
Met motorrijden is iets raars aan de hand. Het is stoer, terwijl je toch echt met een leren pak rondrijdt, onderwijl vrolijk zwaaiend naar je homotorrijdende vrienden. Als je achterop zit, zoals ik vandaag, wordt het pas echt sensueel. Zeker als de berijder -mijn schoonvader- je even demonstreert dat een Honda CBR 1000f in minder dan vier seconden op honderd kilometer per uur zit. Dan klem je je vast alsof je bang bent, huh, en volgens mij zit je dan best wel voor lul. En als er daarna geremd wordt, wordt het hoogtepunt van intimiteit bereikt. Comfortabel is het niet, je krijgt kramp in je benen, vliegen slaan te pletter tegen je helm, en van angst stijgt je kontwaterpeil. En wat krijg je er voor terug? Een accelleratie van 0 naar 100 in krap vier seconden. Nou ja, mijn auto doet het in ruim vier seconden, maar daar kun je tenminste niet afvallen.
Categorie: Autoliefde
De ondergang van Lancia.
Vandaag was ik voor de eerste en wat mij betreft gelijk de laatste keer op de autorai. Als autoliefhebber vermoedde ik altijd al dat dit een show was waarop ik niks te zoeken heb. Wat moet ik met de stand van Nissan, Volkswagen, Hyundai of zelfs BMW? Elke moderne auto is van binnen precies hetzelfde en aan de buitenkant is de ene hooguit wat minder lelijk dan de andere. Ik word er niet koud of warm van. Er staan wat verkopers bij elke stand, jonge jongens in te grote, grijze pakken met modern haar, die meer intresse hebben in de meisjes aan de overkant dan in de auto's die ze behoren aan te prijzen. Elk merk heeft tegenwoordig een SUF of een bus met een overvloed aan peekaas die geheel teniet worden gedaan door een overvloed aan gewicht en luchtweerstand. BMW is wat mij betreft volledig de weg kwijt als het om vormgeving gaat, evenals Peugeot die haar best lijkt te doen de prijs voor de lelijkste auto ooit in de wacht te slepen.
De prijs voor de meest trieste stand moet naar Lancia. Ooit een trots merk dat zijn sporen verdiende in de ralleysport. Een jaar of tien geleden teerden ze nog op die successen, ik was toen op een andere autoshow waar de jongens van Lancia wat honend deden tegen een bezoeker die vertelde dat hij een Mazda had. Nu stonden er minstens zes mannen in grijze pakken zielig te kijken of er misschien een geïntresseerde was voor hun nieuwe Ypsilon.
Toys for boys.
Jongetjes die in deze tijd geboren worden weten niet meer wat echt speelgoed is. Neem Hans nou, speelt het liefst met autootjes en heeft daarmee duidelijk zijn voorkeuren. Zo is zijn favoriet een Peugeot 205 GTI die hij steevast 'autopappa' noemt. Op de tweede plaats komt een Fiat Ritmo 130 tc abarth. Daarna komt er een Aston Martin DB7 en dan een Ferrari Testarossa en een Ferrari F40. Geen slechte keuze, al zeg ik het zelf.
Ik heb vanavond met mijn hand over mijn hart gestreken en mijn verzameling Matchbox, Siku, Bburago en Majorette aan hem overgedragen. Eén ding viel mij gelijk op. Alle moderne speelgoedauto's rijden als een Kia op stalen velgen. Wat een chinese rotzooi! Het weegt niks, het hobbelt en glijdt alle kanten op behalve rechtuit. Terwijl de oudste die ik vond, een prachtige Matchbox Mercury Commuter uit 1970 (37 jaar oud) die lekker zwaar in de hand ligt, als je hem een duwtje geeft hij onevenredig lang rechtuit over het laminaat blijft rijden alsof het ding is uitgerust met heuse wiellagers. Ondertussen hoor je het prachtige geluid van met weinig weerstand rollende wielen in plaats van het goedkope geschuif van de moderne speelgoedautootjes.
Vroeger werd dat speelgoed waarschijnlijk nog gemaakt in een fabriek die was opgericht door iemand die het leuk vond om speelgoed voor kinderen te maken. Nu komt het uit diezelfde fabriek alleen is die waarschijnlijk overgenomen door een zinloos bedrijf dat bij het kopje "doelstelling" in de oprichtingsakte heeft ingevuld: Het deelnemen in, het besturen van, het voeren van management over andere ondernemingen. Zielig. Verzin zelf eens wat.
Voor wie er nog nieuwsgierig is welke speelgoedauto's Mack vroeger o.a. had:
76 euro. (en we gaan gewoon weer verder)
Ik had net lekker het gangetje erin toen een boos kijkende agent voor mij opdoemde en mij gebaarde te stoppen. "Dag heer, ik laat u stoppen vanwege de snelheid."
"Dat kan nooit erg spannend zijn." antwoordde ik.
Hij keek me bedenkelijk aan en zei: "81"
Ik keek hem aan alsof hij me in de zeik nam. "Ja, waar hebben we het over? Eén kilometer te hard?"
"Nee, 21. U mag hier maar 60."
Tja, dat had ik niet verwacht. Op dat stuk mag ik al 23 jaar tachtig en nu schijnt het sinds een half jaar zestig te zijn. De agent legde mij uit dat ik in een zone reed waar zestig kilometer gold en zolang ik geen bord met einde zone tegen kwam, bleef de maximumsnelheid tachtig.
"U komt me trouwens wel erg bekend voor." zei ik tegen de agent. "Ja, dat kan kloppen, ik ben wel eens in blik op de weg en wegmisbruikers."
"Ja, dat dacht ik wel."
"Kijkt u wel eens naar die programma's?"
"Blik op de weg wel maar Wegmisbruikers niet. Dat vind ik een stom programma. Dat ligt trouwens niet aan u maar aan die presentator."
"Oh André, ja, dat zeggen er wel meer."
"Wilt u nog een reden opgeven waarom u te hard reed?" Ondertussen keek hij naar het typeplaatje van mijn auto. " Ik kan me voorstellen dat je het met zo'n auto niet in de gaten hebt, maar dat mag natuurlijk geen excuus zijn."
"Nee, natuurlijk niet."
-Erectie, paal, joekeloeris.-
"Maar wat kan ik als reden opschrijven?"
"Ik heb de reden al gegeven toch?"
"Ja, dat is waar, ik schrijf op dat u dacht dat u hier tachtig mocht."
"Doet u dat maar."
"Goed, dan help ik u weer even het verkeer in." Hij ging weer op de weg staan en hield ander verkeer tegen, ik had vrij baan. Toen ik wegreed stak ik mijn hand op als afscheidsgroet aan mijn nieuwe vriend.
Hij zwaaide terug, en ik was blij met mijn bekeuring. Gekregen van een bekende agent met verstand van auto's.
De beste auto ter wereld
Gisteren stapte ik in mijn auto en zag mijn binnenspiegel aan een draadje bungelen. Waarschijnlijk losgelaten door de hitte, hoewel het echt maar 11 graden was. Maar mijn Alfa doet zijn reputatie eer aan. Je krijgt complimenten, vrouwen bieden zich aan mensen willen een rondje rijden, en af en toe flikkert er een onderdeel af, brandt er een waarschuwingslampje of doet iets het niet. Het hoort er allemaal bij.
Maar als er dan zo'n zeldzaam moment is waarop alles werkt, geen overbodige lampjes branden en alle onderdelen nog op hun plaats zitten, dan heb je ook de beste auto ter wereld.
De rit naar huis.
De A-12 trajectcontrole gebruiken we als opwarmertje voor de motor. Als de afslag Apeldoorn-Zwolle is genomen gaat het gas erop. De V6 24v maakt voor het eerst meer dan vierduizend toeren en het metaalachtige geluid begint serieuze vormen aan te nemen. Lichtjes worden we in onze stoelen gedrukt. De bocht naar de A50 gaat vlot, maar zonder drama. Het gladde leer van de stoelen geeft weinig grip aan onze zitvlakken, maar de zijdelingse steun van de stoelen is goed. Als we de bocht bijna door zijn gaat de versnelling terug naar drie en het gas gaat erop. De weg is even leeg, de motor brult en de auto maakt nu serieuze snelheid. Vierde versnelling, een lichte schok, vijfde versnelling, het gaat nu 160 en de toerenteller klimt door naar 7000 toeren. Door naar zes en de auto blijft optimistisch versnellen. Met speels gemak wordt de 180 aangetipt en is het tijd om wat gas terug te nemen. Met 150 zoeven we over de A-50, de handen op tien over twee, klaar voor eventuele snelle stuurcorrecties. Achter ons zit Hans, vastgesnoerd in een kuipstoel met vierpuntsgordel te roepen naar een vrachtwagen die we inhalen.
Ik kijk eens naar links en zie mevrouw Mack, turend over de weg voor haar, in stilte genietend van haar ritje naar huis. Volgende keer, als ik weer mag, zegt ze me rustig wat zachter te rijden.
Gas
Vanavond moesten wij een klein stukje Duitsland in en aangezien ik net een andere auto heb dacht ik dat het wel leuk zou zijn om even flink op het gas te gaan staan. Bij 210 hield ik het voor gezien omdat een rechtsrijdende Nederlander dreigde naar links te komen. Mevrouw Mack dacht alleen maar aan wat er van Hans (zat er niet bij, voordat u boze brieven gaat schrijven) zou worden als allebei z'n ouders verongelukten. Op de terugweg reed zij en was ze dat glad vergeten. Bij 200 smeekte ik haar wat zachter te gaan omdat ik vreesde te verongelukken. Er naast zitten is toch wat anders dan zelf rijden. Maar verder wel handig hoor, zo'n snelle auto.

Winterbanden
Vroeger, toen alleen negers nog Marvin heetten, werden kindjes los vervoerd op de achterbank en had niemand nog schijfremmen, veiligheidsgordels of hoofdsteunen. Later kwamen er kreukelzones, ABS en airbags. Vervolgens kwam er break-assistance en automatische gordelspanners.
In een moderne auto is het godsonmogelijk te verongelukken. In het geval van een crash schiet het stuur weg, blazen 28 airbags zich op, ontvouwt zich een rolkooi rond de bestuurder, belt de auto zelf de ambulance en wordt, als de auto tot stilstand is gekomen, volautomatisch het dak eraf gezaagd en de inzittenden op een brancard gehesen. Er wordt zelfs gewerkt aan een gemotoriseerde brancard met navigatiesysteem en zwaailicht die zelf de weg naar het ziekenhuis vindt.
Mooi allemaal, maar nu moeten we ook nog allemaal aan de winterband omdat de zomerband ineens levensgevaarlijk is. U weet wel, de zomerband die vroeger zo goed was mits er voldoende profiel op zat. Winterbanden zijn van een zachtere rubbersoort en hebben een ander profiel zodat het rijden op sneeuw en ijs veel veiliger is dan wanneer je dat zou doen op zomerbanden. Het is zelfs al zo dat winterbanden betere rij-eigenschappen hebben als de temperatuur onder de zeven graden daalt. Levensgevaarlijk dus, winterbanden in Nederland.
Mag ik u voorstellen?

Mijn nieuwe aanwinst, met HEUL HEUL VEUL peekaas en kleppen? Ik heb dan wel nog steeds geen Alfa-hoofd maar ik denk dat je gezicht zich na verloop van tijd van zelf gaat zetten. Als u mij over een poosje niet meer herkent kunt u toch zien dat ik het ben aan het nog immer dansende Elvis-figuurtje op de hoedenplank. Wat vindt u, een echte auto voor een boekhouder, niet?
Dubio.
Hieronder volgt een dialoog tussen MV (Mack's verstand) en M (Mack)
MV: Kalm aan Mack! Rustig! Bedaar! Je hebt geroken aan een 200 pk monster, maar laat mij ook eens mee doen! Je gebruikt mij toch wel?
M: Nee! Ik moet hem nu hebben! Nu! Ik moet gaan! Straks is-ie weg! Ik kan toch ook niet in mijn huidige auto blijven rijden? Heb je die steenslag op de voorkant gezien? Ja, oke, hij is ietsjes kleiner dan m'n huidige station maar je hoeft er dan ook niet zolang in te zitten. Bovendien, als de kinderwagen er niet meer bij past rij ik wel twee keer heen en weer!
MV: Praat je nu geen onzin? Moet je niet eens aan je imago denken? Je bent ook geen 20 meer, straks heb je een nieuwe baan en hoef je maar 2 kilometer te rijden, wat heb je dan aan die 200 pk?
M: Niks, maar het is ook een hobby van me. Bovendien kan ik Hans toch niet in een diesel laten opgroeien? Diesels zijn slecht voor het milieu! Weg met diesel! Ik moet nu gaan. Heb ik m'n portomonnee bij me?
MV: En mevrouw Mack dan? Wil die geen nieuwe keuken dan? Of wil ze misschien de tuin netjes laten aanleggen voor de zomer?
M: Jawel, maar deze is nog prima. Slechts 20 jaar oud. Bovendien ga ik na aanschaf van deze auto wel sparen voor een keuken. En ach die tuin, ik veeg het wel een keertje aan dan ziet het er weer pico-bello uit.
MV: Mijn God Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?
M: Broembroembroembroem.