Manhunt

Ik zag op Discovery een mooie aflevering van Manhunt. Een navy seal wordt opgejaagd door militaire spoorzoekers ergens in het Zuidwesten van Amerika. De navy seal is in het nadeel want hij heeft geen eten en drinken bij zich, maar aan de andere kant is hij lichter en sneller. De bedoeling is dat hij een rescue point bereikt waar hij een helikopter kan oproepen die hem komt redden. Hij zet dwaalsporen uit, zet booby-traps in, maar weet de spoorzoekers maar matig om de tuin te leiden. En als ze het echt even niet meer weten zetten ze zo’n vervloekte drone in om hem op te sporen. De drone vindt hem keer op keer en geeft de coördinaten door aan de spoorzoekers. Het is een training, maar het ziet er angstaanjagend uit. Als de avond valt slaan beide partijen hun kamp op, slechts 300 meter van elkaar verwijderd zonder dat ze elkaars positie weten.

Uiteindelijk weet de navy seal op het nippertje te ontkomen, vastgebonden met een lijn aan de helikopter. De spoorzoekers waren zo dichtbij dat als het echt was geweest ze de helikopter hadden kunnen neerschieten. Maar het was niet echt. Mij spreekt het aan, dat spoorzoeken en dwaalsporen uitzetten.  Zeker in  onbewoond, bergachtig gebied. Topfitte militairen, ontberingen en overleven in de natuur. Het spreekt me enorm aan liggend op de bank in een warme huiskamer. Mijn geest is er klaar voor. Mijn lichaam niet. Morgen ga ik door een MRI scan om te kijken of ze de oorzaak zien van mijn pijn. Een zekere ambitie mag mij niet ontzegd worden.

Huisartsen

Houding, ik moet op mijn houding letten, dat is wat ik mij inprent. Het lijkt toch wel erg op een hernia wat ik nu heb, hoewel het weinig zin heeft te speculeren. Vorig jaar had ik exact hetzelfde, dat is toen over gegaan met fysiotherapie en met tijd. Ik had toen een maandje of anderhalf nodig. Vorig jaar begon het met een vreemd gevoel in mijn rug waarvan ik dacht: even oppassen, maar al snel was het te laat en zat het in mijn been. Nu zat er al weken pijn in mijn rug, daar is het nu weg en nu zit het sinds een week of twee in mijn been.

Ik heb nu een doorverwijzing naar een orthopeed in een privékliniek, daar kon ik kennelijk sneller terecht. Ik ben niet zo gek op privéklinieken maar waarom weet ik eigenlijk niet. Misschien omdat ze over mijn rug concurreren met het ziekenhuis, maar dat zal ik zelf wel verzinnen.

“Vertrouwen,” zei mijn huisarts. “Je moet een beetje vertrouwen hebben. Hoe lang kennen wij elkaar nu al,” vroeg hij? Ik antwoordde dat het ergens eind jaren 90 geweest moet zijn. “Ik maakte me toen best zorgen om je. Ik zei ’s avonds nog tegen mijn vrouw, ik heb er nu één die wil in het zicht van de finish opgeven. Die wil zes jaar studie weggooien, wat moet ik daar nu mee?” (zijn vrouw is ook huisarts) “Maar je hebt je toch behoorlijk goed door die periode heen geslagen. Ik heb helemaal niet het idee dat je er nog veel last van hebt.” Ik beaamde dat het een heel stuk beter ging. “Dat is voor mij ook goed om te zien, dat het toch goed kan komen, ook al twijfel je daar aan. Ik lig zelf ook wakker van dingen, maar het is goed om soms gewoon wat vertrouwen te hebben.”

Mijn vorige huisarts heeft me door de moeilijkste tijd geholpen, van hem was ik al fan, maar dat was een echte ouderwetse huisarts met een prachtig grijs kapsel en een strakke scheiding. Deze is het tegenovergestelde, als je het niet zo weten zou je denken dat hij de dorpsgek is. Maar dat is hij niet. Hij heeft lak aan het huisartensprotocol, dat is alles. Maar hij heeft me eveneens altijd goed geholpen in moeilijke tijden. Hij zei dat hij tegenwoordig een hele leuke psychologe in dienst had en dat als ik dat laatste beetje duidelijkheid nog eens wilde hebben ik gerust een keer met haar mocht komen praten. Maar ik zei tegen hem dat ik al blij was dat ik tegenwoordig met ouderwetse lichamelijke klachten kwam in plaats van met geestelijke. Misschien een andere keer. Maar met lichte lichamelijke klachten naar de dokter is zoveel leuker dan met depressies of angsten. Ieder zijn leed zeggen ze wel eens. En toch is het wel eens goed om te kijken naar waar je allemaal doorheen bent gekomen. En naar wie je daarbij geholpen hebben.

En nee, ik ben nog niet lang niet uitontwikkeld. Maar als dit geen inspiratie was dan weet ik het niet meer. Nu weer in de houding.

De macholanden

Dit is nu de tweede avond achter elkaar dat ik een logje wis. Het was een logje met mijn mening over een politieke zaak, en ik ben erachter dat ik niet geschikt ben om er een politieke mening op na te houden. Er klopt namelijk geen zak van. Ja, natuurlijk, er zitten zeker dingen in die veel mensen zullen aanspreken, maar er zitten ook dingen in die veel mensen tegen de borst zullen stuiten. En als ik nu politicus was dan nam ik dat op de koop toe, maar nu heb ik slechts een mening over een ver land waar ik nooit geweest ben, waar ik de cultuur niet van begrijp en waarvan ik vind dat ze maar net zo moeten denken als ik. Nee, dat schiet weinig op, bovendien wordt de Sotsji discussie al volop door anderen gevoerd. En aan het eind hoort Poetin mij toch niet.

Ik bemoei me vooral met mijn werk momenteel. Mijn titel is finance manager, maar ik ben nog steeds boekhouder. Want dat is wat ik voornamelijk doe. Ons moederbedrijf heeft dochterondernemingen in 17 landen geloof ik, en allemaal hebben ze hun eigen finance manager, misschien enkele net van de grond gekomen vestigingen uitgezonderd. Vandaag kwam mij ter ore dat mijn Deense collega een andere baan heeft en vervangen wordt door een vrouw. Ik moet nu even diep nadenken maar ik geloof dat ik alleen nog in Brazilië, Chili en Engeland een mannelijke collega heb. (De macholanden) Alle andere landen hebben vrouwen in dienst als finance manager. Waarmee is aangetoond dat ik een vrouwelijk beroep uitoefen. De oerdegelijke boekhouder, het betrouwbare geweten van het bedrijf, het is een vrouwenberoep geworden. Misschien moet ik mij maar laten omscholen tot verpleger of zo. Ach nee, ik kon altijd al goed met vrouwen opschieten. Misschien heb ik veel dezelfde kwaliteiten. Kan ik ook twee dingen tegelijk. Ben ik heel goed in commentaar leveren. En ben ik slecht met gereedschap.  Maar ik heb ook echt mannelijke eigenschappen. Ik hou van grote honden. Ik weet niet hoe met baby’s om te gaan. Ik hou van snelle auto’s. Sloof me graag uit. Eigenlijk ben ik het beste van twee werelden.

Changeakter

Misschien komt het omdat ik bij een Softwareleverancier werk, maar wij hebben twee soorten werknemers. Technische en snelle. En ik. Tussen de middag zitten wij gezamenlijk aan een snelle lunch, met pesto, rucola, krabsalade, filet americain, crackers, optimel en potverdorie als ik dit zo opsom lijkt het wel of ik met een stel homo’s aan tafel zit! Ik heb ook uitdrukkelijk verzocht om spikkeltjesworst, bruin brood en karnemelk. In elk geval, de gesprekken zijn van hetzelfde laken een pak. Ik versta hun taal niet. Hockey, sales, en games. Nu dacht ik altijd dat gamen voor jongens was maar nee, mijn collega’s doen het ook. Ze hebben zelfs racestuurtjes en racestoelen en zonder gêne vertellen ze erover.

Vanmiddag hadden ze het over televisies en wat er allemaal mogelijk is en ik kon het in geen velden of wegen volgen. Ik kan het niet eens navertellen. Netflix, Apple-tv, ultra hd, films kijken op je iPad en weet ik het allemaal. Utopia, daar hadden ze het ook over. Toevallig had ik op radio 1 gehoord dat het een programma van John de Mol was, maar dat had ik niet gezien, dus ook daar kon ik niet over meepraten. Wij hebben nog een televisie uit de jaren ’80 van de vorige eeuw en dat vinden ze op zich wel weer grappig. Maar toch besloot ik me in het gesprek te mengen. Ik vertelde over de nieuwste dienst van KPN die wij hadden afgenomen en daarmee kreeg ik de aandacht. Changeakter heet het, maar niemand kende het. Nee logisch, want ik verzon het ter plekke. Wat of dat wel niet mocht zijn. “Nou,” legde ik uit, “soms kijk je een film die op zich wel goed is, maar waarbij je je ergert aan een bepaald acteur. Met Changeakter kun je dan opgeven dat je een bepaald acteur kunt laten vervangen door een andere. Laatst bijvoorbeeld, ik keek naar Meet de Fockers, maar ik kan die Ben Stiller niet uitstaan. Nou, dan geef je gewoon op dat je Greg Focker door John Travolta laat spelen. Ergernis weg! Je kunt alleen geen acteur instellen die op dat moment al een andere rol heeft in de film. Mooi hoor!”

Tijdens de uitleg zitten ze je wat glazig aan te kijken. Maar gelukkig schieten ze toch wel weer in de lach om die collega uit Vaassen waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan. In een vorige werkkring dachten ze dat je na negenen Vaassen niet meer in kon omdat de slagbomen dan dicht gingen. Ach ja, zo vermaak ik me. Met het in stand houden van mythes en het verzinnen van onzin.  Ik ben daar erg goed in, al zeg ik het zelf.

Een echte vent

Onlangs zei iemand tegen mij dat echte mannen zouden stoppen met roken op 1 januari 2014. Nu ben ik het daar niet mee eens, want niet voor niets is het gezegde: “het is geen man, die niet roken kan”, maar het bracht mij toch op een idee. En zonder dat ik me mentaal voorbereidde, bewust afscheid nam of hele goede redenen zocht om er mee te stoppen, zit ik hier op mijn eerste rookvrije dag met wat meer energie dan anders. Nu rookte ik wel schandalig weinig, maar toch. Ik kende wel twee momenten vandaag dat ik wel erg veel trek in een sigaret kreeg, maar ik heb ze weerstaan. Maar dat is allemaal het moeilijkste niet. Het moeilijkste is het op de lange termijn weerstaan, in vakanties, op feestjes, weet ik het. Want ik ben iemand die makkelijk een dag zonder kan dus het gevoel heeft dat hij niet echt verslaafd is. Die eigenlijk ook vindt dat drie á vier sigaretten per dag weinig kwaad kunnen.

Maar ik dacht maar aan die stinkadem en mijn stinkvingers als ik gerookt heb. Het eerste wat ik deed was mijn handen wassen na het roken. En roken stinkt tegenwoordig eenmaal. Vroeger niet, toen rook het gewoon naar rook. Ook ga ik angstvallig de weegschaal in de gaten houden. Mocht blijken dat mijn gewicht omhoog gaat, dan begin ik onmiddellijk weer met roken. Want we weten allemaal dat overgewicht niet goed is. Nee, het is allemaal wat vrijblijvend gegaan,  dat stoppen met roken. Ik sta er niet zo enorm achter, dus het is gedoemd te mislukken. Aan de andere kant ben ik nu een dag op weg, en ik ben eerder eens een paar jaar gestopt, dat was helemaal niet het einde van de wereld, al denk je dat vlak vóór en vlak nadat je stopt. Vrij snel is de behoefte weg, maar het duurt iets langer voor de kick van het stoppen weg is, en dát is het moment waarop je moet volhouden. En misschien zit daar wel mijn voordeel, die kick van het stoppen is er niet, dus ik moet nu gelijk al volhouden.

Nou ja, we zullen eens zien. Ik ben altijd zo gek dat ik mij laat opjutten door iemand die zegt dat je geen echte vent bent als je niet stopt met roken. Een echte sportman stopt met roken, dat wel natuurlijk. Of begint met sporten. Hoewel, een rokende sportman die ineens stopt is dat een echte sportman? Of iemand die begint met sporten is een echte sportman? Nee, beide stellingen zijn onjuist. Een echte niet-roker is iemand die nooit rookt. Een echte vent is een vent die zijn figuurlijke ballen toont. Niet zijn letterlijke natuurlijk, want dan eindig je in een politiecel. In die zin kunnen vrouwen ook prima een echte vent zijn. Ze hadden gewoon nooit moeten ontdekken dat roken slecht was voor je gezondheid, want toen die kennis er nog niet was was het ook heel gezond. Jean Louise Calment kwam er op haar 117e jaar achter dat het niet gezond was en is onmiddellijk gestopt. Gelukkig was ze er op tijd bij, anders was ze met 122 jaar nooit de oudste mens ooit geworden.

Een slecht rechercheur.

Gisteren zag ik een geweldige film over de ontvoering van Heineken met een glansrol voor Rutger Hauer. Over Amsterdamse jonge criminelen die kennelijk de weg kwijt waren en overgingen tot deze laffe daad. In de film werden een aantal criminelen bij naam genoemd zoals Cor van Hout. Echter was ik ervan overtuigd dat Holleeder ook bij de ontvoerders zat, maar degene van wie ik dacht dat hij Holleeder speelde heette Rem, al deed hij in alles aan Holleeder denken. Na afloop ging ik eens even op onderzoek uit naar wat dingetjes die in de film aan de orde kwamen. Namelijk dat Nederland aan Frankrijk grenst op één plek in de wereld en dat is St. Maarten. Ik heb nooit geweten dat St. Maarten een Frans deel heeft. Mijn impulsieve reactie was dat we het onmiddellijk moesten binnenvallen. En natuurlijk of Holleeder een van de ontvoerders was, en dat was ie.

Vandaag zocht ik wat verder over Holleeder en kwam terecht bij College Tour, dat ik destijds niet gekeken heb omdat zijn verhaal me niet zo interesseerde en omdat ik vond dat hij nou niet iemand was die in de media aandacht zou moeten komen te staan. Of het nu kwam omdat het kerst is of omdat ik sowieso wat naïef ben, had ik wel sympathie voor Holleeder. Misschien loog hij wel alles aan elkaar maar in zijn manier van praten deed hij denken aan Johan Cruijff, die ook zelden rechtstreeks antwoord geeft op vragen en net zo onverschillig blijft herhalen dat hij een bepaalde vraag niet beantwoordt. Holleeder was op het verkeerde pad geraakt, had “spijt” van bepaalde dingen, met name de behandeling van Heineken en Doderer, maar, zo zei hij, het was niet het plan om ze drie weken vast te houden, maar slechts een paar dagen. En hij verzekerde dat ze Heineken nooit vermoord zouden hebben ook al zou er geen losgeld worden betaald. Over de liquidaties in Amsterdam beantwoordde hij op advies van zijn advocaat geen vragen. Hij stelde zich op als een man met een redelijk hart in figuurlijke zin, die door omstandigheden in de criminaliteit was geraakt, maar die zeker het verschil tussen goed en kwaad wist. Hij zou zijn kinderen zeker afraden om dezelfde kant als hij uit te gaan.  En of hij de zaal bespeelde, dat weet ik niet. Hij wekte ergens sympathie op.

Nu ben ik een half uurtje verder en denk ik: misschien wel erg naïef, Mack. Hij leek een vriendelijk man, maar het is misschien handiger om de politie te geloven. Klaas Wilting bijvoorbeeld was helemaal niet te spreken over het feit dat Holleeder zijn verhaal mocht doen. En iemand wordt niet voor niets als  topcrimineel aangemerkt. Maar tijdens de uitzending kon ik niet zien dat hij zat te liegen, behalve misschien bij zijn verklaring dat hij het losgeld van Heineken had verbrand op het strand. Ik zou waarschijnlijk een zeer slecht rechercheur zijn. Of in elk geval het ondervragingsgedeelte zou ik erg beroerd doen. “Commissaris, ik weet waar dat geld is hoor, hij heeft het verbrand op het strand.”

Nou ja, ik schrik er een beetje van dat een man als Holleeder mijn sympathie weet te wekken. Wie zouden dat nog meer kunnen? Wilders, Bin Laden, Hitler? Terwijl ik aan de andere kant een haast onfeilbaar gevoel heb bij mensen in de zin van of ik ze kan vertrouwen of niet, tenminste, dat vind ik zelf. Hoe het ook zij, de film is een aanrader. Ik was niet lekker, keek hem in bed (ik kijk nooit tv in bed) en ben niet in slaap gevallen. Om twee uur ’s nachts deed ik dat pas, nadat alle indrukken over de film vervaagden.

[Update: ik lees net dat de acteur die Holleeder speelde, ook Johan Cruijff speelt in een drama serie over het leven van Cruijff. Iets aan mijn waarnemingsvermogen werkt.]

Periodes.

Ik voel mij niet lekker. Ik ben slecht gehumeurd, moe, heb het gevoel dat het leven geen verrassingen meer kent, hoor bijna alleen nog gezeik aan, en heb het gevoel dat 44 of 90 niet veel uitmaakt. Vooral dat laatste is ernstig, want ik weet dat het niet zo is, maar het voelt zo. Ik heb even gedacht aan een depressie, maar wil daar ook niet te snel van spreken. Ik ben er wat gevoelig voor maar het is geen depressie. Het is ook weer niet een gewone baaldag want het is er al een poosje. Ik heb nieuwe dromen nodig. Misschien niet eens nieuwe dromen, maar gewoon iets. Een nieuw huis, nieuw werk of een seizoenkaart voor het voetbal. Maar misschien is dat laatste niet zo’n goed idee dit jaar.

Eigenlijk is het probleem dat ik niet veel dromen heb gehad. Ik was al blij dat ik gewoon meekon met het leven. Wat later heb ik zelfs het gevoel gehad dat ik nog meer kon dan slechts meekomen. Nog steeds heb ik dat, het gevoel dat ik talenten heb. Een groot talent is fantasie. Ik zou me doodschamen als u allemaal zou weten wat ik me soms verbeeld. En wat ik allemaal zie of denk. Ik weet gelukkig dat dat niet kan, maar wat ik me wel soms afvraag, ziet men aan mij dat er dingen in mijn hoofd omgaan? Of zie ik eruit alsof een overlevingsinstinct het enige is dat mij drijft? Als ik ’s ochtends in de file sta, in een grijze Renault Megane, is dat niet gewoon heel triest? Of eigenlijk niet, omdat er honderdduizenden met mij in de file staan? Mannen zijn het meest triest, al hebben we geen idee. Auto en pak moet de aandacht afleiden van onze lelijkheid. Mannen zijn lelijke wezens. Ze stinken uit hun mond, hebben haar en eelt op onverwachte plekken, en niets maar dan ook niets doet denken aan hun oorsprong, de jager. Ze scheppen op maar niet over wie de dikste buik heeft. Vrouwen zijn veel dichter bij hun oorsprong gebleven, en zijn daarom ook veel mooier. Bovendien verbeelden ze zich niets, maar ze zijn zich bewust van hun invloed, en stralen dat uit. Alleen al het verschil in klank tussen de twee woorden. Mannen, vrouwen. “Mannen” kan klinken als mannen of als viezeriken. “Vrouwen” klinkt altijd hetzelfde.

Soms word ik geconfronteerd met meerdere tekortkomingen tegelijk en vind ik het een wonder dat er thuis nog mensen op me zitten te wachten, maar ik geloof in wonderen. Nee, mijn zelfbeeld blijft nooit lang hoog. Mijn eigen hersenen doorzien mij, en halen mij terug op aarde. En op aarde is het heus niet altijd leuk. Ik zou ook het liefst nog in een boom klimmen, ware het niet dat er bijna geen plekken zijn waar je zoiets ongezien kunt doen. Want hoe ga je verklaren wat je boven in een boom doet? Geheid dat als je er zit iemand langs komt. En diegene merkt je gegarandeerd op. Terwijl hij niet naar je om zou kijken als je op de grond stond.

Value Added Sales training

Het avontuur Helsingborg is weer voorbij, morgen nog een accountant afpoeieren en dan kan er eindelijk weer gewerkt worden. Want het legt enorm beslag op je tijd, en ik ben één van de mensen die ook nog ander werk te doen heeft bij het bedrijf. Echt werk, waar mensen op korte termijn op zitten te wachten. Het waren introductiedagen en ondanks dat ik er al anderhalf jaar zit, wilden ze me er naar toe hebben, want zoals alles, was ook dit belangrijk. Iedereen vindt zich belangrijk. Het is werkelijk niet te geloven hoe belangrijk iedereen zichzelf vindt. Gisteren op het vliegveld zat ik te wachten en tegenover mij zat David. David is een lange man met rood haar, een blauw pak, stropdas, zwarte schoenen en een vrouwelijke collega bij zich. Ze lullen heel storend en hard over hun business, zodat ik nu weet dat David in onroerend goed doet. David belt met zijn mobieltje naar kantoor en meldt dat hij in Scandinavië zit. David hield twee plaatsen bezet en toen een meisje naast hem in de wachtruimte wilde gaan zitten, zei David dat de plaats bezet was, waarop het meisje naast mij kwam zitten. Bedankt David, enorme prutser.

Ik kan niet tegen belangrijk. Ik ben allergisch voor belangrijk. Als mensen belangrijk doen, maar ook als ze gaan bepalen dat iets belangrijk is. Ik heb drie dagen naar presentaties zitten luisteren, de één nog belangrijker dan de ander, maar de leukste vond ik de Value Added Sales training. Ik heb natuurlijk helemaal niks met sales gelul maar met deze trainer had ik een klik. Een wat oudere man met die dag pijn in zijn rug, dat schept een band. Hij was kalm en praatte zacht, en ik hou van zachte praters. Hij vertelde iets over een Engelse hardloper en liet een plaatje van hem zien. Ik kende hem niet maar het was Roger Bannister. Waar het om ging was dat hij de eerste was die de Engelse mijl binnen vier minuten liep en dat toen men eenmaal gezien had dat het kon, volgden er al snel meer. Het plaatje was de voorpagina van een blad, 3 januari 1955. Voor de volledigheid vroeg hij aan de klas wanneer het was, waarop ik zei: 1954. Mensen verbeterden me en zeiden 1955. Maar ik zei nee, het is drie januari dus het verhaal moet in 1954 geweest zijn. De presentator zei dat ik de eerste ooit was die dat goed had. En dat zegt toch wel iets over het niveau dat ze binnenhalen bij ons, want het was alleen scherp, niet geniaal.

Daarna kwam er nog een mooi verhaal over Cliff Young, een 61-jarige Australische boer die een ultra marathon in 1983 won zonder dat hij had getraind. Hij liep in zijn gewone kleren en de andere atleten lachten hem uit. Hij won de afstand van 875 kilometer in een nieuw wereldrecord, hoe hij dat deed moet u maar eens nalezen op Wikipedia, maar het was een mooi verhaal. Waar het om ging was natuurlijk de verkopers tot inzicht te laten komen. Voor mij niet spannend, maar wel leuk om te weten hoe een verkoper zich voorbereidt op een gesprek. Volgende keer als er eentje komt kan ik hem nu nog meer in de war brengen. Bannister

Stuurkaartje

In een wereld waarin wij zo ongeveer alle mysteries en mythen wel verklaard denken te hebben blijft er toch een belangrijk mysterie over waar wij allen dagelijks mee te maken hebben. De droom. Alleen al voor de dromen zou je eerder naar bed gaan. Linda droomt realistischer en angstiger dan ik, als een rampenfilm waarin de verhaallijn blijft kloppen en je steeds moet rennen. Van mijn dromen kun je echter geen film maken, het bezoek zou al boe-roepend de zaal verlaten vanwege zoveel onzin. Ikzelf beleef er wel lol aan want ik ben de hoofdpersoon en die blijf ik ook. Alle bijrollen kunnen elke seconde door iemand anders ingenomen worden.

Zo reed ik laatst in mijn auto en ik vond dat hij niet echt hard optrok. Een beetje gewoontjes. Tijdens het proberen veranderde de auto al gauw in een Puch brommer. Er zat niet echt trekkracht in maar het ging vooruit. Ik nam ergens een verkeerde afslag en reed op een onverharde weg op een dijk. Ik kwam langs een caravan met voortent waarin een stel woonwagenbewoners woonden. Een mager mannetje dat veel weg had van één van de boeven uit Pippi Langkous, en van de ander heb ik geen idee meer hoe hij eruit zag. Terwijl ik langs reed zag ik hun belangstelling voor een onschuldig slachtoffer, echter ik reed door. Na een paar honderd meter liep de dijk dood en daar stond ik stil. De kamper die dit natuurlijk wist, was mij achterna gekomen op zijn brommer, want niets leuker dan een verdwaalde burger pesten. Hij kwam aangereden op het doodlopende punt en vroeg om mijn rijbewijs. Omdat hem dat niks aanging, weigerde ik. “Ik moet je stuurkaartje zien,” zei hij toen. Stuurkaartje verzint mijn droom, ik heb dat woord nog nooit gehoord. Toen was ik het zat en gaf hem een hoge trap tegen zijn hoofd, gevolgd door een tweede. Ik zou zeker door een groep achterna gezeten zijn, als ik niet op dat moment wakker werd.

Vreemd maar wel grappig vond ik het. Ik kon het achterna komen terwijl je verkeerd reed wel uit mijn jeugd verklaren, evenals de vraag om mijn rijbewijs. Dat was vroeger een visvergunning, die een groep jongens wilde zien toen ik eens alleen zat te vissen. De trap die ik gaf heeft alleen in gedachten bestaan. Het verleden achtervolgt je, ook in dromen. Mijn nachtmerries zijn doorgaans mild.
pipi

Dwars

Zo, hoe het gebeurt weet ik niet, maar het gebeurt me ondanks dat ik het probeer te voorkomen. Nu moet ik volgende maand naar Helsingborg en de maand erop naar Stockholm en Spanje. En waarvoor? Omdat mensen, vele malen belangrijker dan ik, dat hebben besloten. Ik word dus geleefd en daar hou ik niet van. Dus dan ga ik tegensputteren. In werkelijkheid is het natuurlijk gewoon een extra week betaald verlof, maar ik vind het allemaal vrij zonde van het geld en bovendien kan ik niet zonder Linda niet zonder me. En dan word ik dwars. Niet dat ik hier tegenaan ga schoppen want dan hebben ze door dat ik het niet leuk vind, voor zover ze dat al niet ruiken, maar tegen de commerciëlen bij ons. De geldwolven.

Zo mailde de op een na grootstverdiener van ons bedrijf mij of het salaris voor het weekend over gemaakt kon worden. De man heeft nooit ergens tijd voor maar wel hiervoor. Nu was ik dat toch al van plan en heb het vandaag gedaan, maar niet voordat ik hem een mailtje teruggestuurd had met de mededeling dat ik het had overgemaakt maar dat ik de directeur niet kon bereiken. En dat als hij niet binnen een uur zou goedkeuren, het te laat was om de salarissen nog voor het weekend eruit te krijgen. Met een Bcc aan de directeur. Kwam niet meer bij.

De op twee na grootstverdiener liep wat scheef. Waarop ik zei dat dat kwam omdat hij zijn gewetensengel van zijn schouder had gerost en dat hij dus nu gebukt ging onder de duivel die nog op zijn andere schouder zat. Hilariteit alom. Een verkoopster die met alle trends meewaait en over alle nieuwe dingen enthousiast is, gedurende precies een dag, daarna hoor je haar er niet meer over, vond een bepaalde afspraak buitengewoon belangrijk waarop ik haar vertelde dat zij alles buitengewoon belangrijk vond. Schaterlachen overal.

Maar de mooiste, vond ik zelf, betrof een externe consultant, hockey, tennis en roken, 22 jaar, die aan tafel vertelde dat zijn kruisband was gescheurd en dat hij volgende week geopereerd zou worden. Iemand merkte op dat het resultaat van zo’n operatie afhankelijk kon zijn van de arts die je trof. Hij antwoordde dat hij geopereerd werd door een collega van zijn vadejrrr dus dat dat helemaal goed kwam. Waarop ik opmerkte dat het er natuurlijk wel vanaf hing of zijn vader dan ook arts was. Zou zijn vader loodgieter zijn dan zou ik er nog niet al te zeker van zijn. Whoehaahaha klonk het aan tafel.

Dus ja. Misschien vinden ze het in Zweden wel gewoon leuk als ik kom.