Ik hou niet zo van team meetings, helemaal niet als je ervoor moet vliegen en nutteloos een paar dagen door moet brengen met je collega’s zodat de bazen een leuk uitje hebben. Ik druk me niet goed uit, ik haat het.
Alleen deze keer zijn het maar een paar collega’s, en is het in Utrecht, mijn geboortegrond. En we geven nu tenminste toe dat het een echt uitje is, en geen verkapt uitje want we hebben geen vergadering die de indruk moet wekken dat het allemaal erg nuttig is. We lopen wat door de stad, eten en drinken wat, en dat is het. Ik lig nu in een hotelkamer op de Mariaplaats, wat toch een magische klank voor mij heeft. Ik heb het raam opengezet zodat ik de geluiden van de stad hoor. Ik kijk uit op het conservatorium, ik ben vlak bij de Catherijnesingel, de Oudegracht en om de hoek staat de machtige Domtoren. In de steigers weliswaar, maar toch.
De straten hebben hier mooie namen, Zakkendragerssteeg, Hardebollenstraat, bakkerstraat, nog bezongen door Stealers Wheel frontman Gerry Rafferty. Op de heenweg kwam ik langs het oude academisch ziekenhuis, ooit beschreven door mijzelf op dit weblog, en herkende de plek van vroeger. Over deze weg reed ik ook met mijn opa en oma mee in de bruinrode stadsbussen op weg naar Hoog Catherijne. De bussen die als eindbestemming Hoograven hadden, tegenover het huis van mijn opa en oma, en die het mooiste dieselende geluid maakten dat er was. Als ik er logeerde hoorde ik ze ‘s ochtends vroeg al ronken.
Nu hoor ik alleen herriemakende jongeren. Thuis zou ik onmiddellijk uit mijn bed stappen om te zien welk tuig het waagde om zo laat nog de rust te verstoren, hier zet ik het raam er voor open. Geboortegrond zet alles in een ander perspectief.



