Apart volk

We, Tammar en ik, moesten even wachten in de rij voor de bootjes in de Julianatoren. Voor mij stond een luidruchtige man. Ik sloeg er niet echt acht op, totdat ik me afvroeg waar ik dat accent van kende. Ineens zei hij luid: “dat moet je hem eens in z’n gezicht zeggen!” Het ging over mij. Zijn zoontje had mij aangewezen als slachtoffer om met z’n allen aan te vallen op het water. De bootjes konden water spuiten. Ik hoorde het mannetje aan en vroeg of hij wel goed kon zwemmen. De vader liet een bulderend gelach horen. Zijn vrouw kwam aanlopen en toen wist ik het: woonwagenbewoners.

Op het water werden wij inderdaad aangevallen door de bende. De mannetjes spoten ons nat. En onze boot was net gerepareerd, maar toch haperde de spuit soms. Maar met mijn hand in het water gooide ik een enorme plens water over een van de ventjes. Vanaf de kant begon een moeder hysterisch te gillen: “Hee, hij speelt vals,” en zij begon ons vanaf de kant te belagen op de zelfde manier. De andere mensen in de rij vonden het wel vermakelijk. Toen ik een ander ventje volplensde begon hij te huilen. Dat vind ik dan flauw, om als kamper te gaan huilen terwijl je halve familie aan de kant staat. “Pak, hem!” riepen ze aan de kant. Een andere vent riep me toe dat ze één grote familie waren. Ik antwoordde hem dat ik dat al gezien had. De vader in de boot zat nog steeds te lachen. Ach, het is maar water, zei hij tegen z’n zoontje dat wraak wilde nemen en vroeg of z’n vader mij in het water wilde gooien. Op de kant gaf ik het mannetje dat gehuild had even een vriendschappelijk tikje op zijn hoofd en vroeg of hij erg nat was geworden. Hij lachte alweer. Apart volk.

Heimwee

Heimwee, dat is een nare ziekte. Ik meen eens gelezen te hebben dat het pas ergens in de 19e eeuw voor het eerst werd geconstateerd door een psychiater. Iets met een soldaat die ziek werd en geen dokter die hem kon helpen. Hij werd depressief, viel af en kreeg ernstige lichamelijke klachten. Toen ze hem uiteindelijk op de trein naar huis zetten was hij halverwege de reis naar huis alweer volledig genezen. 93% van de Nederlanders schijnt er wel eens last van gehad te hebben. Ik heb er zelf niet zoveel last van, maar dat wil niet zeggen dat ik het niet zou hebben als ik ergens was waar ik niet weg zou kunnen.

Ik heb wel een ernstige vorm van heimwee naar vroeger. Maar ik weet niet of daar een woord voor is. Het is daarbij erg handig dat ik veel onthouden heb, zodat ik terug kan keren voordat ik ziek word. Aan de andere kant, zou ik die herinneringen niet hebben, had ik misschien ook geen “damalswee”. Soms kan ik een paar dagen wat somber gestemd zijn. Googleen naar tijden van weleer, ik kan me er een avond mee bezighouden. Dat helpt even, maar daarna wordt het alleen maar erger. Er is geen kruid tegen gewassen. Wat op zo’n moment helpt is lichamelijke inspanning. Liefst een wedstrijd. Die moet ik dan wel winnend afsluiten anders krijg ik weer last van het verloren-finalesyndroom. Op zo’n moment helpt alleen nog een schop onder mijn kont. Arschwee inderdaad.
Kortom, het is lang niet altijd gemakkelijk.

Met herinneringen is trouwens iets vreemds aan de hand. Met de mijne tenminste. Ik heb al vaker gemerkt dat ik een herinnering aan iets of iemand kan hebben, maar dat als ik dat iets of die iemand jaren later weer in gemoderniseerde versie tegenkom, het beeld van de oorspronkelijke herinnering vervaagt. Alsof je geheugen al die jaren zijn functie heeft vervuld, en nu weet dat het niet meer hoeft. Mij gedesillusioneerd achterlatend. Gelukkig keert het oorspronkelijke beeld ook altijd weer terug na verloop van tijd. Herinneringen, wees er zuinig op. Het zou wel eens het enige kunnen blijken wat een mens kan meenemen in zijn laatste jas.

Te huur

Mijn moeder werd op haar 38e ineens grijs. Of beter gezegd, wit. Nu had zij daar destijds ook alle reden toe, dus niemand nam het haar kwalijk en bovendien dachten sommigen dat ze haar haar blondeerde. Maar dat was niet zo. Nu ben ik 41 en de grijze haren komen er langzaam maar zeker door. Ik geef het nog een jaar of twee, en dan is het gebeurd. Alhoewel ik nog wel één hoop heb, want ik zag laatst een foto van mijn achterhoofd en constateerde dat het gedaan is met mijn kale plekje. Dus het is een wedstrijd tussen grijs en kaal. Het is triest mensen, het is triest.

Dus ja, nu het definitief voorbij is met mijn looks, ga ik me maar een beetje midlife gedragen denk ik. Dus dan gooi ik gewoon alle schroom van mij af en ga net doen of ik berust in de situatie. Alsof het leven ook nog harstikke fijn is als je bejaard bent. Oh, daar schoot ik ineens van midlife naar bejaard, dat is nu ook weer niet de bedoeling. Ik kan beter een voorbeeld nemen aan mijn opa van mijn vaders kant, dat is nooit een oude man geworden ondanks dat hij 91 werd. Bleef harlopen tot zijn ’80e en liep op de camping altijd in korte broek en groette alle Fransen met: messieurs-dames. Mijn andere opa, van moeders kant, aan wie ik mijn kaalheid te danken heb want verder komt het in mijn familie niet voor, bedankt nog, was ook altijd een charmante man, alleen zou die nooit in korte broek zijn gaan lopen. Die droeg altijd een stropdas en maakte grapjes. Dat deden ze trouwens allebei graag, mijn opa’s. De een wat subtieler dan de ander, maar scheetgrapjes deden het bij allebei goed. Da’s dan toch weer jammer. Daar hoef je bij mij niet mee aan te komen.

te huur

Goed, dan zet ik daar maar op in. Dat ik een charmante oude man word. Die graag een romantische foto van een verliefd stelletje verpest door er pontificaal voor te springen. U kunt mij huren.

De terugkeer van de bende.

Drie logjes geleden schreef ik met een omweg naar de boef over de film “Heat”. Tijdens de schietscène op straat zei ik nog tegen mevrouw Mack dat zoiets alleen in films gebeurt. Maar amper een week verder speelt de scène zich af in Nederland. Explosieven, automatische wapens, achtervolgingen, ontsnapt. Het zat er allemaal in. Hogeschoolcriminaliteit, noemde een politiewoordvoerder het. “Dank u,” antwoordde ik. Maar hogeschoolcriminaliteit of niet, ik denk dat de Bende van Nijvel terug is. Want waar heb ik dat ooit eerder gehoord, de politie opwachten en ze dan beschieten? Ergens begin 80-er jaren, in België. Dat is goed nieuws en slecht nieuws. Het slechte nieuws hoef ik niet uit te leggen maar het goede nieuws is dat de misdaden van de bende nu niet meer in 2015 verjaren, maar pas in 2041. En zo hoort het ook. Een zichzelf respecterende bende wil wel actief gezocht worden en wil niet hoeven teren op slechts verjaarde misdaden.

Willy Stähle

Ik keek “Andere Tijden” over Willy Stähle, een Nederlands wereldkampioene waterskiën van weleer, en destijds tevens een onwaarschijnlijk mooie meid. Na haar waterski-carrière liep ze in 1983 een dwarslaesie op bij een mislukte parachutesprong op vliegveld Teuge. Het ging daarna bergafwaarts met haar en in 2006 verdween ze uit het zicht van familie en vrienden. Het lukte een journalist haar op te sporen, maar Willy wilde niet meewerken aan een programma over of interview met haar. Ze leeft een kluizenaarsbestaan in Amsterdam. Uit respect voor zijn heldin van weleer besloot de journalist de kortstondige ontmoeting aan de deur niet in beeld te brengen. Hoe een leven kan verlopen.

http://s.nos.nl/swf/embed/nos_video_embed.swf?tcmid=tcm-5-985164

Beelden van zomers uit de jaren zeventig maken mij altijd weemoedig. In mijn jaren zeventig bestonden uitsluitend blije gezichten. 8 mm films lijken die indruk te bevestigen. Het leek een betere tijd. Het ratelen van de projector en het onscherpe, geluidloze beeld filtert alle ellende weg. Wat overblijft zijn blije gezichten en zomers, hete zomers.

Willy Stähle verdween in algehele anonimiteit. Haar buren hebben waarschijnlijk geen idee van wie ze was en vinden de aan rolstoel en huis gekluisterde vrouw misschien zonderling. Het is de vergankelijkheid van het leven, maar niet van de roem. Vergankelijke roem is voor B-artiesten en voor net-niet topsporters die na hun carrière elke gelegenheid aangrijpen om met hun gezicht op televisie te komen. Willy niet. Haar geval is triest, zonder de cynische ondertoon die het woord triest tegenwoordig heeft. Ik had nooit van haar gehoord, maar vanavond maakte ze een onuitwisbare indruk.

Veer

Het motregende en de lucht was grijs. Ik liep naar de auto omdat ik iets uit de bagageruimte moest hebben. Terwijl ik de klep open deed, vloog een reiger laag over. Hij verloor een veer. De veer draaide snelle rondjes maar bewoog zich langzaam naar beneden. Ik keek naar de veer en naar de reiger. Ook de reiger keek naar zijn zojuist geloste veer en even leek het erop dat hij met een ruime bocht zou keren om zijn veer terug te halen. Hij bedacht zich en vloog verder. De veer kwam langzaam mijn kant op. Als een precisiebom landde de veer een meter naast mij. Ik pakte de grote veer en zag de reiger in de verte verdwijnen.

De veer had mijn aandacht. Het is een mooi ding, zo’n veer, al is hij van een kleurloze reiger. De holle pen maakt het ding zo licht als een veertje en de weerstand die het geeft als je hem door de lucht beweegt; ik snapte ineens waarom zo’n zware vogel kan vliegen. Ik legde hem in de auto want zo’n op je lijf geschreven veer laat je niet liggen. ’s Avonds thuis had mevrouw Mack hem rechtop achter in haar haar gestoken zodat ze me een beetje deed denken aan Zilverslang, het zusje van Hiawatha. Het was overduidelijk mijn veer, maar ik heb geen indianenhaar waar een veer in blijft steken. Dat is jammer.

De omweg naar de boef.

Toen ik vrijgezel was, zo heette dat in die tijd, woonde ik ook in een vrijgezellenflatje. In het begin had ik geen computer en vermaakte ik mij met auto’s, televisie en video. Eens per week deed ik boodschappen en maakte ik schoon. Op zaterdag ging ik naar mijn broer en schoonzus, die woonden in Zwolle, en elke zaterdagnacht probeerde ik in recordtijd naar huis te rijden. Nu ging mijn Peugeootje niet harder dan 190 dus het kwam aan op het precies goed aansnijden van bochten en op het tactisch door rood rijden. Ja, het waren prachtige tijden voor de automobilist.

Maar dat was een klein zijspoor. Ik vermaakte mij dus veel met videobanden en ik was goed in opnemen. Ik had en heb nog steeds veel geduld, dus ik had prachtige banden vol met samenvattingen van WK’s, Olympische spelen, F1-seizoenen, voetballegendes, bokslegendes en natuurlijk films. En films, daar moest het naartoe toen ik dit logje begon. Want vroeger in mijn vrijgezellentijd snapte ik films. Ik keek en doorzag. En begreep ik iets niet, keek ik nog een keer.

Tegenwoordig kijk ik anders naar films. Hoe dat precies komt weet ik niet, maar ik hou mijn aandacht niet meer bij een film. Net zoals dat je in een boek soms leest zonder iets op te nemen. Op je horloge kijken zonder te zien hoe laat het is. Wat mij vooral opvalt in films is het logo van de zender die het uitzendt. Links staat het logo en rechts staat een getal. Ze irriteren mij, deze vormen van reclame. En het is overal, op welk net je ook kijkt, altijd staat er wel een logo. Nou ja, er is een belangrijke uitzondering: reclamespotjes. Die zijn logovrij en nog ouderwets op een volledig beeldscherm te bekijken. Maar goed, nu ben ik nog steeds niet waar ik heen wilde.

Waar ik dus heen wilde was de film Heat. Die hebben wij op dvd, dus logo- en reclameloos, maar gisteren werd hij uitgezonden. Ik besloot te gaan kijken en vond de film beter dan ooit. De absolute acteertop, Al Pacino en Robert de Niro zijn elkaars tegenspelers. Pacino politieman, De Niro de boef. De film is al anderhalf uur bezig voordat de eerste confrontatie tussen deze twee acteurs komt. En dan drinken ze alleen nog maar koffie en vertellen ze elkaar wat ze voor werk doen en wat zal gebeuren als de boef een misdaad begaat. De politieman zal de boef dan neerschieten, en de boef zal niet aarzelen om de politieman dood te schieten. Dit gesprek is de op een na mooiste scène in de film. Je weet gewoon niet voor welke van de twee ijzersterke karakters je moet zijn. De mannen mogen elkaar, want ze lijken op elkaar, alleen staan ze ieder aan een andere kant.

Op een gegeven moment begaat de boef de misdaad en maakt de politieman jacht op hem. Uiteindelijk treft de politieman de boef dodelijk en loopt op hem af. Als kijker weet je dat de boef niet meer zal proberen terug te schieten omdat het voor hem over en uit is. Hij is een waardige boef. Ze kijken elkaar aan en de boef zegt alleen: “ik zei je toch dat ik niet naar de gevangenis zou gaan?” De politieman knikt, en de boef steekt zijn hand uit. De politieman knielt naast hem en pakt zijn hand, de boef sterft. Ik was geroerd. Waren alle boeven maar zo.

Het moment is nabij

Het moment nadert langzaam, mensen der Nederlanden. Het moment waar u niet naar hebt uitgekeken, maar waarvan u al wel wist dat het ooit zou komen. Het verval begon in 2007, met de kredietcrisis. Kort daarop volgde de economische crisis en eigenlijk was toen al wel duidelijk dat we die niet te boven zouden komen. Tot nu toe stelde de crisis niks voor. Als hij niet in de krant had gestaan, had u er niks van gemerkt. Maar de Nederlandse banken en pensioenfondsen hebben voor 150 miljard euro aan leningen uitstaan in risicolanden. Dat Griekenland gaat is onvermijdelijk. Daarna volgen Ierland en Portugal, vervolgens Spanje en Italië. Er is dan geen houden meer aan, alle banken in Nederland vallen om en u bent u geld kwijt. De staatsgarantie van € 100.000 per bankrekening zal ook een wassen neus blijken. En de mensen die hoopten dat ze met hun 67e met pensioen mochten, gaan van een koude kermis thuiskomen.

Nee, het allerzwartste financiële scenario komt akelig dichtbij. De schuldigen van dit alles lopen nog grotendeels vrij rond. Nou ja, misschien moeten ze binnen de omheiningen van hun villa’s blijven, maar dat is het dan. Het geld is op. Deze crisis werd veroorzaakt door hebzucht, en daar is de mensheid al meerdere malen voor gewaarschuwd. Het is niet voor niks dat er in de heilige bijbel staat: wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op zijn neus. Dat staat in het oude testament, dictatorium vers 9:4. Volgens mij.

Hoe dan ook, chaos zal heersen. De tijden van winkels zijn voorbij en u zult weer uw eigen voedsel moeten vangen. Wee degenen die in de steden wonen. De luiaards van weleer zullen verhongeren omdat zij te slap zijn om te jagen. De heersers van nu raken uitgeheerst. De ijdelen en de hebzuchtigen zullen bedelend langs de straten zitten. Ja, de toorn van de allerhoogste heeft ons achterhaald. De geschiedenis van Sodom en Gonorroe zal zich wederom voltrekken.

Maar dan kom ik. Ik zal, gezeten op een wit paard, gekleed in witte broek en donkerblauw jacket met gouden biezen, het geheel smaakvol afgemaakt met zwarte leren laarzen en een donkerblauwe baret, in mijn linkerhand de leidsels, in mijn rechter een baton, ten tonele verschijnen om dit land uit het diepe dal te trekken en de schuldigen voor het gerecht te brengen. Tot mijn dood zal ik heersen over de lage landen, waarvan België en Luxemburg ook weer deel gaan uitmaken. Ik zal mij laten aanspreken met: wij groeten u, o grootmaarschalk Mack.

Tenzij Jan-Kees de Jager zijn werk een beetje fatsoenlijk doet natuurlijk. Dan gaat het hele feest niet door.

Bolleboos

Voor elk vak dat ik haal trakteer ik op mijn werk op gebak. Zo ook gisteren. Tijdens de lunch kwam het gesprek op mijn prestatie, en dat ze er wel van onder de indruk waren. Vervolgens haalde iemand een jongetje van 13 aan, dat met allemaal tienen voor het gymnasium zou zijn geslaagd. Mijn acht werd hierdoor al gedevalueerd naar een zesje. Toen ze er vervolgens achter kwamen dat ik tijdens het examen het belastingwetboek mag raadplegen, was alle respect weg. Daarna kwam er nog een opmerking dat iemand rechten ging studeren als hij verder nergens terecht kon, en was ik weer gewoon bij af. Ja, aanzien komt te voet en gaat te paard.

Maar dat jongetje op het gymnasium, dat had ik even gemist. Ik zocht op internet en kwam het verhaal tegen, alleen stond er niet bij dat hij met allemaal tienen was geslaagd. Dom volk, die collega’s. Kunnen nog geen krantenbericht fatsoenlijk overbrengen.

De 13-jarige jongen wordt beschouwd als een van de slimste kinderen ter wereld. Hij gaat studeren aan de TU. Wis- of natuurkunde en misschien wel allebei. Ik zou voor natuurkunde kiezen, want als je toch al zo slim bent heb je wiskunde niet nodig. En ik zou mijn iq even vergelijken met dat van Steven Hawking, zodat je van te voren weet of het zin heeft om bepaalde vragen die hij nog heeft, te gaan onderzoeken. Zo niet, kun je net zo goed rechten gaan studeren.

Teunis en Geurtje Heetmeijer.

Heetmeijers In de Julianatoren is een grot waar je goed kunt schuilen tegen de regen. In de grot woont het Veluwse echtpaar Teunis en Geurtje Heetmeijer. Als je op een knopje drukt vertelt een stem over het leven van de Heetmeijertjes. Ze zitten aan tafel en het warme eten is opgediend. Het zijn duidelijk gekookte aardappels met worstjes. De groente kan ik niet helemaal thuisbrengen. De hond ligt bij het echtpaar af te wachten of de baas hem ook een worstje toegooit. In de hoek ligt een kaas te rijpen en de muizen vieren feest. Op de achtergrond een Friese staartklok en op tafel ligt de statenbijbel.

Teunis heeft de hele dag op het land gewerkt en Geurtje heeft de huishoudelijke taken voor haar rekening genomen. Boter karnen, hout sprokkelen, vegen, eten koken, u kent het wel. En zo meteen stappen ze de bedstee in. Om de volgende ochtend het hele ritueel weer van voor af aan te herhalen. Dag in, dag uit. Ze zien er best tevreden uit. Ach, ze wisten niet beter. De wereld was niet groter dan een paar dorpen en vrienden bestonden nog niet. In die tijd was iemand al een vriend als hij geen vijand was. Ha, die vriendschappen van toen stelden niet veel voor. Nee, dan tegenwoordig! Ik heb vrienden die ik nog nooit in het echt heb gezien. Dat is toch wel even andere koek, Teunis en Geurtje!

Ik sta met Tammar wat in hun kleine huisje te kijken en ik vraag mij af hoe het kon dat die mensen met zo weinig tevreden waren. Geen internet, geen vakantie, geen auto, geen paprikachips en geen tv. Alhoewel dat laatste nog steeds veel voorkomt op de Veluwe zakt me bij de gedachte alleen al de moed in de schoenen. En ik heb dan nog meerdere paren, maar als Teunis dat gebeurde, stond-ie toch mooi te kijken. Maar Teunis en Geurtje zakte de moed niet in zijn schoenen. Hun leven was zoveel overzichtelijker.