Op de dag van de invoering van de chartale euro (1-jan-2002) reed er een geldtransport over de A28 met ervoor en erachter een motoragent. Ik kwam aan met een lichte snelheidsafwijking naar boven en zag de tatuus rijden. Met een schijnheilige 120 km per uur passeerde ik het zaakje om vervolgens het gas weer ietsje dieper in te trappen. Toen ze vrijwel uit zicht waren reed ik op topsnelheid verder. (Mazda 323, dus het viel wel mee) Een van de agenten had bij het passeren mijn schijnheiligheid herkend, en ineens zag ik in mijn binnenspiegel in de verte de razende racekip dichterbij komen. Ik liet mijn gas los en zonder de rem te gebruiken liet ik mijn snelheid weer teruglopen. Toen mijn meter op 120 stond had de motor mij al ingehaald en bleef naast mij rijden. Een strenge blik en een remmend handgebaar. Ik zwaaide dankbaar dat ik hem begreep en voor het feit dat hij mij attendeerde op mijn gevaarlijk rijgedrag. Ik had geen idee.
Deze week had de politie met wat overtollig machtsvertoon een illegale frietverkoper van zijn plek gehaald. De plek was afgezet met politieplakband en een stoere agent hield de wacht. En met stoer bedoel ik ook stoer, dus zo eentje met een strakke broek, laarzen een cap en een groot geweer op z'n rug. Hij stond precies in een scherpe bocht die ik nu eens mooi met wat overtollig machtsvertoon kon nemen.
Ik nam ik de bocht een tikkeltje overdreven. In mijn spiegel zag ik een kwaad gezicht mijn kant op kijken.
Het zit gewoon in mijn bloed. Dat na-oorlogse verzet.

