Na mijn niet geheel tot tevredenheid afgeronde Knex-avontuur van laatst, bouwde ik vandaag met Hans zijn Lego familie 1 vrachtwagen in elkaar. Het was een klus van een uurtje of twee, maar het ging perfect. Alle tekeningen klopten, en alle onderdeeltjes pasten. Tijdens het bouwen liep ik over van enthousiasme. Ik speelde nog met de gedachte om meneer Lego zelf een brief te sturen waarin ik mijn bewondering zou laten blijken. Want deze formule 1 auto met Scuderia Ferrari stickers klopte tot in detail. Meneer Lego moet wel erg gek zijn met kleine kinderen om zulk fijn speelgoed te vervaardigen.
Nu was Lego ook het favoriete speelgoed van mij en mijn broertje. Wij hadden een ton vol. Zo’n kartonnen wasmiddelton met onderin nog kleine korreltjes wasmiddel die gedoemd waren om daar tot in lengte van jaren te blijven zitten. Wij konden alles maken van Lego. Zo hadden wij beide eens een auto gemaakt van zo min mogelijk onderdelen, slechts de meest noodzakelijke. De auto moest zo stevig mogelijk zijn omdat wij ieder aan een kant van de huiskamer gingen zitten en dan de auto’s op elkaar in lieten rijden. Wiens auto de meeste onderdelen verloor, verloor. Bovendien moest de auto daarna weer eenvoudig in elkaar gezet kunnen worden voor het volgende duel. Het leek misschien wat agressief, maar het was niet anders dan een stel leeuwenwelpen die met elkaar stoeien om zich spelenderwijs voor te bereiden op de harde toekomst.
Nou ja, dat laatste is niet gelukt, want de toekomst is onvoorspelbaar gebleken. Zou de toekomst alleen hard zijn geweest, had je je nog voor kunnen bereiden. Maar dat je later gevechten moest leveren met tegenstanders die hun ziel verkochten, nee, dat zijn geen dingen die een kind moet begrijpen. Een Formule 1 auto is eerlijk. Elk onderdeel draagt bij tot het sneller maken van de auto. En je wint slechts als je als eerste over de streep komt. Zo zit de wereld helaas niet in elkaar. Meneer Lego echter wel. Was iedereen maar als hij.
