De stoelendans.

Ik heb het niet, het opeisvermogen. Het komt mij hoogst onbekend voor. Mooie dingen komen vrijwillig en als je ze moet opeisen dan verdwijnt het vermogen om ervan te genieten. Ik vind het heel raar dat in onze hoofdstad mensen plekken opeisen om hun troep te verkopen. Nog veel raarder vind ik het dat het verkopen ze ook daadwerkelijk lukt. Maar in eerste instantie vind ik het raar dat stukken openbare weg al dagen van te voren worden opgeeist. Ik vraag me af wat de eiser eraan denkt te gaan doen als iemand anders daar een kleed neerlegt om zijn afval te verkopen.

Ik heb het ook bij de Donalds, als ik een plek bezet moet houden. Ik doe het vanwege Linda, maar ik ben in mijn hoofd aan het zoeken naar het wetsartikel dat mij het recht geeft acht stoelen bezet te houden als ik er alleen zit. En wat ik er aan denk te gaan doen als een tokkie zonder nek – er komen voornamelijk tokkies zonder nek bij de Donalds- mij kwaad aankijkt als ik zeg dat de stoel al bezet is, en hem vervolgens gewoon meeneemt? Kijk, bij een kinderstoel voor Tammar zou het me nog lukken, dan moet ik immers opkomen voor mijn kind, en daar is geen wetsartikel voor nodig. Dat begrijpt iedereen.

Het begon al met stoelendansen op de kleuterschool. Een naar spel. Een stiekem spel ook. Een spel waarbij het eigenbelang hoogtij viert. En de valse opluchting die je voelde omdat het je gelukt was een stoel in te kwartieren, terwijl een ander kind teleurgesteld moest afdruipen. Badhanddoeken, ligstoelen en Duitsers. Dat zijn de perfecte ingrediënten om je zelf te harden in het spel dat dagelijks leven heet. Je moet er een beetje schaamteloos voor zijn. Misschien is je waardigheid niet zo belangrijk voor je.

Vanochtend hoorde ik dat er een patroon ontdekt was in de schadeverzekeringsclaims. Op het moment dat er een nieuwe versie van een I-… op de markt komt, verliezen of beschadigen ineens opvallend veel mensen hun oude. Ik wed dat die vroeger altijd de stoelendans wonnen.

Raadplicht.

Gisteren was er een minuutje waarin ik even zat na te denken over het waarom van mijn weblog. En ik wist precies het antwoord. Het is een uiting van mijn enige vorm van creativiteit, en creativiteit moet eruit. Dat moet je niet opkroppen. Kijk maar naar degenen die wel heel goed zijn in webloggen, maar het desondanks nooit hebben gedaan. Dat zijn echt levensgevaarlijke individuen. Ik noem een Adolf Hitler, een Idi Amin, een Pol Pot, om maar even het maatschappelijk belang van webloggen aan te tonen.

Er is echter wel een probleem. En dat is het geheugen. Nou, eigenlijk niet het geheugen want dat is prima in orde. Het geheugen heeft maar één functie en dat is het opslaan van gegevens. En daar is niks mis mee. Het gaat om het kunnen raadplegen van het geheugen. Daar schort het aan. Want als iemand je herinnert aan iets dat je vergeten bent, blijkt dat je het helemaal niet vergeten bent, want je weet het immers weer. Nou ja, ik dool een beetje in het rond. Maar een poosje geleden deed zich werkelijk een uitgelezen mogelijkheid voor tot het maken van een briljante grap. Ik dacht letterlijk op dat moment: ik maak de grap niet, ik bewaar hem voor op mijn weblog. Dat weet ik nog. Maar ik kan niet meer op de grap komen. Jammer. Gisteren, aan het einde van mijn minuutje schoot mij een prachtig onderwerp voor een logje te binnen. Ik dacht nog: deze keer onthoud ik het. Toen viel ik in slaap en de volgende ochtend was het weg. Goed, het zit nog wel ergens in mijn hoofd natuurlijk, net als de grap en dan ga ik er even vanuit dat het hoofd de plek is waar het geheugen zich bevindt. En dat is vrijwel zeker want mensen zonder hoofd weten zich zelden iets te herinneren. Maar het raadplegen van het onderwerp, dat is dus nu het probleem. Om die reden en om geen andere verzaak ik dus vanavond de blogplicht. (artikel 4, lid 1, onderdeel b, blogwet 2011)

Ha!

Tijdens het bestuderen van belastingwetten blijft ook het hersendeel dat verantwoordelijk is voor het doorgronden van natuurwetten actief. Daar kwam ik vanavond achter. U heeft misschien wel eens gehoord, of hier gelezen dat een natuurkundige wet slechts geldt zolang het tegendeel niet bewezen is? Dus, de zwaartekracht trekt aan de tennisbal zolang overal proefondervindelijk wordt vastgesteld dat de bal in de richting van de aarde valt? Zolang de tennisbal nu maar aan die wet gehoorzaamt blijft de wet in stand. Zou ergens op de wereld ook maar één tennisbal omhoog vallen, kan de wet worden geschrapt. Nou, zo ontdekte ik vanavond een natuurkundige wet die uit de boeken kan. En dat is het verhaal dat de afgelegde afstand het produkt is van de snelheid en de verstreken tijd. Ter verduidelijking: een half uur met een snelheid van 200 km/u rijden levert een afstand op van 100 km. Dus 100 km = 200km/u maal 0,5 uur. Maar nu komt het: als ik precies een uur lang met 100 km/u rij, heb ik 100 km afgelegd. Hoe kom ik aan deze berekening? 100 km =100km/u gedeeld door 1 uur. Ha!

As it is in heaven

Ik keek vanavond voor de vierde keer in korte tijd een Sweudse feulum. En toevallig speelde daarin vier keer dezelfde acteur de hoofdrol. Michael Niqvist. Ik leerde op school dat er na een q altijd een u volgde. Nou, niet dus. U doet uzelf tekort als u dat denkt. De eerste drie films waren verfilmingen van een reeks boeken die je iedereen in de vakantie aan de rand van het zwembad zag lezen. De Millennium Trilogie van Stieg Larsson. Dat waren spannende misdaadfilms met ingewikkelde complotten, de film die ik vanavond keek was een sweumelfeulum met kuuppefeulmeumunte. Zweeds is een prachtige taal, zeker als je het niet verstaat. Maar ach, een beetje ondertiteling doet wonderen en Zweeds heeft wel wat weg van Nederlands. Bovendien, liefde gaat boven taal. Nou ja, kijk en luister hier eens even. http://www.youtube.com/watch?v=y765gdd3rEc

Hits

Ik ben een boekje aan het lezen van Martin Bril, die onder de vleugelen des Heeren rust, over zijn grote passie Napoleon. Hoe iemand een passie ontwikkelt voor Napoleon weet ik niet, maar hij ging daarin ver. Zo reed hij over wegen die Napoleon ook bereden moest hebben en bezocht hij de slagvelden waarop Napoleon streed, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat een historisch slagveld tegenwoordig gewoon een weiland kan zijn. Napoleon interesseert mij niet zo, maar desondanks is het een leuk boekje om te lezen. En dat kenmerkt het schrijftalent van Martin Bril.

Ondanks zijn grondige onderzoek betrapte ik hem op een misser. Volgens Martin won Napoleon op Google de strijd met Jezus van Nazareth en Elvis Presley, ook niet de eersten de besten. En wel als het ging om het aantal zoekresultaten. Nou, dat geloofde ik natuurlijk niet en ik checkte. Oké, wat betreft Jezus klopte het, maar Elvis Presley, laat me niet lachen. Ja, Martin had het over 32 miljoen hits, tegen 69 miljoen voor Napoleon, maar dat is alleen als je op Elvis Presley zoekt. Als je op Napoleon Bonaparte zoekt, krijg je vier miljoen resultaten. En op alleen Elvis, 90 miljoen. Kijk. Ik bedoel maar. Eventueel trek ik er daar nog 100.000 van af omdat die naar naamgenoten verwijzen, maar dan nog, een gigantisch verschil.

Gedurende het schrijven van dit logje kwam ik erachter dat Madonna en vooral Michael Jackson, Elvis nog ruimschoots verslaan, maar goed, voor iemand van voor het internettijdperk is het heel netjes. Maar goed, wat zegt dat allemaal? Ik zie net dat Justin Bieber, Michael Jackson weer ruimschoots verslaat. Wie zeg je? Justin Bieber. 226 miljoen hits. Nou ja, geen hits, maar zoekresulaten. Wie of wat heeft er eigenlijk de meeste zoekresultaten op Google?

De blogwet 2011

Wat veel bloggers niet schijnen te beseffen is dat er door hun geblog een soort verwachtingspatroon is geschapen bij de lezer. De lezer/reageerder kan in ernstige mate gefrustreerd raken als hij voor de zoveelste maal op een weblog komt, en wederom teleurgesteld wordt omdat er geen nieuw logje is verschenen. Vergelijk het met het elke dag op het acht uur journaal afstemmen in het vertrouwen dat er wederom een journaal zal zijn. De NOS kan zich het niet permitteren om op een avond dat er geen nieuws i.c. inspiratie is, dan maar sneeuw uit te zenden. Zo is het met loggen net zo. We noemen dit het vertrouwensbeginsel. Omdat het beschamen van het vertrouwen verregaande consequenties kan hebben voor de benadeelde lezer, treedt binnenkort een nieuwe wet in werking. De blogwet 2011.

Wij Mack Webber, bij de gratie Gods, toekomstig dictator der Nederlanden, Boekhoudcommando in de orde van oranje Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een nieuwe blogwet in te voeren, teneinde de algehele teleurstelling bij lezers/reageerders van weblogs, weg te nemen dan wel te beperken.

Art 1. Aanvang van de blogplicht en verplichtingen van de blogger.
1. Allen die meer dan 25 logjes hebben geschreven op hetzelfde weblog, en dat weblog dagelijks wordt bezocht door tenminste 10 verschillende lezers/reageerders, zijn gehouden tenminste één maal per week een nieuw logje te publiceren op hun weblog.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de weblogger een dringende reden heeft om niet tot publicatie van een nieuw logje over te gaan.
3. Onder een dringende reden wordt niet verstaan: het ontbreken van inspiratie bij de weblogger, of het zich verschuilen achter het argument van tijdsgebrek.
4. Onder een dringende reden kan worden verstaan:
a. Ziekte van de weblogger of diens familieleden, mits de ziekte door een daartoe bevoegd arts wordt gediagnosticeerd en de weblogger als gevolg van die ziekte in redelijkheid niet in staat is tot publiceren;
b. Overlijden van de weblogger;
c. Geen beschikking hebben over een internetverbinding buiten de schuld van de weblogger om. Indien de weblogger wisselt van provider zal hij alles in het werk stellen één en ander zo ordentelijk mogelijk te laten verlopen. Als de oorzaak van de falende internetverbinding gezocht moet worden bij de provider, zal de weblogger hiervan zo spoedig mogelijk telefonisch melding maken bij het ministerie van weblogzaken.
5. Het is de weblogger geoorloofd om één maal per jaar, voor de duur van ten hoogste drie weken, niet te publiceren in verband met vakantie. Hiervan dient de weblogger wel melding te maken op zijn weblog, op zijn laatst twee dagen voor vertrek naar het vakantieadres.

Art 2. Sancties
1. De weblogger die niet of te laat publiceert kan een verzuimboete worden opgelegd. Bij een eerste verzuim bedraagt de boete € 25,-
2. De verzuimboete van lid 1 wordt niet opgelegd als de weblogger in de week direct na zijn verzuim, tenminste twee logjes plaatst.
3. De weblogger die na het opleggen van de verzuimboete nog niet overgaat tot het publiceren van een logje, kan een dwangsom worden opgelegd van € 50,- voor elke dag dat hij in gebreke blijft, gerekend vanaf de zevende dag na het moment dat zijn logje waarvoor hij de verzuimboete heeft opgelegd gekregen, geplaatst had moeten zijn, tot het moment dat hij een nieuwe logje heeft geplaatst.
4. Een weblogger die een dwangsom heeft opgelegd gekregen kan geen verzuimboete meer opgelegd krijgen voor de volgende keren dat hij in gebreke blijft, gedurende de periode waarop de dwangsom betrekking heeft. Nadat de dwangsom door de weblogger is voldaan, wordt hij geacht met terugwerkende kracht aan zijn blogplicht te hebben voldaan.

Art 3 Vormvereisten
1. Een gepubliceerd logje moet tenminste voldoen aan de volgende eisen:
a. Het logje bevat tenminste twintig woorden, tenzij uit de aard en de strekking van het logje blijkt dat het in redelijkheid beter was, minder woorden te gebruiken.
b. Het logje mag niet eerder gepubliceerd zijn geweest op enig weblog.
2. Tenminste één maal per kwartaal wordt een grafische afbeelding gebruikt bij een logje.
3. In een logjaar worden tenminste drie verschillende onderwerpen behandeld.

Art 4. Beëindiging van de blogplicht.
1. De blogplicht eindigt in elk geval bij:
a. overlijden van de weblogger.
b. het dementeren van de weblogger.
c. het verkrijgen van ontheffing van de blogplicht.
d. het niet langer voldoen aan de aantallenvereiste van art 1, lid 1.
2. Ontheffing kan uitsluitend worden verleend door de dictator. De dictator mag naar eigen inzicht en willekeur ontheffing verlenen.

Art 5. Deze wet treedt in werking bij een bij dictatoriaal besluit te bepalen datum.

Trojka hier

Het is net alsof het leven steeds onbetaalbaarder wordt. Ik tankte vandaag mijn persoonlijk recordbedrag: € 107,- En daarmee kom ik slechts 444 luizige kilometertjes ver. Mijn auto rijdt kennelijk 1 op 7,5. Elke kilometer kost mij 0,25 ct aan benzine. Gelukkig vloeit hiervan maar een klein deel naar de oliemaatschappij en een groot deel naar de staat, zodat die het kunnen gebruiken voor allerlei nuttige uitgaven waar ik weer profijt van heb. Maar wat het is de laatste tijd, ik weet het niet. Ik ga bewust niet terugkijken op de tijd toen ik nog alleen woonde, in een goedkoop flatje en ik alles kon doen en laten waar ik zin in had. Als ik een nieuwe auto wilde, spaarde ik een maandje of vijf en hoppakee, daar stond een prachtige, glimmende GTI voor mijn deur. Wintersport? Geen enkel probleem. Aandelen? Koop maar. Uit eten? Ik betaal wel.

Nee, die tijd is reeds lang voorbij. Maar de laatste tijd lijkt het nog erger te worden. En juist nu wij er veel bewuster mee bezig zijn komen we krap te zitten. Kinderen zijn natuurlijk duur, maar hun waarde is ook niet in geld uit te drukken. En zo één op de 150 lukt het uiteindelijk wel om miljonair te worden, dus vanuit dat standpunt bezien zijn ze een goede investering. Maar juich niet te vroeg, miljonairs geven zelden wat weg, zelfs niet aan hun eigen ouders. Omdat wij geen 150 kinderen hebben zijn we genoodzaakt de inboedel te verkopen. Fietsen, kinderstoelen, speelgoed, kleding, alles verdwijnt hier via Marktplaats. Soms wordt er hier al gesproken over het wegdoen van één auto. Dan kijk ik even de andere kant uit en doe ik net of ik het niet hoor. De wolven huilen en Omsk is nog ver.

Zo los je dat op.

Ik ken een familie die vroeger berucht was. Toen ze nog berucht waren kende ik ze nog niet, maar Linda kende ze al wel. Het betreft een familie waarbij vader al snel uit beeld verdween, door dood of door ontsnapping, dat weet ik eigenlijk niet, en waarbij de zoons uitgroeiden tot angstaanjagende individuen die stuk voor stuk bekend waren bij de politie. Als de politie er eentje kwam ophalen, kwamen ze bij wijze van spreken met een arrestatieteam. Ik ken uit mijn jeugd precies zo’n familie, waarvan ik de leden meed als de pest. Elk dorp heeft er wel één of twee.

Gelukkig zijn de jongens stukken rustiger geworden. Ze zijn zelfs bijna allemaal vader. Regelmatig tref ik ze op verjaardagen en ik kan goed met ze opschieten. Vooral de keer dat ik binnenkwam, een stoel tussen twee leden van de ex-knokploeg neerzette en zei dat ik even tussen mijn broers kwam zitten, viel goed. Eigenlijk mag ik ze wel graag, die jongens. Toch blijft het natuurlijk op je hoede zijn. Het is een constant aftasten van de sfeer die er hangt, en er is de constante dreiging van een opmerking die in het verkeerde keelgat schiet. Voor je het weet ben je dood en gebruiken ze je lijk om op te zitten. Nou ja, ik overdrijf. Er is er echter nog eentje waarvoor het oppassen is. Die heeft weinig verstand. Ik weet zeker dat hij niet kan lezen dus maak ik me ook niet druk. Hij heet Eddy, en dat vind ik een heel goed gekozen naam door zijn moeder. Roderick was echt belachelijk geweest, maar Eddy volstaat prima. Eddy werkt op de kermis en had verrotte tanden. Eddy stond bekend om zijn rotte tanden en om het feit dat je moest lachen om z’n grappen, want anders had je een probleem. Maar hoe maakte je Eddy nu duidelijk dat hij eens iets aan z’n tanden moest laten doen? Welnu, z’n jongere broer loste dat als volgt op: “Godsamme Eddy, ge moet eens naar de tandarts. Ik schaam m’n eige kapot voor die vieze bek van jou.” En nu heeft Eddy een kunstgebitje. Ziet er weer prima uit.

Je wordt ouder papa.

Ik schreef daarnet een logje dat ik toen het klaar was niet durfde te plaatsen. Het ging over een gesprek dat ik had met twee meisjes van 14. Die zijn minderjarig, maar behalve uit hun leeftijd blijkt dat verder nergens uit. Ze hadden het over een pessarium en hoe dat ingebracht moest worden. Zij wisten het precies, maar ik kon het woord niet eens plaatsen. Ja, ik had er ooit wel eens van gehoord maar ik dacht dat het zo’n plastic ding was waarmee je een gitaar bespeelt. Ook zagen ze er heel anders uit dan de veertienjarige meisjes die bij mij in de klas zaten. Dit hadden makkelijk de leraressen kunnen zijn. Maar dat was niet waarom ik het niet plaatste. Nee, het ging erom dat toen ik het logje overlas, ik concludeerde dat er sprake was van wel een erg grote generatiekloof. En die ontken ik liever. Dat verhaal van mannen die aantrekkelijker worden naarmate ze ouder worden is net zulke onzin als dat geld niet gelukkig maakt. Als ik naar foto’s van mezelf kijk toen ik drie was, was ik echt vele malen aantrekkelijker dan nu. Oké, ik heb nu nog even een tijdelijke voorsprong op hoe ik eruit zag toen ik een puisterige puber was, maar dat duurt ook niet lang meer.

Als u trouwens denkt, wat zit die Mack toch met minderjarige meisjes over vreemde onderwerpen te praten, ja dat klopt. Maar ik begon er niet over en bovendien schijnen ze dat gewoon op school te krijgen, hoe zoiets werkt. Nou, ik bezweer, ik heb nooit en te nimmer iets dergelijks op school gehad, of iets wat zelfs maar in de buurt kwam, anders zou ik het nog geweten hebben. Ik denk dat ik net ziek was die dag.

Alles valt samen.

Ik heb een hekel aan apart. Ik heb liever samen. En daarom zat het mij ook al een jaar niet lekker dat mijn logjes op mijn oude weblog gescheiden waren van mijn nieuwe. Maar nu heb ik daar wat aan gedaan. Het was een klus van vele maanden, maar ik heb ze stuk voor stuk, inclusief reacties (dat was helemaal een monnikenwerk, daarom heb ik de links van de reactoren laten zitten) gekopieerd en hier naar toe gebracht. Zodat de schrijfsels die toch dezelfde genen dragen, weer samen zijn gevallen. Ineens gaat het archief hier terug naar begin 2004. Ik schreef toen nog erg slecht, maar langzaam werd dat beter. Nou ja, u heeft er verder niks aan, maar voor het nageslacht is het beter zo.