Tammar

Vanmiddag om drie uur is Tammar Simone geboren. De bevalling leek in veel opzichten op die van Hans, drieënhalf jaar geleden. Eerst waren er 30 uur weeën die resulteerden in een ontsluiting van maar liefst 4 cm, toen de vliezen werden gebroken werd er weer meconium in het vruchtwater geconstateerd wat ons natuurlijk extra spanning gaf, en weer werd het een keizersnee.

De gynaecoloog had zich gelukkig goed verdiept in onze voorgeschiedenis en besloot dat de 4 cm niet voldoende opschoot en plande een keizersnee. Met mijn handjes dichtgeknepen zat ik af te wachten tot ze er was, en of het weer zo'n toestand werd als bij Hans. Maar nog in de buik hoorde ik reeds het eerste huiltje, en toen ze eruit kwam zat ze wel onder de meconium, maar liet zich luid en duidelijk horen. Wat een opluchting.

En nu ligt ze op de kamer bij Linda, die wel moe is maar het een stuk beter maakt dan na de bevalling van Hans. Tammar weegt 3480 gram en is 51 cm. Ze heeft donkere haartjes en donkere ogen en lijkt daarmee meer te lijken op mama dan op papa. Linda zag dat op de operatietafel al en zei: Yesss!

Nog een keer!

Verstoppertje spelen was vroeger een heel leuk spelletje, maar als volwassene is het nog veel leuker. Hans en ik spelen elke avond verstoppertje voordat hij in bad gaat. Als ik 'm ben, verstopt hij zich steeds op dezelfde plek, achter het babybedje, en ik doe dan alsof ik niet weet dat hij daar zit. Hij gaat zich eerst verstoppen en dan roept hij dat ik mag gaan tellen. En waag het niet om vast te gaan tellen als hij nog niet verstopt zit, want dan is het: "Neeeheee, eve watte tot telle"

Als ik dan tot tien geteld heb en ik ga hem zoeken, hoor ik vanachter het bedje: "Eest ik kom hoepe!"
Oh ja! "Ik kom!" en dan begint het feest. "Zou Hans weer achter de deur zitten? Even kijken hoor…KOM MAAR TE VOORSCHIJN! Hee, daar zit-ie niet?" Een gniffel (twee weken geleden was het nog een schaterlach) komt dan achter het bedje vandaan. En als ik dan eindelijk achter het bedje ga zoeken, schatert-ie het uit en roept gelijk: "Nog een keer!" Hij leert al aardig onderhandelen over het aantal keren dat we nog gaan verstoppen.

Als ik me moet verstoppen en hij telt, geldt die 'eve watte tot telle' ineens niet. En bij vier is-ie ook wel uitgeteld, dus dat vereist echte doortraptheid mijnerzijds. Maar dan heeft-ie aan mij een goeie. Ik herinner even aan de keer dat ik tijdens een verstoppertjespel een paar jaar geleden, uit het raam was geklommen en tussen de dakgoot en het kozijn stond op een ijskoude winteravond. Het duurde zeker een half uur voordat ze me gevonden hadden en een nacht voor ik weer ontdooid was. Ha!

Maar Hans is minstens zo doortrapt. Hij begint gelijk op elke kamer te vragen: "Is papa hier?" en herhaalt dat net zo lang tot je wel antwoord móet geven. Als ik dan nee zeg hoor ik hem op een ander kamer roepen: "MOOMIJN." (kom maar te voorschijn) En als-ie dan uiteindelijk op de goeie plek zoekt, en hij zegt 'moomijn', rekent hij er totaal niet op dat ik daar ook echt sta, en zie je hem schrikken en in een schaterlach schieten.
"Nog een keer!" Nee, nu gaan we eerst in bad. Als je klaar bent en de pyama aan hebt en je tandjes gepoetst, dan doen we nog één keer verstoppertje, goed?"
"Jah!" "En dan nog een keer en nog een keer en nog een keer."

Nog geen babynieuws.

Nog steeds geen babynieuws hier hoor. Mevrouw Mack is al om negen uur naar bed gegaan en ik hoor nog niks. Maar het zou natuurlijk kunnen dat als ik straks naar bed ga, dat er daar dan ook een baby ligt te slapen. Ze is nu eenmaal niet zo sensatiebelust. Aan de andere kant, dan had ze vast wel even een smsje naar zolder gestuurd.

Onzeker

Ik moet op de foto en wel zodanig dat daar een styliste aan te pas moet komen. Nu belde ze me vandaag voor een afspraak en ze vroeg welke maat ik heb, omdat zij zelf kleren meeneemt die ik aan moet.
Nu is mijn vraag aan lezers die verstand van dit soort dingen hebben: is dat een normale gang van zaken of heeft zij gewoon de foto op mijn weblog gezien en toen beslist dat ze zelf kleren meenam? Of had ik beter niet over witte sokken kunnen hebben op mijn log? Ik word een beetje onzeker van dit soort dingen.

Dood.

Dood is een gewoon woord. Maar als je kind van drie het gebruikt kun je je toch wat ongemakkelijk gaan voelen. Twee maanden geleden kwam Hans er voor het eerst mee. Toen ging het nog over een 'kak' die hij doodtapt had. Wij hebben daar gelijk tegen opgetreden zodat hij nu een 'lak' niet meer doodtapt maar netjes op een blaadje in de struiken terugzet. U ziet, zijn gedrag en zijn uitspraak verbeteren gestaag.

Afgelopen vrijdag is Bo, één van de twee Jack Russels van de buren, ingeslapen.

"Papa?"
"Ja Hans?"
"Bo is dood."
"Eeh..ja. Die is nu bij Old Shep."

Hans bracht het onderwerp de afgelopen dagen steeds weer ter tafel en wij voelden ons er niet helemaal gelukkig mee. Hij is nog een beetje klein voor zo'n woord dat hij bovendien leek te begrijpen als iets ergs. Mevrouw Mack vroeg mij zelfs of ik geen ander woord wist voor dood. Iets wat een beetje vriendelijker klonk. Ik groef in mijn parate kennis: de pijp uit, het hoekie om, een tuin op je buik hebben, de maden aan het voeren, naar de eeuwige jachtvelden, het rottingsproces ingezet hebben, om zeep geholpen…nee, dat was het allemaal niet.

Maar, 'o opluchting, het hoeft niet meer. Hans heeft zelf de nare betekenis van dood afgezwakt getuige de volgende vraag die hij vandaag aan mevrouw Mack stelde.

"Mama?"
"Ja Hans?"
"Is Bo nog steeds dood?"

Hans verliest zijn onschuld.

Ik las gisterenavond nog even een verhaaltje voor uit het plaatjesboek en Hans' oog viel op de slak op de tekening. "Is dat een kak?" vroeg Hans. "Heel goed" zei ik, "dat is een slak."
"Moet ik die doodtappen?" vroeg hij met een ondeugend gezicht.

Het kind kan nog geen "pindakaas" uitspreken, maar je laat ze even buitenspelen met de kindjes uit de buurt en je krijgt er een bloeddorstige moordenaar voor terug.

Vaderinstinct: nog maar 70 dagen!

Nog maar 70 dagen en dan krijgen wij als het goed is gezinsuitbreiding. Toen we op 2 maart 2005 70 dagen voor de uitgerekende datum van Hans zaten, logde ik ook al. Wat zeg ik? Al ruim een jaar! U had toen nog nooit van internet gehoord. Ik schreef toen een logje over "Toen onze mack een mackje was, heel aardig om te zien" en ik moet zeggen, het niveau is er hier niet erg op vooruitgegaan de afgelopen drie jaar. Nu kan dat twee dingen betekenen, en over het algemeen leg ik alles in mijn eigen voordeel uit. Maar nu niet. Nu leg ik het helemaal niet uit. U bent allemaal, zonder uitzondering, slim genoeg om te beredeneren wat ik bedoel.

En dat vind ik zo fijn aan u, dat u maar een half woord nodig hebt om te begrijpen wat ik bedoel. Of dat het soms helemaal niet de bedoeling is dat u iets begrijpt van wat ik bedoel, maar dat u dan toch ineens weet waar ik het over heb.

Maar 70 dagen nog maar. Ik verheug me er nog niet op. Er komt een meisje bij, en hoe zou die in hemelsnaam moeten concurreren met Hans? Ik ken haar niet eens! Het vaderinstinct werkt nog duidelijk niet. Bovendien, een meisje! Een pop kan toch niet concurreren met een auto?
Toch vrees ik dat moeder natuur mij straks een loer draait en er voor zorgt dat als ze er eenmaal is, ik haar net zo leuk vind als Hans. Bovendien, de heldhaftige hoofdrolspeler in een film heeft altijd een dochter en geen zoon. Dit om de keiharde filmheld een zachtaardig trekje mee te geven. En ik kan me best voorstellen dat dat bij mij ook werkt. Dat ijskoude en keiharde imago mag best iets getemperd worden.

Beetje eng.

Kermis in het pittoreske Duiven. Hans mocht in de draaimolen had ik hem beloofd. Maar toen we er voor stonden vond hij het toch een "beetje eng". Dan maar in het Labyrint. Voor 2 euro per persoon mochten wij erin. Ik word soms beschuldigd van het niet hebben van richtingsgevoel maar zo'n doolhof ben ik zo uit. Kwestie van de meest onlogische weg nemen. Hans vond er trouwens niks aan want die liep twee keer met z'n snufferd tegen een spiegel. Dus ook dat maakte de "beetje enge draaimolen" niet goed.

Toen wij bij de botsautootjes stonden te kijken kwam er na de bel een paarse lege botsauto zachtjes onze kant uit en kwam vlak voor ons tot stilstand. We hoefden alleen nog maar in te stappen. Botsauto's is het bewust aanleren van een verkeerde techniek, dus dat doe ik liever niet. Gelukkig vielen onze ogen op een rups waarvan de karretjes golvend in de rondte reden. Dat was een klik tussen vader en zoon die eindelijk iets gevonden hadden waar ze beiden achter stonden.

Hans en ik waren in een karretje gestapt en het jochie achter ons begon gelijk te roepen dat-ie heel hard ging. "Tuurlijk jochie." dacht ik, maar ik bedacht me dat ik helemaal niet opgelet had hóe hard dan wel precies. Wel, dat was dom. In het begin ging het nog wel, Hans vond het een "beetje eng" maar toen het iets harder ging en ik steeds op dezelfde plek vijf centimeter de lucht in schoot (levitatie bestaat, Frankie) vond hij het eigenlijk wel om te lachen. Vooral omdat ik steeds maar iets grappigs uitriep op die plek om niet je kind in totale paniek vast in zo'n rups te hebben. En met een arm je kind omklemmen met de andere de stalen beugel -waar Dennis van der Geest nog onderdoor zou schieten, vast te houden vergde nog best wel kracht.

Het pokkeding ging steeds harder en Hans wilde eruit. En ik ook, maar dat gaat gewoon niet. Dus dan vertel je maar dat de trein er bijna is om hem nog even zoet te houden. Toen mijn gezicht volgens mevrouw Mack aangaf dat ik het ook niet meer leuk vond minderde de trein vaart. "Hans en papa vonden het helemaal niet eng hè Hans?"
"Neeee. Hans niet beetje eng, papa ook niet, mama wel beetje eng."
"Zo is dat jongen."

In 2001 hebben ze in de Efteling een keer bijna de handvatten van het schommelschip los moeten zagen omdat mijn handen zo verkrampt waren dat ik niet meer los liet. Ik ben gek op attracties.

Zolder.

Ik ben verdreven van mijn vaste computerplek, omdat daar waar ik al die jaren zat te loggen, Hans' nieuwe kamer gaat worden. Ik zit nu op het hoogste niveau dat je hier in huis kunt bereiken, de zolder. Ver boven de rest van de familie verheven. En of het logniveau mee stijgt, (kan haast niet meer) dat moeten we nog even afwachten.

Hans heeft vanuit de badkamer zicht op z'n nieuwe kamer, en op z'n zwoegende vader die daar vanavond aan het timmeren en aan het zagen was. (Niet verder vertellen, maar dat is gewoon om indruk te maken op mevrouw Mack, want ik timmer en ik zaag zomaar wat, want dan lijkt het alsof je druk bezig bent.)
Ik had Hans vanavond voor het eerst duidelijk gemaakt dat hij een nieuwe kamer kreeg, en dat daar Alfa Romeo behang op zou komen, en dat de baby in Hans z'n kamer ging slapen.
Dat vond hij allemaal hoogst interessant en stemde dan ook knikkend in. Toen ik een kwartiertje later het hamertje erbij neer gooide, en de kamer en de puinhoop even liet voor wat het was, riep Hans vanuit het bad verschrikt uit: "Papa, mijn bed is nog niet kaar!" (de L is nog wat lastig.)

Had de kleine rakker begrepen dat-ie er vanavond gelijk al in moest. Nou, om je dood te lachen toch? Ja, voortaan moet u eraan geloven hoor. Voor elke ouder komt het punt een keer dat hij anderen gaat lastig vallen met uiterst grappige anekdotes over zijn kind. En dat moment is nu aangebroken.