In de Beurs van Berlage was afgelopen weekend, op Graceland na, de grootste collectie van Elvis' privé bezittingen ter wereld bijeengebracht.
Zijn muzikaliteit moet haast ten koste zijn gegaan van zijn gevoel voor inrichting van z'n huis, want veel lelijkere meubels heb ik zelden gezien. Je kunt je trouwens afvragen of die meubels wel echt van hem zijn geweest, want volgens mij kopen ze gewoon vlak voor het begin van zo'n tentoonstelling bij de plaatselijke kringloop wat troep, bellen ze Siem Schroothoop om de oudste goudkleurige Mercedes te leveren die hij heeft staan, en slaan op de plaatselijke rommelmarkt wat goudkleurig bling-bling in en stellen de boel ten toon.
Wat uiteraard wel echt was, was zijn karate-pak, zijn Harley-Davidson, zijn televisies met kogelgaten, zijn rode tandem, pistolen en alle elpees die er hingen.
En niet te vergeten de fans; naar achteren gekamde kapsels, enorme bakkenbaarden en "Elvis liedjes" zingende vijftigers waarbij je snel een paar passen achteruit liep als die jou kant op kwamen. Ik zag er één wat door Elvis geschreven regeltjes overschrijven in z'n agenda.
Nee, veel Elvis fans zijn niet bepaald de meest vlotte verschijningen. Ze realiseren zich waarschijnlijk niet dat Elvis, had hij nog geleefd, nu ook een modern kapsel zou hebben, en misschien gewoon in een spijkerbroek had opgetreden. Nee, die blijven met hun zwarte haar en zonnebrillen steken in de zeventiger jaren. En door dat soort gasten worden moderne jonge mannen als mijn zwager en ik er raar op aan gekeken dat we Elvis fan zijn.
We ondervonden het wederom op de terugweg in de trein. Het was warm, we dreven bijna onze diamanten pakken uit, we veegden zweet in onze sjaaltjes en deelden die uit aan de reizigers. Binnen de kortste keren kwam er een conducteur aan die zei dat we daarmee moesten ophouden. Hij vond zelfs dat ons meegebrachte Elvis beeld ook een kaartje moest hebben. Maar dat hebben we geweigerd. En waarom we die pillen niet thuis slikten.
Because we need th'm, man!