We hebben het weer overleefd.

Irm Vanuit hier heb ik u (achteraf) op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen tijdens onze vakantie. Een superdeluxe maar desondanks spotgoedkope IRM. € 1100,- voor twee weken in het hoogseizoen inclusief eindschoonmaak mag toch te geef heten. Helaas stopt het niet bij de huurprijs. Wij zijn nu dus ook aan het eind van ons geld. Volgend jaar maar een all-inclusive hotel in Turkije. Echt iets voor ons. Dan blijft het ook bij de prijs die je vooraf hebt betaald, mits je binnen de omheiningen van het gevang blijft.

Ik zag op het journaal dat een derde van de Nederlanders op vakantie niet meer zonder internet kan. Ik dacht daar eens over na. Ik vind het altijd wel weer een uitdaging, vakantie zonder internet. Zal ik het weer overleven? Nou, ternauwernood hoor. Ik beef als een rietje, ik ben niet te genieten, lig de hele dag depressief in de caravan te stinken en ik drink constant bier, om het maar te kunnen vergeten. Ik begrijp ook niet hoe die mevrouw uit Limburg die in Spanje was verdwaald, zo lang zonder internet heeft gekund. En ze straalde gewoon weer, twee dagen later. Onbegrijpelijk. Als een terrorist de westerlingen echt wil treffen, valt hij de providers aan en legt internet plat. Tuurlijk, 11 september was erg, maar na een maand was u de berichtgeving erover toch ook wel zat? Om maar te zwijgen van het gezeur over de Tweede Wereldoorlog. Nee, internet vernietigd door terroristen, de hel kan niet erger zijn! Laten we bidden dat het nooit gebeurt.

De liftster

Vizille, Jeudi le 28 juillet 2011

Wederom was het geen zwemweer dus pakten wij de boel weer op en reden doelloos richting Briancon. Tammar vond het wel een goed idee, Bibison en ik vond alles wat op ‘zon’ eindigde wel prima. Briancon ligt 100 km verderop moet u weten en in de Zuid-Franse bergen is dat zeker twee uur rijden. We wisten niet eens wat we er gingen doen, maar de kinderen hadden hoge verwachtingen.

Gelukkig was er weer een kabelbaan waarmee je Mont Prorel opkon. Die was 2566 meter hoog al bracht de kabelbaan je maar tot 2360 meter. Toen we twee uur later weer naar beneden kabelden en bij de auto aankwamen vroeg ik mij af waar ik de parkeerplaats af kon. De slagboom waardoor we naar binnen waren gekomen ging ons er in elk geval niet uit laten. De kassa van de kabelbaan was dicht, dus daar kon ik het ook niet vragen. Na enige tijd zoeken vond ik de uitgang ondergronds. Ik gooide geld in de automaat en liep terug naar de auto en maande iedereen in te stappen. Toen ik naar beneden reed, de ondergrondse parkeergarage in vond ik de doorgang wel erg laag. Naast mij hoorde ik een opgewonden standje roepen dat het nooit ging passen. Ik stopte op de helling en Linda stapte uit. Het ging nooit passen, zei ze. We waren met dakkoffer zeker 15 cm te hoog en ik stond er nog 10 cm vanaf voordat ik de dakkoffer aan barrels zou rijden.

Dat werd een gevalletje hellingproef achteruit. Handrem erop, koppeling op laten komen en als je voelt dat hij pakt, handrem eraf. Ze hebben het mij destijds goed geleerd in Apeldoorn bij het spoor, die hellingproef. Ik reed achteruit en stond weer op de parkeerplaats. The bloody French! Het stond inderdaad bij de ingang, dat je maximaal 1,90 hoog kon zijn hier maar er hingen geen hoogtebeperkingslintjes, of hoe die dingen mogen heten. Het is een oude Franse militaire tactiek. Ze laten je erin, maar nooit meer eruit. Het is net zoiets als de Russen met hun tactiek van de verschroeide aarde. De dakkoffer moest er dus af. Een oude Nederlandse tactiek. Jezelf verlagen.

Zonder dakkoffer en zonder Linda reed ik de parkeergarage uit. De uitgang bevond zich aan de andere kant en ik reed een blokje om naar daar waar ik binnengekomen was. Daar monteerde ik de dakkoffer weer en ik herinnerde me ineens dat ik thuis een trapje had gebruikt, omdat die Nissanbus zo hoog is. Tien minuten later had ik het voor elkaar en we konden terug.

We waren Briancon nog niet uit of Tammar riep dat ze moest plassen. Geen probleem, gewoon even bij een parkeerplaats stoppen. Ik zag een leuke liftster langs de kant staan en zei hardop: “Ja meisje, ik had je graag meegenomen, maar we zitten vol.” Tweehonderd meter verder kwam de parkeerplaats en konden we Tammar laten plassen.

In mijn buitenspiegel zag ik de lifster met de blote benen aan komen rennen. Ik zei in lichte paniek: “Die lifster komt eraan!” Linda was Tammar nog aan het laten plassen en haalde haar schouders op. Maar tien seconden later vroeg ze of ze er nog steeds aankwam. Ik beaamde en Linda moest enorm lachen om mijn paniekerige hoofd. Van mij mocht ze mee, maar zoiets beslis je niet alleen. Gelukkig stemde Linda toe. In keurig Frans vroeg ze of ze mee mocht want ze moest boven op de Col de Lautaret zijn. Toen ze zag dat we Nederlands waren schakelde ze over op Engels, want ze bleek een Italiaanse te zijn. Isabella heette ze en had negen jaar in Grenoble gewoond en twee jaar in Brussel. Ze had zes uur gewandeld door de bergen en haar auto stond boven op de Col.

Ze nam plaats tussen Hans en Tammar en zei dat het mooie kinderen waren. Italianen staan erom bekend dat ze dol op kinderen zijn, net als de Walen. Toen we haar bij haar auto afzetten vroeg ze hoe je “thank you” in het Nederlands zei, en ze bedankte ons in het Nederlands. We reden verder en Linda begon weer te lachen om mijn paniekerige blik. Als een hulpeloos jongetje van 12 dat het even niet meer wist, zo omschreef ze het. Isabella startte haar Fiat Multipla en reed de Col weer af. Zou ze in de gaten hebben gehad dat we helemaal niet voor haar stopten? Ook in dat geval kan ik haar wel waarderen. Met een beetje lef kun je een eind komen. In dit geval boven op Col de Lautaret.

Grottes de Chorange.

Vizille, Mecredi le 27 juillet 2011

We reden naar les grottes de Chorange omdat dat een bezienswaardigheid is waar je naartoe kunt als het regent. Maar niet te hard, want dan zijn ze dicht. Het weggetje er naartoe kende een stijgingspercentage van 15%, steiler was ik ze nog niet tegengekomen, deze vakantie.
De grot is pas ontdekt in 1875 en dat vind ik niet verwonderlijk. De ingang ligt op 600 meter hoogte en in 1875 waren er nog geen wegwijzers die je vertelden dat er een grot was. Je krijgt een Franse gids toegewezen die je brengt in een donker hol vol met stalactieten en stalacmieten. Door het gegalm versta je geen moer van wat hij zegt. Deux millions ans, fragile, pas de flash, très important, dat was het wel zo’n beetje.

Nee, het is mooi zo’n grot, maar om er nu een uur rond te lopen terwijl de waterdruppels op je kop vallen is ook weer wat overdreven. Om het geheel wat spannender te maken was er hier een daar een stukje gekleurd glasplaat neergezet om de indruk te wekken dat dat muurschilderingen waren. Er was een draak in elkaar geknutseld en er was een aquarium met een paar kleurloze salamanderachtigen die als ik het goed heb begrepen, ooit in de grot leefden. Zes jaar geleden bezochten wij ook al een druipsteengrot. Als je er één gezien hebt, heb je ze allemaal gezien.

Nu weer verder in mijn spannende boek Tirza, van die krullenbol, en een glaasje van de goedkoopste wijn die ik zag staan. Vin de la Communauté Européene. € 0,95 ct per liter. Als het tegenvalt gooi ik het in de brandstoftank.

It is I, Leclerc.

Vizille, Mardi le 26 juillet 2011

De dag begon stralend. Ik belde even naar Nederland om mij ervan te verzekeren dat het daar regende. En om mijn broer te feliciteren met zijn verjaardag. Ik kocht in het dorpje een Telegraaf van maandag omdat ik wilde lezen over de Tour. Of Evans niet toevallig op de laatste dag uit het geel was gereden. Maar de Telegraaf berichtte over een bloedige aanslag in Noorwegen door een racist. Negentig doden en pas vier dagen later verneem je zoiets op je vakantie zonder internet. Verder lieten de beide Johnny’s, Hoes en Kraaijkamp, en Amy Winehouse het leven. Van die laatste werd de doodsoorzaak nog onderzocht, maar die wisten wij hier in Frankrijk dan al wel sneller dan in Nederland.

Ja, de dag begon stralend en daarom gingen wij naar het 10 minuten verder en hoger gelegen meer van Laffrey waar het bewolkt en koud was. Ik durfde de duik in het water niet aan, in tegenstelling tot Hans, l’Homme de la glace. Een uurtje later besloten we naar Grenoble te gaan, waar een kabelbaan je naar de Bastille voert. Bovenop de Bastille heb je een prachtig uitzicht over de stad waarvan ik mij al jaren afvraag hoe groot hij nu werkelijk is. Is het Apeldoorn of Rotterdam? Het kan in elk geval niet meer uitbreiden want de bergen er omheen beletten dat. Grenoble is een echte stad want er loopt een rivier doorheen. L’ Isere. Tevens wordt op rotondes flink gedrongen en gedreigd, en wel zodanig dat mevrouw Mack in een onbewaakt moment uitsprak: “ik ben blij dat jij rijdt.” Noteert u dat even? Dank u. Dat is andere koek dan: “mag ik even vragen waar je heen gaat?” of “ben je nu de weg al kwijt?”

Onvermijdelijk eindigde de dag bij McDonalds. Terwijl ik buiten zat keek ik naar de E. Leclerc aan de overkant. Ik herinnerde mij dat meneer de P. mij eens aftroefde met zijn weet van een supermarkt met 48 kassa’s. Ik wist dat het nu of nooit was. We gingen naar binnen en telden 55 kassa’s. E. Leclerc in Espace Comboire, Grenoble. Meneer de P., u bent aan zet.

Baraque a frites

Dat geloof je toch niet? In dit wonderschone Alpenland staat een Nederlander met een rood-wit-blauw-oranje geschilderde caravan friet te verkopen. Patat Guerre kon je er krijgen. Omdat wij laat thuis waren en het dan altijd makkelijk is om even een frietje te halen, deden we dat. Er stonden Nederlanders die je in je vakantie niet wilt tegenkomen. Wij dus. Maar die andere kaaskoppen die de Franse keuken niet waardeerden bestelden patatjes oorlog, frikandelletjes, kroketjes, kaassoufleetjes en alles waarop je de verkleinvorm kunt loslaten. Het ergste was nog dat degene die voor mij stond dat op teenslippers deed. Nog niet zo’n probleem maar hij had rotte teennagels. Nou, dan hoeft het niet meer van mij. Ik begrijp niet dat zo’n man niet even schoenen aantrekt. Alsof ik geen vakantie heb.
We vonden de friet allemaal smerig. Ik wist zeker dat we ziek zouden worden. Nee, het zou verboden moeten worden die frietverkopers vanuit caravans.

Baraque

De Alp d’Huez

Vizille, Dimanche le 24 juillet 2011

De Alp d’Huez is een Nederlandse berg. Echter geloof ik niet dat de Fransen daar zelf weet van hebben. Vandaag, twee dagen nadat de Tour hier voorbij kwam, was er weer een wielerwedstrijd. Voor de vorm volgde ik de aanwijzingen van de Police Municipale maar op, maar strikt genomen geldt hier de Nederlandse wet. Want hebben Gert-Jan Theunisse en Peter Winnen hier niet de etappezege op hun naam geschreven?

Wij beklommen de berg met de auto. Al snel was ik de tel van de bochten kwijt. Het wegdek stond volgekalkt met de namen van de renners, zelfs na de finishlijn nog. Eén stuk was compleet oranje. Het moet hier carnaval zijn geweest, twee dagen geleden. Het stijgingspercentage bedraagt 11% in het begin. 11 meter hoger in honderd meter afstand. De ene na de andere fietser beklimt de berg. Ik zag vrouwen omhoog gaan en verbaasde mij daarover, mevrouw Mack vond het belachelijk, dat ik mij daarover verbaasde.

Boven op de Alp namen we de stoeltjeslift. Die was gratis maar naar beneden gaan met de rodelbaan kostte € 3,- pp. Tammar mocht gratis. We deden de baan twee keer en de tweede keer was jammer dat de filmcamera niet liep. Want ik botste bovenop mijn voorganger, een klein Frans jongetje dat heel verontwaardigd keek. Qua hilariteit vergelijkbaar met die keer dat ik door mijn stoel zakte. Jammer dus, en dit jaar ook al geen zwembroekfoto terwijl ik weet dat dat toch is waarop u zit te wachten.

Voor Tammar kochten we een bolletjestrui en voor mij een tour 2011 T-shirt. Hans had al eerder de gele trui gekregen. Ik vond het te ver gaan om een “Alp d’Huez I did it” shirt te kopen al did ik het strikt genomen wel. Want ook met de auto is het een prestatie.

Op de terugweg naar beneden werd ik een paar keer ingehaald door een wielrenner die zich met doodsverachting naar beneden stortte. Ja, het is hier een opwindend stukje Nederland.

De tijdrit

Vizille, Samedi le 23 juillet 2011

Vandaag kwam de tijdrit van de Tour door Vizille. We liepen naar het parcours en kwamen terecht bij een afdaling waar we de eerste al naar beneden zagen suizen. Toen we dichterbij kwamen zagen we de snelheid en het spektakel pas goed. Om de twee minuten kwam er zo’n waaghals, zo’n kleine spierbundel met aerodynamische helm en ossenkopstuur met zeventig kilometer per uur naar beneden denderen. De opwinding die ik voelde bij het zien voorbijkomen was vergelijkbaar met de opwinding die ik voelde bij het zien voorbijkomen van een F1. Het ritueel was steeds hetzelfde; het fluitje van de Gendarme, dan een politiemotor met zwaailicht, daarachter de renner en dan nog één of meerdere (afhankelijk van de status van de renner) volgauto’s.

Aan het einde van de afdaling was een smal winkelstraatje waar de renners doorheen moesten. Het smalle straatje liep niet perfect in het verlengde van de afdaling waardoor de renners een klein knikje en een hobbeltje moesten nemen, maar er werd niet voor afgeremd. We liepen verder door het straatje en als er een renner voorbij kwam op niet meer dan een anderhalve meter afstand stonden we even stil. Een volgauto suisde op minder dan een meter langs ons. Het ging die middag allemaal goed.

Aan het eind van het straatje maakte het parcours een scherpe bocht naar links waarna een klim begon. De renners moesten hier afremmen zodat we ze goed konden zien. Hoogtepunt was Johnny Hoogerland die met geheelde wonden door de bocht kwam. Zijn kuiten waren donkerbruin en zijn littekens leken van lang geleden. Hij werd het hardst aangemoedigd van allemaal. Al voor dat hij in zicht was begon het geroep om Johnny. Het was fantastisch om mee te maken. Zo’n groot spektakel, zoveel politie, pers en helikopters en toch leek het een ongeorganiseerd zootje. Tussen de renners door liepen mensen over het parcours totdat het fluitje van de politie weer klonk en er weer een aankwam.

De besten hebben we niet meer gezien. De kinderen hadden het al zolang volgehouden. Terug op de camping keken we de rest van de tijdrit. T. Martin won op zeven seconden afstand, gevolgd door Evans. Andy Sleck werd uit het geel gereden. Morgen afsluitende formaliteiten in Parijs. Ik ben een tourfan geworden.

Alleen op vakantie

Vizille, Venredi le 22 juillet 2011

Tegenover ons heeft een man alleen zijn tent opgezet. Hij heeft twee fietsen bij zich, een racefiets en een tourfiets. Elke dag fietst hij naar de etappe van de dag om de tour van dichtbij te bekijken. Ik spreek hem af en toe even aan, en ik merk dat hij wat schuchter is maar dat hij de aanspraak toch wel waardeert.

Ik verbaas mij over de zelfredzaamheid van de man. Gisteravond kwam hij pas tegen het donker terug. Hij heeft een gemakkelijke stoel, een tafeltje, wat kaarsjes een lamp en een boek. Ondanks het late tijdstip kookt hij nog voor zichzelf op twee gaspitjes. Rijst, vlees, groente, fruit en een fles wijn staan op het menu. Hij doet zeker een uur over zijn eten. Een vrijgezel en een bon-vivant. Met bewondering sloeg ik het gade vanaf onze veranda. Ik vond mijzelf die ene keer dat ik alleen op vakantie ging een beetje zielig. Maar dat lag geheel aan mij weet ik nu. Mijn doel was om alleen op vakantie te gaan, voor hem is dat slechts het middel. Nee, hij is bepaald niet zielig.

De Tour de France.

Vizille, Jeudi le 21 juillet 2011

Bij de receptie, akwijl zoals de Fransen zeggen, staat ’s middags de televisie aan. Tour de France. Ik ging zitten en bestelde een 1664. Seize, noemen de Fransen dat. De Etappe ging van Italië naar de Galibier. Ik volg de tour niet echt maar dat wil niet zeggen dat ik er geen verstand van heb. Oké, ik wist niet wie er op dat moment in het geel reed en hoe groot zijn voorsprong was, maar dat is een kwestie van even netwerken.

Voeckler dus, en zijn voorsprong op de ontsnapte Andy Sleck bedroeg ongeveer tweeëneenhalve minuut. De onstnapte Andy reed echter op 4 minuten voor de gele trui. Op de Galibier begon Evans eraan te trekken en Voeckler volgde. Contador moest lossen maar het groepje met Evans en Voeckler liep in op Sleck. Andy Sleck won de etappe, zijn broer Frank werd tweede en Voeckler behield de gele trui nipt.

Nu had ik genoeg kennis opgedaan om morgen Alp d’Huez van deskundig commentaar te voorzien. Net zoals alle andere mannen die er zaten. Kennis is aanzien en dat vergaar je door wat cruciale feiten te onthouden. De Tour kent al net zoveel coaches als het voetbal.

Schat zoeken

Vizille, Mercredi le 20 juillet 2011.

Het begon wat regenachtig vandaag. We beginnen er al de balen van te krijgen. En dan zitten wij nog in een superdeluxe IRM, tegenover ons staat een gezin met een klein kind in een klein tentje. We hebben er respect voor, en ook wat medelijden. Maar nee, dank u. Zo’n klein tentje daar krijgen ze me niet gauw meer in, en mijn wederhelft al helemaal niet. Even later klaren het weer en de stemming op de hele camping op. Niemand vindt regen leuk op een camping.

We gaan naar een hangbrug bij Lac du Monteynard die volgens de borden 220 meter lang is en die afhankelijk van de waterstand, 45 tot 85 meter boven het water hangt. Die 220 meter geloofde ik wel, maar die 45 trok ik in twijfel. Meer dan 25 meter was het echt niet, maar goed, aan zulke twijfel heeft verder niemand iets. Ik weet het maar aan de regenval van de laatste dagen.

Het pad terug was een hele klim en voor kleine kinderen haast niet te doen. Ik nam Tammar op mijn nek, de rugzak op mijn rug en wist dat ik het zwaar ging krijgen, maar nu kon ik me niet meer laten kennen. Gelukkig kregen Hans en Linda het ook zwaar en wees ik ze een ander pad dat weliswaar niet naar de auto leidde, maar twee kilometer verderop uitkwam bij een lager gelegen parkeerplaats. Ik kon nu zonder neklast verder het steile pad op om ze dan later met de auto op te pikken. Zo kon ik toch zonder gezichtsverlies een belangrijke leidersrol blijven spelen, en voor een vader is dat zo nu en dan van levensbelang.

’s Avonds vroeg Hans of hij met Kalle mee mocht een schat zoeken. Er schijnen door heel Europa schatten verborgen te liggen die je door middel van coördinaten kunt vinden. Één van die schatten lag hier in de buurt volgens Kalle’s vader. Wij gaven Hans mee in Frankrijk met mensen die we amper een dag kenden. Hans dacht daar zelf al helemaal niet bij na en holde enthousiast naar Kalle’s tent, en wij spraken de zorg eigenlijk alleen voor de vorm even uit. Want als er ergens gevoelsmatig iets ook maar even niet klopt aan de situatie, geef je je kind niet mee.

Een uurtje later waren ze al terug. De schat lag aan de andere kant van de berg en de zon ging al onder. Morgenochtend nieuwe kansen.