Drank doet ook goeie dingen.

Ik kan niet zo goed tegen overdreven romantiek. Niet tegen strandwandelingen, flesjes wijn en haardvuur. Ik heb niets tegen strandwandelingen, wijn of haardvuur, ik kan er alleen slecht tegen als er naartoe wordt gewerkt in contactadvertenties om zichzelf aan te prijzen. Natuurlijk is het geweldig om een strandwandeling te maken met je geliefde, maar wie gelooft een man die zegt dat hij graag strandwandelingen maakt met zijn geliefde? Niemand toch? Nee, een strandwandeling of haardvuur moeten er gewoon ineens zijn, dan klopt het, maar je kunt het niet afdwingen.

Hier op de Veluwe heb je geen strand, en wij hebben geen open haard en Linda drinkt geen wijn, dus ik kan haar geen romantiek bieden. En als ik het wel doe, zoals nu, terwijl ze het helemaal niet weet omdat ze al in bed ligt, dan doe ik dat door een nummer van Elvis ten gehore te brengen. Ze houdt niet van Elvis, ze zet mij zelfs vaak in de zeik met Elvis, maar desondanks hebben wij toch maar mooi wat we hebben. En daarom, en alleen daarom, maar ook een beetje omdat ik wél wijn heb gedronken, een liedje van Elvis voor Linda.

Afwijking

Ik heb een afwijking. Natuurlijk. Dat wist u al, maar ik heb er nog één. En deze heb ik pas sinds een jaar ontwikkeld. Want eerst was ik net als alle andere vaders. Ik werd er namelijk niet vrolijk van als ik ’s nachts uit mijn slaap werd gehaald door mijn kinderen. Het gebeurt ook niet dagelijks maar als Hans eenmaal roept, dan roept hij nadat hij is gerustgesteld nog minimaal twee keer. Ik slaapwandel dan naar hem toe, praat wat met hem al weet ik niet waarover, want ik slaap immers, en ik ga terug naar bed en slaap door. Ik ben niet eens moe de volgende ochtend.

Tammar maakt het nog bonter. Die roept mij als ze moet plassen (ze roepen beiden uitsluitend mij midden in de nacht) en daarvoor moet ik wel even ontwaken. Dan zet ik haar op de w.c. en begint ze zachtjes te fluisteren, want ze weet dat de rest nog slaapt. En dat gefluister tussen ons, dat vind ik zo leuk, daar kun je me ’s nachts voor wakker maken. (Mag ik naar beneden?) (Nee, het is nog midden in de nacht) (Maar ik wil niet slapen) (Moet toch) En dan steekt ze haar tong uit, maakt bijbehorend geluid van een harde wind en ik reageer verschrikt. En dan begint ze heel zachtjes maar hikkend te lachen. En nog een keer, en nog een keer. Drie uur ’s nachts is het dan. En wij hebben de grootste lol.

God slaat terug.

Een paar jaar geleden las ik een boek waarin werd uitgelegd hoe de aarde in elkaar zat, hoe zij was ontstaan, hoe we alle hoop op een hiernamaals konden opgeven en hoe alleen wij waren in het heelal.  Misschien niet alleen, maar als er al ander leven zou zijn zou het ons nooit ontdekken en wij hen niet, omdat immers niets sneller dan het licht kon reizen en de dichtstbijzijnde planeet die eventueel geschikt zou zijn voor leven, op duizend lichtjaar afstand stond zodat je minimaal duizend jaar onderweg zou zijn.  Dat zou je niet overleven. Ik moet zeggen dat het boek mij niet vrolijk stemde. Niet alleen door het arrogante standpunt van de schrijver, maar  ik kon er ook niks tegen in brengen.

Nee, ik werd er eerlijk gezegd niet vrolijk van, van de gedachte dat we helemaal op onszelf aangewezen waren en dat alles wat er te ontdekken viel eigenlijk al ontdekt was.  Het geloof dat ik had werd ernstig ondermijnd door dat boek.  Wonderen moeten wel latent aanwezig zijn in de wereld, want wat doe je hier anders? Gelukkig verdween de impact van het boek een paar weken later weer, maar vooral de wetenschap van de lichtsnelheid en dat we daardoor voor eeuwig op onszelf waren aangewezen, bleef altijd aanwezig als ik naar de sterrenhemel keek.

Tot vandaag dan. Wetenschappers staan verbaasd van zichzelf nu ze een deeltje sneller dan het licht hebben laten reizen. Het moet nog gecontroleerd worden, maar als het waar is dan heeft Albert Einstein de wetenschap afgeremd in plaats van vooruit geholpen. Want zijn relativiteitstheorie werd toch altijd klakkeloos voor waar aangenomen. Terwijl ik maar nooit wilde begrijpen waarom je nou niet als je de lichtsnelheid met je auto genaderd was, gewoon nog de cilinderkop wat verder kon opboren voor meer vermogen, zodat je er overheen kon. Nou, dat was nog helemaal niet zo’n domme gedachte, lijkt het nu. Dat boek kan in elk geval de prullenbak in. En als Einstein al geen gelijk meer heeft, wie dan nog wel?

Fotólexie

Ik heb een visuele vorm van dyslexie, genaamd fotólexie. Met de klemtoon op de tweede o. Want tijdens het ontbijt aan het aanrecht, ligt de krant open op het gasfornuis en lees ik berichtjes over gezellige ongelukjes, sfeervolle overvalletjes en fijne schennispleginkjes. Het altijd knusse dorpse leven op de Veluwe veraangenaamt mijn ontbijt al jaren.

Totdat mijn oog viel op een joekel van een foto, prominent in het midden. Aan de zijkant zat een mevrouw die mij bekend voorkwam. Verrek, dat is één van de juffen bij Tammar op de kinderopvang. Ook grappig zeg, zo’n bekende in de krant. “Linda, moet je nu eens kijken! Er staat een juf van Tammar in de krant!”

http://www.destentor.nl/regio/epevaassen/9520481/Nijntje-werd-Kinderopvang-Op-Maat.ece

Het is triest…

Het lukt me niet meer, om een inhoudelijk en kritisch stukje te schrijven over de Algemene beschouwingen. Het was zo diep triest dat ik me er niet eens mee bezig wíl houden. Wat een ellendelingen voeren daar de boventoon! Waarom lukt het een ooit waardig man als Cohen niet om de aanvallen af te weren? Aikido moet hij bedrijven in plaats van de tegenaanval in te zetten. Gebruik de energie van de tegenstander tegen zichzelf, en behoud je waardigheid. Is dat nu zo moeilijk?

Nee, ik vind het niet kunnen de toon die vandaag gespeeld werd in de Tweede Kamer. Was het in een theater geweest, dan was het prima. Eventueel wil ik daar nog voor betalen. Want Wilders is best grappig, al is zijn improvisatie ingestudeerd. Want over woordkeuzen als kopvoddentax en bedrijfspoedel is vooraf binnen de  PVV gestemd hoor! De Tweede Kamer mag van mij best een tikkeltje elitair blijven. Dus stropdassen en scheidingen aan de linkerkant. Henk en Ingrid moeten wel kunnen blijven schelden op “de hoge heren in Den Haag”. Want als de verloedering daar in dit tempo doorzet, dan gooien ze elkaar over twee jaar met bierblikjes en knakworsten naar de koppen. En dan roept de voorzitter tot orde met een hele harde boer in de microfoon. “BUUURRPPP! Koppuhhh dicht!

Een jongensdroom wordt waarheid

17 september vorig jaar en 16 juni 2008 schreef ik er al over, maar nu is het eindelijk werkelijkheid geworden. De wolf heeft zijn intrede gedaan in Nederland. Werd hij vorige week in het Geldersche Duiven gezien, afgelopen week werd hij gezien in Loenen. En dan heb ik het niet over de gebitsziekte, of over John de, maar over het gevreesde toproofdier, de meest effectieve jager van alle zoogdieren, de wolf. (Canis Lupus)

Ik kan u niet vertellen hoe opgewonden ik ben. Een wolf in ons kleine nietige Nederland dat tot voor kort alleen melding kon maken van de wesp als gevaarlijke dierlijke inwoner. Dat ik dit nog mag meemaken! Welkom, o machtige wolf op de nederige toendra’s van de Veluwe en ver daarbuiten. Momenteel wordt de Veluwe overspoeld door groepen natuurliefhebbers uit het hele land, om het geburl van het mannelijk edelhert, op zoek naar bronstige hindes, waar te nemen. Maar binnenkort klinkt het wolvengehuil! Het wordt weer levensgevaarlijk ’s winters in het bos. De wolf gaat Nederland redden van een roemloze ondergang. Wij tellen internationaal weer mee!

Ik kan niet wachten tot ik uit mijn dakraam in de verte het wolvengehuil kan horen. Tot Elspeet weer onbereikbaar en afgelegen wordt omdat de weg er naar toe niet langer pluis is. Nee, nooit heb ik een gevaar zo toegejuicht als dit. De grote boze wolf, de verslinder van roodkapje, de hoofdpersoon van vele fabels, hij is terug. Ik huil zelf alvast van geluk.

Cake en chocolade

De kinderen zaten zondagochtend vroeg op de bank de film “De IJsprinses” van K3 te kijken. K3 nog in de oude samenstelling, drie Vlaamse meisjes wier voornaam met een K begint. Ik stond in de keuken een broodje voor ze te smeren toen ik gevangen werd door een liedje. Een onbetekenend deuntje maar met een onweerstaanbare aantrekkingskracht. En dat lag niet alleen aan de meisjes van K3.  In de film spelen ook Urbanus en Mien Dobbelsteen een duistere rol, misschien is het liedje door hen gecomponeerd. Ik keek naar de televisie en zag één van de meisjes met een verleidelijke glimlach  het liedje zingen. Binnen een paar tellen was ik onder hypnose en riep ze mij naar zich toe, om me ergens á la Lorelei in de val te laten lopen.

Een paar minuten later werd ik door Linda bij de tv weggetrokken. Ik trachtte met mijn hoofd de beeldbuis binnen te dringen en de kinderen konden niks meer zien. Langzaam kwam ik weer bij mijn positieven. Ik was duidelijk een paar minuten in mijn herinnering kwijt. Het liedje heb ik gevonden op youtube en ik durf het alleen te vertonen omdat er geen bewegend beeld bij is. Anders werd u waarschijnlijk ook gehypnotiseerd. http://www.youtube.com/watch?v=xqb6jaFLtNg&feature=related

Vakbond

Er schijnt wat ophef te zijn in Nederland over iets met pensioenen dacht ik, en nu komt de vakbond zich er tegenaan bemoeien. Ik hoor het wel, maar ik begrijp er werkelijk geen snars van, dus als u het begrijpt, laat ik het mij graag uitleggen.

In Den Haag wordt voor ons beslist dat wij langer moeten werken omdat dat niet anders kan. Het zij zo. Ik vind het een goede reden, ‘omdat dat niet anders kan’. Want als het niet anders kan moet het gebeuren. Ik begrijp ook niet dat er nog partijen zijn die vinden dat we niet langer hoeven te werken. Zij moeten toch ook snappen dat dat niet anders kan? Stelletje dwarsliggers.  In elk geval, zoals we er nu voorstaan kan het niet anders en wordt de pensioenleeftijd verhoogd van 65 tot 67. Dat lijkt niet veel, maar tot voor kort stopte je vaak nog met werken op je zestigste. Nu dus zeven jaar langer. Het voordeel is wel dat je op je 60e nog een enorme carrière kun maken. Dat is toch een uitgelezen kans!

Nou ja, dan komt de vakbond en die zegt: we zijn het er niet mee eens. Dat is al dom, want het kan nu eenmaal niet anders, dat weet ik zelfs. Misschien dat een volgend kabinet alles weer terugdraait hoor, maar ik denk het niet, want anders zijn we voorgelogen. Maar goed, de vakbond. Wat kunnen die er tegen doen? Een bedrijf platgooien? Daar hebben ze toch in de eerste plaats de werkgevers mee? Bovendien, als je die tijd dat het bedrijf plat ligt er aan het einde weer bij moet werken, zit ik daar ook niet op te wachten. Dus ja.

Nou, bovenstaand stukje staat ongetwijfeld vol foute aannames en redeneringen, maar ik laat mij graag uitleggen waarom het niet anders kan, en wat de rol van een vakbond hierin kan zijn.

I don’t like’t.

Ergens is het een triest verhaal. Ik reed vandaag even mee met iemand om diens broer (66) op te halen uit een gesloten inrichting. Ze hebben hem daar geplaatst tussen allerlei psychiatrische patienten terwijl hij daar duidelijk niet thuis hoort. Goed, hij heeft een herseninfarct gehad en zit in een rolstoel, maar nee, dat is nog geen geldige reden. Zijn broer probeert hem daar nu ook weg te krijgen. Ik chauffeurde even wat en ik hielp met het inladen van de vracht. Een kale, grijze man in oude vuile kleren en een afgeschreven rolstoel. De broers praatten wat in bijna onverstaanbaar Limburgs en ik stuurde. Flarden van het gesprek volgde ik en ik stelde mij ineens voor dat ik in een tv-documentaire zat waarin mensen geinterviewd werden die ondertiteld moeten worden. Heel vreemd maar bijna echt. De broer informeerde naar de uitslag van PSV-Ajax, want dat was voor hem belangrijk. De ander wist het niet en zei dat hij dan thoes wel op teletekst kost kiekuh.

Weer thoes aangekomen klapten we de aftandse rolstoel weer uit, waarbij er door mijn geweld een stuk ijzer afbrak. Maar dat deerde ons niet, dan kon die rolstoel tenminste bij de schroot. Maar voor nu testte ik de zitting nog even voor ik de gebruiker liet zitten. Hij zat prima. Ik voelde mij wel alsof ik in Little Britain speelde en ik zei: I don’t like’ t! Ja, dat schiet er dan zo uit. http://www.youtube.com/watch?v=7RVCgJOVqH4

Ze is me er eentje.

Die Tammar van ons, die heeft laatst zitten viltstiften op de vloer, de tafel en de bank. En alleen de bank houdt dapper stand tegen de schoonmaakmiddelen. Er zit dan wel een Picasso-achtig talent in haar, maar het is nog te vroeg. Nu wil nog niemand haar werk kopen. Linda was erg boos en stuurde haar naar boven. Ze heeft haar lang op haar kamer laten zitten en belde in de tussentijd mij om te vertellen wat er was gebeurd. Ach ja, de bank. We kunnen er nog op zitten.

De dag erna haalde ze het glorix blok uit de houder en gooide het op de grond. Ik was er wederom niet bij, maar Linda stuurde haar naar haar kamer. Maar toen begon ze hartverscheurend te snikken. “Kom je me dan wel snel halen, mama?”  Tsja, dan behoor je natuurlijk consequent te blijven. Maar dat gaat dan ook niet meer. Ze is lief, ze is mijn liefie, maar een hand vol. Ze is ook zo wild, het is niet normaal. Pakt met twee handen mijn wijsvinger en mijn pink, en klemt dan haar benen om mijn been en laat zich achterover vallen. In een splitseconde is het gebeurd en hangt ze daar. Tien keer per dag. Ze rent nog wat houterig maar ze rent wel. En valt vaak voorover. Ze vangt het allemaal wel op met haar armen, maar toch.

We moeten oppassen met haar. Straks krijgt ze een predikaat. ADHD, hondsdolheid of een andere ziekte die overgebracht wordt door wilde beesten, maar ik ben er van overtuigd dat ze volkomen normaal is. Ze heeft een overdosis pit, dat is alles. Ik mag haar wel heel graag eigenlijk. Vooral als ik haar net in bad heb gedaan, haar haren gekamd heb en haar pyjama aantrek en alle zonden weer van haar zijn afgewassen, is ze mijn liefie. voor de zekerheid vraag ik het haar dan even. “Ben jij mijn liefie?” “Ja,” zegt ze dan, “en Hans ook en mama ook.” En vervolgens klimt ze in haar bed. Niet door de daarvoor bedoelde verwijderde spijlen, nee, met een koprol over de hoge rand.