Persoonlijk record

Een jaar of zes terug had ik twee weken vakantie. Van die twee weken bracht ik vier dagen door in de badkamer. De oorzaak was een kapotte trekschakelaar. In zo’n schakelaar zitten drie aansluitingen en er komen drie draadjes uit de muur. Dat betekent volgens mij dat er zes verschillende mogelijkheden zijn om de boel aan te sluiten. Probleem was dat niet alle lampen aangingen als ik aan het touwtje trok. Of de lampen op de spiegel gingen aan, of die in het plafond, maar niet tegelijkertijd. En na elke poging moest ik naar beneden, de stop omzetten en het resultaat beoordelen. Niks werkte. Totdat iemand mij na vier dagen vertelde dat twee draadjes in één gaatje moesten. Dat was de oplossing.

Tammar, (altijd Tammar) had in een kwade bui heel hard aan het koord getrokken, de schakelaar overleefde dat niet. Toen ik  ’s avonds thuiskwam lag iedereen al op bed maar het licht in de badkamer was aan, dat kon niet meer uit. Snel ging ik het euvel met een schroevendraaier te lijf en tien tellen later had ik het licht uit, wat nu niet meer aan kon.

Ik kocht een nieuwe trekschakelaar, 24 euro zo’n kreng, en ging aan de gang. Twee uurtjes deze keer, want ik had onthouden dat er twee draadjes in één gat moesten. Moest één keer terug naar de winkel om te vragen hoe de draden vast moeten, want dit was weer een andere constructie. Begreep er niks van. Het meisje achter de kassa ook niet, maar die belde een echte stoere electricien, die twee minuten later ook daadwerkelijk verscheen. “Waar is die meneer met die trekschakelaar,” bulderde hij? “Ja, ik, ” piepte ik terug. Het is altijd genant als je een man om hulp moet vragen bij typisch mannelijke klusjes. Ik was al blij dat het meisje het niet wist. “Nou, die gaan gewoon hierin!” “Ja, maar waar zijn deze lipjes dan voor?” “Oh, daar moet je helemaal niet aanzitten, gewoon hierin duwen, kijk zo,” en hij demonstreerde.

Met die kennis was het slechts nog een lauw kunstje, want ik wist nu waar de draden in moesten, dat er twee in één gat gingen, het was nu alleen nog even een snoertje dat uit de muur kwam met een kroonsteentje verlengen, even mijn vinger openhalen, bloed en pleister,  de boel aansluiten en in de juiste volgorde de schroeven weer aandraaien.

Gelukt. Ik leer van mijn fouten en ik onthou ze ook. Al is het zes jaar geleden. Ik heb mijn tijd verbeterd van vier dagen naar twee uur.

Dagje vrij

Een rustig dagje, zo mocht je de mijne wel omschrijven. De onderwijzers hadden een studiedag, dus ik had vrij. Ik stond om half negen op, de kinderen keken Mees Kees op de computer, en ik maakte brood voor ze klaar. Tussendoor de hond uitgelaten, monopoly gespeeld, wat gewerkt, en ineens was het drie uur, en voor half vijf zou ik drie klusjes doen maar daar had ik niet zo’n zin in. Echter, mevrouw Mack, ook wel soms Mien Regel genoemd, houdt alles van afstand in de gaten dus ik werd gebeld en terloops informeerde ze naar de status. Ik zei dat ik met wat anders bezig was en dat ik het nog wel zou doen. Mompel mompel en even later kreeg ik een SMS met of ik er ook aan gedacht had dat de hond er ook nog uit moest, dat we kwart voor vijf aten en dat ze wel hoopte dat dan alles klaar was omdat we ’s avonds ook nog druk zouden zijn.

Dat doet het hem hè, zo’n zin. ‘Ik hoop wel dat dan alles klaar is?’ Aan de onervaren en ongetrouwde mannen onder ons: deze zin laat aan duidelijkheid niets te wensen over en er wordt niet bedoeld wat er staat. Er staat namelijk dat iemand iets hoopt, wat impliceert dat diegene geen invloed op de afloop heeft en zich daarbij gaat neerleggen. Het vraagteken aan het eind impliceert dat er een keuze is. Nou, onervaren en ongetrouwde mannen, niets is minder waar! Wat er bedoeld wordt is dat het om kwart voor vijf allemaal af moet zijn, inclusief het uitlaten van de hond, zo niet ziet het er heel slecht uit voor de sfeer in huis tot en met laten we zeggen vrijdagochtend.

Dus als een speer ging ik aan de gang, maximale efficiëntie, ik voelde een wat vochtig voorhoofd, en precies op tijd was alles klaar. Mevrouw Mack stond te koken (als in: eten bereiden) toen ik terug kwam van de ronde met de hond. Zo gaat dat dus in een goed huwelijk. Laat je niks wijs maken over liefde op het eerste gezicht, voor- en tegenspoed, de ware en welke flauwekul allemaal niet meer, je zult gewoon elke dag je best moeten doen. Lapzwansen zoals in je vrijgezellensingletijd is er niet meer bij. En al helemaal niet als er kinderen en twee banen bij betrokken zijn. Harmonie is het toverwoord en om dat te bereiken dien je de regie uit handen te geven en ervaring op te doen. Zodat je leert hoe het moet. En dan merk je dat wanneer je vrouw blij is, jij ook blij bent.

Eindelijk.

16 juni 2008, toen stond op nu.nl het bericht dat er in de Bondsrepubliek weer wolven leefden. Ik vond het fantastisch nieuws waarover ik dan ook schreef op mijn weblog. Op 17 september van dat jaar schreef ik er weer over. Ze zaten toen nog maar 400 kilometer van Enschede. Daarna duurde het drie jaar voordat de wolf in Nederland zijn intrede deed. Hij werd in het Gelderse Duiven en Loenen gezien. Echter, daar was geen goed beeldmateriaal van, dus werd het niet erkend door de stichting Wolven in Nederland. Toen was het op 9 juli 2013 raak. Een heuse wolf werd gevonden in Luttelgeest, een dorpje in de Noordoostpolder. Later bleek het beest er neergelegd te zijn door een paar dronken Polen die waarschijnlijk de schik van hun leven hebben gehad. Op 11 november van dat jaar liet ik de droom maar varen. Echter, begin 2014 was er alweer een waarneming in Ootmarsum, vlak bij de grens met Duitsland.

Maar nu, vandaag, 7 maart 2015 is hij er dan eindelijk toch. In het Drentse Noord-Sleen, vlak onder onze vakantieplek van vorige week, is er een gesignaleerd en gefotografeerd. Later werd hij in Wezup, bij westerbork gezien.
wolf wezup

Na 150 jaar is hij weer terug. Het is een belangrijke dag voor het mooie en lege Drenthe. En voor Nederland. Onderschat hem niet, de wolf. Het beest is oersterk en wat ze u ook wijsmaken, hij kan levensgevaarlijk zijn. Wee degene die hem tart. Dat ik dit meemaak vind ik een voorrecht. Ik hoop dat ik er ooit een spot. En dat de volgende ijstijd zich snel aandient. Of draaf ik nu door?

Fernweh

Je bent nauwelijks een weekje weggeweest en amper 150 km van huis, toch is dat genoeg om je dat licht trieste gevoel te geven als je weer wegrijdt. Fernweh heet dat in goed Duits. Ik keek nog eenmaal om naar het afgelegen huis met de paardenstal waar wij deze voorjaarsvakantie doorbrachten. Mijn zoontje zat naast mij, mijn dochtertje zat bij Linda in de auto. Ja, als we naar Zuid-Frankrijk gaan, gaan we gewoon met één auto hoor, maar de hond moest mee dus de kofferruimte zat al vol.

Ik heb onder andere last van heimwee. Zeker als ik alleen weg ben speelt het op. Met mijn gezin erbij heb ik er geen last van, maar zij zijn waarschijnlijk meer mijn heim dan dat ons huis mijn heim is. Verder heb ik nog last van melancholie, dat is een verlangen naar vroegere situaties. Het zal sommigen die mijn blog volgen bekend voorkomen. Ook depressies en paniekaanvallen zijn mij niet vreemd, en dus ben ik blij ben dat ik soms bij de apotheek alleen een potje maagzuurremmers hoef te hebben. Gewoon een ouderwetse lichamelijke klacht, heerlijk.

Over lichamelijke klachten gesproken, die einden met de hond lopen! Geen gedoe met poepzakjes, hond kan gewoon los mee, en je loopt een uur zonder iemand tegen te komen. In het begin is het nog koud, maar naarmate je verder loopt voel je je onderdeel worden van het landschap, alsof je een hunebeddenbouwer uit de oudheid bent. Kilometers heb ik gelopen, ik schat toch zeker 50. Ik tilde de hond de steile trap op, ik nam mijn dochter op mijn nek als ze moe was, ik zwom, ik bowlde, en dat allemaal met een rug die vorig jaar om deze tijd nog behandeld werd voor een hernia.

En ’s avonds als ik de hond uit liet, door het donker, was boven mij een sterrenhemel zoals je zelden meer ziet. Het enige dat er aan ontbrak was dat ik een vliegende schotel zag, maar die zullen er ’s zomers wel zijn, om graancirkels te maken. Ik ga het zeker missen, dat gevoel van de prehistorie in Drenthe. Een prachtige leegte, een indrukwekkende sprong terug in de tijd. Van melancholie had ik hier in elk geval geen last.

Niemand heeft gelijk

Ik geloof dat ik het wel eens vaker heb geschreven, ik ben jaloers op mensen met een mening. Een standpunt dat zij uitdragen en waar zij voor staan, ongeacht wat. Mijn mening kan stevig zijn en soms hard klinken, maar ik kan door redelijke standpunten van een ander aan het wankelen gebracht worden. Dus ben ik totaal ongeschikt voor de politiek waar je soms tegen beter weten in, in je eigen standpunten moet blijven geloven. Geloof betekent trouwens ook dat je het gelooft, niet dat het bewezen kan worden, want op het moment van het bewijs is het geloof weg, zowel bij het geloof in God of hogere machten, als bij het geloof in een standpunt. Dus mocht iemand van u of ik na zijn dood verder leven in de hemel, beweer ik dat zijn geloof of ongeloof op dat moment voorbij is.

Met standpunten is het probleem dat je er aards bewijs voor denkt te kunnen vinden. Echter, degene die het niet met jouw standpunten eens is, denkt precies hetzelfde en zo kom je dus nooit verder, behalve als je blijft geloven in je eigen standpunten, wat er ook gebeurt. En misschien was het helemaal niet zo gek om in een bepaald nest geboren te worden en dat daar de basis voor de te varen koers gelegd werd. Ging je over west, dan kwam je in Amerika, maar over oost kwam je er ook. Dit laatste voorbeeld laat wel feilloos zien dat het ene standpunt je eerder brengt waar je zijn moet dan het andere. Tenminste, als je in Nederland woont. Woon je in Rusland, dan kan de weg over oost wel eens de betere zijn. Terwijl wij hier dan zeker denken te weten dat Rusland over west moet varen omdat dat nu eenmaal korter is. Maar misschien wil men helemaal niet in Amerika eindigen, dat kan ook nog om het nog lastiger te maken.

Ik geloof dat wel kan constateren dat ik doorgaans voor de underdog ben. Waardoor het dus kan voorkomen dat ik de ene week keihard tegen iemand inga die over west wil, en de volgende week hetzelfde doe bij iemand die zegt dat oost de beste weg is. Ik ben dus niet eens een diplomaat. Ook geen meeloper. Eerder een eeuwige twijfelaar.

Schijt

Ben een beetje opgefokt door een mail die ik zojuist kreeg van de directeur. Volgens hem heb ik iets fout gedaan maar volgens mij is dat z’n eigen schuld. Hij schreef met hoofdletters, ik antwoordde in kleine met als laatste zin “en schreeuw niet zo!” Vaak zou ik daar een smiley achterzetten, maar nu niet. Ik ben al weken druk met de (voorbereiding van de) jaarafsluiting, en net nu ik bijna klaar ben, gaat hij ineens dingen regelen die al gedaan hadden moeten zijn, maar waardoor ik de cijfers moet veranderen.

Het zou mooi zijn als ik dit soort dingen glimlachend naast me neer kon leggen. Maar kan dat nog niet. Zeker niet omdat ik als ik me in zijn vraag had verdiept wel een ander antwoord had gegeven, maar nu ik daar geen tijd voor had gaf ik antwoord op wat hij vroeg, alleen zijn vraagstelling was niet goed. Dus nu is het afwachten of ik morgenochtend een nog kwaaier mailtje heb of niet. Zou ik hier glimlachend op reageren, zou ik het misschien ook veel verder geschopt hebben in dit vak. De vraag is of als ik morgen een pilletje kon krijgen waardoor ik alle kwaliteiten die ik niet denk te hebben ineens wel zou hebben, ik dat pilletje dan zou nemen. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet. Ik zou er erg door veranderen en ik ben toch wel erg gehecht aan mezelf zoals ik ben, al lijk ik het soms wat lastiger te hebben dan gemiddeld. Eigenlijk moet ik er evengoed dikke, vette schijt aan hebben. Ik denk dat ik dat, in elk geval tot morgenochtend, ook maar eens even ga hebben.

Hoe leest men een boek?

De angst die ik heb voor een terugval is een angst in mijn hoofd, geen angst die ik voel. Ik voel me wel redelijk, ben alleen moe ’s avonds en ik ga al maanden vroeg naar bed. Dan lees ik boeken van Jo Nesbø, over een rechercheur , Harry Hole, die wel wat gelijkenissen met mij vertoont. Harry heeft een hekel aan mensen die zich niet bewust zijn van het feit dat ze blaten als een schaap. Bij het lezen heb ik een trucje nodig want meneer Nesbø gebruikt zoveel Noorse namen (allemaal eindigend op -sen) dat ik op een zeker moment, al ver gevorderd in het boek, over iemand aan het lezen ben waarvan ik geen idee heb wie het is. Dus nu, op het moment dat ik een nieuwe naam tegen kom, schrijf ik die op met een hele korte aanduiding erachter. Ik heb zeker al 30 namen opgeschreven en het leest wat langzamer, maar ik blijf het verhaal nu volgen. Soms lees ik tot het boek uit mijn handen valt en op dat moment heb ik de laatste anderhalve bladzijde niet meer meegekregen, dus sla ik die ook even terug eer ik verder ga.

Op mijn werk gebeuren vreemde dingen. Terwijl ik laatst dacht dat ik de handdoek in de ring ging gooien, krijg ik steeds meer waardering. En misschien heeft de EMDR sessie toch effect gehad, al merkte ik er niks van. De psycholoog was in elk geval erg tevreden over mijn vorderingen, ongeacht waar die vandaan kwamen. Veel tevredener dan ikzelf, maar daar moet ik het nog eens met hem over hebben. Wat ik ook wel positief vind is dat ik dit jaar waar voor mijn eigen risico heb gekregen. Het volledige eigen risico is opgegaan aan mijn rug, maar volgens het schema van de afgelopen jaren had ik nu met veel uitstralingspijn in mijn been moeten rondlopen. Ook dat doe ik niet. De correctie in van mijn nekwervels kan het zijn geweest, de oefeningen die ik deed maar inmiddels bijna niet meer, of het feit dat ik vier keer per week ’s ochtends vroeg opsta voor een lange wandeling met de hond. Misschien wel omdat ik niet meer elke avond achter mijn pc zit. Hoe het ook zij, er zijn veranderingen ingezet. Een mooie contradictio in terminis: veranderingen om weer de oude te worden. Een verbeterde versie van mezelf, dat zou mooi zijn, maar gewoon kunnen blijven functioneren zou al mooi zijn.

Overigens, het is heel lang geleden dat ik uit school kwam fietsen en de pijn voelde van de koude regen die je voorhoofd geselde, maar deze week heb ik die pijn alweer drie keer gevoeld. Vandaag was het zelfs hagel die mijn voorhoofd striemde. Het is de schuld van de hond, maar door haar ben ik weer in beweging.

De starre boekhouder.

Papa, waarom moet je eigenlijk voor je werk naar Italië? Ja, da’s een goeie vraag jongen, dat weet ik eigenlijk ook niet. Maar waarom ga je dan? Tja, het hoort er een beetje bij geloof ik. Je kan toch niet boekhouden in Italië? Wat is dat eigenlijk, boekhouden?

Vanavond zat hij weer tegen huilen aan, en ik vind het ook niet leuk, en in mijn ogen is het nog zinloos ook. Waarom ga ik hier mee door? Waarom blijf ik braaf doen wat de baas mij opdraagt? Omdat het eenmaal niet in mijn systeem zit om er keihard tegenin te gaan. Om eens te wijzen op de zinloosheid en dat het alleen maar een projectje is van de bazen zodat die zich eens even lekker kunnen misdragen op kosten van de zaak en buiten het zicht van hun gezin. Omdat ik weet dat de nog hogere bazen ook wel van een uitje houden en ik dus niet op bijval hoef te rekenen.

Maar ik ben eenmaal een huismus die het liefst bij zijn gezin is. Ik hoor niet in deze tijd thuis want ik ben niet ondernemend, zoals je dat geleerd wordt. Ik weblog, omdat ik het wil hebben over de belangrijke dingen in het leven, en doen alsof je het met de baas eens bent zodat je bonus niet in gevaar komt hoort daar niet bij. Naarmate ik langer bij dit bedrijf werk heb ik de tactieken ook steeds beter door. Mensen hebben hun mond vol over veranderingen maar ik ben daar niet van. Natuurlijk wordt mij dan verweten dat ik een saaie boekhouder ben en dat die nooit ergens voor openstaan. Maar ik geef dan op rustige toon een dolksteek terug. Dat dat komt omdat op de afdeling finance de zaakjes op orde zijn en je dus niet wilt dat veranderingen ervoor gaan zorgen dat je de controle weer tijdelijk kwijt raakt, maar dat ik me wel kan voorstellen dat mensen die hun zaakjes niet op orde hebben de verandering toejuichen omdat ze de schuld van hun falen dan kunnen leggen bij het feit dat ze de juiste tools niet hadden.

En natuurlijk zijn dingen dynamisch en krijg je soms te maken met een een nieuw systeem. En natuurlijk moet je dan accepteren dat je tijd moet investeren om je er wegwijs in te maken. Maar een jaar nadat je nieuwe systeem live is gegaan, en je sinds kort het gevoel hebt dat je het weer allemaal de baas kunt, om dan alweer een nieuw ERP systeem te moeten implementeren, nee, daar zit ik niet op te wachten. Maar ik heb er niks over te zeggen. Zoals je in een bedrijf eigenlijk nergens iets over te zeggen hebt omdat er altijd mensen zijn, belangrijker dan jij, die in hun oneindige wijsheid beslissingen nemen om de aandeelhouders te plezieren en daarmee hun bonus veilig te stellen.

Serieus

Ik zou wel weer eens iets serieus willen doen. Of me met iets serieus bezig willen houden. Natuurlijk, ik heb mijn werk, maar dat is niet echt serieus. Ik probeer mezelf te spelen in een toneelstuk met andere figuranten die zichzelf lang geleden zijn kwijtgeraakt. Daar wordt gepraat over zaken die een mens in de basis niet interesseert. Er is er eentje de baas en de rest neemt zijn houding aan. Men neemt zijn hobby’s over, zijn politieke voorkeur, zijn enthousiasme voor maakt eigenlijk niet uit wat. Tegengas bestaat niet meer, lijkt het wel. Diepgang is er ook niet meer. Men praat slechts nog over profielen op Linkedin, sportscholen, zakenreizen en over golfen met relaties.

En natuurlijk zijn er nog genoeg mensen die zich wel verdiept hebben in iets. Het maakt mij eigenlijk niet uit wat, ze kunnen erover vertellen met een enthousiasme dat aanstekelijk is omdat het echt is. Het is echt omdat het niet gaat om eigen zakelijk belang, maar om een uit het eigen brein ontsproten idee, hobby, denkwijze, wat dan ook. Sommige mensen hebben zelfs dat niet nodig om een ander te enthousiasmeren. De een heeft humor, de ander doet gewoon zijn plicht, weer een ander valt niemand lastig, er zijn nog genoeg mensen met een mooi verhaal.

Wat ik precies wil weet ik niet. Heb ik ook nooit geweten dus de kans dat ik het ooit wel weet is zo goed als nihil. Ik weet beter wat ik niet wil, dan wat ik wel wil. En dat is omdat ik kennelijk meer mensen tegenkom of van televisie ken die zijn zoals ik niet wil, dan dat er mensen zijn die zijn zoals ik wel wil. Helemaal niet zo onlogisch. En als ik dan eens iets onrealistisch wil dan kan ik weer vrij gemakkelijk berusten in het feit dat ik wereldburger nummer 3,2 miljard van 7 ben. Dat meer dan de helft alleen maar bezig is met overleven en ik af en toe de luxe heb om me af te vragen wat ik nu eigenlijk wil. Maar dat heb je als je in Nederland wordt geboren. Als je geluk hebt hou je je alleen bezig met bijzaken.

Gameverslaving.

Ik ging iets te laat naar bed gisteren. Kwart over één, gameverslaving. Ik wist het niet hoor, dat ik game verslaafd was, al was er vorig jaar al een duidelijke aanwijzing toen ik Wordfeud op mijn telefoon had. Ik kon het niet wegleggen. Als er denksport beoefend moet worden ben ik van de partij. Twee weken lang gaf ik me er aan over totdat ik in de gaten had dat het me in zijn greep had. Ik verwijderde het van mijn telefoon en ik heb het nooit meer gespeeld.

Nu betrof het schaken. Ik speelde in 1980 voor het laatst tegen een schaakcomputer, een Audi-Sonic die zes niveau’s had. Op niveau zes stond hij soms een dag te denken. Ik leerde overigens schaken van ome Joop. Die kent u niet, maar ik wel. Hij was geen oom, maar een collega van mijn vader die een straat verder op woonde. Hij was er heel goed in, maar dat was ook niet gek want hij heeft een ir. verwekt. Niet dat zijn zoon gelijk bij zijn geboorte ir. was, maar Oscar, zo heette hij, was wel lichtelijk briljant. Speelde ook irritant goed piano en mijn moeder vond het ook nog een hele beleefde jongen dus ja, om te kotsen. Kreeg ik ook nog zijn studiebroeken. En nee, die r is geen vergissing. Belachelijke broeken waar Oscar was uitgegroeid kreeg ik. En Oscar was een zogenaamde “studie” wat in het Brabant van de jaren ’70 een scheldwoord was. Brabant was nog niet zo ontwikkeld in die tijd. Soms schold je ook iemand uit voor miljonair of atleet. Wij hielden niet van opscheppen, en nog steeds niet.

Ome Joop was wel oké, trouwens. En Oscar ook wel maar voor het verhaal trap ik hem even de grond in. Maar Ome Joop kon dus goed schaken. Zat ook bij de schaakclub. Hij vertelde mij over herdersmat en dat soort grappen. Ik weet ook zeker dat hij me “en passant slaan” heeft geleerd, maar die bijzondere verrichting was ik compleet vergeten. Ik zag de computer het doen en dacht dat het ding in de war was, totdat Laurent mij erop wees dat dat wel degelijk een regel was. Toen ging het weer dagen.

Het afgelopen weekend schaakte ik erop los. Niveau 2 van 3. Computer dacht hooguit 1 seconde en niets ontging hem. Zeker zo sterk als niveau 6 op de Audio-Sonic. Als ik ergens een dekking vergat was ik het stuk onherroepelijk kwijt. En dat maakte me razend. Er zat een undo knop op, en een knop om de opnieuw te beginnen. En die heb ik wat gebruikt. Net zolang tot ik won. En het is gelukt, afgelopen nacht om 1 uur versloeg ik hem. Daarna waren mijn hersenen nog zo opgefokt dat het me nog een uur kostte om in slaap te komen. Ik was een beetje brak vandaag. Vanavond heb ik hem uitgezet om 10 uur. Zelfbescherming.