Zeldzaam.

Toen ik nog op de administratie van een groothandelarij werkte, hing er op de afdeling verkoop -later sales- ooit een personeelsadvertentie met ongeveer de volgende tekst: Wij bieden: een leuke werksfeer, blabla, prima secundaire blablaba…in een jong en dynamisch team…blabla….overeenstemming met leeftijd en ervaring…blablabla. U kent het wel. Totaal inspiratieloos. Vervolgens: Wij vragen: een gemotiveerde, commercieel medewerker met cijfermatig inzicht. Bij nader inzien was de volgorde van bieden en vragen misschien omgekeerd, dat zou kunnen.

Mijn baas destijds, een narrige financieel directeur, dus ik kon erg goed met hem opschieten, las de advertentie hardop voor en kwam bij het gedeelte van de commercieel medewerker met cijfermatig inzicht. "Een commercieel medewerker met cijfermatig inzicht?" vroeg hij nog eens hardop. Hij keek in de richting van het hoofd verkoop -later salesmanager- en zei toen: "Dan kun je net zo goed om een witte neger vragen hoor!"

Ja, daar was ik bij.

Mack. Creator of dreams.

Laatst, toen het even een dag warm was in Nederland, heb ik ons enorme zwembad weer eens opgeblazen. Met de elektrische pomp van de buren deze keer. Gaat een stuk makkelijker dan met een handpomp, zelfs als die laatste gewoon op pompen staat in plaats van zuigen. Van de gelegenheid van het lenen van de elektrische pomp heb ik gelijk gebruik gemaakt om al het opblaasbare wat wij in huis hebben, op te blazen. Je weet maar nooit tenslotte, soms kunnen opblaasverzoekjes op de meest ongelegen momenten komen. Ik had dus ook een opblaasroeiboot opgeblazen en in het enorme zwembad gepleurd. Zodat Hans en de buurtkinderen er ook in konden als ze het water te koud vonden. Dan dreven ze gewoon heerlijk dobberend in het zwembad, in een roeiboot die nog ruimte had om dertig centimeter voor- en achteruit te kunnen varen. En als het daarbij ging regenen had ik nog een pracht van een beschermhoes voor de tuinmeubelen in de aanbieding. En die paste weer precies om de boot. Dus zaten de kinderen op regenachtige koude dagen lekker droog in het zwembad. En wat is nu leuker dan met een roeiboot in een zwembad varen met een plastic beschermhoes over je heen terwijl de regen op het zeil neerklettert, en jij in je eigen -door je vader- gecreëerde droge wereldje, ligt te dobberen op een laagje water? Ik weet niks te verzinnen hoor!

Ufo boven Duiven

Er heerste vandaag een ware wespenplaag in het pittoreske Duiven. Ik heb geen vijf minuten kunnen zitten zonder aangevallen te worden door een wesp. En het was niet steeds dezelfde, want aan het eind van de dag was het een waar wespenkerkhof op het terras van mijn schoonouders. De tactiek is simpel: met de elektrische vliegenmepper laat je ze een keer vonken en als ze dan neerstorten en ze liggen even versuft op de grond dan trap je ze plat. Daar heb je maar een paar seconden voor want daarna vliegen ze weg en halen ze versterking. Gedurende de dag werd ik er steeds beter in.

Hans assisteerde mij met de ouderwetse handaangedreven vliegenmepper. Voor de jeugdige lezers, dat is een soort cassettebandje maar dan in vliegenmeppervorm. Op een gegeven moment wees Hans omhoog. "Hee, wat is dat nou?" Ik keek omhoog en ik zag het gelijk. Een vliegende schotel. Het donkere object hing hoog in de lucht en maakte wat vreemde bewegingen kris-kras door de lucht. Ik heb nooit begrepen waarom vliegende-schotelbestuurders dat doen maar het zal wel een reden hebben. In elk geval, ik zie ook niet dagelijks een vliegende schotel dus ik alarmeerde de geachte aanwezigen. Alleen mijn schoonvader nam de moeite om te komen kijken. Mijn schoonmoeder en Linda reageerden er niet eens op maar goed, die hebben dan weer hele andere wetenschappelijke interesses. De schotel bevond zich vanuit ons oogpunt niet ver naast de zon en was erg lastig te zien. Mijn schoonvader zag hem dus niet. Ik wees hem waar hij moest kijken maar zoals met alle eigenwijze ouderen keek hij ijzerenheinig de verkeerde kant op. "Daar! Kijk nou in welke richting ik wijs!" Maar hij bleef tot mijn ergernis steeds maar verkeerd kijken. De buurman had het tumult ook meegekregen maar ook die heeft het ding niet ontdekt. En dan ontstaat er het psychologische verschijnsel dat ze denken dat ze in de maling werden genomen! Echt niet! Ik zweer het! Daar!! De schotel bewoog zich steeds verder naar de zon en mijn ogen konden het inmiddels ook niet meer aan dat getuur richting zon. Ik zag de schotel nog een laatste keer en toen kon ik hem ook niet meer onderscheiden.

Maar daar sta je dan, met als enige getuige een kind van net vier, en voor de rest alleen mensen die denken dat ze in de zeik werden genomen. Maar eerlijk waar niet, ik zweer dat ik een ufo gezien heb boven Duiven, een uur of vijf vanmiddag. En ik zwijg verder totdat de eerste berichten hierover op nu.nl verschijnen. U gelooft mij toch wel?

Zootje

Ik heb vandaag eens even een fijn stukje gefietst met Hans en Tammar. Dit om Linda even te ontlasten zodat ze zonder gestoord te worden mijn auto eens flink in de was kon zetten. Het was de eerste keer dat ik met Tammar voorop fietste en het was de eerste keer dat ik met de combinatie Tammar en Hans -op zijn eigen fiets- fietste. En eigenlijk ben ik daar nog iets te klein voor, bleek vandaag. Ja, ik kan wel zeggen dat de kinderen te klein zijn, maar dat is niet zo. Je moet als ouder de zeer nabije toekomst (<5 sec) kunnen voorspellen en bedacht zijn op allerlei rampscenaria die eventueel zouden kunnen gebeuren zodat je ze kunt vermijden.

Want tegen Hans zeggen: "Hans, dat daar is een hele drukke weg die we moeten oversteken, ik wil dat je voor die weg stopt, " is niet genoeg. Je moet zelf al bij die weg staan voordat hij er is om hem tegen te houden. Want meneertje reed voor mij uit en negeerde mijn eerste stoproep. En de tweede, een de derde stopschreeuw ook. Om doodleuk een meter voordat hij de weg over zou steken en onder een auto zou komen, met een slippende achterband tot stilstand te komen. @$%#$%@$&* (ik mag niet vloeken waar kinderen bij zijn) waarom luisterde jij niet Hans?? "Daweetiknie."
Na een donderpreek van een minuut staken we de weg over richting Emstergat. Het Emstergat is een recreatiegebied met water, een strandje, een waterskibaan en een wellnescentre en ligt tussen Vaassen en Emst. De gemeente (Epe, dus wat weten die ervan) duidt de plek aan als Kievitsveld. Maar ze hadden het net zo goed Dodo'sveld kunnen noemen want dodo's zijn op die plek even zeldzaam als kievitten. Van oudsher is het Emstergat gewoon alleen twee plassen water waar je kon zwemmen als je drie maanden vakantie had omdat je net geslaagd was voor je Mavo-examen. Over Mavo gesproken, ik deed het destijds op D-niveau en dat schijnt tegenwoordig enorm hoog te zijn. Ik wist het ook niet maar tegenwoordig zweert iedereen bij B-niveau. Sommige bollenbozen wagen zich op C-niveau maar die worden eigenlijk voortdurend gepest vanwege hun streberigheid. Maar dat was even een klein uitstapje. Over uitstapjes gesproken, ik was dus aan het fietsen bij het Emstergat met Hans en Tammar en we bleven even staan om naar de waterskiërs te kijken. Toen we er genoeg onderuit hadden zien gaan gingen we weer terug. Niet over de verharde fietspaden maar over karrensporen die getrokken zijn in de tijd dat je nog karre-sporen schreef.
Na flink veel hobbels en modder ontdekte ik dat Tammar een zootje miste. Zootjes zijn een soort pantoffels voor baby's, maar dan van een hele zeldzame leersoort van het Iberisch zwijn. Ze kosten dan ook 4200 euro. Maar dat wist ik niet toen ik de vermissing ontdekte en besloot niet terug te gaan. Wat kunnen die dingen nu helemaal kosten? Zes euro? Bovendien, ik was er maar één kwijt, drie euro dus. Ik vond het meevallen. Nou, laat maar zitten hoor, dan koopt papa wel nieuwe. Tammar had net ontdekt dat ik achter haar zat en boog haar hoofdje steeds achterover en ik het mijne voorover zodat onze voorhoofden elkaar zachtjes raakten. Zij gaf dan een glimlach en ik wilde dat niet verstoren door te moeten gaan zoeken naar een zootje.

Maar goed, toen ik thuiskwam en ik hoorde de prijs van het zootje schrok ik zowat even hard als toen Hans ijzerenheinig op die weg af fietste, dus heb ik de route nog een keer afgelegd. Alleen! Ergens op een afgelegen bospaadje kwam ik het zootje tegen. Er was nog niemand langsgekomen, beeldde ik mijzelf in want het zootje stond overdwars midden op het pad. Ik slaakte een zucht van financiële verlichting en keerde, met zootje, tevreden huiswaarts. Thuisgekomen keek mijn gezin mij vol spanning aan of ik het zootje had gevonden. Ik liet het zien en liep ermee naar Assepoester. Het paste.

Kleuren

Dat geklooi met kleuren ook. Ik ben er niet goed in en ik ben vergeten op te slaan wat ik had. Of ik heb er overheen gewalst, dat kan ook. Nou ja, u doet het er maar even mee. Als u het er niet mee eens bent dan kunt u klagen in het reactieveld, bij voorkeur vergezeld van een suggestie hoe of het dan wel moet.

Muur.

De kantine op mijn werk heeft hooggeplaatste raampjes; ik kan er net door naar buiten kijken. Meestal als ik koffie haal en ik moet even wachten tot het apparaat het kopje vol heeft, kijk ik snel naar buiten. Naar mijn auto, die met z'n opvallend rode kleur tussen al die trieste, zwarte zakenauto's een lust voor mijn oog is. En of er niet toevallig iemand een sportwagen heeft geparkeerd, die ik anders mis. Want het gaat mij niet gebeuren dat er een Porsche heeft gestaan die ik niet heb gezien. Mijn oog viel op een schilder aan de overkant. Hij was een gigantische muur aan het overschilderen. Rood moest-ie worden. Hij had pas een klein stukje aan de rechterkant gedaan met een grote roller. De muur was lichtbruin, zoals satésaus. Niet de donkerbruine van het cafetaria (die eigenlijk lekkerder is) maar de lichtbruine, die je bij de Chinees krijgt. En dus kon je het kleurverschil heel duidelijk zien. De schilder werkte in verticale stroken van boven naar beneden. Vlak onder het dak gebruikte hij een kwast, net als rondom de kozijnen in het midden, maar daar tussenin gebruikte hij de grote roller. De roller was zeker een halve meter lang, of breed, ik weet niet hoe je dat rollertechnisch aanduidt. Maar het rolleren ging van: grote sprongen, snel thuis. Ook een lust voor het oog, hoe zo'n schilder in een moordend tempo een muur van kleur laat verschieten. Als hij een strook klaar had, rustte hij even uit en veegde het zweet van z'n gezicht. Hij deed een stapje naar achteren en bekeek het van een afstandje. Dan zette hij z'n ladder een stukje naar links en begon weer bovenaan. Ik vroeg me af of hij de muur voor het eind van de dag af zou hebben. Toen ik een paar uur later weer koffie haalde was er geen spoor meer van de schilder, of het moest de volledig rood geschilderde muur zijn.

Corps, Frankrijk juli 1993

Op het pleintje aan het begin van het dorp stonden een aantal telefooncellen. Mobiele telefoons waren er nog niet (echt) dus belde je op de ouderwetse manier, maar al wel met een telefoonkaart. Niks bijzonders in die tijd. Maar toch, zo'n telefooncel kon je behoorlijk in de problemen brengen. Want toen ik eruit wilde klemde de deur. Een paar centimeter kreeg ik hem open, maar verder niet. En dat was best lullig. Want de telefooncel was doorzichtig en stond opzichtig op het plein. En hoe ik ook duwde, verder dan die paar centimeter ging de deur niet. Gelukkig hadden een paar behulpzame Fransen mij zien klungelen en schoten te hulp. Maar ook zij konden de deur niet verder open krijgen, zelfs niet van de buitenkant. Toen er nog een paar Fransen bij kwamen begon het een beetje genant te worden, zeker toen ze allemaal aan de stang van de deur begonnen te trekken. Ik gebruikte de term 'bloody hell' toen nog niet, maar zoiets moet ik haast gedacht hebben. Toen er een stuk of vijftien man om me heen stond voelde ik me best wel lullig. Ja, ik kon er ook niks aan doen dat die deur stuk was, maar toch…het was niet echt een hele coole uitgangspositie. Nog minder cool werd het toen Fransman nummer 16 eraan kwam en de deur zonder moeite openmaakte door aan de linkerkant van de stang te trekken in plaats van wat de andere 15 probeerden, rechts. Ja Merde! Het was een val, dat die deur ook in de andere richting een paar centimeter openging. Zou Superman dit nu ook wel eens overkomen zijn na een razendsnelle verkleedpartij?

Een kat genaamd inbundig

Ik ben een uiterst serieus mens. Tenminste, zo kom ik over. Chagrijnig, uit de hoogte, en zeker niet in voor een geintje. Een beetje zoals Hermanus in het echt is, zo is bij mij de eerste indruk. Dat komt allemaal omdat ik een kat in de boom heb. Die kat luistert naar de naam 'inbundig' en zit nogal vaak in de boom. Als de kat u wat beter heeft leren kennen klimt hij voorzichtig de boom uit. Als de kat zich op zijn gemak voelt gaat hij grapjes maken. De kat houdt van veel verschillende mensensoorten en kan zich makkelijk aanpassen aan het gezelschap. Maar de kat zal nooit op een feestje de microfoon pakken en luidkeels roepen: "Daar moet op gedronken worden hie-haa-hoo" Of: "Is everybody happy?" Of: "Wat een spreker is die man, wat een spreker is die man!" Nee, de eigenschap om dat te kunnen roepen ontbeert de kat en eigenlijk is hij daar wel tevreden mee. Een rondje polonaise om zijn goeie wil te tonen, dat lukt met wat tegenzin nog net, maar zodra er een ronde gelopen is haakt de kat af en klimt terug in zijn boom. Want die heeft-ie altijd bij de hand.

Bill Clinton in Noord Korea

Bill Clinton is in Noord Korea in een poging om twee Amerikaanse journalistes vrij te krijgen die zijn veroordeeld tot 12 jaar werkkamp wegens het illegaal oversteken van de grens. Wat zou ik mij moeten voorstellen bij een Noord-Koreaans werkkamp? Ik vermoed iets wat op voormalig concentratiekamp Dachau lijkt, waar geen controle op de autoriteiten is en waar dus de autoriteiten kunnen doen en laten wat ze willen met gevangenen. Misschien als je je heel gedeisd houdt dat je die 12 jaar overleeft maar vermoedelijk krijgt je familie na een jaar of vijf een brief dat jij (inmiddels gecremeerd) jammerlijk bent overleden aan vlektyfus. Zoiets.

Noord Korea fascineert me ergens wel, want het is een dictatuur. Het grappige van een dictatuur is dat de bevolking er voor de overheid is in plaats van zoals in Nederland, de overheid voor de bevolking. Zorg dus dat als je in een dictatuur leeft, dat je onderdeel uitmaakt van de overheid. Dat maakt het allemaal wat draaglijker. Noord Korea bevindt zich in een lastig parket. Het moet een soort evenwicht zien te vinden tussen oorlog en vrede. Want een oorlog met alle andere landen betekent het einde van de dictatuur, en vrede met alle andere landen betekent eveneens het einde van de dictatuur. Ja, als dictator heb je het heus niet makkelijk. Zeker niet als je zelf 1,30 m bent en er komt een een Amerikaanse reus van 1,88 op je af. Dan wil je natuurlijk wel toegeven als de reus om vrijlating van twee landgenoten vraagt. Bill op zijn beurt bleef uiterst nederig en onderdanig. Een tactiek om Kim Jong-il gunstig te stemmen. Maar volgens mij trekt-ie dat gezicht omdat hij zijn lachen aan het inhouden is. Zodra hij weer de grens over is houdt-ie het niet meer en giert-ie het uit zoals hij ooit demonstreerde bij een persconferentie van Boris Jeltsin. "Whoeehaaahaahaaa, is he already nominated for smallest dictator ever? Call the Guiness Book of records, whooeeehahaahaha"