Vanochtend gebeurde het me na jaren weer eens. Ik reed nietsvermoedend over de linkerbaan van de A28 ter hoogte van Strand Horst, zit er achter me een Vulva SUV (spreek uit: esjoevie, maar suf mag ook) met knipperend grootlicht. Een belangrijk man -hij droeg een wit overhemd en een stropdas- maande mij tot opzouten naar rechts.
Maar wat stond de zon vanochtend mooi laag aan de hemel, en wat zien die weilanden er met vorst toch prachtig uit. Daar moet je als chauffeur zonder haast toch ook eens rustig van genieten.
Dat Veluwemeer, lag dat er altijd al? Is me natuurlijk nooit opgevallen omdat ik normaal altijd rechts rijd. Op de linkerbaan heb je een veel beter overzicht. En wat een mooie zwanen zeg. Wat zijn dat sierlijke beesten. Zelfs het gras in de middenberm lachte me toe.
Oh ja, er seint iemand dat-ie er langs wil. Ja sorry, ik heb een diesel stationwagen. Die zijn niet zo wendbaar dat ik zomaar even aan de kant kan hoor. Daar heb ik toch zeker 2 kilometer voor nodig.
Bij Nulde (genoemd naar het meisje van) haalde de rijdende kut me woest in. Bij Nijkerk stond ik weer achter hem bij het stoplicht. Voor de zekerheid deed ik mijn deuren op slot. Ik was er dan wel vanuit gegaan dat de man gewoon haast had, maar voor hetzelfde geld was hij parking-homo en gaf me daarnet een seintje ten teken dat er een parkeerplaats naderde.
Bij mannen met Vulva's kun je niet voorzichtig genoeg zijn, tenslotte.
Ooit zag ik op televisie Willem Duis zijn zakdoek aanbieden aan een snikkende Prinses Margriet. Sinds die dag draag ik altijd een schone zakdoek bij me voor het geval dat ik ook eens met een huilende prinses aan de praat kom.