A Christmas Carol

Mijn gevoel bedriegt me zelden dus kreeg ik vandaag een certificaat in de bus met het daarbij behaalde cijfer 8. Normaal komt de uitslag op zaterdag, nu heb ik dus niet in spanning gezeten. Al zou ik dat waarschijnlijk toch niet gezeten hebben, hooguit op het moment dat ik de postbode zie aankomen om te spotten of hij een grote of een kleine envelop komt brengen. Ik ga er tenminste vanuit dat als je gezakt bent, en er dus geen certificaat meegestuurd hoeft te worden, de uitslagbrief in een kleine envelop past.

Het zijn cijfers die ik nog nooit gehaald heb. Tenminste niet op examens en niet in deze mate. Mavo Engels en SPD bedrijfseconomie, dat waren mijn enige achten. Voor de rest waren het vijven, zessen en zevens. Niet dat er wat mis is met zessen, maar dit is natuurlijk best iets om jezelf een schouderklopje voor te geven. Ik moet er nog vier, als het allemaal goed gaat ben ik volgend jaar om deze tijd klaar. Nou ja, klaar…klaar ben je nooit natuurlijk. Er valt nog zoveel te ontdekken.

Ergens is het jammer dat ik toen ik negentien was er de brui aangaf. Gedemotiveerd en niet in staat het leven te lijf te gaan. Ik zakte voor de MEAO wegens een hevige hormonale kwestie en had geen zin meer. Ik ging werken in een supermarkt als manager of the cooling department totdat ik na ruim een jaar uit dit feestelijke baantje getrokken werd door een ex-werkgever van mijn vader. Ik wilde eigenlijk niet, maar ik voelde dat als ik die kans niet zou pakken, ik daar spijt van ging krijgen. Het werden vijf harde jaren die ik niet leuk vond, maar waar ik nu met een glimlach aan terugdenk. De ex-werkgever van mijn vader, toen ongeveer zestig, is nu tachtig en werkt nog steeds. Hij liep toen gemiddeld twee jaar achter met zijn belastingaangiften, en hij schijnt die achterstand tot de dag van vandaag gehandhaafd te hebben. A Christmas Carol is een prachtig verhaal.

The dark side of the moon.

Vanavond is er een maansverduistering. Om ongeveer tien uur zou deze onzichtbaar moeten zijn. Tot nu toe werd altijd aangenomen dat een maansverduistering werd veroorzaakt doordat de aarde tussen de zon en de maan in stond, zodat de maan als het ware de schaduw van de aarde over zich heen geworpen kreeg. Maar wetenschappers hebben nu ontdekt dat dat niet de precieze oorzaak is.

Hoe werkt het dan wel precies? In Amerika, in het stadje Polaroïde zit het NIM. National Institute of Moondarkness. Enkele wetenschappers van het NIM hebben ontdekt dat de maan oplicht door fluoriserende deeltjes op het oppervlak van de maan. Deze deeltjes absorberen het licht van de zon en slaan deze energie op. Vandaar ook dat de maan gewoon door kan schijnen terwijl de zon allang onder is. Op het moment dat de aarde tussen de zon en de maan schuift, wordt de aantrekkingskracht van de aarde omgezet in een afstotende kracht. De maan draait dan om zijn as, net als bij tegenpolen van twee magneten. De donkere kant draait dan naar de aarde toe, en het lichtgevende deel draait van ons af. Doordat de maan 180 graden om zijn as draait, raakt op aarde het getij compleet van slag. Waar het eb is wordt het vloed, en andersom. Dit is echter nog nooit waargenomen omdat tijdens de maansverduistering iedereen omhoog kijkt.

Op Saturnus, die zich tegengesteld beweegt t.o.v. onze aarde, is onze maan tijdens een maansverduistering ineens zichtbaar. Normaal zien ze hem daar niet, omdat de donkere kant altijd naar hen toewijst. De bevolking van Saturnus staat wat dit betreft nog voor een raadsel. Eens in de zoveel tijd is daar tijdelijk een lichte bol zichtbaar. De bevolking van Saturnus noemt dit verschijnsel het zogenaamde “bazrquef-kwierk” Op aarde zouden wij dat vertalen als: verlichte heiligheid. Wij dachten vroeger ook dat onweer veroorzaakt werd door de god Donar. Over de precieze toedracht van onweer vertel ik u volgende keer. Als u over de maansverduistering tenminste verder geen vragen meer heeft.

Zoek.

Ik schreef mijn verbijstering van mij af, klikte op plaatsen, en ineens was-ie weg. Het zal wel weer de schuld van web-log zijn, of misschien toch mijn eigen schuld en moet ik her en der eens zoeken. Misschien dat hij op uw weblog terecht is gekomen? Iets kan toch niet zomaar weg zijn?

Nou ja, misschien is het gewoon een kwestie van goed zoeken.

Ik vermaak me wel met een liedje.
 

Of anders met een plaatje.
Angelina-Jolie

De bankgiroloterij

♪Diedeldiedeldie. Diedeldiedeldie♪

“Met Mack?”

“Spreek ik met de heer M. Webber, geboren 22-9-1969 te Utrecht?”

“Ja, daar spreekt u mee.”

“Komt het gelegen dat ik bel?”

“Nee, dat niet, maar zegt u het maar, want anders zit ik er de hele week tegenaan te hikken dat u terugbelt.”

“Oh, nou in dat geval, u speelt mee in de bankgiroloterij?”

“Ja, volgens mij wel.”

“Ja, volgens mij ook. Mag ik u bedanken dat u meespeelt? De goede doelen zijn er erg blij mee.”

“Ja, doet u maar.”

“Wanneer heeft u voor het laatst wat gewonnen?”

“Ik heb nog nooit wat gewonnen. Hooguit een keer de inleg terug, maar per saldo sta ik op een dik verlies.”

“Oh. Nou ja, deze maand mag ik u namens de bankgiroloterij aanbieden om mee te spelen voor dubbele kansen. En de eerste maand krijgt u van de bankgiroloterij gratis. Hoe lijkt u dat?”

“Daar geef ik geen antwoord op totdat ik weet waar het addertje schuilt.”

“Er is geen addertje. U bepaalt zelf hoe lang u meedoet. Dat mogen vier maanden zijn, twee, maar u mag ook alleen deze maand gratis meespelen. U stuurt dan gelijk een briefje dat u het opzegt.”

“Ah, dus toch een addertje.”

“Nou, het is maar een simpel briefje hoor. U kunt ze zo van internet downloaden.”

“Nee, ik kan zelf schrijven. Maar heeft u enig idee hoeveel instanties die mijn rekening willen plunderen ik in de gaten moet houden? Dat is een dagtaak hoor. Bovendien, het mooie van de bankgiroloterij vind ik juist dat je niks hoeft te doen, en dat de prijs vanzelf bijgeschreven wordt. In theorie dan hè?”

“Oh. Mag ik u dan misschien wijzen op de extra jackpot die elke maand gegarandeerd valt? Dat kost slecht € 1,50 extra. U kunt er een Mini Cooper mee winnen.”

“Een wat?”

“Een Mini Cooper. Een auto.”

“Man, dat is toch geen auto? Dat is een gadget op wielen.”

“Maar u kunt er ook nog veel andere prijzen mee winnen hoor.”

“Wat kan ik nu eigenlijk winnen?”

“U kunt nu een half miljoen winnen.”

“Doet u dat dan maar.”

“Dat hebt u al.”

“Echt?”

“Nee, ik bedoel, u maakt er kans op.”

“Oh! Ja, nee, dat wist ik wel. Da’s toch mooi hè, dat ik daar kans op maak. Misschien moet u me eens meehelpen hopen. Volgens mij helpt dat meer dan een dubbele inzet. Nee, ik hou het gewoon bij mijn half miljoen hoor. Daar ben ik dik tevreden mee.”

“In dat geval wens ik u nog een fijne dag.”

“Dank u wel. Had maar eerder gebeld.”

“Hoezo?

“Dan had ik er langer plezier van gehad.”

“Waarvan?”

“Van die fijne dag.”

“Ah zo.”

“Nou, in het kader van de wet telemarketing, krijgt u zo nog een bandje te horen. Blijft u even aan de lijn?”

“Doe ik. Tot ziens.”

En dan krijg je diezelfde vent aan de telefoon die ook de belastingtelefoon beantwoordt. Verdient zwart bij als telemarketeer. Vast ook nog nooit wat gewonnen.

Neerleggen

Ik was van plan een geweldig logje te schrijven. Ik had het al sinds gisteren, en vanavond moest het er dan van komen. Eerst probeerde ik iets over Kroatië, daarna iets over Syrië, maar ik liep hartstikke vast. Ik vermoed omdat ik de kern van de problemen wilde blootleggen, en tegelijkertijd ook met de oplossing aan wilde komen draven. Maar zo simpel is dat allemaal niet, want mijn tolerantie geldt niet voor degenen met wie ik het niet eens ben. Toen ik deze onvolkomenheid in mijn karakter opmerkte, wiste ik de tekst.

Want ja, ik ben al lang op zoek naar de absolute waarheid. Die waarheid waarvan al vaststaat dat hij niet bestaat. De waarheid die het gedachtengoed te boven gaat, en die ik in een andere richting had moeten zoeken dan die waarin ik zocht. Want mij simpelweg neerleggen bij een probleem kan ik slecht. Ik verwacht dat dat komt omdat mijn 41-jarige hormonen nog eenmaal een poging doen mij te laten denken dat ik de wereld kan verbeteren. Maar zelfs al zou mij dat lukken, dan nog was ik niet tevreden met het resultaat. Want iets verbeteren kan iedereen. Het gaat erom dat je het goed maakt. Liever nog, perfect.

Nou ja, het zal de moeheid zijn. Misschien moet ik me eens gaan neerleggen. Want morgen worden mijn inspiratiebronnen weer rond acht uur wakker. Tenminste twee van hen. De derde liet mij vanochtend tot bijna elf uur uitslapen, dus morgen maak ik haar niet voor half tien wakker. Vrouwen kunnen immers veel beter tegen slaapgebrek dan mannen. Net als pijn, daar kunnen ze ook veel beter tegen. Je hoort dan ook zelden dat een man mishandeld wordt door zijn vrouw. Die gevallen zouden dan ook zwaarder bestraft moeten worden, als je tenminste mannen en vrouwen gelijk wilt behandelen. Aan dat laatste schort het in Syrië nog. Maar laat ik daar niet over beginnen, anders loop ik weer vast.

De stiltecoupé

Het werk was gedaan en omdat ik toch in de buurt was besloot ik even langs Paleis Noordeinde te lopen. Ik had het nog nooit gezien en ik kom tenslotte zelden in de binnenstad van Den Haag. Het zou slechts drie minuten lopen zijn, maar na 1 minuut lopen was ik er al. Was dat nu alles? Er stonden wat toeristen te kijken en een gids sprak de groep toe. “Reken maar dat ze…,” was het enige dat ik opving. Ik maakte eruit op dat hij bedoelde dat ze de mensen die voor het paleis stonden onopgemerkt in de gaten hielden. Ik keek nog heel even en vond dat de koningin een bescheiden paleisje had. Het was dat het afgesloten was met hekken, anders had er zomaar een willekeurige welgestelde Hagenees kunnen wonen. Ik liep terug. Dan nog maar even door het Binnenhof, ook daar was ik nooit geweest.

Het Binnenhof. Het werd aangeduid met een bordje “Buitenhof”. Haagse humor, dacht ik. Natuurlijk hoopte ik een bekend politicus tegen te komen om hem eens even diep in de ogen te kijken met zo’n blik van: hier loopt uw toekomstig dictator. Maar nee, ze waren allemaal hard aan het werk. Ik liep terug naar mijn trein. Nou ja, niet mijn trein, maar de trein die ik moest hebben. Dankzij een digitaal informatiebord vond ik hem zonder het te hoeven vragen bij de informatiebalie. Die geel-blauwe borden, die ik op Den Haag CS trouwens niet zag hangen, kon ik nooit lezen. Een hele vooruitgang.

De trein zou aankomen op spoor zes en ik wachtte op een bankje en at een boterham. Naast mij zaten een negermoeder en een negerkindje friet te eten. Een duif probeerde een gevallen frietje op te pikken, maar het negerkindje schopte naar hem. De duif fladderde verschrikt achteruit, maar pakte het frietje toch. Wat dat betreft kunnen ze van nature toch niet goed met inheemse diersoorten omgaan, die negers. Ik gooide een stukje brood in de richting van de duif, en binnen een minuut liepen er vijf. Waar ze allemaal vandaan kwamen, Joost mag het weten. Het was hier overdekt.

Toen de trein kwam, stapte ik vast in, al zou het vertrek pas over een kwartier zijn. Ik pakte mijn boek en begon te lezen. Het negerkindje en de negermoeder stapte ook in en praatten wat. Een mevrouw voor hen attendeerde hen erop dat dit een zogenaamde stiltecoupé was, dus als ze wilden praten dat ze in een andere coupé moesten gaan zitten. Pure discriminatie, dacht ik. Maar even later kwamen er twee jongens die ook een gesprek begonnen, die het zelfde lot wachtten. De vrouw zei hen dat als ze wilden praten, dat ze beter in een andere coupé konden gaan zitten. De jongens keken verbaasd, maar dropen af. Toen kwam er een stel Duitsers, twee meisjes en een jongen met grote reiskoffers. Het meisje leek op Eva Auad, met wie ik tegenwoordig op Hyves bevriend ben, en die soms een berichtje bij mij achterlaat. Jaja, het kan verkeren.

Ik was benieuwd wat de vrouw nu zou gaan doen. De trein was inmiddels gaan rijden, en de vrouw deed niets. Maar uit de andere hoek kwam er nu een streng kijkende vrouw aan die naar de Duitsers liep en hen wees op het bordje “Silence”. “Het is hier een stiltecoupé!”, zei ze streng. De Duitsers vervolgde hun conversatie op fluistertoon maar na vijf minuten was het volume weer ouderwets Duits. Toen was het de beurt aan een meneer, net als de twee eerdere vermaners ook al wat op leeftijd. “Het is hier een stiltecoupé, daar zijn jullie net ook al op gewezen!” Het meisje dat op Eva Auad leek, keek schuldbewust mijn kant op, en ik knipoogde naar haar. Nou nee, dat zou mooi geweest zijn, want knipogen op het juiste moment moet je kunnen. Nee, ik glimlachte naar haar, en ze keek vriendelijk terug. Op dat moment ging de telefoon af van de jongen die naast de laatste vermaner zat, iets wat natuurlijk ten strengste verboden is in een stiltecoupé. Hij nam op en zei luid: “Ja, ik zit hier in een stiltecoupé naast iemand die zich verschrikkelijk zit te ergeren aan het feit dat hij in een stiltecoupé zit.” Vanaf dat moment was het uit met de stilte. De jongen stapte net als ik in Apeldoorn uit. Dat vond ik toch wel apart. Iemand die zo assertief is, daarvan had ik verwacht dat hij er in Gouda of Utrecht, desnoods Amersfoort uit moest, maar nee, Apeldoorn. Daar waar het altijd stil is.

Het eerste wat ik deed toen ik thuis was, was een plaatje van Paleis Noordeinde googelen. Ik had kennelijk toch nog twee minuten moeten doorlopen. Voor de zekerheid checkte ik het Binnen/buitenhof ook nog even. Maar dat kwam wél overeen met wat ik gezien had.

Achterlijken en achterstanden.

Ik twitter niet. Dat is natuurlijk tegen beter weten in en te vergelijken met Nestorix uit Asterix en Obelix die zich verzette tegen toverdrank omdat de Galliërs tijdens het beleg van Alesia ook geen toverdrank hadden. Nu heeft een kandidaat voor het burgemeesterschap van New York -laten we hem Dick noemen- per ongeluk een pikante foto van zichzelf naar iedereen verstuurd in plaats van naar de vrouw -niet zijn echtgenote- voor wie die bestemd was. In blinde paniek delete hij de foto maar het kwaad was al geschied. Toen verzon hij dat zijn account gehacked was en tenslotte gaf hij toe dat hij het zelf was op de foto.

Daar gaat het burgemeesterschap, zou je denken. Maar nee, de eerste complottheorieën worden alweer van stal gehaald; Dick zou dit expres gedaan hebben omdat gebleken is toen Bill Clinton door het stof moest, hij vele malen populairder werd dan voorheen. Stel dat dit waar is, en dat weten we zodra de nieuwe burgemeester bekend is, dan krijg ik plaatsvervangende schaamte. Niet voor Dick, want er blijven eenmaal altijd machtswellustelingen, maar voor de Amerikanen die om die reden op hem stemden. Er zijn landen in het Midden-Oosten waar mensen hun leven geven voor een tikkeltje meer democratie, moet je zien wat die Amerikanen met hun rechten doen! Voor straf zouden Amerika en Syrië van regime moeten wisselen. Je moet nog oppassen dat je niet alle Amerikanen over één kam scheert, maar waar rook is is vuur, en Amerikanen maken een domme indruk.

Terug naar Twitter. Wat ik ervan weet is dat je korte berichten kunt plaatsen en dat het dan de bedoeling is dat anderen dat lezen. Het moet een hels karwei zijn voor een journalist om tussen die miljarden tweets net die éne te vinden die nieuwswaarde heeft. Teveel informatie leidt net zo min tot een oplossing als te weinig informatie. Ik zie iedereen Twitteren en Appsen, Facebooken en Hyven, Linkedinnen en Wikipediaën en weet ik wat allemaal wel niet nog meer. Ik rij achteraan mee als het gaat om de nieuwste technologie. Maar ik maak me daar geen zorgen over. Ik heb vanavond ontdekt dat het installeren van een draadloze printer een fluitje van een cent is, zelfs al heb je dat nooit gedaan, terwijl mijn rekenmachine mij voor veel grotere moeilijkheden zette toen ik een annuïteitenlening probeerde na te bootsen.

Met behulp van de (engelse!) handleiding is het gelukt. Mijn technologische achterstand op het peleton haal ik zo in. Daarna is het erop en erover. Want een HP 10bII financial calculator is moeilijker te bedienen dan een I-phone. Hoop ik.

Wasbeer m/v. Full Time.

Handig hoor, die bordjes in een pretpark die aangeven vanaf welke lengte kinderen in een attractie mogen. Het heeft mij behoed voor een persoonlijk drama. Want ik zou anders zo in iets gestapt zijn wat er onschuldig uitzag, maar waarbij er een levensgevaarlijke ondergrondse arm omhoog kwam, die de karretjes hoog de lucht in tilde en die daar met een noodgang in plaats van horizontaal, verticaal liet draaien. Want normaal gesproken als je daar achter komt, is het al te laat. Het zou niet de eerste keer geweest zijn dat ik de beugels waarmee ik vastzat, los zou breken en schreeuwend of ze nu helemaal gek waren geworden, naar beneden sprong. Bedankt Tammar, dat je nog geen 1,20 m. bent.

Ponypark Slagharen. Toen ik vijftien was, mijn vader net overleden, zijn we er een weekje geweest. Mijn moeder dacht dat dat wel goed zou zijn voor ons. En dat was ook zo. Het enige wat ik me na 26 jaar nog bekend voorkwam, was het schip dat over de kop ging en de achtbaan. Voor de rest kun je zo’n pretpark niet even 26 jaar links laten liggen zonder dat ze de complete boel verbouwen. Ik heb geen pony gezien, bijvoorbeeld.

Hans had zijn dag niet. Hij was doodop en nadat ik hem ’s avonds in bed legde sliep hij binnen een minuut. Tammar wel, maar die mocht bijna nergens in. Dat is maar goed ook, want ze kent geen angst. Alleen spookhuizen moet ze niks van hebben. “Spookhuis stinkt, bwèèh,” zegt ze dan, haar neus dichtknijpend. Hier was dan wel geen spookhuis, maar een wildwest-attractie in het donker. Ik hield haar vast en voelde haar hartje tekeer gaan. Nee, dat is niks voor haar. Aan het einde van de dag stal ze weer mijn hart door nog even mee te dansen met de wasberen. Alles deed ze na en aan het eind knuffelde ze de wasbeer -met roze dameslaarzen- vier keer. De wasbeer stak wel zijn handen uit naar haar, maar bleef uiterlijk onbewogen. Mensen die een kind knuffelen verliezen doorgaans elke harde trek uit hun gezicht. Degene die in dit pak zat niet hoor. Daar zouden ze wel eens beter op mogen letten, bij de sollicitatieprocedure.

Pak

Het was geen geschikt weer om in de stad te lopen. Ik had wat nette kleding nodig voor op mijn werk en als man heb je dan keus uit een pak. In mijn donkergroene korte broek en paars T-shirt een pak passen, je moet wat. Gelukkig wist ik precies welk pak. Het mocht in geen geval een donkergrijs streepjespak zijn, want dat is de Volkswagen onder de pakken. Gelukkig zag ik ook een Alfa Romeo hangen. Lichtgrijs metallic. Toen ik hem aan had, leek ik wel wat op Matthijs van Nieuwkerk. De verkoper leek op Chris Martin, want hij wilde niet bij mij achterblijven. Hij was ongeveer begin twintig en had nog lang niet zo’n ontwikkeld lichaam als ik. Hij moest wel om Linda lachen, want Linda zeikt mij graag af in winkels. Nou ja, niet alleen in winkels. “Hij gaat wel met zijn tijd mee,” zei Chris toen ik in de paskamer stond. Ik riep vanachter het gordijn dat dat wel moest want ouwelullenpakken hingen nergens in het rek.

Ja, als het ijs gebroken is wrijven de verkopers zich in hun handen. Overhemd erbij meneer? Ja, overhemd erbij, riem erbij, ach weet je wat, neem zelf ook wat! De sfeer was ontspannen en meestal als ik kleding koop is de sfeer uiterst gespannen. Want ik vind het niet leuk, kleren kopen. Altijd gaat er wel iets mis. Maar dit ging prima. Een pak van mijn hart. Ik zag aan Linda dat ze ook tevreden was. Ja, kleren maken nog steeds de man. Maar ook in mijn zwembroek sta ik mijn mannetje. En daar gaan toch veel pakdragers de mist in.

Het troebele waken.

Heeft u wel eens een lucide droom gehad? Zo’n droom waarin je je bewust bent van het feit dat je droomt? Dat klinkt natuurlijk geweldig, want je kunt allerlei dingen ondernemen waarvoor je normaal te lui bent, maar dat is het niet. Tenminste, bij mij niet. Want ik kan de lucide droom niet sturen. Dus net op het moment dat ik dingen wil gaan doen die het daglicht niet verdragen, word ik wakker.

Maar vandaag had ik het omgekeerde. Het troebele waken. Ik las een logje over hardlopen en iets met zenuwen in een been die het niet goed deden. Ik dacht: “oh, dat heb ik ook.” Totdat ik er beter over nadacht en dacht: “hee, dat heb ik helemaal niet!” En ik wist waar het vandaan kwam. Ik droom vaak dat als ik ren, dat de kracht uit mijn benen wegvloeit en ik amper meer vooruit kom. Ik droom dat kennelijk zo vaak dat ik me er al bij neergelegd had. Terwijl toen ik 17 was, ik de 100 meter in 12,9 seconden liep.

Wat ik dus zeggen wil: wees waakzaam. Sommige dromen proberen je een loer te draaien. Zeker repeterende dromen hebben daar een handje van. Ik vraag mij ineens af of er soms nog meer dingen zijn waarvan ik onterecht denk dat ik ze niet kan. Vliegen, bijvoorbeeld? Vannacht droomde ik dat ik op het examen voor mijn volgende vak zat, maar dat ik mijn paspoort was vergeten. Zodat het examen ongeldig werd en ik weer een jaar moest wachten voor de herkansing. Dat was niet fijn wakker worden. Het duurt dan heel even voor je je realiseert dat het niet echt was. En dat is wél opgelucht wakker worden.