Dierenmemory

Samedi, le 18-7-2009

Het begint mij op te vallen dat elke avond als ik een spelletje dierenmemory met Hans speel, dat ik steeds verlies. En dat zeker de helft van de punten die ik scoor, op aanwijzing van hem zijn gehaald. Ik verbaas me erover dat hij met zijn net vier jaar precies weet welk beest er onder welk kaartje verstopt zit. Ik kan er amper twee onthouden terwijl hij praktisch alles wat één keer is omgedraaid, weet te vinden.
Goed, ik zou nog kunnen winnen door hem niet te vertellen welk beestengeluid er te horen is (hij haalt nog wel eens wat dierengeluiden door elkaar) als hij op het knopje drukt, maar dat zou slechts uitstel van executie zijn. Ik vraag me of of het normaal is dat een vierjarig kind met dit spelletje zijn vader met gemak inmaakt, en of het dan aan het kind ligt of aan de vader.

Visserslatijn

Venredi, le 17-7-2009

Het moet ergens in 1983 zijn geweest dat ik voor het laatst heb gevist. In de vierde klas van de lagere school begon deze hobby en elke vakantie viste ik dagelijks. Baarzen waren mijn voornaamste doelwit; ik ving ze met werphengel en blinker. Geweldig vond ik dat, een blinker zo ver mogelijk uitwerpen en dan weer langzaam binnenhalen. Als je een baars had en je trok hem uit het water, dan zette hij zijn stekelige vin uit ten teken van: waag het ééns. Met de zijkant van je hand (backhand voor gevorderden) moest je de vin terugstrijken om niet geprikt te worden. Snoeken vochten veel harder als je die per ongeluk ving. Die spartelden dat het een lieve lust was. Voorntjes ving je met een bamboe- of telescoophengel en die trok je gewoon omhoog, geen kunst aan. Brasems waren dik en zwaar, zodat je hengel bijna brak.

Op de camping stroomde een klein beekje dat uitmondde in een vismeertje en je zag de vissen zwemmen. Ik attendeerde Hans erop en vroeg of hij het leuk vond om visjes te vangen. (Als je kinderen hebt, gebruik ze dan ook als excuus voor alles wat je zelf leuk vindt.) Zijn ogen glommen want dat wilde hij wel. "Ik zal je leren vissen, jongen!" Ik ging naar de winkel en kocht een beginnerssetje. Niet gelijk de duurste hengels en rode maden en andere uitrusting voor gevorderden, eerst maar eens kijken hoe hij het vond. En dat was maar goed ook want hij vond het een beetje eng. Maar ik deed het hem voor. De éne na de andere vis trok ik op het droge. Man, wat had ik een bekijks op de camping met m'n emmertje en m'n visnetje. Soms zat er wel een joekel van drie centimeter bij.

Airco in de caravan.

Donderdag de 16e aan het eind van de middag was het 34 graden. Tenminste, waar wij waren. De airco leek het niet meer te doen, want hij gaf Fahrenheit aan (ik heb een handige converter op mijn mobiele telefoon), blies geen koude lucht meer en als ik eronder ging staan dan had ik daarna zo'n prachtig mooi geföhnd kapsel alsof ik ging trouwen die dag. Na wat geklooi met de afstandsbediening kreeg ik hem weer zover dat hij de temperatuur in graden Celcius aan ging geven en blies hij weer koude lucht. 30 graden was de binnentemperatuur en ik gaf het ding een dauw tot 19. Na een stief kwartiertje blazen zakte de temperatuur in de caravan naar 29 graden. Maar is dat nu geklooi in de marge of is de airco zijn verkoelende werk aan het doen? Een tergend half uur later, 28 graden. Maar buiten was het ook al iets afgekoeld, het liep tegen de avond tenslotte. Nou, vervolgens met elke graad daling van de buitentemperatuur, lukte het ook de airco om de binnentemperatuur met een graad te verlagen. Ik hield er een beetje onbestemd gevoel aan over. Je betaalt een vermogen voor zo'n stacaravan, maar je krijgt een ondeugdelijke stoel, en een airco die niet in staat is mijn twijfel weg te nemen of hij nu werkt of niet.

Insektofobia

Onze caravan is insect-dicht maar toch slaagt er af en toe een onderkruipsel in om binnen te dringen. Over het algemeen bekopen ze dat met hun leven. Buiten op de veranda is daar echter geen beginnen aan. Wil je alles doodmeppen wat er er kruipt, springt of vliegt, dan moet je beginnen bij de A van Ardechekever en tegen de tijd dat je bij de B bent is je vakantie voorbij. Door de jaren heen heb ik mijn insektofobia overwonnen. Mij deren ze niet meer. Ik spuit mij in met anti-insektenlotion van Hansaplast en ga lekker in mijn korte broek buiten een boek zitten lezen. Ik laat ze lekker om mij heen zoemen en tot de ontdekking komen dat ik niet de doelgroep ben. Ik voel mij onkwetsbaar als een imker, of omdat ik niet weet hoe een imker zich voelt, als mezelf zittend onder een afdakje als het 's zomers regent.

Vakantie Ardeche.

Op de eerste dag op ons vakantieadres in Largentière- een Engels echtpaar ontving ons en sprak de plaatsnaam op z'n Engels uit. Lààrguntjèèjr. Dat heb ik tot ergernis van Linda elke keer herhaald als ik het bord tegenkwam- ging ik 's avonds al met Hans zwemmen. Hij had er tot huilens toe om gezeurd maar ik had er nog niet zo'n zin in, zo gelijk op de eerste avond. Maar toen ik eindelijk toegaf stak hij zijn handen omhoog en riep huilend: "jeeh" als uiting van zijn vreugde. Dat vond ik erg grappig en aandoenlijk. Hij had een duikbrilletje waar hij heel trots op was en hij had geen angst voor water of om kopje onder te gaan in het diepe. Maar het was geweldig om na de lange reis gelijk al zo met je zoontje een verfrissende duik te kunnen nemen in het zwembad. Geweldig, totdat hij zei: "Ik moet poepen. Oh nee, toch niet. Oh, toch wel, ik ben bijna te laat. Oh nee, hij komt er al uit, hij is er al uit gekomen."

En daar sta je dan, met een kind met een drol in z'n zwembroek die hij ieder moment dreigt te verliezen. Ik probeerde hem snel terug naar de stacaravan te krijgen, ik wist de weg naar de toiletten nog niet, maar al snel verloor hij de drol op het grasveldje waar ik hem even neer had gezet. Ik had gelukkig een papieren zakdoekje bij me en pakte de drol op en liep er mee terug naar de caravan. Hiermee heb ik waarschijnlijk een nieuwe trend aangeboord. In plaats van met de wc-rol in je handen naar de plees te lopen, loop ik met een drol in een wc-papiertje terug naar de caravan. Hans zag onderweg nog allerlei interessante dingen die ik helemaal niet wilde horen.

Het eerste vakantiegevoel in twee dagen kwam 's avonds pas, toen allebei de kinderen op bed lagen en ik mijn schrift pakte om de ervaringen van de eerste twee dagen op te schrijven. Uiteindelijk schrijf ik hier maar een klein gedeelte omdat er nog meer vakantielogjes volgen, en ik u niet te veel wil vermoeien met de details van een vermoeiende reis. In elk geval, toen ik het woord vakantiegevoel schreef, schoot de rugleuning van mijn stoel voor de eerste keer uit de vergrendeling, iets was deze vakantie elke dag nog mimimaal drie keer zou gebeuren.

De onvermijdelijke avond van te voren

Morgenochtend vertrekken wij voor bijna twee weken naar de Ardeche. De auto staat ingepakt, morgenochtend de laatste dingen erin en we vertrekken. We rijden in twee dagen en doen het rustig aan, want de heenreis hoort ook bij de vakantie. Ik ga praktisch al mijn hele leven naar Frankrijk op vakantie en ik denk ook niet dat ik het ooit zat wordt. Ik wil best een keertje ergens anders heen maar Frankrijk trekt het meest. Toch vind ik op vakantie gaan een raar verschijnsel. Een poosje van tevoren is het vaak nog flink overwerken om de laatste zaken af te krijgen. Je zit dan zo goed in dat werk, dat een groot gedeelte in je het helemaal niet fijn vindt om nu al weg te gaan. Daar loop ik elk jaar tegenaan, maar dat gevoel is wel verdwenen tegen het einde van de laatste werkdag. Dus dan krijg ik er pas echt zin in.

Maar dan komt die onvermijdelijke avond van te voren, deze avond dus. Dan word ik altijd weemoedig. Ik heb moeite met veranderingen, dat had ik vroeger op school al, maar ik draag ze altijd kranig. Soms moet ik me er gewoon overheen zetten. Nu heb ik dat ook weer. Gelukkig weet ik dat het morgenochtend, als we ongeveer voorbij Arnhem zijn, wel voorbij is. Die weemoedigheid, dat heeft gewoon alles te maken met het feit dat mijn jeugd allang voorbij is. Nu ben ik zelf mijn vader geworden die met zijn gezin naar Zuid-Frankrijk rijdt. Best een hele verantwoording. Oh, ik had zo graag gewild dat mijn vader en moeder morgen met ons meereden naar Frankrijk, net zoals mijn opa en oma altijd met ons meegingen. Maar misschien wil ik nog wel liever dertig jaar terug in de tijd en op zijn achterbank plaatsnemen. Toen had ik die weemoed nog niet.

Gelukkig dat ik inmiddels een hoop ervaring heb met mijn gevoel, en gelukkig dat mijn dierbare gezin meegaat en mij vrolijk stemt, zodat ik geen last van heimwee krijg. Als ik eenmaal onderweg ben voel ik mij al snel als een vis in het water, dus ik blijf niet met dat gevoel zitten. En als ik weer terug ben, dan heb ik weer vaak last van een weemoedig gevoel omdat je ineens weer in je huis zit, terwijl je het net twee weken lang vakantiepret hebt gehad. Ik heb, denk ik een soort koud-watervrees. Ik moet er even doorheen.

Nou, ik heb het even van me afgeschreven, en de weemoed is nu eigenlijk al weg. Bedankt allemaal, tot over twee weken, als u zelf met vakantie gaat, veel plezier en mooi weer, als u al geweest bent of thuis blijft, ook veel plezier en mooi weer. Ik neem geen laptop mee, maar wel een schrift zodat ik daar 's avonds misschien een mooi logje kan schrijven, zoals mijn Mont-Ventoux verhaal van twee jaar terug. Linda heeft al aangegeven pertinent niet naar die @!#$%berg te willen. Maar Hans heeft al tegen mama gezegd dat hij graag naar de Mont-Ventoux wilde. Toen stond ik ergens in achter een deur te luisteren. *Onschuldig deuntje fluit*

Avondmens.

Er is zoveel veranderd sinds ik klein was. De kindjes bij Hans in de klas geven aan het eind van het schooljaar de juf een cadeautje. Als bedankje voor het schooljaar geloof ik. Maar Hans heeft twee juffrouw's. Juffrouw Kim van maandag t/m donderdag, en Juffrouw Marian op vrijdag. Voor juffrouw Kim had Hans gisteren al een heus cadeautje, want dat is ondanks haar parttime status, toch zijn echte juf. Voor juffrouw Marian moest er vanochtend nog even snel een tekening in elkaar geflanst worden.

Wat wil nu het toeval? Linda had vanochtend geen tijd om Hans naar school te brengen, dus of ik het even wilde doen. Tuurlijk, want juffrouw Marian kende ik nog niet, en juffrouw Kim was twee weken geleden in haar zomerjurk best een vrolijke verschijning zo 's ochtends vroeg, voor een avondmens als ik ben. Maar dat heeft er verder niks mee te maken. Juffrouw Kim had gisteren zeepjes of zoiets gehad, juffrouw Marian moest nog even afgescheept worden met een tekening. Maar dat liep anders, en ik had het kunnen weten.
Op het schoolplein stonden alle kinderen al te wachten met schitterend verpakte cadeautjes, de één nog groter dan de ander. Ik voelde me al wat ongemakkelijk worden. Kinderen waren het versje dat ze van hun ouders geleerd hadden om op te zeggen, aan het oefenen. Een moeder prentte haar kind in dat ze goed de nadruk moest leggen op het feit dat de oorbellen in het doosje van 24-karaats goud waren. Één stel ouders had de plaatselijke fanfare laten aanrukken voor de juf, om haar zo op deze laatste schooldag te bedanken. En daar stonden Hans en ik, met een opgerolde tekening, waar de natte verf haast nog uitliep.
Hans voelde ook dat er iets niet helemaal goed ging want hij zei ineens: "Ik woe nie de tekening aan de juffrouw geven. Jij moet het doen!" "Hans, papa moet helemaal niks, jij moet het zelf doen." "Neeheeheee, da woe'k nie!"
Normaal heb ik veel geduld. Maar niet in dit soort stressvolle situaties waarin ik al voor een kwart voor lul sta, en de enige die me nog kan redden van de overige drie kwart, degene is die staat te blèren dat hij het niet woe. Dus ik siste hem toe: "Kop houden Hans, jij geeft het en verder wil ik er geen woord meer over horen, anders ga je vanmiddag in de kruipruimte tussen de spinnen, begrepen?"
We liepen de klas binnen en de juf stond omringd door tien kinderen alle cadeautjes en versjes in ontvangst te nemen. Tussen de kinderen stak één klein armpje met een opgerolde tekening. Aan het armpje zat een jongetje met een bangig gezichtje. Het armpje probeerde steeds de tekening in de hand van de juffrouw te drukken, maar het klerewijf pakte natuurlijk eerst de mooie cadeaus aan. En toen ze tenslotte de tekening pakte en uitrolde, was het een mooie verfvlek geworden. "Oh, wat mooi Hans, heb jij dat gemaakt?" zei ze tegen het jongetje dat aan het armpje vast zat dat zich uit schaamte los probeerde te maken uit de greep van de juf.

Toen ik weer thuisgekomen verontwaardigd mijn verhaal deed, over dat wij met die armzalige tekening stonden tussen kinderen met goudstaven, en dat ze daar toch wel even wat beter over had kunnen nadenken, was Linda's commentaar: "Ik ga echt niet voor een juffrouw van een ochtend in de week een cadeau kopen hoor! Bovendien had je haar toch even tien euro erbij kunnen geven? Koop er maar wat leuks voor?" En toen schoot ik spontaan in de lach, om kwart voor negen 's ochtends. En da's best ongewoon, nog vóór de koffie.

Mack’s eerste wet van diarree.

In deze voor mij lichamelijk licht ongemakkelijke tijd, bedacht ik vandaag tijdens een toiletbezoek Mack's eerste wet van diarree.

In formulevorm: A=wortel(S²/O)

Waarbij A staat voor afveegtijd en O voor ontlastingstijd, gemeten in seconden. S staat voor stuwkracht, gemeten in Newtonmeters.

Wat heb ik nu ontdekt? De tijd die men op het toilet doorbrengt is de som van de variabelen A en O. Hoe kleiner O wordt, des te groter wordt A. En andersom. Maar er blijkt steeds een logisch verband tussen die variabelen te zijn.
Een cijfervoorbeeld. Bij ernstige diarree is de benodigde tijd voor de ontlasting 3 seconden. S kunnen we dan afleiden door het gewicht van de ontlasting te delen door de wortel uit O. Dus stel 500 gr in 3 seconden heeft een stuwkracht van 500/wortel3 =288,67 nm. Nu hebben we waarde S gevonden, namelijk 288,67

A kunnen we nu afleiden door de vierkantswortel te nemen van het kwadraat van de stuwkracht gedeeld door de benodigde tijd voor de ontlasting. Ingevuld in de formule krijgen we: A=wortel(288.67*288.67/3)
A=wortel 27.777=166,67 We hebben nu aangetoond dat het afvegen na een ontlasting van 500 gr in drie seconden, bijna 167 seconden gaat duren.

Wat heb ik hiermee in begrijpelijke taal aangetoond? De benodigde tijd voor het afvegen neemt omgekeerd evenredig toe met de intensiteit van de diarree. Wat gaat dit betekenen voor de economie? Middels weegunits en stopwatches in het toilet kan aan de ontlaster worden getoond hoelang het afvegen gaat duren, en hoelang iemand zich op het toilet mag bevinden. Alle extra benodigde tijd die iemand op het toilet bevindt, zou men dan aan de ontlaster kunnen doorbelasten in de vorm van milieuheffing. Maar misschien zijn er nog wel belangrijkere voordelen te verzinnen.

Nutteloze gimmicks.

"Diaree dat is niet fijn, je reet staat in de fik en aan je kringspier heb je pijn." Zo begon een gedicht van een bekende dichter over diarree. En het klopt. Niet dat ik weet hoe het voelt om sambal in je bips te hebben, maar ik denk dat het dat gevoel wel benadert. Hans en Linda zijn ook aan de race. Zondag zijn we bij Yukiko geweest, maar dat schaar ik onder toeval, bovendien kregen we lekkere rijstevlaai.

Maar in elk geval, ik was er gisterenochtend op mijn werk licht ziekjes van. Zo ziekjes dat ik me niet meer kon concentreren en even naar huis ben gegaan om te slapen. Dat had ik tenminste gedacht. Mijn A.R. weigerde dienst. De startonderbreking zag mij voor een dief aan en belette mij het starten. Dus kreeg ik even de auto van mijn baas mee om thuis te gaan slapen. Waar vind je zo'n baas? Toen ik drie uur later weer terugkwam heb ik met de ANWB gebeld en gezegd: startonderbreking. Maar de mevrouw aan de lijn geloofde dat niet en vroeg of ik soms de lichten aan had laten staan. Nee, natuurlijk niet! Ik zeker!
Drie kwartier later kwam een wegenwacht mij te hulp. Wegenwachters zijn altijd vriendelijk. En ik kan het weten want ik heb een Peugeot gehad waarmee ik mijn wegenwachtabonnement er acht keer uit had. Alleen deze man twijfelde ook nog een beetje aan mijn gevoel voor autotechniek en ging de startmotor controleren. Waarschijnlijk een beginneling, maar hij was niet eigenwijs want daarna geloofde hij me.

Nou, een paar minuten later duwde ik zijn Golf voort middels een duwkabel, en ik heb hem richting mijn garage geduwd. En toen de monteur erbij kwam startte mijn auto gewoon weer. Maar ik hoefde mij niet te verontschuldigen want de ANWB meneer was mijn getuige. Nou, en toen heeft de monteur gewoon even definitief de startonderbreking eraf gehaald. Kwartiertje. Ja, wat heeft dat dan voor zin zeg, zo'n startonderbreking? Een beetje Pool doet het dan zeker in vijf minuten als een monteur het in een kwartier kan. Ik denk dat ik het alarm dan ook maar laat uitschakelen. Dat gaat toch alleen maar af als ik een raampje open heb laten staan, of bij dikke ijsvorming op de voorruit. Bovendien, geen hond vindt een autoalarm dat afgaat nog verdacht.