Koen Vergeer

Het eerste boek wat ik van hem las maakte mij totaal lyrisch. En nu ik in het tweede begonnen ben, bevind ik mij in precies dezelfde gemoedstoestand. En ik kan zijn naam wel met u delen, maar voor u gaat het vast niet werken. Zijn naam is Koen en hij schrijft over de Formule 1. Hij doet dat op weergaloze wijze. Hij neemt je mee naar vroeger, naar zijn kinderjaren en vertelt hoe hij onlosmakelijk verbonden raakte aan de F1. Hij is net een paar jaar ouder dan ik, dus zijn helden waren Jacky Ickx, Ronnie Petterson en Jacky Stewart. Ik begon met Lauda, Andretti en (ook) Petterson. Hij schrijft over de turbulente jaren 70 waarin elk seizoen een aantal coureurs verongelukten. De belangrijkste voor hem was Roger Williamson die in 1973 op Zandvoort crashte en voor de ogen van duizenden toeschouwers en ook voor die van Koen, levend verbrandde in zijn auto.

Niet dat Koen als kind wist wie het was, die daar verongelukte, maar het beeld van de klap, de brand, de amateuristische officials langs de baan, het stoïcijns doorrijden van de andere coureurs, behalve dan David Purley die wanhopig probeerde de arme Williamson te redden, heeft zijn leven verbonden aan de F1.

http://www.youtube.com/watch?v=3mz3ZzSXyWM

Later werd door een journalist gevraagd aan Niki Lauda waarom ze allemaal doorreden en niet hielpen. Lauda had hem bits toegebeten dat hij betaald werd om te racen, niet om te redden. Dezelfde Niki Lauda die twee jaar later op de Nürburgring uit zijn brandende auto werd gered door drie andere coureurs. Hij heeft op het randje van de dood gelegen en hij is voor het leven getekend, maar hij kan het navertellen.

Koen eert de dode coureurs, zijn helden, in zijn verhalen. Voor wie van F1 houdt, zijn zijn boeken een absolute aanrader. Als u de grote lijnen weet, weet Koen de details.

Ongemerkt.

Gisterenochtend had ik een idee. Ik moest fietsen naar mijn werk en ik miste een radiootje. Een half uurtje in de auto was vroeger mijn informatiebron. De laatste tijd was dat nog maar amper tien minuten, dus dat schoot niet op. Ik herinnerde me dat er op mijn telefoon een radio zit. Ik zocht twee oortjes en probeerde het uit. Op de heenweg was ik alleen bezig zenders te zoeken en uitsluitend bij piraten bleef hij hangen. Maar op de terugweg ging het beter, ik had radio één. Het fietst een stuk gemakkelijker als er informatie door je oren gepompt wordt. Wat wel vreemd was, was dat ik met de wind mee en in noordelijke richting een perfecte ontvangst had. Als ik in westelijke richting fietste (richting Hilversum) waren er storingen. Bovendien suisde de wind dan zo hard langs mijn oren dat het niet meer te verstaan was. Dus moet ik maar ergens langs het kanaal gaan wonen zodat ik alleen nog maar in noordelijke richting hoef te fietsen.

Sommigen zullen het al door hebben. Eerst een regenpak, toen schoenhoezen, daarna een ijsmuts en nu een radio. Ik ben langzaam een auto om mij heen aan het bouwen.

Ayrton Senna da Silva

Ik keek vandaag een dvd die ik onlangs in mijn schoen vond. Het ging over de opkomst en ondergang van Ayrton Senna. Ademloos heb ik zitten kijken. Ik herinnerde me weer hoe de formule 1 ooit was, toen er nog echte helden waren. Ik beleefde vroegere emoties opnieuw en ik zag hoe een jonge coureur in opkomst in een kansloos team bijna een race won. Ik zag hoe zijn ouders zich zorgen maakten om hun zoon, zo gevaarlijk als zij de sport vonden. Ik zag Senna’s gedrevenheid, zijn opstand tegen de racebazen, zijn opstand tegen collega coureurs, maar vooral de grote rivaliteit tussen hem en Alain Prost. Ik zag de angst in zijn ogen na het bijna fatale ongeluk van collega Donnely en ik zag zijn onwankelbare geloof in God, waarmee door sommige anderen de spot werd gedreven.

In zijn laatste seizoen, 1994, voelde hij zich niet comfortabel met de auto. Tijdens zijn laatste grandprix weekend, waarin nóg een coureur, Ratzenberger, dodelijk verongelukte, en waarbij zijn Braziliaanse collega Barrichello een zware crash meemaakte en bovendien in het publiek ook een dode viel door rondvliegende brokstukken, sprak hij met zijn vriend, de racedokter over stoppen. Die ochtend had hij nog met zijn zus gebeld en zei dat hij God’s hulp had gevraagd. Die kwam er in een passage uit de bijbel waar zijn oog op viel, waarin stond dat hij de grootste gift tot nu toe zou ontvangen, God zelf.

Een paar ronden op weg in de race, hij lag op kop, vloog hij er op een volgaspositie af. Hij had zoveel pech dat een stang van de ophanging zich door zijn helm boorde. Was dat niet gebeurd, dan had hij de wagen wandelend verlaten. Hij had geen blauwe plek en geen gebroken bot. Zijn vriend, de racedokter verklaarde dat toen hij de zwaargewonde Ayrton behandelde hij hem op zeker moment zijn lichaam zag ontspannen en een tevreden zucht hoorde slaken. Hoewel de dokter niet religieus was zei hij dat hij dacht dat dat het moment was dat Ayrton’s geest zijn lichaam verliet. Een paar uur later werd hij officieel doodverklaard. Ik huilde destijds toen het bekend werd. De beste en meest gedreven coureur ooit had het leven gelaten en liet zijn geboorteland Brazilië in diepe rouw achter…

Goodbye my friend

Een jaar of zes geleden nam ik op dramatische wijze afscheid van een auto, mijn geliefde Fiat Punto GT. Het was wat over the top, maar er zat een kern van waarheid in. Vandaag moest ik de auto die mij het langst en het trouwst gediend heeft, vaarwel zeggen. Helemaal uit Zoetermeer kwam de koper. Hij kwam met zijn zoon, die de nieuwe berijder zou worden. Vader had een echt Alfahoofd en was ook in het bezit van meerdere Alfa’s. U denkt misschien dat ik een grapje maak over een Alfahoofd, maar dat is niet zo. Ik kan het slecht uitleggen, maar Alfarijders hebben specifieke gelaatstrekken die ik niet heb. Vaak hebben ze iets langer golvend haar, een beetje onverzorgd en dragen ze een stoppelbaardje. Een sigaret staat ze goed. Deze maakte het plaatje kompleet door een spijkerbroek met nette schoenen te dragen en daarbij een lange jas. Prima.

Wiebe, want zo heette hij, kocht hem zonder een proefrit te maken. Hij luisterde naar de motor, voelde met zijn vingers aan de olie, keek in de vulopening en beoordeelde het als oke. Hij maakte ter plaatse het geld over en samen reden we naar het postkantoor. Daar werd de overschrijving geregeld en ik mocht nog één keer terugrijden. Ik trapte het gas nog éénmaal diep in en voelde zijn kracht. Na een kopje koffie liep ik nog met ze mee om de laatste groet te brengen. De zoon maakte een telefoontje naar de verzekering, maar kreeg de auto niet verzekerd. Het vermogen was te hoog voor zijn jeugdige leeftijd. Ik sprak met ze af dat ik de auto dit weekend nog verzekerd zou houden zodat hij naar huis kon rijden en daar een andere verzekeringsmaatschappij kon zoeken. Ik gaf ze een hand, wenste ze veel rijplezier en daar reden ze weg. Mijn Alfa voorop, en hun meegebrachte Alfa er achteraan. Ik keek ze na tot ze uit het zicht waren en liep met een vreemd gevoel terug.

’s Avonds stond ik buiten met mijn schoonzus en weer zag ik wat ik een paar jaar geleden ook zag. Ufo’s boven Duiven. Het leken vogels, maar ze gaven licht. Het waren vijftien tot twintig lichtjes die in horizontale richting laag over de daken vlogen. De lampjes gingen aan en uit. Mijn schoonzus vroeg aan mij wat het waren, en ik antwoordde: ufo’s. Ze geloofde me niet, maar het was de waarheid. Ze stond er boven op, zag het met eigen ogen maar weigerde te geloven. Het was een eerbetoon van buitenaardsen aan mij en mijn Alfa. Dat moest wel.

Daarnet kwam er een mailtje van Wiebe dat de Alfa prima reed. Hij is in goede handen.

http://www.youtube.com/watch?v=HjespGPhoMw

308 km/u door de provincie.

Op Geen Stijl dook een filmpje op waarop te zien is hoe een jongeman in een Nissan GT-R 308 km/u haalde. Gewoon in Nederland en niet eens op de snelweg. Nee, een tweebaansweg. Ik las op nu.nl dat de politie de snelheidsovertreding onderzoekt. Ik ben geen jurist, maar mij lijkt het toch sterk dat hij hiervoor strafrechtelijk vervolgd kan worden. En als het wel zo is, dan is het zijn eigen domme schuld.

Nu lees ik praktisch nooit op Geen Stijl, maar er viel mij iets op. Het overgrote deel van de reageerders daar vond de actie schandalig. Idioot, maniak, ik hoop dat je je te pletter rijdt, als je mijn dochter raakt ga je de rest van je leven met pijn verder, en meer van die loze kreten die men slaakt als men zich anoniem waant. Ikzelf denk wel: oei, wat gaat hij onverantwoord hard langs die medeweggebruikers, als er eentje niet oplet heb je een vreselijk ongeluk. Aan de andere kant, ik zou het niet durven maar ik vind het een schitterend filmpje. Ik hou wel van dit soort burgerlijke ongehoorzaamheid in een bloedsnelle auto. De Nissan GT-R is goedkoper en beter dan de meeste Porsches. Natuurlijk, als de bestuurder een ongeluk had veroorzaakt zou ik er anders over denken, maar dat is het hem nou juist, het ging allemaal goed.

Nee, mijn verstandelijke ikke keurt deze actie af, maar mijn gevoels-ikke vind het geweldig. Maar die Geen Stijl reageerders vallen me zwaar tegen zeg. Anarchisten in hart en nieren veranderen plots in moraalridders omdat iemand hen aftroeft met een daad.

Heidelberg en Lorelei

Heidelberg is een prachtige stad. Als je het vergelijkt met Apeldoorn is het zelfs een oogverblindend mooie stad. Een beetje stad, en daar zijn er gelukkig heel veel van, ligt aan een rivier. In het geval van Heidelberg is dat de Neckar. Ik had nooit van de Neckar gehoord, maar neem van mij aan, dat is een kwalificerende rivier. Zo’n rivier waaraan je een beetje stad kunt bouwen.

Ja, het was weer motorweekend. Ik mocht mee als pace-car. Er was een mooie route door het Odenwald uitgestippeld, met mooie weggetjes en mooie natuur. De natuur daar is prachtig. Als je die vergelijkt met die van Apeldoorn zelfs oogverblindend. Natuurlijk, de natuur in Apeldoorn kan er best mee door, maar een beetje ruimte en wat heuvels doen wonderen voor het aanzicht.

In Heidelberg is een tunnel. Ik was er op de heenweg al doorheen gekomen en het kind in mij verheugde zich al op de terugweg. De tunnel deed mijn Alfa klinken als een heuse racewagen. Zelfs de motor achter mij moest diep buigen. De nationaal-socialistische flitskast voor mij echter niet. Die flitste mij gewoon alsof hij in het geheel niet onder de indruk was van de Italiaanse decibellen. Flitskasten zijn een Nederlandse uitvinding. Ze geven verzetslieden aan bij de vijand. Maar genoeg geweend nu. Op de laatste dag reden we langs de Rijn, en omdat het mooi weer was had ik de ramen open. De Rijn, en dus ook de weg, kronkelde daar stevig en ik hoorde plots een werkelijk prachtig gezang. Het leek boven vanaf een rots te komen en ik probeerde het geluid te lokaliseren. Ineens zag ik haar. Het was Lorelei. Ze was prachtig en ze zong nog veel mooier, zeker als je het vergelijkt met het gezang van een Apeldoornse straatmuzikant zou ik eigenlijk de term ‘hemels’ moeten gebruiken. De waternimf met de gouden haren betoverde me met haar schoonheid en haar gezang, maar ineens werd de betovering verbroken doordat ik gedachtenloos maar verkeerd terugschakelde. De Alfa Romeo overstemde haar gezang met zijn gebrul en ik schrok uit mijn trance. Net op tijd, want ik zat al op de andere weghelft. Vanaf nu noem ik mijn auto Lorelei. Voluit, Alfa Romeo Lorelei. Een schitterende naam voor een legendarische auto.

Puur.

Het nieuwste uitlaatsysteem van Mercedes is een interactief systeem. Met een druk op de knop kun je het geluid regelen. Je kunt kiezen tussen ‘sport’ en ‘coming home’. De sportstand maakt van de auto een brullend monster, en de coming-homestand maakt hem een fluisterstille luxe cruiser. Mercedes doet hiermee opnieuw een gooi naar de titel van meest patserige auto van Duitsland, een wedstrijd waarbij Mercedes, Audi en BMW om en om met de titel aan de haal gaan. De Mercedes bestuurder kan nu, in zijn eigen woonomgeving, of wanneer zijn hoofd niet staat naar herrie, lekker rustig thuiskomen zonder dat de rust in de welvaartsbuurt ruw wordt verstoord. Zodra de bestuurder zijn eigen wijk uit is, kan de sportstand aan.

De zoveelste vruchteloze aftroefpoging uit Duitsland. BMW maakte een I-drive systeem waarbij de bestuurder kan kiezen uit 16 verschillende dempingstanden, en een knop waarmee hij nog 100 extra pk’s uit te motor tovert. Dat soort keuzeknoppen behoort niet in een auto. Het haalt de puurheid eruit en leidt de aandacht van de koper af van het gebrek aan rijbeleving. Die 100 pk extra wil je altijd, net als het racegeluid uit je uitlaat, en als je dat niet wilt ben je of te kaal, of te dik voor die auto.

Gisteren stonden er een aantal prachtige, goed onderhouden klassiekers op het Ireneveld in Vaassen. Een handvol Spitfires, glimmend in de lak, kap open en uitnodigend. Een Ford Mustang convertible met oceanen van ruimte, een Maserati Biturbo spider, een Audi (ur)Quattro, een Alfa 1750 en meer begeerlijk spul. De auto’s straalden eenvoud en geluk uit. Een dikke, kwaadkijkende, vol met opties behangen Duitser had zichzelf hiertussen zeker belachelijk gemaakt. Net als zijn bestuurder die tegenwoordig eerst twee minuten bezig is zijn auto optimaal in te stellen voordat hij weg kan rijden. Nee, ook autoliefde is niet met geld te koop. Nou ja, misschien wel, maar dan heet het ook gewoon prostitutie.

Souplesse

Gisterenavond reed ik door het donker terug naar huis. Er zijn weinig dingen zo mooi als autorijden in het donker. Het dashboard geeft rustgevend licht en de stem op de radio begeleidt mij door de avond.  Het is nog net geen nacht. De weg is leeg en ik laat de auto vlot doortrekken. Soepel boort de auto zich door het donker. Geluiden lijken gedempter. Ik tuur in de verte. Ik hou van turen. Ik probeer alles te zien wat er voor me gebeurt, ook al is dat niets. Ik probeer één te worden met de auto, alsof ik een onderdeel ben. Een onderdeel wat perfect moet functioneren. Concentratie en souplesse. Ik verbeeld mij veel. Het is een uurtje puur geluk. Eventjes doet een Jaguar mee met mijn spel maar bij een rotonde sla ik af waar hij rechtdoor gaat. Jammer. Er volgt een 12 km lange stille weg. Niets kan mij nu nog stoppen. Behalve een wegomleiding die mij even later door de bebouwde kom van Apeldoorn stuurt.  Of een filmpje dat je weer met beide benen op de grond zet. http://www.youtube.com/watch_popup?v=4TshFWSsrn8&vq=medium

De middelvinger

Voor de derde keer in een vrij kort tijdsbestek, ongeveer twee maanden, kreeg ik vandaag de middelvinger toegestoken wegens a-sociaal rijgedrag. Ik ben een zogenaamde hork die aangegeven moet worden op de horkenlijn. 

Hork 1:  Ik stond te wachten op een t-splitsing om linksaf te gaan. Dat duurde eindeloos en eindeloos en toen ik een gaatje zag waar ik in kon, kwam er een ineens een fietser van de overkant (de t-splitsing gold niet voor hem) die ik ook nog voorrang zou moeten geven, maar als ik dat deed, zou ik daarna weer eindeloos moeten wachten. Dus ja, ik dacht snel even voor hem langs te gaan, maar hij moest inhouden. Volgens hem ging ik voor mijn beurt, maar ik stond al veel langer te wachten. Dus dat voorrangssysteem klopt gewoon niet, en om mij daarvoor de middelvinger te geven vind ik niet terecht.

Hork 2: Er stond een auto aan de rechterkant van de weg geparkeerd, en ik moest daar omheen. Uit tegenovergestelde richting naderde een ongeveer 75-jaar oude mannelijke fietser. Ik schatte in dat ik er nog omheen kon zonder de fietser te hinderen, en dat was ook zo, al zou ik op een verkeersexamen zeker een ingreep hebben gehad. Maar de oude man gaf mij de vinger, ondanks dat ik hem eigenlijk amper hinderde. Je kunt je ook gehinderd gaan voelen natuurlijk. Ik keek mevrouw Mack een beetje verbaasd aan? Oude mannen? Gebruiken die hun middelvinger tegenwoordig ook al?

Hork 3: Met een noodgang van 70 km/u waar 60 is toegestaan, maar 80 ook, reed ik over een donkere weg door de weilanden. Ik had mijn groot licht aan en was alert op eventuele medeweggebruikers die ik zou hinderen. Niet dat het juist mijn bedoeling was ze te hinderen, ik was juist alert om ze niet te hinderen. Ineens doemt er schuin voor mij een schim met een hond op. Hij stond een meter of twee naast de weg in het weiland te wachten tot ik voorbij was. Ik had hem niet gezien, anders had ik mijn grote licht wel even uitgedaan en iets langzamer gereden. Maar het was al te laat, in het voorbijgaan stak hij zijn middelvinger op. De man had geluk dat ik mijn broer niet ben, want die had geremd, was achteruit gereden en had gevraagd: "wat moet je nou?"

Ondanks dat ik er het mijne van denk, hebben de mensen die mij bevingerden in de verte wel een klein beetje gelijk. Natuurlijk, het is een wat onvolwassen gebaar, en ze zijn wat heetgebakerd, maar ik ging natuurlijk ook niet geheel vrijuit. En dat spijt mij, want Alfa Romeo rijder zijnde, wil je je natuurlijk niet verlagen tot horkengedrag. Nee, je behoort immer vriendelijk te kijken en mensen met een imago-auto voor te laten als zij dat eisen. Je behoort je positief te onderscheiden en vrachtwagenchauffeurs en motorrijders extra voorrang te geven. Kortom, men moet denken als er een Alfa aankomt: "op hem hoef ik niet extra te letten want hij weet waar hij mee bezig is." In een Alfa hoef je je rechten niet zonodig op te eisen. Welnee. Hooguit tart je soms de regels, maar nooit zo dat iemand anders last van je heeft.

Persoonlijk heb ik mijn middelvinger nog nooit gebruikt. Tenminste niet in het verkeer of om mijn ongenoegen in andere situaties kenbaar te maken. Nee, mijn middelvinger slijt niet zo snel. 

Het Italovirus

Als ik geld genoeg had, zou ik een andere auto kopen. Een Italiaanse, dat staat vast. Voor mij is er niks dat mij hetzelfde gevoel geeft. Een Franse GTI of een Japanse rallyracer komen in de buurt maar zelfs die krijgen, als het er op aan komt, mij niet zo in vervoering als een snelle Italiaanse auto. Tegenwoordig gaat het totaal de verkeerde kant op met de auto's. Ik hoorde vanochtend dat het aantal nieuwe auto's dat werd teruggeroepen naar de fabriek was gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, en dat de werkelijke cijfers nog hoger liggen omdat sommige grote merken weigeren inzage te geven in de aantallen die teruggeroepen werden.

Nee, auto's zijn niet meer wat ze geweest zijn. Het lijkt wel of ze meer dan vroeger een middel zijn geworden om je buurman af te troeven. Argumenten voor de aankoop zijn de smalst mogelijke naden tussen de portieren of de zachtheid van het materiaal van het dashboard. Serieus waar zijn er mensen die daar mee pochen. Ik stel me dan altijd iemand voor die de hele dag het dashboard van zijn nieuwe auto loopt te likken. De motor wordt door veel merken het liefst afgedekt met een plastic kap, waar slaat dat op? Welke autohater heeft dat ooit verzonnen? Opties, ook zoiets, wat boeit dat? Rijden moet het, en zo licht mogelijk. Het liefst met ouderwetse handbak. Nee, auto's met een hoge afleidingskwaliteit, uit het zicht gehouden motoren, en die bol staan van de opties, kunnen mij gestolen worden. Bah. Autohaters, dat zijn het.

Ik ben besmet met het Italovirus. Als ik geld had zou ik een andere kopen. Geen nieuwe, want nieuwe zijn het gewoon niet. Nee, ik zou een nog oudere auto kopen. Eentje die vlammen spuwt uit zijn uitlaat. Maar oude Italiaanse auto's, daarvoor moet je pas echt rijk zijn. Ik twijfel tussen een achterwielaangedreven Alfa Romeo 75 of een vierwielaangedreven Lancia Delta HF Integrale.