Het nieuwe rijden

Het grote nadeel van geen Alfa Romeo rijden is dat je je wat meer laat opfokken in het verkeer. Ik word nu toch regelmatig rechts ingehaald door een bus-achtige, met op voorbank een bouwvakkertje of drie. En die knallen hem net zo makkelijk weer in de ruimte die ik juist openliet om niet steeds boven op je rem te hoeven staan. Maar door dat busje moet dat dus wel. Terroristen zijn het, niets meer en niets minder, en alle middelen zijn geoorloofd om ze te laten verongelukken. Kijk, dit had ik met mijn Alfa nooit. Niets ten nadele van de oogsplijtende Peugeot die ik nu heb, maar de medeweggebruiker heeft gelijk stukken minder respect. Ik zal er mee moeten leren omgaan. Misschien moet ik me ook die rechtspasseerbeweging aanleren.

Ik heb trouwens serieus een tip voor u om ook zonder Alfa sneller te zijn in het verkeer. Het werkt als volgt: stel, je rijdt op de A28, komende van Utrecht in de richting van Amersfoort en je moet naar Vaassen. Dan kun je twee dingen doen: Of je pakt de afslag A1 richting Apeldoorn, of je rijdt rechtdoor richting Zwolle. Dat laatste doe je. Bij de afslag Apeldoorn hoef je dan niet al een kilometer van te voren in de optocht aan te sluiten, om vervolgens pas vijf minuten later op de A1 te zitten. Maar nu komt het! Verander op het laatste moment van gedachte als er ruimte is en pak dan stiekem toch de A1. Een Porsche haalde mij bij Utrecht al in, maar dankzij mijn nieuwe rijden had hij me bij Apeldoorn nog niet afgeschud.

Echte liefde

Je komt het niet vaak meer tegen, maar ex-formule 1 coureur Ricardo Patrese bewijst dat het nog bestaat. Hij neemt zijn vrouw mee voor een rondje op het circuit in een snelle auto. Welke vrouw zou daar niet van in katzwijm vallen? Let eens op zijn glimlach. Hij moet wel heel veel van zijn vrouw houden. En het is nog goed voor je Italiaans ook.

Le Pilote

U kent mij als een autoliefhebber. Ik hou van snelle, lichte, sober uitgeruste auto’s met licht rauw lopende motor en een strakke wegligging. Nu heb ik een auto van de zaak en het is een behoorlijk lelijke Peugeot met dieselaggregaat. Maar een auto van de zaak is gevoelsmatig heel anders dan een eigen auto. Deze auto brengt mij door de spits naar mijn werk, op uiterst comfortabele wijze, hij heeft een navigatiesysteem en een carkit, waardoor ik nu de laatste Nederlander ben die nog opgewonden wordt van handsfree bellen in de auto. Maar het allermooiste van de hele auto vind ik toch wel dat hij is uitgerust met een hoogtemeter. Je zou er haast een Peugeot voor nemen.

Misschien kent u de Amersfoortse weg tussen Nieuw-Milligen en Apeldoorn. Als je uit de richting Amersfoort komt ga je eerst twee kilometer lang naar beneden. Tenminste, met de fiets wel. Volgens de hoogtemeter klim ik echter 10 meter op dat stuk. Even verderop ga je een heuveltje op en ook daarna op de afdaling ging ik weer 10 meter omhoog. (Hij geeft elke 10 meter hoogteverschil aan). Bij de Aardhuisweg gaf de meter aan dat ik me op 110 meter boven zeeniveau bevond. Ik vind het fantastisch, zo’n meter. Niet vreemd, want ik wilde altijd al piloot worden. Ik hoop dat ik tijdens de zomervakantie in Frankrijk deze auto nog heb. Dan kan ik de bereikte hoogtes mededelen aan de passagiers. Die vinden dat vast leuk. De Fransen spreken toch al van “le pilote” als ze de coureur bedoelen. Nu snap ik waarom. Ze hebben hoogtemeters.

Imagoherstel van de leasebakrijder.

Vandaag werd een voorloopauto bij me afgeleverd, een voorlopige auto totdat de leasebak komt. Het is een Peugeot 308 geworden, in saai antreciet, zodat hij vooral niet opvalt. Tussen 10:00 en 12:00 was er gezegd, maar om half tien ging de bel al. Ik lag nog in bed, het was laat geworden, ik was bij mijn moeder en daar kom ik haast nooit. Een combinatie van druk en lapzwans, maar goed, het werd gelijk drie uur ’s nachts, dus we kunnen er weer even tegen. Ik schoot in de kleren, nam de auto in ontvangst en vroeg aan de jongeman die hem afgeleverd had hoe hij nu terug ging. Wat bleek? Met het openbaar vervoer en of ik een bushalte in de buurt wist. (student met een ov-chipkaart, lekker goedkoop voor de leasemaatschappij) Nou, die wist ik wel, stap maar in dan breng ik je even.

Dat sloeg hij niet af, en hij merkte op dat dat niet vaak voorkwam dat hij nog even een lift kreeg. En daar bevestigde hij weer precies even wat ik altijd riep over de hufterigheid van de leaserijder. Pochen met spullen die niet van jezelf zijn en blazen met die bak omdat overmatige slijtage toch niet door jezelf opgehoest hoeft te worden. Ik ga daar verandering in brengen mensen. Ik ga het imago van de leaserijder proberen te herstellen. In wat voor auto ik dat ga doen dat weet ik nog niet, maar eigenlijk zou ik het in een VW Golf moeten doen. Want die berokkenen toch wel de meeste schade aan het imago van de leaserijder. Maar nee, ik heb mijn grenzen. Ik zit alleen met het probleem dat men mij straks toch niet herkent als leasebakberijder. Want waarom zou ik de motor rustig opwarmen en waarom zou ik anders die verkeersdrempel zo voorzichtig nemen? Daarom denk ik dat maar moet vragen of ik op beide portieren grote stickers van de leasemaatschappij mag.

Doe iets

Doe iets, zong Frank Boeijen vanochtend toen ik naar de stort reed. Het is zo’n brave huisvadersklus, naar de stort rijden op zaterdag. Zeker als je met een gezinsauto gaat. Maar wat niemand aan mij ziet is waar ik aan denk. Een rode Alfa Romeo Giulietta. De meest verleidelijke auto van het moment. Ik kijk op de site en ik laat mij gek maken. Wat zou Frank er van vinden?

F1 en de zes kampioenen.

Dit weekend gaat het formule 1 seizoen weer van start. Wie wel eens een Formule 1 in het echt voorbij heeft zien razen, weet wat dat losmaakt. Voor het eerst in de geschiedenis doen er in 1 seizoen zes wereldkampioenen mee. Schumacher, Alonso, Vettel, Hamilton, Button en Kimi (The Iceman) Raikkonen is terug van weggeweest. Kimi is de snelste van allemaal, als het tenminste op pure coureurskwaliteit aankomt. In 1994 reed er, nadat Senna verongelukte, geen enkele wereldkampioen mee. Dat was ook niks. Zes is misschien weer een beetje veel van het goeie.

De F1 carrière van Michael Schumacher heb ik van het begin tot het eind meegemaakt. Ik ga er tenminste vanuit dat we nu ongeveer aan het einde zitten. Later, als Hans groter is, en hij leest in de boeken over Michael Schumacher, de enige coureur ooit die zeven keer wereldkampioen werd, en praktisch alle records brak die er te breken vielen, en hij wil van mij weten hoe goed deze man wel niet was, dan zal ik hem antwoorden: In 1994 en 1995 reed hij met verboden technische hulpmiddelen, daardoor was hij zo snel dat Senna -de beste ooit- zich door hem in een fout liet dwingen en verongelukte. Was dat niet gebeurd, had hij geen enkel record dat op zijn naam staat gepakt. In zijn jaren bij Ferrari had hij de beste auto, het hoogste budget, kreeg hij alleen teamgenoten die in dienst van hem reden en desondanks soms toch nog sneller waren, en overtrad hij de nodige regels om zich van het kampioenschap te verzekeren.
Nu, in de nadagen van zijn carrière rijdt hij weer voor een van de teams met het hoogste budget, wordt hij zoekgereden door zijn teamgenoot en is hij al een paar jaar niet op het podium geweest. Jos Verstappen versloeg hem altijd met karten. Nee, het is een behoorlijk overschatte coureur, Hans.

Zwiepers

Veel schuivers met de auto heb ik niet gemaakt, maar er waren wel een paar hele mooie bij. Mijn Peugeot 205 GTI was de koning van de schuiver. Maar in die tijd was ik in mijn twintiger jaren en waren mijn reflexen dusdanig dat ik hem op de weg hield ondanks dat hij vier keer driftig met z’n kont zwaaide voor hij weer recht kwam. Later maakte ik op een besneeuwde weg nog een glijer waarvan ik me nu nog afvraag hoe ik het hek langs de weg niet heb geraakt. En verder ging het in de regen ook nog wel eens mis. Onhandelbaar bijna, als hij eenmaal gleed. Met mijn Fiat Punto GT maakte ik ook een keer een hele mooie, maar het was puur geluk dat ik tussen twee lantaarnpalen door de weg af gleed. Ik stond achterstevoren op een grasveld en kon er onbeschadigd weer afrijden. Met mijn Alfa maakte ik nooit schuivers. Dat lag niet zozeer aan de auto maar meer aan het feit dat ik ouder en voorzichtiger was geworden.

Vanavond maakte ik er weer één. In een Nissan Almera Tino nota bene. Ik zag hem niet aankomen maar ineens gleed ik de bocht uit. Met nog pijnlijke pols ving ik de zwieper op maar ik had daarna een iets verhoogde hartslag. Bovendien had ik tijdens het corrigeren de ruitenwissers aangezet dus dan is het niet cool. Maar veruit het uncoolst was wel de keer dat ik met een motor uitgleed over bladeren en geen idee had hoe je zoiets moest corrigeren, behalve dan achter de motor aan glijden tot die tot stilstand kwam. Nee, motoren zijn hopeloos. Daar zou zelfs ik winterbanden op laten zetten.

Op de fiets

Zoals algemeen en wereldwijd bekend, fiets ik nu regelmatig naar mijn werk. Want geen mooier vermaak dan leedvermaak. Ik scheen vroeger een auto te hebben, een kanon met een 6 cilindermotor, razendsnel en tranentrekkend mooi. Ik kan me het niet meer zo goed herinneren. Het was een Alfa Romeo, een rijdersauto, pure lust op wielen. Maar bij lange na genoot ik niet zo van ritten in die auto als dat ik nu twee keer per week doe met een Nissan Almera Tino. Want wat een comfort! Wat een winddichte bestuurdersplek! Wat een mooie ruitenwissers! Verwarming! Een radio! Een dak, een stoel, en gaspedaal. Duizelingwekkende snelheden van wel 70 km/u! Wow!

Nee fietsen is niet alles. Zeker niet voor mannen van middelbare leeftijd. Want nu hoef ik ‘maar’ 7,5 km terwijl ik vroeger dagelijks bijna 15 km moest. Toen wist ik niet beter en was het ook geen probleem. Soms had je een ijskoud voorhoofd als de hagelstenen je geselden, maar het deerde praktisch niet omdat je niet beter wist. Nu wel, en lijken die 30 minuten wel een half uur.

http://www.youtube.com/watch?v=d1bYRaihts0

Koen Vergeer

Het eerste boek wat ik van hem las maakte mij totaal lyrisch. En nu ik in het tweede begonnen ben, bevind ik mij in precies dezelfde gemoedstoestand. En ik kan zijn naam wel met u delen, maar voor u gaat het vast niet werken. Zijn naam is Koen en hij schrijft over de Formule 1. Hij doet dat op weergaloze wijze. Hij neemt je mee naar vroeger, naar zijn kinderjaren en vertelt hoe hij onlosmakelijk verbonden raakte aan de F1. Hij is net een paar jaar ouder dan ik, dus zijn helden waren Jacky Ickx, Ronnie Petterson en Jacky Stewart. Ik begon met Lauda, Andretti en (ook) Petterson. Hij schrijft over de turbulente jaren 70 waarin elk seizoen een aantal coureurs verongelukten. De belangrijkste voor hem was Roger Williamson die in 1973 op Zandvoort crashte en voor de ogen van duizenden toeschouwers en ook voor die van Koen, levend verbrandde in zijn auto.

Niet dat Koen als kind wist wie het was, die daar verongelukte, maar het beeld van de klap, de brand, de amateuristische officials langs de baan, het stoïcijns doorrijden van de andere coureurs, behalve dan David Purley die wanhopig probeerde de arme Williamson te redden, heeft zijn leven verbonden aan de F1.

http://www.youtube.com/watch?v=3mz3ZzSXyWM

Later werd door een journalist gevraagd aan Niki Lauda waarom ze allemaal doorreden en niet hielpen. Lauda had hem bits toegebeten dat hij betaald werd om te racen, niet om te redden. Dezelfde Niki Lauda die twee jaar later op de Nürburgring uit zijn brandende auto werd gered door drie andere coureurs. Hij heeft op het randje van de dood gelegen en hij is voor het leven getekend, maar hij kan het navertellen.

Koen eert de dode coureurs, zijn helden, in zijn verhalen. Voor wie van F1 houdt, zijn zijn boeken een absolute aanrader. Als u de grote lijnen weet, weet Koen de details.

Ongemerkt.

Gisterenochtend had ik een idee. Ik moest fietsen naar mijn werk en ik miste een radiootje. Een half uurtje in de auto was vroeger mijn informatiebron. De laatste tijd was dat nog maar amper tien minuten, dus dat schoot niet op. Ik herinnerde me dat er op mijn telefoon een radio zit. Ik zocht twee oortjes en probeerde het uit. Op de heenweg was ik alleen bezig zenders te zoeken en uitsluitend bij piraten bleef hij hangen. Maar op de terugweg ging het beter, ik had radio één. Het fietst een stuk gemakkelijker als er informatie door je oren gepompt wordt. Wat wel vreemd was, was dat ik met de wind mee en in noordelijke richting een perfecte ontvangst had. Als ik in westelijke richting fietste (richting Hilversum) waren er storingen. Bovendien suisde de wind dan zo hard langs mijn oren dat het niet meer te verstaan was. Dus moet ik maar ergens langs het kanaal gaan wonen zodat ik alleen nog maar in noordelijke richting hoef te fietsen.

Sommigen zullen het al door hebben. Eerst een regenpak, toen schoenhoezen, daarna een ijsmuts en nu een radio. Ik ben langzaam een auto om mij heen aan het bouwen.