Ineens waren ze verdwenen

Ik vroeg mij wat af. Waar zijn de grote Franse en Italiaanse auto’s gebleven? Waar zijn de Alfa Romeo 166, de Fiat Croma, de Peugeot 607, de Citroen C6, waar is de Renault Safrane? Hoe moeten Italiaanse en Franse staatshoofden nu vervoerd worden? Waarom wil geen directeur ze meer hebben? Ik heb een directeur gehad die een Fiat Croma reed, een prachtexemplaar, 2 liter benzine, automaat, leren bekleding, wat wilde je nog meer? Tja, daarna probeerde hij nog even een Lancia Kappa, maar al snel had hij een bordeaux rode Audi A6, koning onderstuur met de motor voor de vooras. Ik had een baas die had een BMW 7-serie, een prachtexemplaar, 728i, 6-cilinder, handgeschakeld, maar hij ging over naar een vijf serie, en later naar een drie serie. Niet dat hij aan lager wal was geraakt, maar hij volgde precies de omgekeerde weg dan die een succesvol zakenman normaliter pleegde te volgen.

Nu er geen directeuren meer bestaan maar nog slechts MD’s, CEO’s en VP’s lijkt het ook afgelopen met de fantasie. Alleen nog Duits kwaliteitsspul komt erin, het liefst Audi of BMW. De Zuid-Europese auto-industrie ligt op zijn gat, produceert alleen nog kleine auto’s en een mega-opkoopconcern als VAG viert zijn hoogtijdagen met 10 miljoen stuks verkochte auto’s op jaarbasis. En 99% daarvan zijn saaie blokkendozen, bij voorkeur met lage bijtelling, in muisgrijze kleur, en met donkergrijs interieur. Welke afslag is er gemist? Ik ken een directeur die het laatste model Fiat Croma rijdt, en wanhopig wacht op een opvolger, die er waarschijnlijk niet gaat komen. Het F-segment (de 7 serie en de S-klasse) was altijd al voorbehouden aan de Duitsers, en dat was prima. Een verdwaalde Jaguar doet nog mee, maar in het E-segment, daar waar de 5-serie en de Audi A6 heersen, daar had je nog vroeger een riante keuze om een Frans of Italiaans alternatief te rijden. Een Alfa 164, een zeer succesvolle en sportieve grote Alfa, een prachtige Lancia Thema, een niet te versmaden Citroën CX of een Renault 25? Ik herinner mij een rit een in Peugeot 605 sri, ik was lyrisch over het comfort en de souplesse van de Fransman.

Nu is de wereld VAG geworden en ik zie het met lede ogen aan. De ene na de andere perfecte maar doodse auto komt je voorbij. Ik ben er van overtuigd dat het een wisselwerking heeft met de bestuurder. Een frivole Alfa, een overdadig comfortabele Citroën, een sportieve Lancia, een luxe Renault, het verdwijnt. En dat is jammer. De wereld is zakelijk geworden, alles moet gemeten worden in KPI’s en iedereen wil succes uitstralen. Een Volkswagen Golf, ooit bedoeld als comfortabele en ruime gezinshatchback is nu een statussymbool geworden. Als je een nieuwe hebt en je zet hem voor je deur dan weet de buurt dat je een goede baan hebt. Hoe het precies gebeurd is dat de grote Franse en Italiaanse auto langzaam uit het straatbeeld verdween is me niet helemaal duidelijk. Maar het viel me ineens op en ik maakte mij zorgen. Over de wereld.

Verstappen II

Eénentwintig jaar geleden debuteerde Jos Verstappen in de Formule 1. Ik was F1 fan en zat voor de televisie. De eerste en de tweede race crashte hij en in de derde stond hij langs de kant omdat de man die hij verving weer hersteld was van een gebroken nek. Helaas, die derde race werd een zwart F1 weekend waarin twee coureurs verongelukten, Senna en Ratzenberger. Schumacher werd op het nippertje wereldkampioen, op de hielen gezeten door Damon Hill, die enigszins werd geholpen door een eerdere schorsing van Schumacher. Tot op de dag van vandaag wordt getwijfeld aan er eerlijkheid van dat eerste kampioenschap van Schumacher. Zijn auto zou verboden doping (tractiecontrole) hebben gebruikt. Senna is er niet meer, met Schumacher gaat het niet al te best en Verstappen is ondanks alles Nederlands meest succesvolle F1 coureur tot nu toe.

Schumacher en Verstappen maakten elkaar niet veel qua talent, maar toch werd Schumacher zeven keer wereldkampioen en Verstappen stond avonden aan een kart te werken voor zijn zoon, Max. Max is de zoon van racer Jos en van racer Sophie, en heeft de racegenen van beide ouders in zijn bloed. Max is de jongste F1 coureur ooit die de F1 gaat rijden. 17 jaar is hij pas maar hij heeft nooit anders gedaan dan karten en racen. De verwachtingen zijn zeer hoog gespannen en de wereld kijkt naar hem. De krant vergeleek zijn talent al met dat van Senna…

Zo’n fan als ik was zal ik niet meer worden. Een bonkend hart bij de start en vroeg opstaan om de races te kunnen zien, ik zie het niet meer gebeuren. Maar het ontroert me wel dat dit staat te gebeuren. De zoon van mijn vroegere held Jos staat op het punt zijn vader vér te gaan overtreffen. Ik hoop dat hij het goed gaat doen. Ik hoop dat hij het uitzonderlijk goed gaat doen. En ik wou dat de F1 weer iets van de magie van vroeger terug kon krijgen. Iets minder races in het land van rijke oliesjeiks en meer in Europa en Amerika. En dat de uitzendrechten terugkomen bij een zender die ik kan zien. Maar dat laatste is ijdele hoop. Als John de Mol c.s. eenmaal iets gekaapt heeft is het voorgoed weg.

Audi

Als je iedereen over een kam scheert, dan doe je dat meestal omdat een opvallende groep zich gedraagt volgens jouw voorspellingen en je verzuimt te vermelden dat er ook een onopvallende groep is die zich wel gedraagt. Dit gezegd hebbende, ik heb het totaal gehad met Audi rijders! Hoe vaak gedragen zij zich niet als horken? Vanavond probeert een auto mij rechts voorbij te komen om voor mij in te voegen. Merk? Audi. Type? De A4 avant netniet. Ik gaf wat extra gas zodat het gat kleiner werd en dat was afdoende. De Audi haalde daarop de auto vóór mij rechts in en drukte hem daar in het gat. Aan het geslinger van de auto voor mij zag ik dat die het er niet mee eens was. Nadat de Audi de vrachtwagen die zijn rijbaan blokkeerde had ingehaald, ging hij weer naar rechts. Maar bij de volgende vrachtwagen dreigde hij zich weer in het in het gat voor mij te drukken en ik maakte het gat weer kleiner. Hij drukte echter door, voor mij een prachtige gelegenheid om eens boven op mijn claxon te gaan staan. Dat voelt best lekker, die toeter eens even een paar seconden flink te laten klinken. De berijder schrok denk ik want hij kwam niet helemaal naar links. Op dat moment ging het voor de Audi vol op de rem. Dus iedereen, inclusief ik, beleefde een hachelijk moment. De Audi durfde niet terug naar rechts omdat hij natuurlijk geen idee had wat er rechts van hem zat. Dus half op de linker- en half op de rechterrijbaan maakte hij zijn remactie. Ik heb geen idee wat er in dergelijke bestuurders is gevaren. Maar op een of andere manier moeten ze het idee hebben dat ze belangrijker zijn dan anderen. Daarom mogen ze ook over de vluchtstrook als anderen in de file staan te wachten. Pleuris.

Zo vader zo zoon

We zijn 20 jaar verder. Ik heb het over 1994, ik was 24 en Jos Verstappen debuteerde in Brazilië. Ik weet het nog heel goed. Het Benetton Ford team met Michael Schumacher die tot dan nog nooit wereldkampioen was. Jos reed als een duivel en werd er uiteindelijk door Eddie Irvine vanaf gereden waardoor hij een salto mortale maakte. Zo kwam het in de krant tenminste. Jos kwam weer op vier wielen terecht, de beschadigde Benetton gleed door en Jos deed ondertussen zijn vizier vast open. Hij was een held, hij had zijn naam gevestigd. De race daarna, Pacific, Japan, gleed hij door een eigen fout voor het eerst in de grindbak. Jos en grindbak, ik krijg bijna vlekken in mijn nek als ik iemand dat grapje hoor maken. Zo ga je niet om met Nederlands meest succesvolle F1 coureur ooit, vond en vind ik. Dat doen alleen meelopers die uitsluitend achter winnaars aanlopen. Jos was mijn held, hij trok me ongeveer letterlijk uit een depressie. Hij zorgde voor doorstroming van mijn bloed, voor het sneller kloppen van mijn hart.

Jos kreeg een zoon, Max. En sinds Jos niet meer in de F1 zit, zit ik al te wachten op diens entree. Niet Robert Doornbos, niet Guido van der Garde, niet Christijan Albers kregen bij mij voor elkaar wat een Verstappen voor elkaar krijgt, enthousiast worden. Jos was in zijn pré F1-tijd een supertalent, Max wordt misschien nog hoger aangeslagen. Als de zoon nu geleerd heeft van de fouten die vader in zijn loopbaan maakte, dan kan het niet anders of de eerste Nederlandse Wereldkampioen F1 heeft zich gemeld. Hij heet Max Verstappen en debuteert volgend jaar bij Toro Rosso. Ik ben er klaar voor.

Tijdwinst

Kijk meneer Hamilton, ik moest vanavond naar Zevenaar omdat wij daar geweest waren en Tammar erachter kwam dat ze haar lappies had laten liggen. Nu heeft ze veel lappies, maar haar roze is haar favoriete en dus was ze ontroostbaar. Dus wat doe je dan als vader? Je strijkt over je hart en je rijdt terug van Vaassen naar Zevenaar. Een auto van de zaak scheelt in zo’n geval ook, anders wordt het wel een hele dure grap voor een lap. Maar de routeplanner geeft aan 41 minuten. Ik zou normaal zeggen: drie kwartier. Dus heen, aanbellen, en terug, gauw anderhalf uur. Volgens routeplanner 82 minuten, maar zonder aanbelstop. Om 19:41 vertrok ik, en om 20:41 parkeerde ik weer op de parkeerplaats. Maar liefst 22 minuten winst door stevig door te rijden. Hoogst gehaalde snelheid: 180 op een klein stukje. Dat valt dus mee. Er zit ook nog een stuk trajectcontrole bij dus daar kom je niet boven de honderd. Maar de echte winst haal je door goed te anticiperen. Dus niet de gebruikelijke afslag Oberhausen (zoals de borden je leiden) maar eentje ervoor, Arnhem Noord. Dat is korter, maar mijn vrouw bestrijdt dat. Je moet wel de stoplichten mee hebben, maar ’s avonds heb je dat. En flink het gas erop op de op- en afritten, scheelt je zo weer een halve minuut. Verder de hele weg gebruiken en niet te lang achter een treuzelaar blijven zitten. Banden hebben slechts twee keer gepiept. Dan kan Koos Spee wel zeggen dat het geen fluit uitmaakt of je hard rijdt of niet, maar die man beweert wel meer. Maar liefst 22 minuten, maar eigenlijk 25 als je de aanbelstop niet meetelt. In dit uur heb ik geen overdreven risico’s genomen. Dus geen auto’s ingehaald met hoge snelheid of boven op iemands bumper gereden. Eén keer schrok ik toen ik dacht dat ik een politieauto inhaalde, maar het bleek slechts een beveiliger te zijn.

Wat je ermee opschiet is een heel ander verhaal. 22 minuten is niks. Maar daar gaat het niet om. Het gaat om waarheidsvinding. En om de snelle rit natuurlijk. In de relatieve rust van de vroege zondagavond kun je nog eens beheerst scheuren. Toen ik wegreed drukte ik de USB-stick door tot het volgende nummer.

U vindt het vast wel mooi. Ik ook. Het was geen poging het lot te tarten. Dat zou deze vader van jonge kinderen nooit doen.

BMW 650i coupé

Vandaag kreeg ik de kans om een grote ronde te rijden in een 450 pk auto, een BMW 650i coupe. Ik heb gepaste waardering voor BMW’s maar ik vind het wel hoerensloepen. Zeker zo’n zes serie past totaal niet bij een boekhouder met een paar druppels benzine in zijn aderen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat ik er wel een rondje in wil rijden. 450 pk, meer vermogen in een personenauto heb ik nog niet bestuurd. En het is veel, heel veel. Evenveel als een Porsche 959 van vroeger. Zouden me vroeger verteld hebben dat ik later in een auto met net zoveel vermogen als een Porsche 959 zou rijden, zo ik mij nooit depressief hebben gevoeld. Ik zou gek geworden zijn van blijdschap.

Inmiddels is mijn enthousiasme voor auto’s wat afgenomen ten opzichte van vroeger, maar het is er nog steeds bovengemiddeld. Zo’n 650 ziet er natuurlijk niet uit, maar dat vind ik slechts. Misschien vindt u hem wel prachtig. Van binnen is het ook allemaal niet om heel blij van te worden, begrijp me niet verkeerd, ergonomisch klopt het allemaal, behalve de start/stop knop, die kon ik niet vinden. De afwerking zal top zijn, maar het is wat vreugdeloos allemaal. Er zaten nog net geen zwart leren stoelen in, dan was het helemaal doods geweest.

De sprint is even slikken. Maar niet toegeven en gewoon het pedaal gevloerd houden. Binnen de kortste keren rij je meer dan twee keer zo hard als mag. Mijn medepassagier vond het wat spannend allemaal, maar ja, ik had hetzelfde toen ik naast hem zat. Zijn pech was dat ik hem moest overtreffen en dat ik de bochten al kende. Overweldigend snelle acceleratie. Bruut geluid van de V8.

En toch…het is het niet. Het was met afstand de snelste auto die ik ooit gereden heb, de nummers twee en drie hadden “slechts” 300 pk, maar het is allemaal wat steriel en wat lomp. Ik voel me ook helemaal niet thuis is zo’n auto. Te groot, de duur, te zwaar en te schreeuwerig. Na afloop stapte ik snel uit, want hoe langer je erin blijft, hoe groter de kans dat je je wel gaat thuis voelen in een BMW, en als je eenmaal zover bent, ben je een end van huis.

Rijden in Frankrijk

Rijden in Frankrijk is anders dan rijden in Nederland. De wegen zijn spiegelglad, als in: niet hobbelig en slingeren zich door de bergen heen. Om een volgend dorp te bereiken moet je langs een berg en meestal leiden er verschillende wegen naartoe. Pak je een D-weg dan is het genieten. Je mag er 90 en nergens voel je de behoefte harder te gaan. Soms is het zelfs lastig die snelheid te halen. Het is schakelen en sturen, je bedient de auto zodanig dat hij het naar zijn zin heeft. Want als de auto het naar zijn zin heeft, dan hebben de inzittenden dat ook.
Als je de navigatie instelt op de kortste route komt het moment dat je een smal bergweggetje op gaat. Twee auto’s kunnen er niet passeren zonder dat er een in het ravijn stort. Haarspeldbochten naar boven, terug naar de eerste versnelling, uiterst wijd insturen voor het overzicht en dan weer snel naar binnen. Ondertussen zie je om je heen eindeloze stukken Ardèche. Iedereen geniet, maar papa het meest.

Jongensdroom

205-GTI-1_6-1Ik had hem vannacht weer, de droom waarin ik een auto die ik ooit bezat, nog steeds bleek te bezitten. Ditmaal was het mijn zwarte Peugeot 205 GTI die ik door pure luiheid niet had verkocht, maar ergens had gestald waardoor ik er nu weer gebruik van kon maken. Het was mijn beste auto ooit, de zwarte 205. In werkelijkheid mankeerde er regelmatig iets aan, maar ik was 24 en het was mijn eerste GTI. De strakke dunne sportstoelen, het driespaaks lederen stuurwiel, het gaspedaal dat de auto ook echt enthousiast vooruit kreeg, alles was weer terug in deze droom. Het enige vreemde was dat de auto communiceerde met mijn mobiele telefoon, en dat weet zeker dat dat nooit het geval geweest is. Ik had nog niet eens een telefoon destijds.

Ik kwam uit Duitsland zetten en ik zat op de bijrijdersstoel. Niemand achter het stuur en over driehonderd meter grenscontrole bij Schiphol. Alles gooit mijn droom door elkaar, maar kennelijk wint de wens het van de logica en droomde ik gewoon door. Ik wisselde snel van stoel en reed ergens naar beneden, een soort parkeergarage in. Ineens reed ik langs een tankstation waar ik iemand hoorde zeggen: “kijk eens wat een mooie auto!” Dat ging heel even over mijn auto, maar al snel kwam daar een spelbreker met een Lamborghini Countach die zijn tank stond vol te gooien, en had de opmerking ineens betrekking op zijn auto in plaats van op de mijne. Ik werd overbluft en hoe het verder ging zal ik nooit weten, want de wekker ging. Zeven uur was het, vijftig minuten later zou ik een Renault Megane station naar mijn werk rijden. Dat was de harde werkelijkheid van vandaag.

Tikketak

Ik reed vandaag in de file en ik haalde een Mercedes met Duits kenteken in. Achter het stuur zat een aantrekkelijke vrouw, maar ik deed alsof ik daar geen acht op sloeg. Maar dat werkt op één of andere manier niet, want dat doe je wel. En ze heeft het ook feilloos in de gaten, al denk je van niet. Want toen ik haar later rechts voorbij ging, met mijn achteloze blik, kon ik het toch niet laten even naar links te kijken. En ja hoor, ze zat opzij te kijken. Naar mij. Dingdingedong. Gelukkig moest ik toen de afslag hebben want tja, ik kan me best even cool voordoen, maar niet erg lang, want dan val ik door de mand. Toen ik de afslag nam, zwaaide ze. En weet je wat? Ik zwaaide terug. Bloody.

Tussen de middag vertelde ik het verhaal aan mijn collega’s. Een vrouw reageerde teleurgesteld dat haar dat nou nooit overkwam en de salesmanager, wie anders, vroeg zich af of ik wel echt teruggezwaaid had of dat ik een suggestief gebaar had gemaakt. Hij deed het voor, waarop iedereen, inclusief ik, dubbel lag. Maar nee, ik had slechts even gezwaaid. Waarschijnlijk herkende ze me nog, van Berlijn. En anders had ik gewoon dikke vette sjans, aan de vooravond van mijn grijze tijdperk.

De leaseauto

Makkelijk praten had ik altijd, en geen idee waar ik het over had. Ik heb een luxeprobleem waarvan ik niet gedacht had dat het ooit zou optreden. Het gaat om de leaseauto. Het doet rare dingen met een man en hij moet waken. Want zijn baas gaat voor hem een auto betalen en de man trapt dan gegarandeerd in de valkuil van hebberigheid en het status ontlenen aan zaken die niet van hem zijn.

Vroeger toen ik geen leaseauto had was het simpel. Alfa Romeo, klaar. Maar het moet diesel zijn, en diesel in een Alfa is vloeken in de kerk. Maar nu, nu het bijtellingsverhaal op je afkomt zeg, wat een ramp. Je mag van de belastingdienst kiezen uit 0%, 14%, 20%, 25% of 35%. Het klinkt misschien vreemd, maar de eerste en de laatste categorie zijn de gunstigste. De eerste geldt voor elektrische auto’s en de laatste voor auto’s van meer dan 15 jaar oud. Nu heb ik een 14% auto met een lage waarde zodat ik werkelijk super af ben voor praktisch geen geld. Alleen zit deze auto niet zo fijn, en ik vind de navigatie wat onoverzichtelijk. Omdat ik er niet uitkwam belde ik de leasemaatschappij voor advies. Die kwamen met Volkswagen Passats die al op kenteken stonden en die je voordelig kon leasen. Maar ik vertelde de man dat ik mijzelf onsterfelijk belachelijk zou maken als juist ik met een VW aan zou komen. Dus die moest ik laten gaan.

Verder is er de schitterende Peugeot 3008 hybrid 4 met 14% bijtelling en 200!pk. Maar die schijnt alleen leverbaar te zijn met een waardeloze automatische versnellingsbak. Kortom, het is moeilijk en ik ben nu bezig precies al die argumenten toe te passen waarvan ik vroeger dacht dat het onzin voor verwende kereltjes was. Willen de kinderen nog ingebouwde dvd-schermpjes in de hoofdsteunen ook.