Een paar dagen voordat hij stierf riep mijn vader ons één voor één bij zich. Hij lag beneden op de bank en als een leeuw die zijn einde voelt naderen en de groep verlaat, vertelde hij dat hij naar het ziekenhuis ging en niet meer terug zou komen. Of hij verder nog wat zei weet ik niet meer, behalve dat hij vroeg of ik ook nog wat wilde zeggen, en dat ik dat niet kon op dat moment. En natuurlijk had ik wat willen zeggen, maar het ging niet. Het heeft me nog lang dwarsgezeten, dat moment, maar inmiddels denk ik dat het niet zoveel had uitgemaakt. Hij wist het waarschijnlijk toch wel. En anders weet hij het intussen wel, prent ik mezelf in.
Drie dagen later kwam mijn moeder thuis uit het ziekenhuis en vertelde ons dat hij was overleden. Een kind-vermorzelende actie was het van hem, om dood te gaan. En ik heb schade opgelopen maar ik ben er gelukkig al een hele poos weer, al kan ik dit vijfentwintig jaar later nog steeds niet schrijven zonder dat mijn handen trillen en zonder dat mijn ogen en mijn keel pijn doen. Een paar maanden later kreeg ik van mijn moeder een brief die hij aan mij gericht had. Vol met adviezen om ons in dit leven te helpen, want ik heb nu een idee hoe machteloos het moet voelen als je weet dat je kinderen het voortaan zonder jou moeten doen. Ik heb ze bijna allemaal opgevolgd. Vandaag zou hij 65 zijn geworden.
Boerensloot.
Ik zat gisteren in de trein van Rotterdam naar Utrecht en bekeek het voorbij glijdende landschap. Ofschoon ik niet van vlak hou, zag ik toch mooie dingen. Zoals brede sloten tussen de weilanden. Ik hou van boerensloten. Hoe het komt weet ik niet, maar ik vermoed dat het iets te maken heeft met mijn voorstelling van hoe de wereld er zestig jaar geleden uitzag. Zo begin jaren vijftig ongeveer toen alle sloten nog dichtvroren 's winters en je erop kon schaatsen. Maar nog veel mooier moeten boerensloten in de zomer zijn geweest, als de zeven kikkers kwaakten. En toen je er nog kon vissen zonder visvergunning, gewoon omdat nog niemand op het idee van een visvergunning was gekomen. Toen ik lichamelijk nog kind was, in de jaren zeventig, vond ik het al jammer dat die jaren vijftig voorbij waren. Ik had toen al het gevoel dat ik te laat was geboren. Ik dacht dat de vrijheid destijds nog veel groter moest zijn geweest, simpelweg omdat er meer ruimte was. Kun je nagaan in wat voor gevangenis ik nu zou zitten, was ik acht jaar geleden geboren. In vrijheid leven heeft niet alleen te maken met het regime dat aan de macht is. De vrijheid van een land moet afgemeten worden aan de mate waarin je 's zomers in het gras bij een sloot kunt liggen zonder dat je opgemerkt wordt.
Foto: Krijn Dijkema http://natuurlogboek.web-log.nl
Emanciplakband.
Kijk, het is natuurlijk allemaal heel mooi wat er bereikt is op het gebied van emancipatie. Natuurlijk is het mooi dat we tegenwoordig samen zwanger zijn en natuurlijk is het mooi, samen naar pufcursus. Een man achter de kinderwagen daar kijkt niemand meer raar van op. Wat zeg ik? Velen zullen niet eens weten dat er een tijd was dat mannen niet achter kinderwagens liepen. Sterker nog, dat ze helemaal niet bij de bevalling aanwezig waren. Die tijd is gelukkig voorbij en mannen zijn zachte, meevoelende, begripvolle, tere wezentjes geworden. En terecht! Niks mis mee. Ik gaf Tammar de fles midden in de nacht en ik breng haar 's ochtends naar de kinderopvang. Ik doe haar in bad en ik verschoon luiers. Leve mij! Maar nog nooit heb ik mij zo gelukkig gevoeld als afgelopen zaterdag, toen ik eindelijk weer een ouderwets klusje mocht doen, dat alleen voor vaders is weggelegd. Een oergevoel maakte zich van mij meester. Hans, mijn stoere jongen van vier, is de eerste in de buurt die zijn complete achterband aan gort heeft geslipt. De brandgaten erin! Ook de binnenband aan barrels! Uiteraard heb ik hem vermanend toegesproken want slippen mag niet! Nee, duhuh.. Een nieuwe binnen- en buitenband. Achterwiel los, ketting eraf, oude band eraf, nieuwe erop en alles weer piekfijn afgesteld daarna. Er kwamen oerkreten uit de schuur. Overwinningsschreeuwen. Dat moest even om mij uit te leven. Om dat duivelse testosteron weer in te tomen. Anders had ik Linda bij haar haren gepakt en mee de trap op gesleurd.
Bavaria City Race
Vandaag bij de Bavaria City Race in Rotterdam, kon ik met twee pitspoezen op de foto. Gratis, maar dan bij de tribuneprijs in. Ik heb nog even gedacht: "Zal ik het doen?" Het waren twee mooie jonge meiden in een blauw glimmend Bavariapak met reliëfletters op hun borst. En elke keer als ze poseerden met een man in hun midden toverden ze een prachtige lach tevoorschijn. "Nee," dacht ik. "Dat is geen gezicht. Ten eerste kan ik niet voor een foto lachen en ten tweede is ik het knap zielig, als bijna veertig-jarige met inhammen op de foto gaan met twee jonge meiden. Ten derde realiseerde ik me dat ik helemaal geen fototoestel heb.
Speciale dank aan de Finse WRC-coureur Jari nogwat, die niemand minder dan J.P. Balkenende naast zich plaats liet nemen en onze minister-president een gezicht liet trekken dat het midden hield tussen blij kijken en pure angst. Een beetje het gezicht dat ik zou hebben getrokken als ik op de foto was gegaan met de pitspoezen. Het was maar goed dat Balkenende vanavond niet meer hoefde te regeren.
Mack komt overal te laat achter (9)
En vandaag ontdekte ik wat er tegenwoordig allemaal mogelijk is met een mobiele telefoon. Ik heb zelf een Nokia die kan bellen en sms-en, maar een collega van me, een sympathieke, maar uiterst irritante meeloper die altijd het nieuwste van het nieuwste heeft liet mij zijn I-phone zien. Een apparaatje zonder knopjes met een touch-screen. Eigenlijk een laptop die kan bellen. Je kunt er een racespelletje op spelen en dan gebruik je het apparaat zelf als stuur. Je zit ongeloofelijk voor lul want iedereen denkt dat jij denkt dat je telefoon een stuur is. Verder zit er een werkend kompas op, en een agenda die alle afspraken doorzet naar je eigen pc. Navigatie en een track&trace-achtig iets dinges. Ik voel me gelijk zo'n hopeloos geval als ik zoiets ontdek. Nooit zal ik in staat zijn om te begrijpen wat er allemaal kan in de I-wereld. Uiteraard sprak de collega: "het is dat ik 'm nodig heb voor m'n werk, anders had ik hem ook niet." Ja, sommige mensen schoppen het ver. Als klap op de vuurpijl kon het ding muziek herkennen. Dat geloofde ik natuurlijk niet, maar hij demonstreerde. Ik mocht een nummer laten horen uit de computer en dan zou dat ding weten wat het was. Natuurlijk. Geloof je het zelf? Ik zocht een enorm moeilijk nummer en liet het hem horen. Een seconde of veertig later stond er op het scherm van het ding: (That's what you get) For lovin'me! – Elvis Presley. Met een afbeelding van zijne koninklijke hoogheid erbij. Hij liep triomfantelijk weg en ik bleef beduusd achter. Gelukkig zong Elvis door.
Het probleem met jongetjes… II
Vorige week donderdag heb ik de groene container, het glas en het oud papier aan de weg gezet. Vier keer moest ik heen en weer lopen, voordat alles weg was. Nu is de weg niet echt heel dichtbij, eerst een meter of twintig rechtsaf, dan een fietspad oversteken, nog een ander fietspad over, en dan ben je er. Mooi uit ons zicht. Één keer in de twee weken op vrijdag halen ze de troep op, de andere week is het de grijze container maar dan zonder glas en oud papier. Toen ik 's avonds de groene container weer ophaalde zag ik dat het oud papier en het glas niet was opgehaald. Dus wat doe je dan, je houdt jezelf voor dat ze het nog komen ophalen en laat het lekker staan. Vanavond zwoei ik even wat visite uit en Hans zwaaide mee. We liepen mee naar de parkeerplaatsen en ineens zag ik dat ons oude papier en het glas er nog steeds stond. En alleen dat van ons, want alle andere bewoners hadden dat van zichzelf al weer weggehaald.
Ik voelde me een beetje bezwaard, vooral omdat sommige bewoners daar net op de balustrade een sigaretje stonden te roken. Het was een ronduit asociaal gezicht dat papier, maar ik hield mezelf voor dat ik er niks mee te maken had. Totdat mijn oog ineens viel op een grote platgedrukte doos waar een Cars-racebaan in had gezeten. Die had ik vorige week bij het oud papier gedaan. Waar ik al bang voor was gebeurde. Hans zag de doos ook en liep er naartoe. Hij boog zich over de stapel papier en riep toen onvermijdelijk: "Hee, dat is mijn Cars-racebaan!" Zeker twee bewoners op de balustrade moeten het gehoord hebben.
En ik: "Oh, kijk nou zeg, ze hebben het papier niet opgehaald vorige week, nou ja zeg!" Dat zal papa zo maar eens even weghalen dan. Anders staat het er straks nog een week, ghè ghè. " En even later kwam ik aangereden met de auto om die troep eens even weg te halen. Want ja, zoiets laat je niet staan natuurlijk.
Het probleem met jongetjes…
Hans, daar hebben wij -maar vooral ik- wel het een en ander mee te stellen. Hij is een poosje geleden bij het consternatiebureau geweest en nu blijkt zijn voorhuid te nauw. Dus u raadt al wat het advies van de dokter was: in bad eens even een flinke ruk aan geven. Volgens mijn moeder heb ik hetzelfde probleem gehad toen ik klein was, maar ik weet het niet. Ik onthou namelijk bijna alles (in achterwaartse richting, niet in voorwaartse) en zoiets zou ik toch zeker nog geweten moeten hebben. Want ik weet nog dat huisarts Mulder mij mishandeld heeft met een speciale aambeientang toen ik een jaar of 9 was, en dat dokter Verhaak mij een spuit in mijn hoofd gaf (dat ging toen nog zo) omdat ik een gat in mijn voorhoofd had. En toen was ik drie. Dus hoe zou een dokter er bij mij tot bloedens toe een sjor aan gegeven kunnen hebben zonder dat ik me dat herinner? Volgens mij is ze in de war met mijn broer, maar goed.
Elke keer als Hans in bad gaat en ik denk eraan, zeg ik: "Hans, even nog de plasser." Ik heb met hem afgesproken dat als het zeer doet dat hij dan "au" zegt. De enige afspraak waar hij zich altijd keurig aan houdt. "AU!" als ik al in de buurt kom. Dus het resultaat is er nog niet, want ik heb angst om onherstelbare schade aan te richten. Maar waar ik het bangst voor ben, is als hij een keer ergens anders in bad gaat, dat hij dan vraagt of ze even aan z'n plasser willen zitten omdat dat van z'n vader ook altijd moet. Je moet er toch niet aan denken.
Cijfertjes
Ik ben van de cijfertjes. Niet zoals Frans54, want die rekent zijn eigen geboortedatum na tot 8 cijfers achter de komma, maar toch, ik kan er ook wat van.
Zo heb ik daarnet iemand behoed voor het feit dat hij zaterdag wilde vieren dat hij -samen met vriendinlief- 4300 dagen een stel was, terwijl dat zondag pas is. Is best belangrijk maar dat je je een dagje vertelt, dat kan gebeuren.
Maar waar ik wel over val dat zijn de mensen die trouwen op een bijzondere datum. 08-08-2008 ofzo. En dat vinden ze dan bijzonder. Als ze op 08-08-08 waren getrouwd, dan was ik het nog met ze ééns geweest. Je kunt je druk maken!
Laatst bijvoorbeeld, een stel trouwt op 123456789. Huh? Ja, om 12 uur, 34 minuten, 56 seconden op de zevende dag van de achtste maand van het negende jaar. Ja hallo! Zo lust ik er ook nog een paar. Je moet wel consequent óf van groot naar klein tellen, of andersom van klein naar groot. Dit is gewoon een willekeurig zootje bij elkaar geraapte eenheden die in de verkeerde volgorde zijn gezet. Want ze zijn natuurlijk gewoon getrouwd op 987123456 of op 563412789. Dus er klopt helemaal niks van! Nah ja, als je huwelijk maar leuk is.
Elvira
Het hele radio 1 interview zou mij waarschijnlijk ontgaan zijn als de presentatrice niet begon met zeggen dat er iemand speciaal van vakantie was teruggekeerd. Dat heeft altijd mijn aandacht, een belangrijk persoon die van zijn vakantieadres terugkeert omdat er een figuurlijke brand is. Want wat is het moment dat de vlammen te hoog oplaaien om vrolijk verder te gaan met je vakantie? Een moeilijke afweging. Ook is van belang of jijzelf belangrijk genoeg wordt geacht om terug te keren. Een kwestie van zelfkennis. Stel nu dat ik op mijn vakantieadres hoorde dat in Vaassen de kerktoren was omgeflikkerd en dat er een crisisteam werd samengesteld en dat alle notabelen van de gemeente daarin geacht werden plaats te nemen. Ja, wat doe je dan? Ik zou terugrijden om me bij de prominentenclub aan te sluiten. "Hallo heren, daar ben ik dan, u heeft waarschijnlijk op me zitten wachten?" "Bwahm!" (geluid van een voor me dichtslaande deur)
Zo ook mevrouw Elvira Sweet. Wie? Elvira Sweet. Mevrouw Sweet is voorzitter van de Stadsdeelraad Amsterdam Z.O. In haar stadsdeel hebben zich de afgelopen weken 13 schietincidenten voorgedaan. Ja, dat is de bloody limit. Dan zou ik ook terugkomen. Zeker als het toch komkommertijd is, alle bekende politici blij zijn dat ze een keer niet op de radio zijn, en jij nu een keer kans maakt. Heel Amsterdam Zuidoost vroeg zich al af waar ze bleef, die Sweet. Spandoeken hingen aan de muren; we need you, Elvira! Maar gelukkig, Amsterdams hoop in bange dagen stond klaar voor haar stadsdeel en keerde eerder terug van vakantie. Gelukkig was ze nog in Nederland, dat scheelde alweer. Eerst maar eens de radio bellen dat je speciaal van je vakantieadres bent teruggekeerd om je plicht te komen doen. Want ja, anders ontgaat zo'n nobele actie straks iedereen. Dat zou toch ook weer zonde zijn.
Wroeging
Een medewerker van de belastingdienst is ontslagen vanwege het (onder werktijd) per e-mail versturen van porno naar een vrouwelijke collega. Een andere collega is ontslagen wegens het frauderen met de aangifte van zijn schoonouders. Mag dit zomaar, vraag ik denkend aan artikel 1 van de grondwet? De rechter heeft de ontslagen goedgekeurd, maar moet dit niet gewoon betekenen dat iedereen die wel eens porno via de e-mailserver van zijn werkgever heeft verstuurd, of iedereen die wel eens belastingfraude heeft gepleegd, ontslagen moet worden? Ik zie niet in waarom dat alleen voor medewerkers van de belastingdienst zou gelden. Ik begreep ook nooit waarom je voor moord op Theo van Gogh levenslang krijgt en voor moord op een onbekende Nederlander, minder. Moet je op een onbekende Nederlanders soms dubbele moord plegen om levenslang te krijgen? Ik zou nog wel eens een onbekende Nederlander willen ombrengen hoor, daar niet van, en dan begraaf ik hem op een plek waar niemand zoekt. In de bossen naast de afrit Vaassen op de A50. Of op de bodem van het vennetje bij de afslag Westervoort. Niet dat ik het ga doen hoor, want je zult zien dat zo'n onbekendeling op slag bekend is een week na zijn verdwijning. Bovendien, dat DNA onderzoek van de politie zit me ook niet lekker. Vroeger kon je nog gewoon eens een dijk van een misdaad begaan maar tegenwoordig is één verloren huidschilfer al genoeg om je jaren later te ontmaskeren en je alsnog levenslang achter de tralies te doen belanden. En wroeging natuurlijk, dat weerhoudt ook.