Ik wilde een stukje fietsen want ik heb sinds een maandje of twee een andere fiets. Geen nieuwe, ik ben de enige in dit gezin die nog nooit in zijn leven een nieuwe fiets heeft gehad. Er zijn mensen die van een dergelijk feit een trauma hebben, maar dat terzijde. Ik had het bos nu wel even gezien, dus ik besloot naar mijn oude school te fietsen. Dat deed ik overigens ook toen ik mijn vorige tweedehands fiets kreeg, toen naar de Meao in Apeldoorn Zuid. Die stond er echter niet meer. Deze keer naar de Havo, het Veluws College. Deze stond er nog wel, dat wist ik want mijn nichtje zit op deze school.
Het gaf me een wat unheimisch gevoel. Die Havo was een verkeerde school voor mij, achteraf. Ik had gewoon met de rest van mijn klasgenoten mee moeten gaan naar die andere school. Hier was ik niet op mijn plek. Kakkers en carrière. Ik reed erlangs en ik zag dat de houten bijgebouwen gesloopt waren. Er was een Technasium aan vastgebouwd, wat dat mag zijn laat zich eenvoudig raden. Ik bleef niet lang kijken en ik maakte rechtsomkeert. De wijk waar de school stond beviel me ook niet. Van die statige, dure, oude huizen met allemaal een nieuwe Audi voor de deur. Sfeervol, zal ik maar zeggen. Ik begreep precies wat me hier niet beviel en waarschijnlijk destijds ook al niet, al besefte ik dat toen niet.
Nou ja, uiteindelijk was het toch twintig kilometer heen en terug. Het viel me nog best tegen. Fietste ik dit vroeger elke dag? Ik kreeg hier geen nostalgische gevoelens van. Eigenlijk was het helemaal niks. Die hele school niet. Geen aardige leraren, geen leerlingen waar ik warme gevoelens aan over heb gehouden, geen meisjes op wie ik verliefd was, gewoon helemaal niks. Nog een wonder dat ik m’n diploma haalde in zo’n voor mij dieptrieste omgeving.

