De plaatselijke braderie hier is een terugkerend element. Vraag mij niet naar de frequentie, want ik schaar kraampjes op het dorpsplein allemaal onder braderie. Ongeacht wat er in die kraampjes is te doen, of ter gelegenheid van wat ze er staan. En zodra er braderie is, gaan wij erheen. Ik met tegenzin en in de Fred Schuit modus, maar het is óf dat, óf spelbreker zijn.
De wandeling er naartoe voert steevast langs de apotheek, de molen, de huisarts en de speelgoedzaak en dan zijn we in de Dorpsstraat en slaan we altijd eerst linksaf langs alle kraampjes. De handelswaar ligt uitgestald en probeert een indruk van een bruisende markt te scheppen. Ik zeg probeert want het lukt niet. In vrijwel alle kraampjes verkopen ze troep. Leren riemen, portemonnees, kettinkjes, drie nederlandstalige cd's voor tien euro, oliebollen en wat goedkope kleding. Als we na tweehonderd meter tegen een dranghek aanlopen ten teken dat de braderie hier eindigt of begint, keren we om en lopen langs dezelfde kraampjes in de richting van het dranghek aan de andere kant. Op het punt waar we de straat zijn ingekomen hoop ik altijd dat we spannendere dingen tegenkomen maar ook díe driehonderd meter is het één en al droefenis. Leren riemen, portemonnees, kettinkjes, drie nederlandstalige cd's voor tien euro, oliebollen en wat goedkope kleding. Niet eens ergens een frisse verkoopster om de boel op te fleuren. Mannen met korte broek, een blouse met korte mouwen en hoogopgetrokken sokken. Zelfs twee vrouwen die ik herken als behoorlijke populaire meiden destijds bij mij op de Mavo zijn hun looks zo goed als verloren. Het verschil met de kraampjes op een zomerse vrijdag in het Franse dorpje waar wij vorige week waren kan haast niet groter. Elke keer als ik op de plaatselijke braderie loop kom ik dezelfde dodelijk saaie koppen tegen. Steeds maar weer. Ja, ik loop er zelf ook, ik weet het.