de autoruit op een kiertje had, maar ook dat het al donker was. De donkere avond maakte het compleet. Toen mijn moeder en zusje klaar waren met winkelen reden we weer terug naar huis. In onze warme Mazda 626 (mijn vader had die in 1984 nog nieuw gekocht) over de donkere Zwolseweg, terug naar de knusheid van ons huis.

Het is een herinnering aan een bijzondere avond die typerend was voor gelukkige momenten die er toen ook zeker waren, ondanks alles.

Deux bites des Chevaux.

We lagen aan Lac de Montpezat zoals wel vaker. Zonnebadend en de rust tot ons nemend. Fransen, Nederlanders, een enkele Duitser, soms een Deen, het ligt er allemaal in harmonie. Totdat er zich twee stellen op leeftijd uit de Rampstad bij ons voegden. De vrouwen gingen er op hun sup vandoor, de oudere, sterk gebruinde mannen bleven op het strand achter en zetelden zich op een meter of twintig van ons. Na een tijdje hun geouwehoer aangehoord te hebben, bepaalde ik dat ze uit de buurt van Woerden moesten komen.

Ik zei tegen Linda: “Ik ben bang dat het aan ons ligt, wij ergeren ons ook al aan onze hardpratende buurman. Nu zijn we op vakantie en we hebben dezelfde ergernis”. Deze mannen galmden over het hele strand. Één was nog erger dan de ander. Uiteraard was de ergste ook het meest aan het woord met zijn irritante accent en zijn harde stem. De vrouwen zullen ongeveer anderhalf uur zijn weggeweest. Al die tijd hielden de mannen hun bakkes niet.

Zo ben ik het volgende te weten gekomen. Een van de mannen had geen conditie meer. Hij belde daarom met z’n longarts. (Ik heb geen eigen longarts, laat staan zijn telefoonnummer.) Dokter, het is geen COVID want ik heb geen koorts, maar als ik drie stappen zet ben ik al kapot. Waarop die dokter zegt: doe eens dan? Dus ik doe een paar stappen en ik ben kapot. Dus ik moest opgenomen worden en zo’n zuster wilde me op een po laten zitten. Maar ik zeg, ik ga niet met m’n reet op zo’n pan zitten, ik loop wel naar het toilet. En die ambulancebroeder heeft me ook goed geholpen. Ik moest alleen vier uur wachten, ze meden mij. Want ja, ik spreek geen Frans natuurlijk, maar op een gegeven moment tijdens het hechten komt het toch tot een gesprek. Als ik ooit iemand hoor klagen over de gezondheidszorg in Nederland, breek ik z’n rug en leg ik hem in Frankrijk in het ziekenhuis. Eens kijken wat ze er dan van vinden. En tijdens het fietsen moest ik in z’n wiel gaan zitten, maar dat ging niet meer! Ik heb van die keramische remmen, weet je wel? Ik denk dat ik nog wel zes terug krijg voor mijn caravan. Als ik naar zo’n dealer ga en ik koop een modernere, dan krijg ik nog wel zes terug. Dan ben je weer zo’n tien, vijftien jaar onder de pannen. Ik heb er nu een cx-5 voor, die trekt het makkelijk. Wij hebben vrienden met een zeiljacht, dan gaan wij vaak naar een camping aan een meer, dan komen zij ook. Maar meestal pak ik de racefiets en dan ga ik. Mijn knie buigt niet zo best meer, natuurlijk.”

Dat galmde maar door over het strand, je werd er horendol van. Af en toe zeiden wij met luide stem iets over onze longarts, maar dat haalde niks uit. Ik zei: “ Van mijn vader had niemand last en die gaat dood, en dit blijft maar zinloos doorleven.” Toen gaven we elkaar een boks, want alleen dodelijk cynisme is hier tegen opgewassen.

Française

We waren in Riez, bij een restaurantje waar we al een paar jaar komen, maar waar ze ons nog niet kennen. Ik kende het bedienend personeel ook niet, want dat is elk jaar anders. Er liep een ouderwetse mademoiselle rond. Met ouderwets bedoel ik, ouderwets mooi. Ik vond de haan een beetje dood de laatste jaren. Frankrijk stond toch bekend om haar Françaises vroeger. De laatste jaren vond ik het wat magertjes, met voornamelijk dertien in een dozijn getatoeëerde meisjes.

Nee, dan deze. Superdun, lang krullend donker haar, prachtige gebruinde benen, betoverende donkere ogen, een blauw jurkje met gympen eronder, en helaas een mondkapje voor. Maar ze was mooier dan roodkapje, sneeuwwitje en Assepoester samen. Uiteraard ben ik alleen in de positie om gade te slaan, ik zeg niet eens helaas, want mijn tijd is geweest, maar de haan leeft weer.

Toen ik bij haar afrekende gaf ik haar uiteraard een vette fooi. Ah, merci monsieur! Vous etes d’ou? D’ Hollande, c’est loin! Vous etes ici aux vacances? Allemaal keurige, professionele vragen. En ik maar braaf alles beantwoorden, als een deftige heer uit Nederland. Terwijl ik natuurlijk liever met mijn motor was gekomen, haar achterop had gezet, en net als in een film de verte ingereden, haar hoofd tegen mijn schouder rustend. En dat het daarmee eindigt. Niet dat je daarna weer alledaagse vragen moet beantwoorden. Wat zullen we vandaag eens gaan doen? Wat eten we? Het wc-papier is op. Laat je de hond uit? Godsamme man!

De op twee na…

Gisteren ontdekte ik iemand met een Lamborghini op de camping. Een Gallardo weliswaar, dus eigenlijk een Audi, maar toch. Hij had wat moeite met de drempels, waar hij met een halve km/u overheen moest. Verder stond er iemand met een puntgave Porsche. Een 914, dus eigenlijk een VW, maar toch. Ik vertrouw het nooit, Fransen met een Duitse auto, maar er komen er steeds meer van.

Er stonden in de stacaravans tegenover ons twee Franse families die bij elkaar hoorden. Luidruchtige gasten met Duitse wagens. Ik zei nog, die gaan in het weekend wel weg. Dat klopte, echter werden ze vervangen door wederom twee Franse families met Duitse auto’s die bij elkaar hoorden, en die wederom luidruchtig zijn. En de kinderen voetballen veel te dicht bij mijn Franse bolide, van inmiddels 13 jaar oud, maar net als de Porsche, puntgaaf. En een echte Renault Laguna GT met vierwielbesturing die het al jaren op wat kleinigheden na, meer dan uitstekend doet. Ook nog in de Franse nationale kleur, dus die landverraders zouden wel eens iets meer respect mogen hebben voor de op twee na mooiste auto van de camping. In de ogen van zijn baas dan, want wie geeft er nog om schoonheid? Het gaat uitsluitend nog om de heb van een nieuwe auto met Bluetooth, Navi, achteruitrijcamera, enz. Ik geef toe, dat is ook mooi. Maar dat ik mijn huidige auto moet kronen tot de beste die ik ooit had, dat had ik ook niet zien aankomen bij aankoop.

Bultje.

Vorige week heb ik een bultje op mijn arm weg laten halen, het was een vetbultje. 25 jaar geleden had ik op dezelfde plek, alleen aan de andere arm precies zo’n bultje. Dat is toen in het ziekenhuis met succes verwijderd, alleen heeft het door gebrek aan communicatie een lelijk litteken achtergelaten. (Ik ging s’ middags surfen, wist niet dat ik gehecht was)

Nu is het een klein wondje en Linda verwijderde vandaag de hechtingen. Er zit nu weer precies zo’n bult onder als vorige week is weggehaald. Ik was er al bang voor, want de dokter zei al dat ik een nieuwe aan het ontwikkelen was die ze dus maar gedeeltelijk heeft aangepakt. Prutswerk. Kan ik zelf beter, op de hechtingen na. Ik heb er zelf ook wel eens eentje verwijderd met een mes. Zie je niks meer van. Overigens heb ik een slechte reputatie met messen en bultjes. Ik heb er in mijn jonge jaren heel wat zelf verwijderd. Meestal waren dat wratjes, maar vorige week nog per ongeluk een moedervlekje omdat ik dacht dat het een teek was, en ik van heel dichtbij niet meer goed zie. Ik hou niet van bultjes, dat moge duidelijk zijn. Verder ben ik een rare.

Verzuchtingen

Ik vind het leven onbegrijpelijk. Waarom is het er en waarom is het er zo kort? Waarom zijn mensen in staat vrij na te denken, maar vertonen ze het gedrag van mieren; werken zonder nadenken? Je echte leven speelt zich tenslotte af als je jong bent en The Beatles hadden gelijk toen ze zongen: “all you need is love.” Ik kom daar doorgaans op camping achter, op mijn telefoon zie ik het aantal ongelezen werkmails dagelijks oplopen. Allemaal mieren en een paar koninginnen die het leuk vinden de anderen te vernederen. Buiten hun werk stellen ze niks voor met hun slappe lijven en hun lelijke koppen. Daarom werken ze ook zoveel.

Ik kwam vóór de vakantie via LinkedIn in contact met jeugdliefde C. over wie ik hier wel eens heb geschreven. Het was 1987 toen ik voor het laatst contact had, en nu vroeg ze om mijn whatsapp. Ze schreef hoe het haar en haar zussen was vergaan. Ze heeft al 34 jaar een relatie met haar vriend, wat mij wel even aan het denken zette. Ik ben nog wel op de crematie van haar vader geweest, ome Frits, maar daar heb ik haar alleen gezien, niet gesproken. Vroeger schreven we elkaar brieven en ik kon niet ontkennen dat ik het leuk vond dat ze me via whatsapp haar verhaal vertelde. Oude liefde roest niet, zullen we maar zeggen. Haar vader was een neef van mijn vader, hij was weduwnaar. Als gezin hadden wij veel steun aan hem, vlak voor en na het overlijden van mijn vader. Mijn vader had er vlak voor zijn dood nog op aangedrongen bij mijn moeder om met hem verder te gaan, maar mijn moeder antwoordde hem dat hij onvervangbaar was. Achteraf voel ik sterk dat mijn vader gelijk had. Mijn moeder heeft zich later volledig laten inpakken door twee lapzwansen met wie ze ongelukkig werd. Nu is het te laat want ome Frits is er niet meer. Iets wat ik lastig kan bevatten omdat hij en zijn dochters, met name C., een belangrijk hoofdstuk in mijn leven speelden. Gewoon weg en voorbij. En de afgelopen 34 jaar zijn ook voorbij gevlogen.

Ik scheerde vanochtend een paar iets te zichtbare zilveren borstharen weg. Ik ben bijna 52. Mijn kinderen nemen de hoofdrollen over. Over een poos ben ik er niet meer. En het leven van anderen gaat gewoon door. Ik vind het onbegrijpelijk.

Zielig.

Ik zag een jonge vrouw, ik groette haar de eerste keer omdat ze bij haar tent zat en er een Nederlandse auto bij stond. Ik zag haar bij het meer, ze was er sneller door dan ik en daardoor ook sneller aan de overkant. Ik zei iets tegen haar dat ze lachend beantwoordde. En toen kreeg ik door dat ze hier alleen was. Ze was best dik, had zichtbare pigment vlekken en ik vond haar best aantrekkelijk. Ook wel een beetje zielig, eerlijk gezegd. Maar dat ben ik, altijd voorbarige conclusies trekken. Linda en ik liepen langs haar tent en ik zei tegen haar: ben je alleen op vakantie? En ze begon honderduit te vertellen en lachte in elke zin. Dat ze morgen verder trok naar de Pyreneeën, daar kwam haar vriend ook naartoe want die had geen zeven weken vrij, en ze vond het ook niks om met bevriende stellen met kinderen mee te gaan, en dit deed ze al jaren zo. Ik zei dat ik haar avontuurlijk vond maar dat wuifde ze weg met: “ach, het is maar de Provence hè? “

Ze had een behoorlijk grote tent opgezet, maar ze moest nog even ergens langs de decathlon want door de harde grond waren veel haringen krom, vertelde ze lachend. Ze reed in haar eentje door Frankrijk, kampeerde op verschillende plekken en vond het de normaalste zaak van de wereld. En ik dacht dat ze een beetje zielig was. Ik ben zelf een beetje zielig. Ik zou dat nooit durven, me alleen gaan zitten vermaken op een camping omdat anderen dan denken dat ik zielig ben. Bekrompen gewoon.

Overweldigend Frankrijk

Op de heenweg dacht ik na over wat mij nu precies zo naar Frankrijk trekt. En om preciezer te zijn: Zuid-Frankrijk. Natuurlijk heb ik er herinneringen, maar dat is het niet alleen. Het is ergens ook overweldigend, intimiderend bijna, dat hete zuiden. Zuid-Frankrijk is het echte werk, maar vlak over de grens in België begint het al. Bordjes met hellingspercentages en met “autoroute du soleil” en die armoedige stad Luik die je moet passeren of doorkruisen. Vroeger koos ik voor doorkruisen, maar tegenwoordig pak ik de snelweg op zoek naar de gevreesde helling vlak na Luik. Nu werden we omgeleid waardoor ik deze helling miste die ik nooit meer zal vergeten sinds ik erop reed in 1993. Maar tegenwoordig neem ik België met een korreltje zout. Het echte werk begint in Frankrijk.

Die zinderend hete autoroutes met hun tolpoorten waar het wemelt van de nerveuze automobilisten. Je rijdt vanuit je veilige baan ineens die fuik in en moet je het beste tolpoortje zien te vinden. Je kunt niet hebben dat je ergens aansluit en dat het poortje naast je de snellere blijkt te zijn.

En dan Lyon, waar je tegenwoordig omheen kunt, maar wat je natuurlijk niet doet, als die-hard autoroute du soleil fan. Dwars door de stad heen zul je, daar waar het krioelt van de auto’s, waar je het geluid van de krekels binnen in de auto hoort, en waar wegbewijzering in lichte kleuren met zwarte letters aangeven dat de grote stad Marseille nog meer dan 300 km is. Heel anders dan die veilige blauwe anwb borden met witte letters. Deze kleuren stralen uit dat het hier vijandig is. Hier ben je overgeleverd aan de norse Franse autoriteiten die het voorzien hebben op de nerveuze Nederlander die gewend is aan rubber tegels.

En dan die borden in vier talen, maar niet in het Nederlands, dat je moet remmen op je motor omdat je gewone remmen te heet worden op de komende afdaling. Tegenwoordig niet meer zo’n probleem maar vroeger schoten ze je met 170 voorbij, wanhopig door hun remmen heen trappend.

Om nog maar te zwijgen van als je pech krijgt en daar langs de kant staat en je in je gebrekkige Frans hoopt op vriendelijkheid en begrip. Welnee, in een onverstaanbaar spervuur van woorden zegt men iets, en verbreekt men de verbinding. Nee, dan was je blij als je weer op de camping aankwam en merkte dat de Fransen de beroerdste niet bleken te zijn, en dat het niet voor niets “la douce France” genoemd werd.