In voor- en tegenspoed.

De plaatselijke braderie hier is een terugkerend element. Vraag mij niet naar de frequentie, want ik schaar kraampjes op het dorpsplein allemaal onder braderie. Ongeacht wat er in die kraampjes is te doen, of ter gelegenheid van wat ze er staan. En zodra er braderie is, gaan wij erheen. Ik met tegenzin en in de Fred Schuit modus, maar het is óf dat, óf spelbreker zijn.

De wandeling er naartoe voert steevast langs de apotheek, de molen, de huisarts en de speelgoedzaak en dan zijn we in de Dorpsstraat en slaan we altijd eerst linksaf langs alle kraampjes. De handelswaar ligt uitgestald en probeert een indruk van een bruisende markt te scheppen. Ik zeg probeert want het lukt niet. In vrijwel alle kraampjes verkopen ze troep. Leren riemen, portemonnees, kettinkjes, drie nederlandstalige cd's voor tien euro, oliebollen en wat goedkope kleding. Als we na tweehonderd meter tegen een dranghek aanlopen ten teken dat de braderie hier eindigt of begint, keren we om en lopen langs dezelfde kraampjes in de richting van het dranghek aan de andere kant. Op het punt waar we de straat zijn ingekomen hoop ik altijd dat we spannendere dingen tegenkomen maar ook díe driehonderd meter is het één en al droefenis. Leren riemen, portemonnees, kettinkjes, drie nederlandstalige cd's voor tien euro, oliebollen en wat goedkope kleding. Niet eens ergens een frisse verkoopster om de boel op te fleuren. Mannen met korte broek, een blouse met korte mouwen en hoogopgetrokken sokken. Zelfs twee vrouwen die ik herken als behoorlijke populaire meiden destijds bij mij op de Mavo zijn hun looks zo goed als verloren. Het verschil met de kraampjes op een zomerse vrijdag in het Franse dorpje waar wij vorige week waren kan haast niet groter. Elke keer als ik op de plaatselijke braderie loop kom ik dezelfde dodelijk saaie koppen tegen. Steeds maar weer. Ja, ik loop er zelf ook, ik weet het.

Péages.

Samedi, le 25-7-2009

Zaterdagochtend om tien uur vertrokken wij alweer huiswaarts. Twee weken vind ik ook wel lang genoeg. Dan heb ik het meestal wel weer gezien op zo'n camping. Het was geen officiële zwarte zaterdag maar ik had medelijden met de bestuurders aan de overkant die in een vierhonderdduizend kilometer lange file op de route du soleil stonden. Als dit geen zwarte zaterdag was, hoe moet een zwarte zaterdag dan wel niet zijn? Je gunt het je ergste vijand, dat hij in een file op zwarte zaterdag terecht komt. En dat hij de airco dan uit moet zetten om oververhitting te voorkomen.

Maar ook aan onze kant was het druk. Vooral bij de péages. Fransen zijn eikels dat ze de péages niet opengooien op zulke drukke dagen. Voor die paar rotmiljoen die ze per dag vangen. En je moet niet denken dat ze alle tolpoortjes opengooien hoor, welnee, gewoon een paar. En dan moeten 24 rijen auto's zich ineens door zes tolpoortjes wurmen. En als dat gebeurt verdwijnt elke beschaving uit de mens. Ieder voor zich, God voor ons allen. Maak je breed, rij alle gaatjes tot op een decimeter dicht en laat niemand er tussen. Want als je er één tussen laat wringt de complete rij van de gelukkige die je er tussen liet, zich ertussen. Wij stonden in een rij waarvan na tien minuten bleek dat hij niet recht op een tolpoortje afging, al leek dat wel zo. Dus ik moest me ergens tussen gaan wrikken. Gelukkig hebben wij een Fiat Station diesel van 10 jaar oud, casco verzekerd en daar hebben Fransen ontzag voor. Want wij malen niet om een krasje. Maar net toen ik mij positioneerde en een aanslag op een Renault Espace wilde uitvoeren gilde Linda dat er een poortje recht voor ons openging. Ik liet het toerental van de diesel oplopen tot 14.000 en liet de koppeling los. Als een F1 bolide katapulteerde ik op het poortje af. De rubberstrepen die ik achterliet waren zeker 15 meter lang. Een BMW naast mij probeerde als eerste het poortje te bereiken maar ik had de juiste lijn en ik was niet van plan te wijken. De BMW moest vol in de remmen om niet tegen het tolhokje aan te crashen. Ik moest vol in de remmen en kwam tegen de slagboom tot stilstand. Het ding werd licht ontwricht maar ik reed weer twee meter achteruit. De ambtenaar schudde zijn hoofd. Bonjoouuuurrrr, zei ik.

Later kwamen we nog een péage tegen waar ik hem nog eventjes kneep omdat ik honderd kilometer terug geflitst werd door zo'n Nationalistische Gendarme. En soms pikken ze je er dan bij de tolpoortjes uit, mag je een boete betalen en als je tegensputtert krijg je een rectaal drugsonderzoek. Maar dat viel allemaal mee. Waarschijnlijk krijg ik nog wel post van de Franse regering. En als je dan de hele dag gereden hebt, en je nadert Nancy en Metz, dan is het nóg zo'n zelfde klere-eind. Om half twee 's nachts waren we thuis.

Hallo allemaal! Ik ben er weer!

Zut alors!

Venredi, le 24-7-2009

Op de laatste avond van onze vakantie zouden we nog een keertje uit eten gaan. In het dorpje, geen vieze afwas en gezellig met zijn vieren. Er waren echter meer mensen op dat idee gekomen. De restaurantjes die we gezien hadden, hadden alleen nog binnen plaats, en om nu binnen te gaan zitten, daar hadden we niet echt zin in. Dus liepen we verder het dorpje in op zoek naar een restaurant. We hadden er al een paar gezien maar die zagen er niet aantrekkelijk uit, dus daar liepen we maar voorbij. Op een gegeven moment zagen we een twijfelgeval. Ik wilde wel, Linda twijfelde want er hing geen kaart. Het was kiezen, of nog twintig minuten wachten op een plek in een overvol restaurant, of hier en nu. Hier en nu.
Dat was een fout. Er was geen kaart want het menu stond al vast voor die avond, men kon slechts kiezen uit twee voorgerechten en drie hoofdgerechten. En het was allemaal niks.

Ik leg me iets makkelijker bij zo'n situatie neer dan Linda, voor wie het etentje verpest werd. Linda vond dan ook dat ik de serveerster even weg had moeten sturen zodat we konden overleggen. Maar weet ik veel hoe je een serveerster wegstuurt in het Frans als je op hete kolen zit! Beat le! Maar dat hielp niks. Bovendien, Linda is ook baas van de afstandsbediening dus dan moet je dit soort mannelijke klusjes ook kunnen klaren, redeneer ik. Maar nee, ik moest het doen en in plaats daarvan bestelde ik twee keer meloen met ham, een keer kip en een keer lam en een kindermenu. En het was allemaal niet om over naar huis te schrijven (alhoewel ik dat nu wel doe). En ze hadden geen mayonaise voor bij de frietjes, de asbak kwam niet zodat Linda haar peuk demonstratief in het lege colaflesje deponeerde. Maar het ergste was dat de sfeer weg was. Weg is eigenlijk niet het goede woord want er hing een grimmige sfeer en een donkere wolk boven Linda's hoofd. En met mij werd geen woord meer gewisseld. Alsof ik hier de schuldige was!

Zut alors!

Figurant.

Jeudi, le 23-7-2009

Het was warm, een graad of 30 en licht bewolkt. Hans en ik zwommen in het diepe. Hij met zijn duikbrilletje en zwembandjes en ik zonder verdere hulpmiddelen. We deden wedstrijdjes. Wie het eerst aan de overkant was. Hans hield zich aan mijn schouders vast en op een meter voor de kant liet hij los en spartelde naar de kant. "Ik heb gewonnen hè?" riep hij dan.
En het spelletje met de krokodil. Een paar kleine kinderen hadden een opblaaskrokodil en Hans en ik zwommen in blinde paniek weg. De kinderen vonden het prachtig en kwamen ons achterna. Al gauw vlogen er een stuk of vijf kinderen om en om door de lucht. Ik heb altijd een beetje angst om voor pedofiel te worden versleten als ik vreemde kleine meisjes in een zwembad boven me uit til en twee meter wegslinger. Hun moeder vond het geloof ik wel vermakelijk. Voor de zekerheid kwam ik af en toe uit het zwembad om te laten zien dat ik geen kwade bedoelingen te verbergen had.
Na een poosje viel mijn oog op een mooie moeder met een zwart-wit geblokte bikini. Een jaar of veertig en halflang donkerblond krullend haar. Ze maakte er in het zwembad nog een soort knotje van zonder elastiekje, dat vond ik nog zo knap. Ze was haar twee dochtertjes een paar zwemtechnieken aan het voordoen, en af en toe keek ik even in haar richting. Op zeker moment vertelde ze één van haar dochtertjes die op de kant stond, hoe ze moest duiken. "Die meneer daar deed het net heel mooi voor", zei ze tegen haar dochter en bedoelde mij. Vanaf dat moment gingen dingen vanzelf. "Zal ik het nog een keer voordoen? Let op hè, ik heb A en B!" riep ik uitsloverig. Voor ik het wist dook ik een fraaie duik. "Nou heb je het gezien?" vroeg de mooie moeder aan haar dochtertje. De dochter deed een hele behoorlijke duik voor een kind van een jaar of zes.

Het had verder niets om het lijf maar even later ging er een gedachte door mijn hoofd. Die vrouw wist precies dat ik de duik nog een keer zou doen als ze het handig bracht. Dat was helemaal niet spontaan, dat was vooropgezet. Die gedachte liet me niet meer los en toen gaf ik me er maar aan over.
Vrouwen met zwart-wit geblokte bikini's creëren hun eigen soap. En wie daarin een hoofdrol krijgt, en wie een figurantenrol.

Volmaakt

Mercredi, le 22-7-2009

Vandaag begaven vader en zoon zich naar Largentière toen de vrouwen hun middagdutje deden. We zouden naar het riviertje gaan dat door de kelder van het dorpje stroomt. Het riviertje is op de meeste plaatsen ondiep, variërend van 1 centimeter tot ongeveer anderhalve meter. Het krioelde er van de kleine visjes, waarvan ik het soort niet helemaal thuis kon brengen. John West volgens mij. Maar ze leken best veel op stekelbaarsjes. Op de diepere plekken zwommen wat grotere vissen, dat leken mij voorntjes. Gordons heten die in het Frans, als ik het mij goed herinner uit een Frans visverleden. Maar wij daalden de tien meter hoge trap af op zoek naar de slang die we daar die ochtend hadden gezien. Het zal denk ik een ringslang zijn geweest die ineens zijn kop tot twee keer toe op een halve meter afstand van ons tot bijna aan de oppervlakte stak. Daarna liet hij zich weer terugzakken in een stuk plastic waar hij kennelijk woonde.

Hans en ik hebben er bijna twee uur doorgebracht, lopend over de rotsen die in het riviertje lagen. Ik hield continue zijn pols vast zodat hij nergens in het water zou vallen. De slang hebben we niet meer gezien maar hier werd aan de vader-zoon relatie gebouwd. Twee uur ben ik hem voorgegaan naar de plekken die hij aanwees. "Hoe moeten we daar nou komen?" vroeg hij dan. "Volg mij maar, Hans," zei ik dan. Het was rond het middaguur en het dorpje was in rust. Alleen Hans en ik waren zichtbaar in de weer. Twee volmaakte uren werden toegevoegd aan mijn leven.

Je maintiendrai

Nog steeds lundi, le 20-7-2009

Wat mij het zwaarst valt deze vakantie is het feit dat ik anderhalf jaar geleden ben gestopt met roken. Vrij makkelijk stopte ik, met als goede motivatoren: geen stink uit je bek meer, geen stinkvingers, dieper kunnen ademhalen, minder maagzuur, enz..enz…
Maar zo 's avonds als we met z'n tweeën op de veranda zitten, ik met mijn standaard Kronenbourg en Linda met haar onvermijdelijke cola, en Linda steekt gewoon ongegeneerd een sigaretje op, dan heb ik het moeilijk. Het lijkt er gewoon bij te horen hier, dat roken. Du pain, du vin, et du fumer chez le stacaravan.

Franse dorpjes.

Lundi, le 20-7-2009

Franse dorpjes lijken allemaal op elkaar. Niet dat ze niet van elkaar te onderscheiden zijn, maar het is alsof de tijd er heeft stil gestaan. Huizen zijn nooit van bakstenen maar van muur gemaakt, en muren zijn van keien gemaakt. Voor Nederlandse begrippen staat de boel op instorten, maar hier in Frankrijk houdt het allemaal prima. Hetzelfde geldt voor de Renaultjes 4. De verkeersdrempelmafia heeft nog lang niet overal toegeslagen en je kunt er nog gewoon met je auto door het centrum rijden. En met het aanzicht van het centrum heeft zich nog geen ambtenaar bemoeid want het is een zooitje. Bakker, slager, telefooncel, garage, bank, autorijschool, postkantoor, en overal café's. De café's zijn hier ook 's ochtends belangrijk. Voor mensen die de krant komen lezen met een croissantje en koffie. En iedereen zegt elkaar bonjour en geeft elkaar een hand of twee kussen op de wang. Er hangt een overdosis sfeer. Ik ben jaloers op een Frans dorpje.

Frans

Dimanche, le 19-7-2009

Mijn Frans sluimert. Zes jaar Frans op school en vrijwel elk jaar naar Frankrijk op vakantie hebben er voor gezorgd dat ik mij best kan redden in Frankrijk. Ik begrijp het meeste wel maar het spreken in volzinnen, dat is lastig. Vooral omdat de kans bestaat dat Fransen terug gaan ratelen. Als ik gewoon beschamend Frans spreek dan doet de Fransman tegenwoordig zijn best om in het Engels terug te spreken. En dat gaat toch stukken beter. Omdat ik Frans best goed versta, denk ik ook dat ik het goed spreek. Dus ik stap zonder na te denken over wat ik wil zeggen in een restaurant op de ober af en zeg dan: Bonjour. Eh…eh…manger ici?
Merde! Is het nu zo moeilijk om even te vragen: "Bonsoir, est ce-que la cuisine ouvert deja? Et pouvons-nous attendre qu'une table soit libre?" Nee, zo moeilijk is het allemaal niet, maar doe het maar eens even als ongeoefende.

De Franse taal lijkt ook wel stabieler dan de Nederlandse. Termen die ik al jaren hoor: bonjour, salut, au revoir, d' accord, alors. In 1975 betekende dat: goedendag, hallo, tot ziens, dat is goed, ???.
In 2009 is dat geworden: hoi, hoi, hoihoi, top, ???.
Nu heb ik spijt dat ik niet iets beter mijn best heb gedaan met Franse les. Het zou toch mooi zijn als je gewoon wat minder haperend met Fransen kon communiceren.

Vakantieconversaties

Conversatie tijdens de afwas.

M: Oh jee.
L: wat is er?
M: Ik moet ineens enorm nodig naar de wc.
L: Moet je poepen?
M: Nee, drukken.
L: Fijn, wat moet ik met deze informatie?
M: Ik zou alles met je delen in voor- en tegenspoed, en ik heb het gevoel dat er nu enorme rampspoed aankomt.

Conversatie in de auto tijdens de beklimming van een col.

M: Volgend jaar doe ik mee met de Tour de France.
L: Hahahaha
M: Echt hoor!
L: Doe toch normaal. Jij zeker, met jouw conditie?
M: Mijn conditie is perfect en ik heb nog een jaar om te trainen.
L: Je hebt niet eens een fiets.
M: Wat doe jij eigenlijk in die drie weken dat ik de Tour rij?