651

Het was zaterdagmiddag, ik lag lamlendig en verkouden op de bank, Hans zat eeen filmpje op de pc te kijken en Tammar speelde met haar playmobil. Linda las wat in het blaadje van de digitale tv dat we eens in het kwartaal krijgen toegestuurd. Ze pakte de afstandsbediening en speelde wat in het menu, zodat je te zien kreeg welk zenderaanbod er zoal was. Opeens staat er: kanaal 651, “dirty sluts fucking hard.” Mij is dan volkomen duidelijk wat je te zien gaat krijgen maar Linda, in haar maagdelijke onschuld, drukte op 651. Het is niet anders dan het verhaal van het paradijs, waarin Eva de verleiding niet kon weerstaan te eten van de vruchten van de boom der kennis van goed en kwaad.

Een mevrouw demonstreerde net hoe lang de afstand van haar mond tot haar huig was. Haar gezicht stond op de paniekstand -dat van Linda, niet dat van de mevrouw- en in plaats van op een andere zender te drukken, rende ze naar het beeld, ging er voor staan en klikte de televisie uit. Ongeschikt voor de commando’s. In stresssituaties moet je helder kunnen blijven denken over de beste oplossing.

Het land van de ongewenste mogelijkheden

In Nederland zorgt Geert Wilders voor leven in de brouwerij. Dat is zo. Veel mensen houden wel van een beetje leven en lopen met hem weg, anderen zijn meer gehecht aan hun rust en bieden fel tegenstand. Ze zeggen wel van Geert, je bent vóór hem of je bent tegen hem. Nou, dat klopt niet want ik sta er wat neutraler in. Mensen waar je alleen voor of tegen kunt zijn zijn extremisten. Extreem slecht of extreem goed. Geert is wat dat betreft erg gematigd. Hij heeft zelfs wel iets sympathieks als hij geinterviewd wordt door iemand die hem ligt. Andersom, als de interviewer hem niet ligt kan hij knap arrogant worden. Maar ach, wat een ophef. Wees toch blij dat we niet hoeven te stemmen in Amerika. Daar lopen pas gekken in de politiek.

Ik heb Amerikanen altijd al achterlijk gevonden. Dat kun je rustig zeggen over Amerikanen. Als je het over moslims zegt, dan ligt dat wat gevoeliger. Nu ben ik nooit in Amerika geweest en ik hoop dat zo te houden, maar omdat ik een neef heb die twintig jaar geleden naar het land van de ongewenste mogelijkheden emigreerde, en waarmee ik sindsdien één mailwisseling heb gehad, vind ik dat ik toch recht van spreken heb. Er zijn twee mogelijkheden. Amerikanen zijn achterlijk óf Amerikaanse media scheppen een achterlijk beeld door alleen maar achterlijken in beeld te brengen. Oppervlakkig, egoïstisch, mediageil, materialistisch, onbetrouwbaar en niet bijster intelligent, zo denk ik over de gemiddelde Amerikaan. Ik kan er ook niks aan doen, dat is een signaal dat ze al decennia over de oceaan zenden en ik pik dat op.

Het probleem is wel dat veel mensen hier het signaal niet alleen oppikken, maar zich er ook op afstand door laten besturen. Ze gaan net doen of ze interessant zijn, ze gaan vreemd praten en ze doen dansjes terwijl iedereen weet dat een denneboom stil moet staan. Jammer vind ik dat. Mensen zijn toch het mooist als ze zichzelf zijn. Vraag het een schizofreen.

Het wonder van Linda

Zaterdag verstuikte/verzwikte/kneusde Tammar haar enkel waardoor we zondagochtend in het ziekenhuis zaten om de arts er even naar te laten kijken. De arts voelde voorzichtig aan haar enkel en constateerde op basis daarvan dat het niet gebroken was. Het was erg druk op de röntgenafdeling dus hij wilde het Tammar niet aandoen om een foto te maken. Ze kreeg een lekker zacht verbandje van de dokter, waar ze erg blij mee was want met zo’n lekke bandje hoefde ze helemaal niet meer te lopen. De simulatie kon beginnen. De dokter had erbij gezegd dat ze dinsdag of woensdag wel weer moest gaan lopen, anders moest het herbeoordeeld worden. Ofschoon ze zaterdag nog voorzichtig liep, hield ze daar na het lekke bandje mee op. Twee dagen lang, totdat ze dinsdagmiddag bij oma ineens weer op Linda af kwam lopen.

Dinsdag belde Linda mij op, Bob, onze kater, was niet goed. Zakte door zijn achterpoten en schudde met zijn kop. Ze herkende een hersenbloeding. Het was al bijna vijf uur, dus ik ging naar huis. Bob was bij de buren in de struiken gaan liggen en mij schoot te binnen dat katten dat doen als ze voelen dat ze doodgaan. Omdat we hem wilde pakken om naar de dierenarts te gaan, riep Linda hem. Ik zag hem met een heldere blik kijken, zich oprichten en naar Linda toe snellen alsof er nooit wat gebeurd was. Linda bezwoer mij dat het even daarvoor nog niet goed was met hem.

Dat zijn dus twee wonderbaarlijke genezingen in en week hier. Als u nog iemand weet die ervoor in aanmerking komt, breng hem/haar eens hier en laat hem/haar eens in de richting van Linda lopen. Ik wil het gewoon even zeker weten.

When your heart is weak.

Dit is nu zo’n moment waarop je als man sterk in je schoenen moet staan. Kijk die verleidelijke lach en let op dat inspelen op mijn gemoed. Ze weten dat ik moeite heb hen te weerstaan en ze proberen me op Twitter te krijgen. En hun boodschap is uit het hart want ze zijn zelf ook van slag. De namen van Hans en Tammar schieten hen niet meer te binnen.

Even schoot het door me heen, Twitter. Maar toen hoorde ik de stem van Samuel L. Jackson in mijn hoofd.

The path of the righteous man is beset on all sides by the iniquities of the selfish and the tyranny of evil men. Blessed is he who, in the name of charity and good will, shepherds the weak through the valley of darkness, for he is truly his brother’s keeper and the finder of lost children. And I will strike down upon thee with great vengeance and furious anger those who would attempt to poison and destroy My brothers. And you will know My name is the Lord when I lay My vengeance upon thee.

Gogorazzi

Aan de heer Cornelis Duizend.

Geachte heer Duizend,

Hedenavond was het ineens genoeg. Ik was volledig klaar met de terreur die u de afgelopen maanden over het land heeft verspreid. En dan doe ik nog niet eens de boodschappen zelf, maar ik begreep dat uw klanten bij de uitgang van uw winkel lastig gevallen worden door zogenaamde gogorazzi, hondsbrutale kinderen die buiten medeweten van hun ouders een meterslange barricade vormen waardoor de klant zich een weg naar buiten moet banen omdat hij niet anders kan, en die vervolgens als een stelletje in hongersnood verkerende Afrikanen in oorlogsgebied aan wie voedselpakketten worden uitgedeeld, de kledingstukken van de klanten  aan flarden trekken in een poging een zogenaamde “Gogo” te verschalken. Nee, dat blijft mij dan nog bespaard.

Maar mijn eigen kind! Al weken is hij niet te genieten. Zijn leven staat in het teken van de Gogo’s. Zodra de Gogo’s niet in zijn buurt zijn, of er raakt er per ongeluk eentje in de stofzuiger omdat ik die vormeloze dingen niet van een propje zilverpapier kan onderscheiden, breekt de hel los. En dan die verhalen! “Wil je m’n gouden Gogo zien? Weet je welke Gogo ik de mooiste vind? Moet je raden! Kijk eens welke Gogo ik gekregen heb? ” En dat honderd keer per dag, meneer Duizend.  En dan zijn dat nog de positieve verhalen. Wat hij allemaal uitkraamt als hij een Gogo kwijt is, of als hij er een in de auto heeft laten liggen! Vijf keer per nacht komt hij zijn bed uit om te vragen of hij even naar beneden mag om een Gogo te halen. Het is niet meer normaal. Ik word doodziek van die Gogo’s.

Misschien denken u en uw managementteam alleen aan uw eigen omzet, en u doet vast uw eigen boodschappen bij de concurrent, omdat u natuurlijk voorkennis heeft, maar dit kunt u niet maken! Dit is echt een stap te ver. U zadelt Nederland op met een vreemd plastic vormpje wat op een of andere manier leidt tot een stormloop. Het land is zichzelf niet meer door kinderen die zich gedragen als verwende nesten. En wat moet dat vormpje eigenlijk voorstellen? Is het restafval dat vrijkomt bij kerncentrales? Want er moet haast radioactiviteit in zitten, zo vreemd gedraagt mijn kind zich.

U begrijpt, dit kan zo niet langer. Ik doe niet een beroep op u, ik vraag u vriendelijk doch met klem deze terreur te stoppen. Deze hongerwintertaferelen moeten weg! Ik denk hierbij niet aan uw omzet, maar vooral aan uw gezondheid. Want ik ben in verregaande staat van opwinding, nee, ik ben al verder, en het liefst zou ik alle Gogo’s die zich hier in huis bevinden, met een hamertje uw neusgaten intikken. En geloof me, het zijn er veel meer dan in uw neus passen. Dus meneer Duizend, zet mij alstublieft niet aan tot het plegen van zo’n gruwelijke daad en stop uw terreur.

Met vriendelijke Gogoroet,

Mack Webber.

 

Een betoverend mooie dag.

Vanochtend zat ik met twee kleine meisjes bij het feestje ter ere van het 25-jarige bestaan van het kinderdagverblijf. Ik had geen idee wat me te wachten stond, ik wist alleen dat ik er heen moest. Ik was al blij dat ik nog even op de uitnodiging keek en zo te weten kwam dat het over een jubileum ging. Er werd een optreden verzorgd door Tjalling en Kees, twee grappenmakers voor peuters. Best knap wat die twee deden want peuters zijn een erg lastig publiek. Tammar bijvoorbeeld, die normaal toch onverschrokken is, week geen moment van mijn zijde. Ze nam niet plaats op de bankjes vooraan, maar bleef aan mijn been hangen, langs de kant van de zaal, anderhalf uur lang. Na elk liedje vroeg ze: “zijn ze nu klaar?” Ondankbaar publiek, die Tammar. Maar goed, ze kende alle grapjes al want haar bloedeigen vader is dat humorniveau ook nooit ontstegen.

 ’s Middags was er een programma voor de kinderen in de leeftijd van Hans, maar die kon niet. Wij gingen naar Yukiko. Kent u Yukiko, de heks? Ze is wel een heks, maar ze heeft vele lieve kanten. Ze heeft bijvoorbeeld een betoverde trampoline waardoor Tammar haar enkel kneusde, en die haar een zwelling bezorgde waar een ei jaloers op zou zijn. Maar dan komt ze ook met een zelfgemaakt brouwseltje om de zwelling te bestrijden. Het was groene zalf, een typische heksenkleur. Het werkte wel in die zin dat Tammar er weer rustig van werd. Maar een rustige Tammar is niet de oude Tammar, dus zal ze wel betoverd zijn. Ik had ook echt het idee dat Yukiko zich veel sneller door haar bostuin kon bewegen dan menselijkerwijs mogelijk is. Er moet een bezem in het spel zijn geweest. Verder probeerde ze me uit mijn concentratie te halen door het geluid van een bladblazer na te doen, en ik vond dat ze bedwelmende sauzen bij het eten serveerde, maar dat bleek haar hulpje Jenni gedaan te hebben.

Toch voelen wij ons wel op ons gemak bij heks Yukiko. Hans heeft de hele middag met haar dochtertje gespeeld, en ik heb hem niet één keer horen zeuren. Ook betoverd dus. Toen ik naar de wc ging, trok het ding niet door, dat schijnt ze ook op afroep te kunnen. Het gebeurt bijna niemand maar mij wel. Een akelige lach klonk uit de hal. Toen ik haar bestraffend toesprak, en zij zich bedacht dat ze alleen zichzelf maar had met het niet kunnen doortrekken, gaf ze me het juiste toverwoord.

 Toen het donker was en er een kampvuurtje gemaakt werd in de tuin -waar vind je dat nog?- en ik de volle maan zag rijzen terwijl het helemaal geen volle maan was, vond ik het genoeg. Dan miste ik het offerfeest maar, maar wij gingen weer naar veiliger oorden. Ze vond het jammer en toonde ons twee vers gevangen vleerhonden. Maar daarmee waren wij niet over te halen. Ze liet ons uit en leidde ons door de donkere bostuin naar de veilige, verlichte straat. Blij dat we die haalden. Wat harder dan normaal en met een iets verhoogde hartslag reed ik terug naar huis. Ik meende nog twee keer ingehaald te worden door een bezem zonder licht. Maar dat kunnen ook gewoon hallucinaties geweest zijn.

Coca Cola Light Break.

Gisteren ergerde ik mij op mijn werk. Ik probeerde iets te begrijpen maar omdat het zulk mooi weer was werd er een bende bladerblowers door de straat heen gejaagd. En het is waar, als ik iets lastig vind dan ga ik mij ook snel ergeren. Dus ik maak ze allerlei ondoordachte verwijten, maar ik erger mij niet voor niets! Bovendien, in mijn verdediging: het bedrijf naast ons huurt die bladerblowers elke week in. Zodra de zon schijnt, verschijnt ook deze bende oproerkraaiers.

Een beetje opgefokt trok ik de ramen met een knal dicht en deed de airco aan. Maar het helpt niks, want je hoort ze nog steeds, alleen zachter. Je probeert je af te sluiten maar het geluid dringt dwars door de ramen. En net als het iets beter gaat drukt er weer iemand op de printer, of komt iemand met een hoop herrie binnen zeilen. Geen punt als ik routineus zit te werken, maar als ik iets niet snap, en me eigenlijk daaraan erger, projecteer ik het op externe factoren.

Hoe dan ook, het werd pauze. Een van de bladerenblowers deed zijn masker af en bleek blonde manen te hebben. Hij trok zijn shirt uit en ging eens fijn op een bankje zitten, om zijn lichaam te showen aan de meisjes. Uiteraard deed hij net alsof hij in de zon zat, maar dat was niet zo, want anders heb je niet zulke Hans Klok-achtige manen. Helaas voor hem was ik mijn brood vergeten en reed ik naar huis om het te halen. Mijn Alfa mag dan afgeschreven zijn, maar dat merkt niemand die het niet weet. Op volle snelheid kwam ik aan, een hoop lawaai producerend, over de linkerweghelft waaraan hij zat scheurend, raam open en radio 1 keihard aan, ♪♫ en Marcel, hoe is de situatie in Uruzgan? ♪♫, één armpje uit het raam en een grote windvlaag producerend die zijn blonde haren deden wapperen. Dat zal hem leren! Geërgerd keek hij mij na. Beide armen had hij uitgespreid over de rugleuning van het bankje dus hij moet benzinewalm onder zijn oksels hebben gekregen. Op de terugweg zat hij er nog steeds en deed ik het weer, ditmaal over de rechterkant van de weg. Ik voelde de behoefte opkomen om naar hem te fluiten, maar dat durfde ik toch niet goed. Straks hapte hij! In elk geval, de toorn van de boekhouder is over hem gekomen. Ik weet niet of hij toevallig ook weblogt, want anders kunt u daar lezen dat er een aanstellerig boekhoudertje indruk probeerde te maken met zijn Alfaatje.

Niet schieten, dat is mijn papa!

Ik heb voor mijn verjaardag weer eens boeken gekregen. Martin Bril, want die bewonder ik. Frits Bolkenstein, want zijn aangeboren aardappel, zijn intelligente voorkomen, en niet in de laatste plaats zijn prachtige scheiding links, trokken altijd mijn aandacht. En verder kreeg ik boekenbonnen zodat ik iets te doen heb voordat ik ga slapen. Want zelfs hier is het niet elke dag feest.

Maar ik ben nu in een boek begonnen dat ik gewoon van de plank trok, omdat het er al stond. Het is geschreven door iemand die niet van nature goed kan schrijven, maar hij is geholpen. Het verhaal is toch adembenemend, omdat hij een verhaal heeft. Hij is een overlevende van een aanslag door de Bende van Nijvel.

Ik heb al vaker over de Bende geschreven, want ook dat is iets wat ik heb meegekregen en wat me nooit losliet. Hoe is het mogelijk dat er gebeurd is wat er is gebeurd? En hoe is het mogelijk dat deze zaak nooit is opgelost? Als ik door rood rij, wat ik hoogstzelden doe, dan komen er van vier kanten politiewagens met zwaailicht aan, ik word klemgereden, word in de boeien geslagen en ondervraagd terwijl een felle lamp in mijn gezicht schijnt.

Dit boek van David van de Steen beschrijft zijn lijdensweg. Ik heb het nog niet uit, maar in mij kwam het idee op dat als een bendelid dit leest, dat voor hem misschien het moment zal zijn dat hij breekt en zich gaat aangeven. Want als er iets is dat onze sympathieke zuiderburen verdienen, is het toch wel dat deze misdaad nog binnen de verjaringstermijn opgelost gaat worden.

De promotie van de dominee.

Het geloof der streng gereformeerde medemensch interesseert mij mateloos. Niet omdat ik het ook wil gaan aanhangen, maar omdat het mij een inkijk geeft in de psyche van de mens. In hoeverre spelen indoctrinatie en meeloopgedrag een rol en in hoeverre is het echt, dat is wat ik mij afvraag. Mede omdat mij als gelovige van katholieke afkomst natuurlijk regelmatig verwijten worden gemaakt. Dwaalleer, Mariaverering, niet erkennen van God als het hoogste gezag op aarde, maar de Paus, zijn verwijten waarvan ik smul. Alles beargumenteerd met de juiste wetsartikelen uit de heilige geschriften. Ik stroop dan mijn mouwen op, knak mijn vingers, neem een assertieve houding aan en ga in de tegenaanval. Heerlijk vind ik dat. En mijn belang is niet direct het verdedigen van de katholieke leer, waar daar begrijp ik soms ook geen bal van, maar het in de val laten lopen van mijn opponent. Uiteraard wel met een knipoog. De climax wordt bereikt als mijn opponent het ook even niet meer weet, en zich beroept op “dat is gewoon zo.”

Vanmiddag had mijn gereformeerde collega vrij. De reden was niet het mooie weer, maar de inauguratie van een nieuwe dominee in Elspeet. De dominee had promotie gemaakt en ging nu van een kerkelijke gemeente van 800 leden, naar eentje van 1600 leden. Ik vroeg of de dominee nu ook een dienstwoning ter beschikking kreeg, en of er dan wel 18% over het jaarloon van de dominee werd bijgeteld conform art 33 uitv.reg. LB. Want ook God’s werk is fiscaal belast. Dat eerste werd beaamd. Het ging om een grote dienstwoning waar je makkelijk met 10 kinderen kon wonen. Een andere collega bemoeide zich ermee en merkte op dat je dat ook allemaal moest schoonhouden. Maar dat was niet zo, want de kerkenraad zorgde voor de schoonmaak.

Samenvattend, praktisch de hele gemeente nam vrij om bij de installering van de nieuwe dominee te zijn en bovendien werd voor de schoonmaak van zijn huis gezorgd. “En dan verwijt jij de katholieken dat ze Maria vereren?”, merkte ik op. “Hoe noem je dit dan?” Uiteraard was het heel wat anders. “En wat is de bedoeling van het feit dat jullie daar allemaal bij zijn? Probeer je goede sier te maken of zo? Je weet toch dat goede sier maken de Here een gruwel is?” Hij moet daar wel om grinniken, want hij heeft best humor. En hij gaf zelfs toe dat er wel een aantal mensen om die reden naar de aanstelling kwamen. Ja, dat dacht ik ook wel. Ik merkte nog op dat tegen de tijd dat die mensen in de hemel zijn, ze daar waarschijnlijk ook de Here constant lastig vallen met hun aandachttrekkerij. Maar goed, dat vond hij spotten, en daar moest ik hem wel weer gelijk geven.

Logica van niks.

Vreemd. Ik zit art 32bb van de loonbelasting te bestuderen en daarin worden excessieve vertrekvergoedingen geregeld. Het gaat daarbij om mensen met een jaarinkomen van € 522.000 of meer. De fiscus moet ingrijpen om te zorgen dat er geen buitensporige bevoordeling voor deze groep van werknemers plaats kan vinden. Of tenminste niet zonder dat het de werkgever ook extra belasting kost.

Als je er over nadenkt is het onlogisch. Kennelijk willen werkgevers graag dit soort vergoedingen toekennen aan hun duurste werknemers. Want anders hoefde de belastingdienst toch niet in te grijpen. Terwijl wij -het voetvolk- onze werkgevers toch hebben leren kennen als over het algemeen aimabele mensen die juist geneigd zijn om zo weinig mogelijk kosten te maken voor hun werknemers. Want bij een vraag om loonsverhoging wordt door de meeste werkgevers toch dankbaar gebruik gemaakt van de economische crisis als argument tegen.

Nee, ik kan het niet helemaal rijmen met art 32bb. Is het een soort in stand houden van een caroussel waarbij de hoogst beloonden van de ene naar de andere werkgever kunnen gaan om zodoende in een jaar tijd bij elkaar te harken waar de meeste werknemers hun hele leven voor moeten werken? Maar wat is dan het belang van de werkgevers?

Ik kan eigenlijk niks anders verzinnen dan dat aandeelhouders een zo’n hoog mogelijk rendement per aandeel willen, en dat de hoogst beloonden hen op listige wijze weten te overtuigen van het feit dat ze dat krijgen als ze excessieve beloningen aan hen toekennen. Terwijl iedereen toch snapt dat de winst per aandeel juist gebaat is bij een zo’n laag mogelijk salaris van de president-directeur? Sterker nog, juist de president-directeur die begaan is met het lot van de aandeelhouder zou dit moeten snappen. Ik zal wel ziek geweest zijn op de dag dat dit behandeld werd op school.