Paradox

Soms loop ik helemaal vast met mijn gedachten, dan kom ik er gewoon niet meer uit. Dat klinkt dramatisch, zeker met mijn achtergrond, maar dat is het denk ik niet. Normaal gesproken, als er niks aan de hand is zijn mijn gedachten op orde. In die zin, de één leidt niet per sé tot de ander. Ik accepteer dat het ergens stopt en in mijn achterhoofd weet ik dat als ik verder denk, ik tot een oplossing kom. Maar dat is dan niet nodig, waarom zou ik? Het gevoel dat de oplossing voor het probleem dat ik net bedacht vlak bij me is, is voldoende, ik hoef het alleen maar even te grijpen.

Maar nu bedenk ik een probleem en probeer de voorradige oplossing te grijpen, maar die oplossing maakt het probleem alleen maar erger. En dan schrik ik, want er is ineens geen oplossing meer. Kut, denk ik dan.

Dan moet ik dus weer even terug naar het land van de in de lucht hangende oplossingen en die lekker laten hangen. Loop er maar tussendoor, want er zijn er genoeg.

U denkt misschien, waar gaat dit over, of erger, maar dat weet ik zelf ook niet zo goed. Het komt er denk ik op neer dat je niet moet denken maar doen. Problemen zijn voor anderen, niet voor mij, ik kan ze toch niet oplossen, blijkt na diverse pogingen. Terwijl ik vroeger dacht van wel. Maar naarmate ik ouder word en hopelijk wijzer, denk ik toch van niet. Dus, hoe slimmer ik word, hoe minder ik kan oplossen. Dat is een tegenstrijdigheid die me in de war brengt.

De pedofiel

Ik wil het even opnemen voor de pedofiel. Een klein beetje dan. In de gevangenis heb je het als pedofiel zwaar tussen eerzame seriemoordenaars, verkrachters, bankovervallers en belastingontduikers. Ze staan onderaan de hiërarchie en ze geven de overige criminelen een goed gevoel over zichzelf. Zo slecht zijn wij nog niet.

Daarbij worden pedofielen in de val gelokt door bezorgde burgers zoals die zich noemen, wat op zich prima is, ware het niet dat er voor eigen rechter wordt gespeeld en er niet wordt opgetreden tegen criminelen die ze niet aan durven.

Maar nu dan. In Frankrijk werd de webshop van SHEIN geblokkeerd omdat er kindersekspoppen op werden aangeboden. Er mag ook geen kinderporno met AI worden gemaakt. Verwerpelijk natuurlijk, maar geen kind die hier het slachtoffer is. Nee, ik snap het heus wel, het is smerig, verwerpelijk en we moeten niks kunstmatigs creëren waardoor pedofielen hun lusten kunnen botvieren, want dat zou kunnen overslaan op echte kinderen.

Computerspellen waarbij je mensen vermoordt, dieren kapot schiet, genocide pleegt, met een gestolen auto door de stad scheurt of bommen legt, lokken geen echte criminaliteit uit, dus dat is geen probleem. Dus ja, kennelijk hebben de overige criminelen gelijk. In de samenleving werkt het al net zo.

Onwerkelijk

Die Hans van mij is deze week geslaagd voor z’n rijbewijs en heeft nog dezelfde dag een auto gekocht. Hij snapt niks van auto’s, heeft geen idee van welk bouwjaar z’n auto is (2013), weet niet wat de cilinderinhoud is (1600 cc), weet niet waar z’n mistlampen zitten en ik vermoed dat hij geen idee heeft dat er een sportstand op de automaat zit. Hij wist zelfs niet hoe de mechanische handrem werkte. Maakt allemaal niet uit, ik liet hem een stukje in de mijne rijden en dat ging heel aardig.

Maar daarna ging hij met z’n zusje, in z’n nieuwe auto hun nichtje ophalen in Apeldoorn. Ja hallo, hij kan dan wel geslaagd zijn, je kunt deze jongen toch niet alleen de weg op sturen? Levensgevaarlijk, zo oordeelde mijn reptielenbrein. Ik wist voordat ik een rijbewijs had al alles van een auto. En toen ik het had, was ik net Jos Verstappen. Ik trapte het gas vol in waar ik dat kon, trok lang door in de versnellingen, remde als een gek voor een bocht en sleurde de auto de bocht door. Ik reed tegen de rijrichting in (1988, toen kon dat nog) en ik haalde 160 op de Zwolseweg waar je destijds 80 mocht en nu nog maar zestig. Als mijn moeder het had geweten had ze haar auto nooit meer aan mij meegegeven. Maar ik had de controle, althans dat vond ik toen, achteraf ben ik blij dat ik het overleefd heb.

Hans heeft dat allemaal niet. Die rijdt lekker relaxed, eerder onder de maximum snelheid dan erboven dus waarom ik me nu zorgen maakte over hem en niet over mezelf destijds, vroeg ik me af. Toch volgde ik hem wel op live 360. Hij reed wel een vreemde route door de stad. En dan weer 43, dan weer 17, dan weer 55. Nou ja, uiteindelijk kwamen ze terug, auto onbeschadigd, mijn kind. Ik zie nog zo voor me dat we hand in hand op vakantie liepen over de rotsen in een rivier. En nu rijdt dat jong in een auto. Morgen gaat hij voor het eerst zelf met de auto naar z’n werk. 55 kilometer ver. Het is onwerkelijk.

Besef

We staan aan de vooravond van de verkiezingen en ik weet het al. Ik heb geen kieswijzer ingevuld, geen debatten gevolgd, ik stem gewoon zonder dat ik daar een halszaak van maak. Ik denk niet dat een politieke partij de boel helemaal om kan gooien dus in die zin maak ik me niet vreselijk druk. Ik heb tenminste nog niet meegemaakt, zelfs het afgelopen anderhalf jaar niet, dat het ineens allemaal anders werd. De grootste politieke verandering die ik me kan heugen vond plaats onder Balkenende, met een keiharde versobering van de sociale zekerheid. Maar misschien zit ik er naast.

In elk geval, ik lees een boek over de strafkampen van Rusland, die er nog steeds zijn, en waar nog steeds mensen worden doodgemarteld, en dan denk ik: ok, waar hebben we het helemaal over hier. Nergens over. Ik lig in een lekker bed, ik heb te eten, ik heb werk en ik kan me druk maken over een bedrijf dat me geld afhandig probeert te maken. Ik weet, ook wij hebben onze problemen en die moeten ook serieus genomen worden, maar ik had ook in Soedan geboren kunnen worden als mijn ouders daar toevallig op vakantie waren in september 1969.

Maar nee, ik werd in Utrecht geboren, in een tijd van voorspoed, ik was altijd gezond en ben dat nog steeds volgens mij. Sommige dingen zaten niet mee, maar het was niets vergeleken bij een strafkamp in Siberië.

Dus ja, ik ga stemmen en ik hoop dat pas over een kleine vijf jaar weer te hoeven doen. Ondertussen vermaak ik me wel.

Rotterdam

Gisteren gingen we naar Rotterdam voor een concert van Kim Wilde. A blast from the past. Het viel tegen. Tenminste, ik denk dat het wel goed was maar het geluid was te hard, te schel. En ik moest naar de wc, maar ik wilde niet voordat ze “Four letter word” had gezongen, een lied dat me vroeger zo triest maakte dat het pijn deed, maar nu niet meer. Maar toch, als ik toen toch eens wist dat bijna veertig jaar later het nummer live gezongen zou worden door Kim en ik daarbij was, dan…nou ja, dan niks, maar ik vond het toch bijzonder.

Goed. Rotterdam. Dat is een grote stad. Ik voelde me ook echt een dorpeling. Vooral toen we iets wilden eten en we iets Oosters binnenstapte. Dat zag ik aan de tekens die ik herkende uit de Korea oorlog. Ik wist niet eens wat het was, ik dacht Japans, maar het bleek Korean street food te zijn. Ik kon niks lezen en ik snapte er niks van, dus vroeg ik maar een paar dingen. Ik verwachtte dat Rotterdammers chagrijnige eigenheimers zouden zijn, maar dat gold niet voor Koreaanse Rotterdammers, die waren supervriendelijk en behulpzaam. Ik maakte excuses omdat ik uit een dorp kwam, ik weet ook niet waarom, waarschijnlijk omdat ik niks wist. Maar dat gold ook voor Manuel en die kwam uit een miljoenenstad. Het meisje vond het echter geen probleem en legde uit, en een man kwam ons helpen met van alles. Linda is nog een stuk handiger dan ik, maar die komt dan ook uit een dorp wat drie keer groter is dan Vaassen.

Het eten was uitstekend, het was jammer dat we maar weinig tijd hadden, want anders hadden we nog meer besteld. Bovendien was er geen bestek, er waren alleen stokjes. Dat is hartstikke leuk in films hoor, maar ik wist niet dat het ook in het echt voorkwam. Ik dacht dat het net zo iets was als houten klompen in Nederland. Dat snap ik dus niet, stokjes. Ik kan er niks mee en ik probeer het wel, maar twee korreltjes rijst in mijn mond, drie op de tafel en vijf op de grond. Nee, dat heb ik nooit geleerd en dan voel ik me echt een inboorling.

6-2

Ik was gisteren (de 21e, want je zult zien dat ik pas na twaalven klaar ben met dit logje) bij de CL wedstrijd PSV – Napoli. Ik ben niet vaak in het stadion, maar nu had ik een wedstrijd uitgekozen. Napoli is de regerend landskampioen van Italië en PSV is op zoek naar vorm, dus ik verwachtte een overwinning voor Napoli. De kaarten waren duur maar we zaten op de goedkoopste plaatsen. Helemaal bovenin, op vijftig meter boven de zeespiegel, na eindeloos veel trappen vonden we de plaatsen. Wij hadden onze beweging in elk geval gehad. Het overzicht over het veld was goed, al blokkeerde een steunbalk het zicht op een deel ervan, dus moest je bewegen als je wilde zien wat daar gebeurde.

De wedstrijd begon en Napoli begon sterk, zij waren de enigen in balbezit tot er na een poosje een paar kansjes en een afgekeurd doelpunt voor PSV waren. Maar toch kwam Napoli voor door een kopbal, net op een moment dat PSV wat beter ging spelen. Niet heel lang daarna viel er een eigen goal van Napoli en toen ging het langzaam los.

Een rommelige aanval van Napoli, waarbij er overtredingen gemaakt leken te worden door beide partijen, ik zat al te wachten op een fluitsignaal maar het mocht door. Met vallen en opstaan kwam de bal bij Ismael Saibari die ineens vanaf eigen helft een vrije doortocht naar de keeper had, hij moest alleen nog de andere helft van het veld over. Je zag het gebeuren, hij naderde het vijandelijke goal steeds dichter en iedereen was opgestaan. Verdedigers probeerden hem te achterhalen en toen dat bijna gelukt was schoot hij langs de keeper en scoorde.

Toen ontplofte het stadion. Ik sprong op en juichte, net als 30.000 anderen. Ik voelde een uitzinnige ontlading, want PSV had een achterstand omgedraaid. En vanaf dat moment werd het een galavoorstelling, een voetbalshow waarbij geen speler uit de toon viel en iedereen een hoog niveau haalde. Toen Napoli hun tweede doelpunt maakte, zorgde dat niet eens voor een domper. Sterker nog, een minuut later was het alweer 5-2.

Mooie momenten waren nog dat een speler van Napoli er met rood af moest en iedereen hem toezong: houdoe en bedankt olé olé! Je hoorde het Brabantse accent er doorheen. En verder dat Noa Lang inviel bij Napoli tegen zijn oude club en iedereen voor hem klapte. Noa beantwoordde dat met een applausje voor het publiek, maar PSV publiek weet natuurlijk dat je Noa niet moet uitfluiten, want dan scoort hij. Nu kon hij geen potten breken. Net als heel Napoli niet. Eindstand 6-2 voor PSV en een dijk van een wedstrijd gespeeld.

Coolblue

Wat kan ik me, meer dan vroeger, ergeren aan reclames. Vroeger werd er geklaagd over wasmiddelenreclames maar toen konden we nog niet weten in welke hel we later terecht zouden komen. De ergste is Coolblue. Die stem van die vent! Met zo’n gekunsteld vrolijk ondertoontje alsof hij helemaal het mannetje is. En dat niveau van die grappen! Alles voor een glimlach! Ik heb er nog nooit van moeten glimlachen, het is mijn grootste ergernis.

En dan die mevrouw van Decupré. Drs. Nogwat heet ze. Zij vond het een goed idee om zelf de hoofdrol te spelen in de commercial terwijl alles er om schreeuwt dat er een professioneel acteur ingehuurd had moeten worden. Acteur is een beroep en dat is er niet voor niets.

En dan die politiek correcte alle genders, alle kleuren filmpjes! Compleet ongeloofwaardig. Een oude witte man die samen met zijn zojuist gescoorde Afrikaanse vriendin aan het fietsen is. Oude witte mannen trouwden in hun tijd met jonge witte maagden en daarbij loop ik echt vaak in het bos langs een fietspad en ik zie echt vaak te dikke oude mannen in te strakke pakjes op een racefiets maar echt nooit het tafereeltje dat de reclame ons voor schetst.

En dan die herrie! Geschreeuw, gerap, geblaat. Alsof ik ooit iets bij Coolblue ga kopen. Nee, natuurlijk niet! Ik koop gewoon een nieuwe bezem of handgrasmaaier bij de plaatselijke Welkoop. Maar ik ben in de minderheid, of eigenlijk sta ik volslagen alleen. Terwijl ik de oprit aan het vegen was kwamen overal buurmannen met een bladblazer naar buiten. De een na de ander hoorde ik starten. Onze overbuurman, die aan de overkant woont, er zit een straat van drie meter breed tussen, had er gehoorbeschermers bij opgezet. Ik moet ook een paar hebben voor als ik aan het vegen ben op een mooie herfstige zaterdag. Misschien heeft Coolblue ze.

Jackson

Hans is een goed jong, maar ik daag u uit om iemand te noemen die stommere opmerkingen maakt dan hij. En ik weet nog precies wanneer het begon. Ik was naar een barbecue, ergens in 2017 denk ik, hij was dus 12, en ik was mijn telefoon vergeten. Dus hij zag mijn telefoon op het aanrecht liggen en appte mij: je bent je telefoon vergeten! Toen ik ‘s nachts thuis kwam en ik het las, appte ik terug: bedankt! Na een week heb ik hem duidelijk gemaakt dat ik dat appje dus niet kon zien. Hij moest er zelf het hardste om lachen.

En zo gaat het sindsdien, hij begaat een stommiteit, ik noem hem stomme druif, en hij moet hard lachen. Voorbeelden zijn: band oppompen terwijl de slang niet aan het ventiel zit, intelligentheid zeggen in plaats van intelligentie of toen ik zijn huiswerk wilde controleren en vroeg wat “ik heb” in het Frans was, hij zei: je parle? Zo zijn er nog wel tien voorbeelden. Zijn meest recente was zijn uiterst serieuze eis aan een auto die hij wilde kopen dat er verwarming in moest zitten. Dat wilde hij dan wel graag.

Vanavond tijdens een ronde met de hond kwam ik er ineens achter dat ik twee telefoons bij me had. Ik had die van Hans ook bij me. Ik appte hem dat ik zijn telefoon bij me had. Ik moest ter plekke lachen. Toen ik tien minuten later thuiskwam gaf ik hem zijn telefoon. Hij moest lachen dus hij snapte waarom ik die grap maakte. Nou ja, het is een prima jong. Maar hij heeft toch ergens een storing in z’n circuit.

Fundament

Ik ben nog niet helemaal uitgepraat over mijn bezoek aan Drunen gisteren. Er liggen zoveel herinneringen en dat accent klinkt als muziek in mijn oren. Een man zei tegen Lori: “hedde gij zo’n mooi balleken?” Dat hoor je nergens! Voel ik me er nu thuis of is het gewoon dat ik het fijn vind om herinneringen op te halen? We zaten gisteren op het raadhuisplein dat grenst aan de Torenstraat, en ik zie mezelf op mijn fietsje naast mijn vader uit de torenstraat komen. Ik wil de weg oversteken maar er komt een auto aan, een Renault in mijn herinnering, die vol in z’n remmen gaat en met piepende banden tot stilstand komt. Het liep goed af en mijn vaders droge commentaar was: goede remmen.

Ik zweef daar op herinneringen. Elke straat doet me wel aan iets denken, in veel huizen ben ik geweest, de bewoners hebben geen idee. Het interesseert ze niks, maar voor mij is het een eigen wereld. Ik kijk naar oudere mensen en probeer in te schatten hoe ze er vroeger uitzagen. Ik moet u toch kennen, kent u mij dan niet? Ik woonde hier, in de mooiste tijd die er ooit was, de jaren zeventig! Ik maakte onderdeel uit van dit dorp, herkent u mij dan niet? Mijn vader en moeder dan, die moet u toch gekend hebben! Mijn vader werkte bij Lips en op zondag fietsten we hier vaak!

Maar niemand kent me en ik ken niemand. Het is allemaal weg. Niemand woont nog waar hij woonde. Het is allemaal voorbij. Niemand die snapt hoe belangrijk dit dorp was. Dit dorp was de basis, het fundament waarop mijn leven is gebouwd.

Waar ik niet helemaal over uit kan was die Roestelberg van gisteren. Hoe kan het dat ik vrij precies in mijn hoofd had hoe het eruit zag, een restaurant van donkerbruin hout met veel ruiten aan de voorkant en bovenop de berg gelegen. Het leek er niet eens op, het lag over de heuvel heen, aan de voet. Ik moet dat beeld dat ik had compleet verzonnen hebben, maar ik vertrouw het niet. Mijn geheugen voor gebeurtenissen is meestal messcherp. Maar nu dus niet. Ik moet iets door elkaar hebben gehaald. Er bestaat vast ergens een restaurant, boven op een hoge zandheuvel, wat van donkerbruin hout is, en wat veel glas aan de voorkant heeft en waar je na een zware klim door het mulle zand even lekker binnen kunt zitten. Of ik moet accepteren dat ik het fout had. Wat vrij lastig is als je iets zeker denkt te weten. Nou ja, ik ben er misschien maar twee of drie keer geweest als kind. Dus überhaupt knap dat je het nog weet. Maar ondertussen denk ik, wat klopt er dan van mijn andere herinneringen? Mijn fundament?

De Roestelberg

We waren een dagje naar Drunen, waar mijn jeugd zich afspeelde. Drunen was vroeger een zelfstandige gemeente maar al lang niet meer. Het valt nu onder Heusden, wat raar is want Heusden is minuscuul. In Heusden stonden kanonnen en oude molens. We gingen er als kind naar toe om tegen de muren op te klimmen. De wallen waren een meter of vier hoog en hadden zoveel oneffenheden dat je er tegenop kon klimmen. Ik was er meer dan veertig jaar niet meer geweest, maar nu viel er niet meer te klimmen. De muren waren glad gemaakt, bijna gestuct. Leek nergens op.

In Drunen zelf reed ik langs ons oude huis, maar dat is niks meer. Onherkenbaar, net als de straat. Er stonden huizen tegenover, terwijl daar vroeger uitsluitend een kleuterschooltje stond. Ik kon vanuit ons raam de molen zien en zelfs een keer een treintje over het spoor. De hele wijk zag er niet meer uit, dat leek vroeger stukken ruimer.

Ik reed langs mijn oude voetbalclub, de RKDVC. Die was er tenminste nog en ik zag het hoofdveld waar wij een keer een kampioenswedstrijd mochten spelen. Verder herkende ik het niet meer, maar dat zou ook aan mij kunnen liggen.

Door naar de roeivijver, ontstaan door zandwinning voor de aanleg van de Maasroute, de A59 langs Drunen. Ik heb er diverse herinneringen aan en eentje was een loopbrug naar het eilandje. Ik vroeg aan een man of de brug er nog was maar hij kon zich geen brug herinneren. “Dat moet wel heel lang geleden zijn, want ik kwam hier al als kind,” zei hij. Ik gaf aan dat het de jaren zeventig waren, maar hij wist het niet. Hij leek ouder dan ik. Ik weet het toch vrijwel zeker, maar je geheugen kan je bedriegen, dat weet ik ook. Ik zocht op oude foto’s maar nergens vond ik er iets over. Terwijl ik vanaf de brug een kikker had zien zwemmen, vroeger.

Bij de herberg in Giersbergen kon ik niet meer komen. Het was afgesloten voor auto’s, en de weg naar de parkeerplaats herbergde een file, daar had ik niet zo’n zin in. Ook de weg naar “De Wieltjes” was op een gegeven moment verboden voor auto’s. De koppelwiel was een mooi watertje waar in de buurt de serie “help, de dokter verzuipt” was opgenomen.

Het hoogtepunt van de dag was een bezoek aan de Roestelberg, een restaurant waar ik meer dan veertig jaar geleden voor het laatst was. Misschien wel vijfenveertig. We liepen toen door de het losse zand van de duinen te banjeren tot we die laatste berg, de Roestelberg op klommen om boven bij het restaurant te komen. De berg was enorm. Misschien wel dertig meter hoog. Er waren kabelbanen, skipistes en halverwege lag het basiskamp. Nu reden we er met de auto heen, dus die berg lag niet midden in de duinen zoals ik dacht. En het gekke was, dat restaurant lag helemaal niet boven op die berg, maar aan de voet. En die berg was ook niet zo hoog als ik dacht, een meter of zes slechts. Ik liep de zandduin op om het eens te bekijken van de andere kant, de kant waar ik destijds vandaan kwam. Mwah. Het was een helling van los zand, maar daar hield de overeenkomst op. Dat luchtkasteel dat ik in mijn hoofd had bleek een restaurant op de grond. Er stond nog een rij om binnen te komen ook.

We reden weer naar Drunen waar we iets aten op het Raadhuisplein, naast de Lambertuskerk waar ik communie deed, al twijfel ik nu ook of het niet ergens anders was. Links stond het oude gemeentehuis maar wat moet je met een gemeentehuis als je niet eens een eigen gemeente hebt? Tegenover ons stond een pand, dat was vroeger een hotel, toen waarschijnlijk nog rendabel omdat het grote bedrijf Lips scheepsschroeven er nog was. Maar ook Lips was weg, een nietszeggend bedrijf met laaddocks zat er nu. Alsof schepen tegenwoordig geen schroef meer nodig hebben. Of kon het weer 100 euro goedkoper als je ze in China koopt?

Nou ja, herinneringen, zeer belangrijk voor mij, maar soms kun je ze beter opschrijven in plaats van ze te controleren.