Repeterende droom

Ik had hem vannacht weer, mijn repeterende droom. Ik moet u er helaas mee vermoeien, want zo kan ik in naam van de wetenschap bijhouden wanneer de droom kwam. Overigens geloof ik dat het een nietszeggende repeterende droom is, en geen waarschuwende.

Ik had mijn zwarte Peugeot 205 GTI nog, ik was vergeten hem te verkopen, en al die tijd had hij ergens ongebruikt gestaan. Andere keren dat ik erover droomde reed ik ermee, maar was de benzine bijna op, en tanken was kennelijk niet mogelijk, maar dit keer had ik hem laten opknappen in de garage om de hoek. En hem niet alleen, ook mijn Rode Fiat Punto GT had een grote beurt gekregen en was weer klaar voor gebruik. Ik verheugde mij op de rit naar mijn werk.

Ik heb deze droom zoals gezegd repeterend, en dit was de eerste keer, dus het is nu afwachten wanneer hij weer terugkomt.

Victory was mine

Ik heb mijn rib gekneusd denk ik. Het doet goed zeer bij elke hoest en elke beweging. Toen het gebeurde voelde ik niks, ik zat vol adrenaline. Ik was in gevecht met een collega die mij vaak tot het uiterste tergt. De jongeman die wekelijks in de sportschool is te vinden heb ik al twee keer eerder verslagen en ik denk dat dat hem een beetje dwars zit. Hij is twintig jaar jonger, maar daar staat tegenover dat ik twintig jaar ouder ben.

Eerlijk gezegd verbaast het mij ook een beetje dat ik nog steeds win, maar judo zit kennelijk nog in mijn systeem. Hij viel me aan, pakte mij bij m’n been en ik maakte me wat zorgen over dat hij me op de grond zou krijgen. Maar gelukkig kon ik overnemen, mijn arm om z’n nek en zo dook ik zelf naar de grond, hem over mijn heup slingerend zodat we beiden op de grond belandden, maar ik bovenop met hem gelijk in een houdgreep. Die trok ik zo strak aan dat hij zich overgaf en ik daar denk ik mijn rib kneusde. Het interesseerde mij niet meer dat we beiden door een glazen systeemwand heen zouden kletteren, zo gedreven was ik om te winnen.

Victory was mine en de ruiten bleven heel. Judo is een mooie sport, waarbij je je tegenstander uitschakelt zonder hem te verwonden. Het is alleen niet de bedoeling dat je jezelf wel blesseert natuurlijk. Maar goed, dat weet hij niet, dat heb ik mooi stil gehouden.

Milo

Dat leek me nu een leuk grapje, mijn vorige logje heet Millau, en deze heet dan Milo. Overigens spreek je Millau uit als Miejo,  dat wist u vast niet. Milo is onze logeerhond. Net zo groot als de onze, alleen met een wat breder lijf en een dikke doggenkop.
Milo

Een ontzettend lief beest, maar toch zal ik blij zijn als hij morgen weer wordt opgehaald. Het is best een opgave, als je ze alletwee uitlaat en ze beginnen te trekken. Dan moet je toch alle zeilen bijzetten om ze tegen te houden. En aangezien Milo een mannetje is en het niet accepteert als een ander mannetje iets te vrij met Randi omgaat, wil hij zich nog wel eens laten gelden. Verder is hij ongevaarlijk, behalve als je op de bank zit en hij komt je begroeten. Dan zet hij het liefst zijn poten op je schouders en begint je te likken. Zonder zwemdiploma’s overleef je dat niet. En je kunt een klap krijgen van zijn zwiepende staart als je niet uitkijkt.

De laatste tijd is het wat onrustig in de buurt en ik zag twee politiemotoren met zwaailicht achter twee rendende jongemannen aan zitten. De volgende dag hoorde ik de sirene van twee kanten komen. Gisteren was het weer raak met herriemakende jeugd en ik besloot er zelf heen te gaan. Uiteraard vergezeld van Randi en Milo. Ik trof twee jongens en twee meisjes aan, en vroeg of alles goed was. Dat was het, en of het met mij ook goed was. Ja, ook wel, en ik liep door. De honden trokken aan hun riemen, en wilden op de jongens af. Met kwispelende staarten, dat vond ik jammer. Maar dat zagen ze niet. Zometeen ga ik er weer even langs. Nobody fucks with Mack. Or Randi. Or Milo.

Wapenstok

De politie krijgt een langere wapenstok. U bent dus gewaarschuwd. Het ding is telescopisch en wordt met een klik ineens een stuk langer. Dat betekent dat de burger zich weer beter moet leren verdedigen. Dus haalt een agent naar u uit terwijl u alleen maar te lang geparkeerd heeft, spring dan of achteruit, of, maar dat is voor gevorderden, in zijn richting. Maar blijf in elk geval niet staan, want een klap met zo’n stok komt behoorlijk aan. Het beste is als u een nog langere stok pakt, als die toevallig voorhanden is, en de agressieve agent op andere gedachten brengt. Uw mond is dan uw beste wapen. Dat het niet echt redelijk van hem is wat hij aan het doen is, en dat als hij gewoon een geweldloze boete uitschrijft, u geen valse naam zult opgeven. Mocht hij echt niet voor rede vatbaar zijn en hij dreigt zijn vuurwapen te gebruiken, neem hem dan in een nekklem of de heimlich greep. Blijft hij echter zich verzetten, geef de agent dan afwisselend vijf slagen met de vlakke hand tussen de schouderbladen en vijf buikstoten, net zolang tot loskomt wat hem dwarszit.

Bijna zou de politie uitgerust zijn met een taser. We mogen echt van geluk spreken dat dat niet doorgaat, want dan had ik het zo snel ook even niet geweten. De taser jaagt 50.000 volt door uw lichaam en het enige wat je op zo’n moment nog kunt doen is hopen dat je tegen de agent aanvalt. Maar de kans is klein. Je zult wel weer tegen je eigen auto aanvallen, en dan heb je nog een deuk ook. Misschien een plastic vest dragen als u vermoedt dat je parkeertijd verstreken is?

De politie had overigens liever de taser gehad dan de verlengde wapenstok, maar daar hebben ze eigenlijk geen goed argument voor. Ja, die suïcide van vorige week waarbij die jongen zich opzettelijk liet doodschieten door op de agent af te lopen en een trekkende beweging te maken (zo stond het in de krant, ik vond het ook vreemd gedrag) had dan voorkomen kunnen worden. Nu was het juist net niet de bedoeling dat het voorkomen werd, en bovendien, moeten we nu ook al rekening houden met mensen die schietend op de politie aflopen? Ik zeg, nooit doen. Luister gewoon naar de politie, dan is er niks aan de hand. Ene oor in, andere weer uit, moet u dan maar denken.

Rockstar

“Maurice, you are a rockstar!” schreef een collega die ik niet ken mij vandaag nadat ik haar ergens bij had geholpen. Ik vermoed dat ze Amerikaanse is en dat ze dacht mij hiermee te complimenteren. Nou, dat klopt! Da’s het aardigste wat ik vandaag heb gehoord. Ik heb haar zojuist even opgezocht op LinkedIn en inderdaad, mijn vermoeden is juist. Ik hoor de laatste tijd steeds vaker dat Amerikanen hele vriendelijke, behulpzame mensen zijn. Dat is compleet in tegenspraak met de signalen die ze via Hollywood uitzenden, dus misschien ben ik finaal op het verkeerde been gezet. Ik dacht altijd dat het een stelletje oppervlakkigen waren die de hele dag acteren dat ze sociaal zijn. Ikzelf ben tenminste nog oprecht oppervlakkig.

Maar dat Rockstar. Ik weet dat “you rock” een positieve wens is, dus dit leek me daar de overtreffende trap van. Ze noemde me bewust geen accountant, hoewel ik haar wel had geholpen met accounting. Maar zelfs ik vind (inmiddels) rockstar toch een groter compliment dan accountant. Terwijl ik toch echt meer aanleg voor accountant heb dan voor rockstar. En toch brengt ze me licht aan het twijfelen. Had ik toch niet door moeten studeren voor rockstar?  Mick Jagger en ik, ik en Mick Jagger. Het voordeel van rockstar worden is dat de kans een stuk kleiner is dat je kaal wordt dan bij accountant. Kijk maar eens naar al die rockbands. Er zit zelden een kale bij. Terwijl ze dat echt nog niet wisten toen ze begonnen met rocken, lijkt mij.

Morgenochtend om half negen mag ik weer aantreden. Ik geef een concert. Misschien komt ze even backstage. Ik zal even genieten van deze roem voor zolang het duurt. En dat duurt tot ik alle gegevens heb aangeleverd die ze nodig heeft. Als ik daarna nog steeds een rockstar ben, dan herzie ik mijn mening over Amerikanen.

Oorlogszuchtig

Ik had nooit zo heel veel op met geschiedenis. Nog steeds niet. De Tweede Wereldoorlog vond ik wel interessant, omdat die voor mij enigszins begrijpelijk was. Tenminste, zoals het in het begin werd uitgelegd. Het was de schuld van de Duitsers, en dat konden mijn hersenen bevatten. Later bleek het nog stukken ingewikkelder en smeriger te zijn, maar het bleef de schuld van de Duitsers. Ik besloot op Wikipedia te kijken naar oorlogen waarbij Nederland in de geschiedenis betrokken was. Vanaf het jaar 0 gerekend zijn er zestig oorlogen geweest waar Nederland bij betrokken was. Zestig! We waren vrijwel altijd in oorlog, en sommige oorlogen overlapten elkaar in periode.

We hebben allemaal wel gehoord van de 80-jarige oorlog, en van de Eerste en de Tweede wereldoorlog, maar heeft u wel eens gehoord van de oorlog van Willem Kieft? (1643-1645) Of van de Atjeh-oorlog?(1873-1914) Of van de honderdjarige oorlog (1337-1453, ik zou dit persoonlijk de 116-jarige oorlog genoemd hebben) of, en die vond ik heel verrassend, de driehonderdvijfendertigjarige oorlog tussen de Republiek der Nederlanden en de Scilly eilanden(1651-1986)? We waren verdorie in mijn jeugd in oorlog en niemand vertelde mij iets! Het schijnt de langste oorlog in de geschiedenis van de oorlogen zijn geweest, de vrede werd pas in 1986 getekend. Wat me als laatste opviel aan de lijst, is dat we momenteel weer in oorlog zijn, namelijk met IS. Nu had ik dat wel eens gehoord, maar ik wist niet dat het officieel was. Zo gaat het natuurlijk gewoon door. En leest er in het jaar 2465 iemand op Wikipedia dat wij nu in oorlog waren met IS. En misschien leest iemand mijn weblog. En dat die dan denkt: “Goh, die Mack, in zijn leven heel wat oorlogen meegemaakt en allemaal overleefd!” “Die van 335 jaar, de Golfoorlog, de Irakoorlog, de Afghanistanoorlog, de opstand in Libië, en ook nog IS, nee, die man moet geen leuk leven hebben gehad. En dan toch nog zo gemotiveerd schrijven. Held.”

Amateur astronoom

Als ik het allemaal geweten had, had ik wat beter opgelet vroeger op dinsdag, het 7e uur. We kregen toen scheikunde, terwijl we het uur ervoor gym hadden gehad. Natuurkunde had ik ook al laten vallen. Niemand vertelde me ook wat in die tijd. Aan de andere kant was het ook enorm saai, natuurkunde en scheikunde. Bovendien, als je op de mavo begint is het onwaarschijnlijk dat je een carrière a la Robbert Dijkgraaf tegemoet gaat. Terwijl Dijkgraaf zich er al over beklaagde dat er voor moderne natuurkundigen weinig eer meer te behalen viel. Alles was ongeveer al ontdekt door Einstein, Newton en noem er nog eens een paar.

Ik verslind boeken over het heelal. ’s Avonds laat bij heldere lucht zie ik de sterren en vraag me het volgende af. Klopt het allemaal wel wat de natuurkundigen zeggen? Zijn ze niet veel te intelligent en verliezen ze daardoor niet de realiteit uit het oog? Hebben ze niet behoefte aan een amateursterrenkundige die ze op het rechte pad houdt? Want er is natuurlijk veel onzin beweerd door de heren genieën. Zo bestaat er volgens Einstein niet iets als zwaartekracht, en op zijn beurt denkt Newton weer dat planeten een aantrekkende kracht op elkaar uitoefenen. Terwijl iedereen weet dat als je op een kilometer of 300 boven het aardoppervlak zit, de zwaartekracht je al niet meer naar beneden trekt. Dat zijn van die dingetjes die de mannen over het hoofd zien. Einstein met zijn lichtsnelheid. De man beweert dat je theoretisch terug in de tijd kunt als je sneller dan het licht zou kunnen reizen. Dus stel, je bent op planeet Hokkietokkie4, en je vliegt sneller dan het licht naar de aarde. Je komt op de aarde aan en ziet jezelf daar later aankomen omdat je beeltenis de afstand nog niet helemaal afgelegd heeft. Voor mij ben je dan niet goed wijs. Iedereen snapt dat jouw beeltenis iets anders is dan jijzelf en dat er helemaal niets met tijdreizen is gebeurd.

Nou ja, dat soort dingen dus. Daarvoor heb je iemand als ik nodig. Die de heren met hun wilde fantasieën een beetje in toom weet te houden, en ze te wijzen op hun onvolkomenheden. Maar ja, ik krijg geen kans bij Nasa. Tenminste niet zolang ik beweer dat de zwaartekracht op afstand geen invloed meer heeft maar niet kom met een andere verklaring voor eb en vloed. Maar dan kennen ze me nog niet bij Nasa. Ik heb de verklaring al half klaar. Kwestie van uitwerken.

Om te gieren

Ik stikte van de lach vandaag. Een ingehouden lach, maar met tranen in mijn ogen. Op de terugweg in de auto had ik het niet meer als ik terug dacht aan wat er gebeurd was. Toen ik het aan mijn vrouw vertelde, stikte zij ook zowat. Ik had vandaag bezoek van de accountant. Deze jongedame zat de hele dag naast mij, en sinds juni heb ik niet meer zo hard aan de bak gemoeten. Om een uur of vier moest ik mij toch even excuseren omdat ik de hele dag nog niet naar de wc was geweest, en ik inmiddels voelde dat kwade gassen zich in mijn buik hadden opgehoopt.

Ik liep naar de wc, snelde door de lege ruimte naar de dichtsbijzijnde deur en ging zitten. Ik zette kracht en een luid en lang geschal klonk. “Jezus Christus”, klonk het ineens uit de wc naast mij. Dat had ik niet zien aankomen. Ik mompelde een sorry en nadat ik het mij realiseerde zat ik te stikken van het lachen. Op de wc nog ingehouden, maar op de terugweg in de auto leek ik Gerard Joling wel. Om te gieren.

Causaal verband

Ik moest vandaag noodgedwongen in een ander bos gaan lopen met de hond, want door het mooie weer was het zo vol op de parkeerplaats van het losloopgebied, dat ik er letterlijk niet meer bij paste. Bovendien lopen er dan veel hondloze wandelaars in het hondenuitlaatgebied, en regelmatig zijn die niet gediend van loslopende honden, zelfs al is het een speciaal aangewezen hondenuitlaatgebied. Het is het probleem van met teveel mensen te weinig natuur moeten delen. Geen nood, want twee kilometer verderop is ook een hondenuitlaatgebied, alleen als je dat van de ene kant binnenkomt staat er “hondenuitlaatgebied”, en kom je het van de andere kant binnen staat er: “verboden voor loslopende honden.” Ik zo’n geval neem ik de twijfel van het voordeel.

In dit gebied liep praktisch niemand. Logisch, want er is geen heide, de bossen zijn er dicht en dus zie je nog niks van de zon. Onze hondenuitlaatservice loopt hier vaak, dus mijn hond kent het er. Ze (de hond) is er ook erg op gespitst of haar uitlaatservice er loopt, en toen ze een blaf in de verte hoorde, spitste ze haar oren en wilde het op een lopen zetten. Ik had alle moeite om haar bij me te houden, en kon daarbij mijn ogen niet op het pad houden. Dus trapte ik in een hondendrol die ik normaal zeker gezien zou hebben. Ik gaf de uitlaatservice de schuld van deze rampspoed en beredeneerde dat zij mijn schoen moest schoonmaken. Want ja, je kunt oordelen dat de uitlaatservice hier niks aan kan doen, maar ik weet zeker dat als de uitlaatservice er niet was geweest, de hond niet zo had gereageerd, en ik gewoon voor me had kunnen kijken en de drol had zien liggen. Aangetoond causaal verband.

Natuurlijk kreeg ik bij thuiskomst weinig bijval, maar de wereld zit vol van causale verbanden die we kennelijk maar moeten accepteren. Maar bedacht ik later, waarschijnlijk worden die weer opgeheven door causale verbanden die in ons voordeel aflopen. Ja, dat is het. Het is een soort van bijgeloof, maar dan zonder geloof. Een bijwetenschap eigenlijk. Het kan verstrekkende gevolgen voor de wereld hebben. Hele parallelle universa spelen zich naast ons af. De wereld waarop wij denken te wonen heeft zijn eigen geschiedenis, maar in een parallel universum speelde zich diezelfde geschiedenis af, alleen zag ik de drol op tijd en liep door. Daardoor was ik eerder thuis, want ik hoefde mijn schoen niet af te vegen, en zag zo nog net op televisie iets wat mijn levensvisie helemaal zou veranderen. U moet maar eens gaan kijken in het hiernaast gelegen parallele universum, je gelooft niet wat je leest op mijn weblog daar. Alsof ik een tik van de molen heb gehad. Dankzij de uitlaatservice gebeurde dat dus allemaal niet, en kunt u hier nog steeds terecht voor uiterst betrouwbare verhalen ontsproten uit het toetsenbord van een geestelijk stabiele blogger.

Mijn domein.

Als ik in een zwembad ben, gedraag ik mij enigszins uitsloverig. Dat komt zo, ik zat vroeger bij de plaatselijke zwemclub en heb daar de nodige kilometers afgelegd. Schoolslag, borstcrawl, rugslag en vlinderslag. Om nu de vlinderslag en de rugslag in een campingzwembad te gaan doen vind ik overdreven, maar borstcrawl doe ik graag even. Plat in het water, ademen onder mijn rechterarm door, en in drie slagen ben je meestal aan de overkant. Nou ja, bij wijze van spreken dan.

Nu wilde laatst het geval dat er nog een opschepper in het zwembad was. Een Franse opschepper. Een zogenaamde vantard. Zwom gewoon in een perfecte stijl het zwembad over, deed zelfs een poging tot vlinderslag. Ik zag het met lede ogen aan. Deze man moest even op zijn plaats gezet worden. Dus ik ging ook over tot de borstcrawl en maakte een onderwaterkeerpuntrol zoals Pieter van den Hoogenband in zijn beste dagen. En daarna nog een keer! Dat leerde hem. Hij zwom gelijk een stuk bescheidener door het zwembad.