How to pronounce th

Vanaf het eerste moment dat de leraar Engels, Nas, zo heette hij, uitlegde hoe je de th in het Engels uitspreekt heb ik er al moeite mee. Een onmogelijk geluid. Het is nog makkelijker voor een Japanner om Schiermonnikoog uit te spreken. Je moet het puntje van je tong tegen je boventanden aanhouden en dan blazen. Niet te doen. Gisteren oefende ik nog eens op youtube. Black Sabath and the Smiths zijn voor mij niet uit te spreken. Ik ben blij dat ik gewoon Elvisfan ben. De th aan het begin van een woord gaat nog, maar als-ie op het eind komt en ik spreek hem uit dan moet u een zakdoekje bij de hand houden.

Maar mij viel iets op. De mevrouw in het filmpje doet de S voor. En dan van de S naar de th. En plotseling zag ik waar het fout ging. Als zij de S uitspreekt heeft ze haar tanden op elkaar. Ik niet! Ik heb dan mijn tong al tussen mijn tanden. Ik ging verhaal halen bij Linda. “Spreek de S eens uit?” En zij deed het met haar tanden op elkaar. Heel anders dan ik. Vorig jaar zei iemand die slechthorend was dat mijn S niet erg duidelijk was. En Hans had met logopedie ook de meeste moeite met de S. Ik vroeg Hans de S uit te spreken. Hij doet het precies als ik, met z’n tong tussen z’n voortanden.

Nu slith ik. Nu moet ik voortaan in het geheim Elvith aanbidden.

Breach

Naar aanleiding van een film die wij keken, zat ik eens te zoeken op internet naar het waarheidsgehalte van de betreffende film. Het ging over een FBI-agent die verdacht werd van spionnage voor de Russen. En ja, hoor, ik vond het hele verhaal terug op Wikipedia-engels. Robbert Hanssen, zo heette de spion, zit een levenslange gevangenisstraf zonder kans op vrijlating uit, waarbij hij 23 uur per dag in de isoleercel zit. Door medewerking te verlenen aan het onderzoek tegen hem heeft hij de doodstraf kunnen ontlopen. Gelukkig is hij al bijna 70, dus hoeft hij niet meer zo lang. Maar je vraagt je toch af of dit een goede onderhandeling was.

Wat ik jammer vond was dat de spion het uitsluitend voor geld deed. Dat maakt het verhaal toch weer een tikkeltje minder romantisch. Er zijn ook weinig mensen meer die zich geroepen voelen tot een ambt. Zelfs de agent die hem ontmaskerde werd daarna advocaat. Zogenaamd omdat hij zijn vrouw niet het leven wilde geven van vrouw van een FBI-agent. Dus werd hij advocaat.

Mijn gedachten dwaalden af naar mijn dode en reeds lang overleden buurman, die piloot was. Hij vloog eerst F-16’s en later Boeings, maar dat vond hij weinig anders dan de bus besturen. Hij was arbeidsongeschikt geworden, verslaafd geraakt aan de jenever en leefde compleet langs zijn gezin door zich vaak op een kamer op te sluiten om urenlang de BBC op de radio te horen. De man wist verschrikkelijk veel, en als hij niet teveel op had, zei hij vaak aansprekende dingen.

Ik zat indertijd op het MEAO, dat natuurlijk best iets voorstelde als je alles snapte, maar als je zoals ik, ging voor de voldoende, dan stelde het weinig voor. Maar hij zag het als een uitgelezen mogelijkheid om accountant te worden. Om me vervolgens vast te bijten in de mafia. Mijn bezwaar dat dat levensgevaarlijk was, vond hij niet zwaarwegend. Wat dan nog als je geliquideerd wordt? Dan heb je in elk geval bijgedragen aan de bestrijding van het onrecht.

Ik las daarna wel eens verhalen over in olievaten ingemetselde mensen, maar mij leek het leven op de zeebodem weinig aantrekkelijk. Anders was ik zeker bij de Fiod gegaan.

We’ve only just begun

Gisteren keken wij de film 1408. Dat is horror van de bovenste plank, dat is zo klaar als dat 1+4+0+8, dertien is. Het gaat over een middelmatig schrijver die recenseert over hotelkamers waar het zou spoken. In Amerika schijnt dat goed te zijn voor de bezetting. Uiteraard spookt het nergens, totdat de schrijver, na ernstige waarschuwingen van de hoteleigenaar in de wind te hebben geslagen, zijn intrek neemt in kamer 1408 van het Dolphin Hotel. Vier eerdere gasten zijn er onder verdachte omstandigheden om het leven gekomen, maar wat de krant niet heeft gehaald, is dat er nog 56 mensen een natuurlijke dood zijn gestorven in de kamer. De schrijver is vastbesloten dat spoken niet bestaan en boekt de hotelkamer. Het begint allemaal met een klokradio die steeds ongevraagd het lied “we’ve only just begun” van The Carpenters speelt, zelfs nadat de stekker eruit is getrokken. Uiteraard komt de schrijver er nooit meer uit en ook met hem loopt het niet goed af. Hij was eigenwijs en moest dat bekopen. Typisch Stephen King.

Stel nu dat er echt een hotel was waar het volgens de eigenaar in een bepaalde kamer zou spoken, zou u daar dan durven te overnachten? Ik niet, en dus kan ik niet volhouden dat ik niet in spoken geloof.

De crisis

Het importeren van mijn oude weblog gaat niet zo gladjes. Elke keer importeert hij maar een paar maanden en bij september 2008 wilde hij helemaal niet meer verder. Nu ben ik niet voor een gat te vangen, dus ik knipte gewoon mijn importbestand in tweeën. Wel op de kniplijn knippen, anders gaat het fout. Inmiddels zit ik al bij april 2008. Het gaat langzaam, maar gestaag.

Uiteraard ligt dit aan web-log en niet aan wordpress, want aan wordpress kan helemaal niks liggen, heb ik begrepen. En aan weblog ligt alles. Zoveel is duidelijk.

Ondanks dat geen hond meer de archieven leest, vind ik het toch belangrijk om te hebben. Ik lees er zelf nog wel graag in, zeker als ik niks te doen heb, en ik vind dat er mooie logjes in staan.  En als de kinderen zich later eens afvragen waarom hun vader is zoals hij is, dan kunnen ze precies nazoeken waar het fout ging. Maar ik wil dat archief natuurlijk ook hebben omdat ik niet als een amateurtje wil overkomen. Het gaat hier wel om iemand die in 2004 al begonnen is met loggen. Nog voor de economische crisis. Want dat is me allang duidelijk. Dat er later bij gebrek aan oorlog gesproken gaat worden over voor en na de crisis. Weet je nog, de crisis van 2007-2012?  Want ja, we zijn er bijna doorheen. Even volhouden nog. En aandelen kopen. Je moet kopen als het bloed door de straten vloeit. Ik doe het zelf niet, maar dat is het kenmerk van een goede verkoper, een produkt aanprijzen wat hij zelf niet zou willen hebben. Tenminste niet voor de prijs die hij biedt.

Bolleboos

Voor elk vak dat ik haal trakteer ik op mijn werk op gebak. Zo ook gisteren. Tijdens de lunch kwam het gesprek op mijn prestatie, en dat ze er wel van onder de indruk waren. Vervolgens haalde iemand een jongetje van 13 aan, dat met allemaal tienen voor het gymnasium zou zijn geslaagd. Mijn acht werd hierdoor al gedevalueerd naar een zesje. Toen ze er vervolgens achter kwamen dat ik tijdens het examen het belastingwetboek mag raadplegen, was alle respect weg. Daarna kwam er nog een opmerking dat iemand rechten ging studeren als hij verder nergens terecht kon, en was ik weer gewoon bij af. Ja, aanzien komt te voet en gaat te paard.

Maar dat jongetje op het gymnasium, dat had ik even gemist. Ik zocht op internet en kwam het verhaal tegen, alleen stond er niet bij dat hij met allemaal tienen was geslaagd. Dom volk, die collega’s. Kunnen nog geen krantenbericht fatsoenlijk overbrengen.

De 13-jarige jongen wordt beschouwd als een van de slimste kinderen ter wereld. Hij gaat studeren aan de TU. Wis- of natuurkunde en misschien wel allebei. Ik zou voor natuurkunde kiezen, want als je toch al zo slim bent heb je wiskunde niet nodig. En ik zou mijn iq even vergelijken met dat van Steven Hawking, zodat je van te voren weet of het zin heeft om bepaalde vragen die hij nog heeft, te gaan onderzoeken. Zo niet, kun je net zo goed rechten gaan studeren.

De stiltecoupé

Het werk was gedaan en omdat ik toch in de buurt was besloot ik even langs Paleis Noordeinde te lopen. Ik had het nog nooit gezien en ik kom tenslotte zelden in de binnenstad van Den Haag. Het zou slechts drie minuten lopen zijn, maar na 1 minuut lopen was ik er al. Was dat nu alles? Er stonden wat toeristen te kijken en een gids sprak de groep toe. “Reken maar dat ze…,” was het enige dat ik opving. Ik maakte eruit op dat hij bedoelde dat ze de mensen die voor het paleis stonden onopgemerkt in de gaten hielden. Ik keek nog heel even en vond dat de koningin een bescheiden paleisje had. Het was dat het afgesloten was met hekken, anders had er zomaar een willekeurige welgestelde Hagenees kunnen wonen. Ik liep terug. Dan nog maar even door het Binnenhof, ook daar was ik nooit geweest.

Het Binnenhof. Het werd aangeduid met een bordje “Buitenhof”. Haagse humor, dacht ik. Natuurlijk hoopte ik een bekend politicus tegen te komen om hem eens even diep in de ogen te kijken met zo’n blik van: hier loopt uw toekomstig dictator. Maar nee, ze waren allemaal hard aan het werk. Ik liep terug naar mijn trein. Nou ja, niet mijn trein, maar de trein die ik moest hebben. Dankzij een digitaal informatiebord vond ik hem zonder het te hoeven vragen bij de informatiebalie. Die geel-blauwe borden, die ik op Den Haag CS trouwens niet zag hangen, kon ik nooit lezen. Een hele vooruitgang.

De trein zou aankomen op spoor zes en ik wachtte op een bankje en at een boterham. Naast mij zaten een negermoeder en een negerkindje friet te eten. Een duif probeerde een gevallen frietje op te pikken, maar het negerkindje schopte naar hem. De duif fladderde verschrikt achteruit, maar pakte het frietje toch. Wat dat betreft kunnen ze van nature toch niet goed met inheemse diersoorten omgaan, die negers. Ik gooide een stukje brood in de richting van de duif, en binnen een minuut liepen er vijf. Waar ze allemaal vandaan kwamen, Joost mag het weten. Het was hier overdekt.

Toen de trein kwam, stapte ik vast in, al zou het vertrek pas over een kwartier zijn. Ik pakte mijn boek en begon te lezen. Het negerkindje en de negermoeder stapte ook in en praatten wat. Een mevrouw voor hen attendeerde hen erop dat dit een zogenaamde stiltecoupé was, dus als ze wilden praten dat ze in een andere coupé moesten gaan zitten. Pure discriminatie, dacht ik. Maar even later kwamen er twee jongens die ook een gesprek begonnen, die het zelfde lot wachtten. De vrouw zei hen dat als ze wilden praten, dat ze beter in een andere coupé konden gaan zitten. De jongens keken verbaasd, maar dropen af. Toen kwam er een stel Duitsers, twee meisjes en een jongen met grote reiskoffers. Het meisje leek op Eva Auad, met wie ik tegenwoordig op Hyves bevriend ben, en die soms een berichtje bij mij achterlaat. Jaja, het kan verkeren.

Ik was benieuwd wat de vrouw nu zou gaan doen. De trein was inmiddels gaan rijden, en de vrouw deed niets. Maar uit de andere hoek kwam er nu een streng kijkende vrouw aan die naar de Duitsers liep en hen wees op het bordje “Silence”. “Het is hier een stiltecoupé!”, zei ze streng. De Duitsers vervolgde hun conversatie op fluistertoon maar na vijf minuten was het volume weer ouderwets Duits. Toen was het de beurt aan een meneer, net als de twee eerdere vermaners ook al wat op leeftijd. “Het is hier een stiltecoupé, daar zijn jullie net ook al op gewezen!” Het meisje dat op Eva Auad leek, keek schuldbewust mijn kant op, en ik knipoogde naar haar. Nou nee, dat zou mooi geweest zijn, want knipogen op het juiste moment moet je kunnen. Nee, ik glimlachte naar haar, en ze keek vriendelijk terug. Op dat moment ging de telefoon af van de jongen die naast de laatste vermaner zat, iets wat natuurlijk ten strengste verboden is in een stiltecoupé. Hij nam op en zei luid: “Ja, ik zit hier in een stiltecoupé naast iemand die zich verschrikkelijk zit te ergeren aan het feit dat hij in een stiltecoupé zit.” Vanaf dat moment was het uit met de stilte. De jongen stapte net als ik in Apeldoorn uit. Dat vond ik toch wel apart. Iemand die zo assertief is, daarvan had ik verwacht dat hij er in Gouda of Utrecht, desnoods Amersfoort uit moest, maar nee, Apeldoorn. Daar waar het altijd stil is.

Het eerste wat ik deed toen ik thuis was, was een plaatje van Paleis Noordeinde googelen. Ik had kennelijk toch nog twee minuten moeten doorlopen. Voor de zekerheid checkte ik het Binnen/buitenhof ook nog even. Maar dat kwam wél overeen met wat ik gezien had.

Ten aanval.

Ik ging naar het examen met een instelling die mij ooit vreemd was. Ik was altijd wat afwachtend, en hoopte er het beste van en roeide met de riemen die ik had. Zo niet vandaag. Nee, ik ging naar het examen om de opgaven op te vreten. Om alles wat ik geleerd had eens even flink op papier te schrijven. Om de verwijzingen naar de wetsartikelen eens even haarfijn aan te geven. Om mij niks aan te trekken van de waarschuwingen dat formeel recht door de cursisten over het algemeen lastig gevonden werd doordat ze er weinig feeling mee hebben.

Het begon eergisteren al. Ik sloeg de boeken dicht omdat ik vond dat het genoeg was. Ik kende het, de antwoorden staan in het wetboek en tijdens het examen weet ik ze exact te benoemen. Kortom, ik was zeker van mijn zaak.

Ik voelde vanochtend weinig tot geen nervositeit en reed richting Utrecht. Om bij Amersfoort in een enorme file te komen. Natuurlijk, die file staat er standaard dus ik hield er rekening mee. Maar hij was hardnekkiger dan anders. Tergend langzaam trok de stoet voorbij. En tergend langzaam is geen goed tempo als je strijdvaardig bent. Drie kwartier later was ik Amersfoort voorbij. Ik ging op het gas om weer in een file terecht te komen. En in nog één. Ik voelde nervositeit, ik voelde waterdamp onder mijn oksels.

Uiteindelijk kwam ik ruim op tijd -een kwartier van tevoren- aan. Ik parkeerde en liep met mijn wapens -wettenbundel en rekenmachine- naar de examenzaal. Ik viel de opgaven aan. Ik heb alle fraudeurs in de opgaven ontmaskerd en voor het gerecht gebracht. Ik waak over uw belastinggeld.