Oh Heidelberg…

Gisteren heb ik in een Audi gereden. Mijn ex-collega Frits en zijn vrouw kwamen op bezoek en Frits doet het tegenwoordig goed. Hij vond wel dat ik geen ruggengraat had, omdat ik in zijn Audi wilde rijden, maar ik zei dat ik dat deed omdat ik laatst wel belangstelling toonde voor een andere ex-collega met een nieuwe Fiat (er worden daar sinds ik weg ben auto’s van de zaak uitgedeeld) en dat het dan lullig zou zijn als ik voor zijn auto geen belangstelling zou tonen. Dat het meer een soort beleefdheid was. Dat begreep hij en hij gaf toe dat hijzelf ook geen ruggengraat had omdat hij vroeger ook altijd Fiat’s reed, en ineens (toen ik mijn ontslag had ingediend) een VW nam. En nu dus een Audi.

Ondanks dat was het een fijn bezoek. Niet alleen omdat zijn vrouw erbij was, maar ik was ook blij hem weer een keer te zien en ik prees zijn positieve eigenschappen. Linda vond het gênant en verontschuldigde zich tegenover Frits; het was de drank. En inderdaad, een avondje verder vraag ik me ook af hoe ik daarbij kwam. Waarschijnlijk hetzelfde verschijnsel als dat je alle vrouwen mooi begint te vinden na een paar biertjes. Het is zo verraderlijk, alcohol.

Maar eerlijk is eerlijk, Frits is slim, humoristisch, heeft een grote algemene kennis, is muzikaal en ik ben jarenlang vreemd gegaan met zijn vrouw. Al biechtte ik dat laatste wel altijd netjes op, want tegenover vrienden moet je eerlijk blijven. Hij vond het dan ook niet zo heel erg want hij hoefde nooit naar huis te bellen om te vragen wat ze aten, die avond. Dat wist ik immers ook, dus vroeg hij het gewoon aan mij.

Topografisch is hij minder, maar je kunt niet alles hebben. Ik ga binnenkort een weekendje naar Heidelberg en volgens hem lag dat aan de Oostenrijkse grens. Zijn vrouw zei dat hij in de war was en dat hij zich vergiste, maar dat is een gevoelig punt, een man die door een vrouw wordt gecorrigeerd op het gebied van topografie. Hij verzocht mij eens op de kaart te kijken, want ik ga er dan wel heen, maar heb ook geen idee waar het ligt. Maar nee, niet aan de Oostenrijkse grens. Het zich daarbij neerleggen bleek lastig. Want zoals een echte Johan Cruijff trok hij de kaart in twijfel. En hij zette zijn overtuiging kracht bij door een lied in te zetten. “♫Oh, Heidelberg met je mooie grensstation!♫” Dat zongen ze echt niet voor niks, volgens hem.

De ster zonder allures.

Ik zat naar de lucht te kijken en zoals altijd zag ik de Grote beer. De Grote beer wordt ook wel de steelpan genoemd, maar de steelpan is slechts het uiteinde van de beer. Het einde van de steelpan is het einde van de staart. De Grieken hebben dit verzonnen, vandaar dat niemand de Grieken tegenwoordig nog serieus neemt. Vlak naast de tweede ster van de steelpan staat nog een ster. Je moet lang kijken voor je hem ziet. Hij verschuilt zich in het licht van de Grote beer, maar hij staat er ook elke avond. Ik vind dat sympathiek van die ster. Hij is wel een ster, maar heeft bepaald geen sterallures. Blijft netjes op de achtergrond maar is altijd paraat.

Toch vraag ik me af wanneer hij er een keer genoeg van heeft. Dat-ie bij zichzelf denkt: “en nu is het genoeg geweest! Ik wil ook wel eens op de voorgrond! En dat-ie uit het licht van zijn beroemde achterneef treedt en pontificaal in het midden van de steelpan gaat staan. En dat-ie de hele vorm van de steelpan verprutst. Het is een kwestie van tijd, lijkt mij. Misschien breng ik hem wel op een idee. Een ster die in het licht van een andere staat kan tenslotte nooit een grote ster worden.

Het verzoek is om bij de rode vlag te gaan staan.

Een jaar of tien geleden vermaakte in mijzelf wel eens met een videoband -dat is een harddiskrecorder maar dan zonder harddisk- met daarop een conference van het duo Waardenberg en de Jong. Ik moest er niet om schaterlachen, maar het duo had wel een eigen stijl, haalde halsbrekende toeren uit, moet regelmatig blauwe plekken hebben opgelopen en was geweldig om na te spelen met je collega’s. De band is een aantal collega’s langs geweest en daarna riepen we kreten als: “Het verzoek is om bij de rode vlag te gaan staan.” Dat begreep verder niemand, maar dat is ook niet belangrijk. Ik had niet de indruk dat het duo erg bekend was, maar ze hebben toch wel een aantal geweldige sketches achtergelaten. Als u zich eens verveelt achter de computer, moet u eens zoeken op youtube. Linda vond er niet veel aan, maar die vindt the New Kids dan weer leuk. Ik heb ze nooit gezien, maar iets zegt mij dat ik dat na vijf minuten wel bekeken heb. Linda legt zich wat makkelijker neer bij het feit dat smaken verschillen. Ik heb nog wel eens de behoefte iemand te overtuigen dat zijn smaak niet deugt.

http://www.youtube.com/watch?v=-5NiQMNGgmg&feature=related

Het belang van dodenherdenking.

Gisteren keek ik “The boy in the striped pyamas.” Het is een soort van traditie om op 4 mei een oorlogsfilm te kijken, net zoiets als dat je op 24 december een kerstfilm kijkt. Het verhaal in de film was goed, het realiteitsgehalte wat minder, en wat mij betreft hadden de karakters wel wat meer tegen elkaar uitgespeeld mogen worden. De echt doffe ellende werd aan de verbeelding van de kijker overgelaten, zodat je niet gelijk drie dagen van slag bent na het zien van de film.

Het is nog maar kort geleden, de Tweede Wereldoorlog. Nog geen 70 jaar geleden werden gigantische aantallen joden naar de gaskamers geleid, en slechts weinigen wisten op dat moment van het bestaan van de gaskamers af. Dat is tenminste wat ik denk. Pas na de bevrijding werd in volle omvang duidelijk welke verschrikkingen zich daar hadden afgespeeld. Voor zo’n beetje de ergste verschrikkingen ooit, zijn zeventig jaren niet eens zo lang. Ik krijg het slecht gerijmd; zeventig jaren zijn te bevatten, de verschrikkingen niet. Het ergste zijn de verhalen van de ouders met kleine kinderen, die zichzelf indien mogelijk graag hadden opgeofferd als zij daarmee hun kinderen konden sparen, maar zelfs dat werd ze niet gegund door de lage levensvormen in nazipakken. De kinderen moesten hetzelfde lot ondergaan, wat het voor de machteloze ouders nog veel erger maakte dan het al was. Er zijn geen woorden voor. De huidige onschuldige generatie schaamt zich nog steeds over hetgeen hun voorouders aangericht hebben. Het lijkt mij een prima idee om tijdens de nationale dodenherdenking eens een Duitser hierover te laten spreken.

Nu heb ik me wel eens afgevraagd hoelang de dodenherdenking nog door moet gaan. De dodenherdenking is zogenaamd voor alle slachtoffers van oorlogsgeweld sinds de Tweede Wereldoorlog, maar laat mij niet lachen. Zonder die oorlog zou die hele dodenherdenking niks voorstellen. Dodenherdenking ís de Tweede wereldoorlog. Nu is het zo dat de mensen die de oorlog bewust meemaakten, steeds schaarser worden. Je zou dus kunnen stellen dat er over een jaar of dertig niemand meer is die de oorlog bewust meemaakte. En je zou je dus kunnen afvragen of de dodenherdenking dan nog plaats moet vinden. Ja, dat zou je je kunnen afvragen.

Persoonlijk denk ik dat de dodenherdenking en de verhalen over de verschrikkingen ons behoeden tegen herhaling. Dat elk jaar iedereen weer even met zijn neus op de feiten wordt gedrukt. Dat je, al is het maar even, je realiseert dat er geen soldaten in de straat lopen. Dat is toch belangrijk, ondanks het zootje dat we van de vrijheid maken. Zolang er dodenherdenking is, zal een nieuwe Adolf geen gehoor bij een meerderheid vinden. Als de doden niet meer herdacht worden, zal het beeld van de verschrikkingen vervagen en krijgen ze opnieuw een kans. Ja, zo zit het volgens mij.

Moederdagtip!

Nu is het wel zo dat mensen als ze ouder worden, over het algemeen milder worden. En ik weet niet of het een met het ander te maken heeft, of dat men gewoon milder wordt doordat de tijd verstrijkt. Er zijn mensen die zijn zo stronteigenwijs dat ze nog steeds dezelfde theorie aanhangen als toen ze 18 waren. Maar dat is denk ik tegen beter weten in. Nu is het helemaal niet altijd leuk om te ontdekken dat je milder bent geworden, want waar moet je met je frustraties naar toe?

Vroeger dacht ik veel meer zwart-wit. En dat was handig. Want je hebt altijd een oplossing bij de hand. Niet dat je het probleem ook oplost, maar je weet in elk geval wel wat er moet gebeuren. Dus alles wat afweek, kon je gewoon veroordelen, nazi-style. Maar die tijd lijkt voorgoed voorbij. Nu moet ik zo nodig wikken en wegen, een besluit nemen en kiezen uit het beste van twee kwaden. En excuses maken aan degene in wiens nadeel je het besluit nam. Het schiet voor geen meter op. Ik zoek naar de goede eigenschappen van een mens, terwijl de betreffende mens toch overduidelijk slechte dingen deed.

Dus nu is het kijken naar welke kleur het fietsje had in plaats van de doodstraf uitdelen. En daar baal ik van. Want het indelen in hokjes maakt de boel wel stukken overzichtelijker. Hoe kom ik hier nu allemaal weer op? Nou, ik herinnerde mij een bepaalde reclame waar ik frustraties van kreeg. De 18-jarige in mij wilde hele nare dingen doen met de mensen in de reclame. Echt dingen waarvoor je de gevangenis in gaat. Niet echt natuurlijk, maar de agressie die soms kan ontstaan! En nu kan ik daar dus niks meer mee. Het is een frustratie. Een milde weliswaar, maar hij kan er niet uit. U wilt misschien wel weten over welke reclame het ging. Nou, het was een promotiefilmpje voor het volgende groepje. http://www.youtube.com/watch?v=keTBWk1VRFE&feature=fvwrel Moederdagtip!

Afbreuk aan de complottheorie.

Ik ben gek op de complottheorie. Onvermijdelijk zullen ze de kop op steken als er geen bewijs wordt geleverd van de dood van Osama Bin Laden, dus dat wordt smullen. Vroeger toen ik klein was bestond er geen complottheorie. Alles wat je te horen kreeg was waar of gelogen maar complotten kwamen simpelweg niet in het woordenboek voor. Een goede complottheorie werd onderzocht door een journalist, of door een geleerde die een bepaalde bewering in twijfel trok, en die daarvoor geen bewijzen maar duidelijke aanwijzingen had. Uiteraard mocht het motief ook niet ontbreken. Ik weet dat er onder mijn lezers in elk geval één is die niet gelooft dat de Amerikanen op de maan zijn geweest. Hij is niet gek, integendeel. Zijn argumenten zijn plausibel, zijn beweringen gingen niet over één nacht ijs en zijn niet zomaar te ontkrachten. Ik vind dat mooi, maar ik geloof er niet in. Ik weet zo één-twee-drie ook geen enkel geval van een complottheorie die later op waarheid bleek te berusten. De hardnekkige gelover denkt nu bij zichzelf: “nee, logisch, de CIA heeft alle sporen gewist en degenen geliquideerd die de bewijzen in handen hadden.”

Zo blijft de theorie mooi in stand. Ik hou daar wel van. Mooie voorbeelden van complottheorieën zijn de in scène gezette dood van Elvis, de echte dood van Paul McCartney, de crash van een vliegende schotel bij Roswell en natuurlijk de moord op JFK. Voor een goede complottheorie heeft men een goede inlichtingdienst nodig. De bende van Nijvel is er ook zo eentje. Ook dit zou het werk zijn van hooggeplaatste politici. Ik heb mijn hoop er een beetje op gevestigd, dat deze nog eens ontmaskerd worden. België is tenslotte het land van de ongewenste mogelijkheden.

Wat ik wel jammer vind is de afbreuk die er tegenwoordig aan de complottheorie in het algemeen gedaan wordt. Tegenwoordig is er geen journalist, onderzoeker, motief of aanwijzing meer nodig. Een simpele uitspraak van een simpele ziel is voldoende. “Let op mijn woorden!” Of, “dit gaat nog een staartje krijgen!” Natuurlijk, voor de simpele ziel is het prachtig dat hij aandacht krijgt, want kennis is aandacht, maar ik blijf het jammer vinden van de afbreuk. Gelukkig hebben we ook nog de legendes, zoals de Bermudadriehoek en het monster van Loch Ness. Eigenlijk ben ik gek op alles met gebrek aan bewijs. Want zonder bewijs, ga je vrijuit.

Osama Bin Laden

Osama was de door Amerika meest gezochte man. Ik hoorde voor het eerst van hem ergens in de jaren ’90 doordat hij in een film als terrorist werd genoemd. Toen stond hij nog niet op één trouwens. Ik vond het knap dat hij al die tijd uit handen van de Amerikanen wist te blijven. Knap omdat er, zeker na 2001, alles aan gedaan werd om hem te pakken en hij zich toch zolang schuil wist te houden. Doorgaans als ik een overtreding bega, staat er hier dezelfde middag al een agent op de stoep. Ik vind dus ook dat de CIA zich nu bezig mag gaan houden met het opsporen van de Bende van Nijvel. Want de Belgen laten de zaak gewoon verjaren. Er staat potverdorie nog maar één onderzoeker op deze zaak.

Wat ik opvallend vond aan de liquidatie van Osama Bin Laden was dat ze hem mede op het spoor kwamen doordat er vanuit de villa waar hij verbleef, geen mobiel telefoonverkeer werd gepleegd, en er in dat huis geen internet was. Dus de dingen die hem konden verraden, en die hij vermeed ter voorkoming van zijn ontdekking, werkten juist in zijn nadeel. Ik vind het een knap staaltje intelligence. Als je wel internetsporen achterlaat, of mobiel belt, ben je haast onvindbaar in de radiogolven waarmee het luchtruim van de wereld tjokvol zit, als je het niet doet, ben je verdacht. Mijn buurvrouw heeft vandaag haar hyves-account gedelete. Ik zal haar eens gaan schaduwen.

Puur.

Het nieuwste uitlaatsysteem van Mercedes is een interactief systeem. Met een druk op de knop kun je het geluid regelen. Je kunt kiezen tussen ‘sport’ en ‘coming home’. De sportstand maakt van de auto een brullend monster, en de coming-homestand maakt hem een fluisterstille luxe cruiser. Mercedes doet hiermee opnieuw een gooi naar de titel van meest patserige auto van Duitsland, een wedstrijd waarbij Mercedes, Audi en BMW om en om met de titel aan de haal gaan. De Mercedes bestuurder kan nu, in zijn eigen woonomgeving, of wanneer zijn hoofd niet staat naar herrie, lekker rustig thuiskomen zonder dat de rust in de welvaartsbuurt ruw wordt verstoord. Zodra de bestuurder zijn eigen wijk uit is, kan de sportstand aan.

De zoveelste vruchteloze aftroefpoging uit Duitsland. BMW maakte een I-drive systeem waarbij de bestuurder kan kiezen uit 16 verschillende dempingstanden, en een knop waarmee hij nog 100 extra pk’s uit te motor tovert. Dat soort keuzeknoppen behoort niet in een auto. Het haalt de puurheid eruit en leidt de aandacht van de koper af van het gebrek aan rijbeleving. Die 100 pk extra wil je altijd, net als het racegeluid uit je uitlaat, en als je dat niet wilt ben je of te kaal, of te dik voor die auto.

Gisteren stonden er een aantal prachtige, goed onderhouden klassiekers op het Ireneveld in Vaassen. Een handvol Spitfires, glimmend in de lak, kap open en uitnodigend. Een Ford Mustang convertible met oceanen van ruimte, een Maserati Biturbo spider, een Audi (ur)Quattro, een Alfa 1750 en meer begeerlijk spul. De auto’s straalden eenvoud en geluk uit. Een dikke, kwaadkijkende, vol met opties behangen Duitser had zichzelf hiertussen zeker belachelijk gemaakt. Net als zijn bestuurder die tegenwoordig eerst twee minuten bezig is zijn auto optimaal in te stellen voordat hij weg kan rijden. Nee, ook autoliefde is niet met geld te koop. Nou ja, misschien wel, maar dan heet het ook gewoon prostitutie.

Marktplaats

Linda had een schommel op Marktplaats gezet. Een schommel voor de allerkleinsten waar Tammar al uit aan het groeien was, en die behoorlijk in de weg stond. We kregen hem toen Hans eén werd, en toen we nog gras in de tuin hadden. (zie archieven exact zes jaar geleden) Later kregen we tegels en lieten de enige boom die onze tuin sierde, kappen. Beton, zon en een tuin op het zuiden, het is een mensonterende combinatie. Op tegels werkte die schommel niet echt, want hij ging lopen tijdens het schommelen. Tenminste, als je zo hard wilt schommelen als Tammar. Had hij nog op het gras gestaan, kon je hem met haringen vastzetten. Maar goed, hij stond dus op Marktplaats en vanaf dat moment ging Tammar de schommel ook intensiever gebruiken. Ze ruiken het, die kleine doerakken.

“Tegen elk aannemelijk bod,” had ze erbij gezet. Niet lang daarna bood iemand 20 euro. Linda wilde daar niet mee akkoord gaan, kraakte de schommel nog wat af en deed een tegenbod van 10 euro. (ik verzin dit niet) Goed, na lang onderhandelen kwamen ze hem gratis afhalen. Of we hem dan nog anderhalve week wilden bewaren, want met koninginnendag zouden ze in de buurt zijn en of ze hem dan konden ophalen. Welja.

Gisterenavond, toen de kinderen al op bed lagen en het bijna donker was, begon ik met het demonteren. De moertjes gingen uiteindelijk wel los, nadat ik mijn om-de-hoek-sleutel had gevonden, maar het uit elkaar trekken van vier ijzeren buizen die al vijf jaar in elkaar zaten, was lastiger. Gelukkig heb ik veel kracht in mijn armen en na wat oerkreten in het donker had ik ook dat voor elkaar.

Vanochtend, Tammar loopt de tuin in, rent naar de schommel en roept: “Eééé!! Mijn sommel is pot!! Wil je’m (ze heeft gisteren ook de bruiloft gekeken) eve maken, papa?” Ja, dat doen kinderen. Nooit kijken ze er naar om, totdat het besluit is genomen om het weg te doen. Mijn nichtje Jasmijn zeurt al vier jaar elke dag aan mijn zus’ hoofd dat ze Bob zo mist. (Onze rode kater die we gered hebben uit het liefdeloze huis van mijn zus.)

Even later arriveerde een aardige vrouw voor de schommel. Ik hielp haar de schommel inladen in hun Fiat Doblo met nog draaiende motor (er lag een tweeling in te slapen en haar man was bang dat die wakker zou worden als hij de motor afzette) en ze leken er blij mee. De vrouw had zelfs nog een bosje bloemen bij zich voor Linda. Kijk, op die manier kun je nog eens wat weggeven. Een blij gezicht opent alle harten, hing er vroeger bij mijn oma op de wc. Tammar stond er wel wat beteuterd bij te kijken, vond ik.

Verborgen leed.

Mijn oma (1917) komt zo langzamerhand op het punt dat ze naar een verzorgingshuis moet. En dat wil ze niet. Het is een van de laatste angsten in haar leven, maar ook dat blijft je niet bespaard. Wij nemen hier in het Westen eenmaal geen ouders in ons huis op terwijl dat vroeger toch een van de belangrijkste redenen was om veel kinderen te krijgen. Het Westerse leven is er niet op ingericht, en daarom moet je aan het einde van je leven nog een vernedering doorstaan. Ik heb wel met haar te doen. Linda was gisteren bij haar op bezoek en zij merkte net als ik dat ze dingen meerdere keren vertelt. Soms vijf keer in een half uur. Terwijl zij toch altijd bekend stond als iemand met een uitzonderlijk goed geheugen.

Het lijkt mij ook drama, een verzorgingshuis als je oud bent. Het lijkt mij sowieso een drama om oud en afhankelijk te zijn. Afhankelijk van bezoek, van de verpleegster, van alles. Ik kan me in de verste verte niet voorstellen dat ik straks samen met u in een bejaardenhuis zit, en dat we liedjes zingen in de gemeenschappelijke ruimte. “Kom op meneer Mack, zing eens gezellig met ons mee!” Dat blijft je in elk geval bespaard als je op jonge leeftijd overlijdt, maar een echt alternatief is het niet. Vaak denk ik er over na hoe onomkeerbaar het proces is. Op een gegeven moment kun je niet anders dan constateren dat je stokoud bent en dat je in de extra tijd zit. Dat lijkt mij heel vreemd. Een hoofd vol ervaring en herinneringen aan dingen waar je nooit meer naar terug kunt. Mijn oma is de laatste nog levende van al haar broers en zussen. Ook dat is iets wat ik niet kan bevatten. Maar misschien werkt het anders in je hoofd als je oud bent. Het zal haast wel, want ook iedereen die oud wordt gaat zemelen, ongeacht hoevaak men zich in zijn of haar jeugd heeft voorgenomen niet te gaan zemelen.

Mijn andere oma, die in 1997 overleed, sleet de laatste vijf jaar van haar leven in een bejaarden/verzorgingshuis. Wij kwamen ’s zondags op bezoek en we zwaaiden nog een keer als we weer weggingen en langs haar raam reden. Altijd huilde ze als we kwamen en weggingen. Weer een week wegkwijnend in eenzaamheid. Eigenlijk is het een grote massale mishandeling van bejaarden, wat er hier in de beschaafde wereld gebeurt. En oh wee als je niet meezingt.