Gevaarlijker dan formule 1

Formule 1 coureur was vroeger een gevaarlijk beroep. Maar ex-formule 1 coureur zijn is ook niet zonder risico getuige het volgende lijstje.

Pedro Rodriguez (31) Mexico. Verongelukt in 1971 in Duitsland tijdens een race in een andere raceklasse. (zijn broer Ricardo was al verongelukt in 1962 tijdens de training voor de GP van Mexico)

Mike Hailwood (40) GB. Was voor zijn F1 avontuur tienvoudig wereldkampioen in diverse motorfietsklassen en overleefde o.a. de levensgevaarlijke motorraces op het eiland Man, maar op 21-3-1981 botste hij tijdens het boodschappen doen op een illegaal kerende vrachtwagen en stierf twee dagen later.

Bruce McLaren (32) Nieuw-Zeeland. Oprichter van het huidige Mclaren F1-team. Verongelukt 2 juni 1970 in Engeland bij tests in een andere raceklasse.

Denny Hulme (56) Nieuw-Zeeland. Wereldkampioen in 1967. Overleed aan een hartaanval tijdens de 1000 mijlrace in Australië, 1992.

Graham Hill (46) GB. Wereldkampioen in 1962 en 1968 en overmoedige vader van Damon, verongelukt aan het stuur van zijn sportvliegtuigje, november 1976. Zijn medepassagier en formule 1 coureur Tony Brise verongelukte eveneens.

David Purley (40) GB. Vooral beroemd vanwege zijn tevergeefse poging om tijdens de GP van Nederland in 1973 Roger Williamson uit zijn brandende formule 1 auto te halen, maar zelf verongelukt in 1985 met een sportvliegtuig.

James Hunt (45) GB. Wereldkampioen in 1976. Kotste voor elke race van de zenuwen in een hoek van de pitbox. Overleden in 1993 aan een hartaanval.

Vittorio Brambilla (63) Italië. Bijgenaamd “The Monza Gorilla” Was betrokken bij het ongeluk van Ronnie Peterson op Monza 1978 en hoewel hij er ernstiger aan toe leek dan Peterson, overleefde hij toen wel. Overleed in 2001 aan een hartaanval tijdens het maaien van het gras in z’n achtertuin.

Carlos Pace (32) Brazilië. Overleed 18 maart 1977 tijdens een ongeluk met een sportvliegtuigje in zwaar onweer. Ondanks slechts één F1 overwinning werd in Brazilië drie dagen van nationale rouw afgekondigd.

Lella Lombardi (50) Italië. Enige vrouw die ooit een (half) wk punt in de formule 1 wist te halen. Overleed in 1992 aan borstkanker.

Clay Reggazoni (67) Zwitserland. Bijgenaamd ‘de onverwoestbare’ door een aantal zware crashes die hij zonder noemenswaardig letsel had doorstaan. Overleed bij een auto-ongeluk in Parma in 2006.

Jim Clark (32) GB. Wereldkampioen in 1963 en 1965. Overleed tijdens een crash in een formule 2 auto op Hockenheim in 1968.

Rolf Stommelen (39) Duitsland. Heeft met zijn formule 1 auto eens vier mensen gedood toen hij in het publiek terecht kwam, overleed zelf in april 1983 tijdens een crash in een andere raceklasse.

Mike Hawthorn (29) GB. Wereldkampioen in 1958. Verongelukt in 1958 bij een verkeersongeval nabij Londen.

Michele Alboreto (44) Italië. Omgekomen bij testwerk voor Audi op de Lausitzring in Duitsland, 2001.

Stefan Bellof (27) Duitsland. De enige die snellere rondetijden in de regen wist te rijden dan Ayrton Senna tijdens de GP van Monaco 1984. Tijdens een race in 1985 in een andere klasse crashte hij in de Eau Rouge bocht en liet daarbij het leven. Nog steeds houder van het Nordschleife ronderecord op de Nurburgring, Duitsland.

Didier Pironi (35) Frankrijk. Zware verwondingen aan zijn benen, opgelopen tijdens een crash met Alain Prost in 1982, zorgden ervoor dat Pironi niet meer terugkeerde in de F1. Ondanks dat, werd Pironi toch nog tweede in het kampioenschap van dat jaar. In 1987 kwam hij om tijdens een ongeluk met een powerboat.

Juan Manuel Fangio (84) Argentinië. Legendarisch coureur en vijfvoudig wereldkampioen. Alleen Schumacher heeft meer wereldtitels. Op 17 juli 1995 overleed hij aan de gevreesde ouderdomsziekte.

Heimwee naar vroeger

Ik zat vanavond een oude documentaire te bekijken over het GP seizoen 1973. Jackie Stewart werd wereldkampioen. Een dramatisch seizoen met de dood van Roger Williamson op Zandvoort als dieptepunt.
Aan het einde van de film wordt er een typisch jaren 70 muziekje ingezet en zie je shots van lachende coureurs met lang haar en grote zonnebrillen. Beelden van hoe mooi vrouwen er in die tijd uitzagen.
Het triest-vrolijke instrumentale zomermuziekje liep door en bracht mijn herinnering terug naar die onbezorgde jaren zeventig. Ik zie mijn vader op een hete zomerdag in de tuin, spelend met ons, en mijn moeder in de keuken, bezig met het avondeten. De zon scheen altijd in de jaren zeventig en ik was het gelukkigste kind op aarde. Het muziekje speelde door en Jackie Stewart liep weg van de camera. Jackie's loop eindigt in een stilstaand beeld van zijn achterkant en het muziekje speelde door terwijl de aftiteling liep. Het muziekje speelt door maar de jaren zeventig komen nooit meer terug. Ik wou dat ik u het muziekje kon laten horen, zodat u zou weten hoe gelukszalig treurig ik me nu voel.

Knap!!

Ik weet redelijk veel van formule 1. Ook nog van voor het Jos Verstappen tijdperk. Zo staat mij het ongeluk van Gerhard Berger in 1989 in de beruchte Tamburello bocht nog helder voor de geest. Hij crasht en zijn Ferrari vliegt in brand. Eindeloos leek het te duren voordat de brandweer hem te hulp kwam en het vuur bluste. Ik vertel het soms nog wel eens aan mijn leerling-boekhoudcommando's. "Het was paniek, Berger stond in brand en er gebeurde maar niks. Ineens uit het niets verscheen daar die reddende, donkerblauwe, prachtige Alfa 164 vol brandweermannen. De opluchting die die auto bracht was onbeschrijfelijk."
Nog steeds als ik een 164 zie denk ik aan Berger. Ik heb het nog eens opgezocht op youtube, alleen hebben ze in dit filmpje de blauwe 164 vervangen door een rode 75. Wat kunnen ze filmpjes tegenwoordig toch knap bewerken met computers, niet?

Een lesje regenracen.

Er zijn wat mij betreft niet genoeg superlatieven om het racetalent van Ayrton Senna te beschrijven. Wat Cruijff en Maradona met een bal konden, kon Senna met een formule 1 auto. Kijk hier eens even naar een van de mooiste raceronden ooit, op Donington Engeland, 11 april 1993. Ik las hierover in een boek van Koen Vergeer- mijn Formule 1, en ging op zoek naar het fragment. Vooraf was men bang dat inhalen niet mogelijk zou zijn tijdens de regen op het smalle Donington, maar Senna in de regen bewijst anders.
Kijk eens hoe hij vanaf plaats vier matig start, ingehaald wordt door Karl Wendlinger, door Schumacher links naast de baan gedreven wordt, om vervolgens Schumacher in de eerste bocht binnendoor te passeren. In de volgende bocht is Wendlinger al de klos en ligt Senna derde. Voor hem Damon Hill en diens teamgenoot bij Williams, Alain Prost. Hill wordt opzij gezet, Senna ligt dan al tweede en is op jacht naar leider Prost. Op het rechte stuk voor Melbournehairpin zet hij zijn McLaren naast de Williams van Prost en nog in de eerste ronde remt Senna hem uit alsof de baan niet nat is. Senna ligt eerste en zou de leiding niet meer uit handen geven.

Motor


Met motorrijden is iets raars aan de hand. Het is stoer, terwijl je toch echt met een leren pak rondrijdt, onderwijl vrolijk zwaaiend naar je homotorrijdende vrienden. Als je achterop zit, zoals ik vandaag, wordt het pas echt sensueel. Zeker als de berijder -mijn schoonvader- je even demonstreert dat een Honda CBR 1000f in minder dan vier seconden op honderd kilometer per uur zit. Dan klem je je vast alsof je bang bent, huh, en volgens mij zit je dan best wel voor lul. En als er daarna geremd wordt, wordt het hoogtepunt van intimiteit bereikt. Comfortabel is het niet, je krijgt kramp in je benen, vliegen slaan te pletter tegen je helm, en van angst stijgt je kontwaterpeil. En wat krijg je er voor terug? Een accelleratie van 0 naar 100 in krap vier seconden. Nou ja, mijn auto doet het in ruim vier seconden, maar daar kun je tenminste niet afvallen.

De ondergang van Lancia.

Vandaag was ik voor de eerste en wat mij betreft gelijk de laatste keer op de autorai. Als autoliefhebber vermoedde ik altijd al dat dit een show was waarop ik niks te zoeken heb. Wat moet ik met de stand van Nissan, Volkswagen, Hyundai of zelfs BMW? Elke moderne auto is van binnen precies hetzelfde en aan de buitenkant is de ene hooguit wat minder lelijk dan de andere. Ik word er niet koud of warm van. Er staan wat verkopers bij elke stand, jonge jongens in te grote, grijze pakken met modern haar, die meer intresse hebben in de meisjes aan de overkant dan in de auto's die ze behoren aan te prijzen. Elk merk heeft tegenwoordig een SUF of een bus met een overvloed aan peekaas die geheel teniet worden gedaan door een overvloed aan gewicht en luchtweerstand. BMW is wat mij betreft volledig de weg kwijt als het om vormgeving gaat, evenals Peugeot die haar best lijkt te doen de prijs voor de lelijkste auto ooit in de wacht te slepen.
De prijs voor de meest trieste stand moet naar Lancia. Ooit een trots merk dat zijn sporen verdiende in de ralleysport. Een jaar of tien geleden teerden ze nog op die successen, ik was toen op een andere autoshow waar de jongens van Lancia wat honend deden tegen een bezoeker die vertelde dat hij een Mazda had. Nu stonden er minstens zes mannen in grijze pakken zielig te kijken of er misschien een geïntresseerde was voor hun nieuwe Ypsilon.

Toys for boys.

Jongetjes die in deze tijd geboren worden weten niet meer wat echt speelgoed is. Neem Hans nou, speelt het liefst met autootjes en heeft daarmee duidelijk zijn voorkeuren. Zo is zijn favoriet een Peugeot 205 GTI die hij steevast 'autopappa' noemt. Op de tweede plaats komt een Fiat Ritmo 130 tc abarth. Daarna komt er een Aston Martin DB7 en dan een Ferrari Testarossa en een Ferrari F40. Geen slechte keuze, al zeg ik het zelf.
Ik heb vanavond met mijn hand over mijn hart gestreken en mijn verzameling Matchbox, Siku, Bburago en Majorette aan hem overgedragen. Eén ding viel mij gelijk op. Alle moderne speelgoedauto's rijden als een Kia op stalen velgen. Wat een chinese rotzooi! Het weegt niks, het hobbelt en glijdt alle kanten op behalve rechtuit. Terwijl de oudste die ik vond, een prachtige Matchbox Mercury Commuter uit 1970 (37 jaar oud) die lekker zwaar in de hand ligt, als je hem een duwtje geeft hij onevenredig lang rechtuit over het laminaat blijft rijden alsof het ding is uitgerust met heuse wiellagers. Ondertussen hoor je het prachtige geluid van met weinig weerstand rollende wielen in plaats van het goedkope geschuif van de moderne speelgoedautootjes.

Vroeger werd dat speelgoed waarschijnlijk nog gemaakt in een fabriek die was opgericht door iemand die het leuk vond om speelgoed voor kinderen te maken. Nu komt het uit diezelfde fabriek alleen is die waarschijnlijk overgenomen door een zinloos bedrijf dat bij het kopje "doelstelling" in de oprichtingsakte heeft ingevuld: Het deelnemen in, het besturen van, het voeren van management over andere ondernemingen. Zielig. Verzin zelf eens wat.

Voor wie er nog nieuwsgierig is welke speelgoedauto's Mack vroeger o.a. had:

Lees verder “Toys for boys.”

76 euro. (en we gaan gewoon weer verder)

Ik had net lekker het gangetje erin toen een boos kijkende agent voor mij opdoemde en mij gebaarde te stoppen. "Dag heer, ik laat u stoppen vanwege de snelheid."
"Dat kan nooit erg spannend zijn." antwoordde ik.
Hij keek me bedenkelijk aan en zei: "81"
Ik keek hem aan alsof hij me in de zeik nam. "Ja, waar hebben we het over? Eén kilometer te hard?"
"Nee, 21. U mag hier maar 60."
Tja, dat had ik niet verwacht. Op dat stuk mag ik al 23 jaar tachtig en nu schijnt het sinds een half jaar zestig te zijn. De agent legde mij uit dat ik in een zone reed waar zestig kilometer gold en zolang ik geen bord met einde zone tegen kwam, bleef de maximumsnelheid tachtig.
"U komt me trouwens wel erg bekend voor." zei ik tegen de agent. "Ja, dat kan kloppen, ik ben wel eens in blik op de weg en wegmisbruikers."
"Ja, dat dacht ik wel."
"Kijkt u wel eens naar die programma's?"
"Blik op de weg wel maar Wegmisbruikers niet. Dat vind ik een stom programma. Dat ligt trouwens niet aan u maar aan die presentator."
"Oh André, ja, dat zeggen er wel meer."
"Wilt u nog een reden opgeven waarom u te hard reed?" Ondertussen keek hij naar het typeplaatje van mijn auto. " Ik kan me voorstellen dat je het met zo'n auto niet in de gaten hebt, maar dat mag natuurlijk geen excuus zijn."
"Nee, natuurlijk niet."
-Erectie, paal, joekeloeris.-
"Maar wat kan ik als reden opschrijven?"
"Ik heb de reden al gegeven toch?"
"Ja, dat is waar, ik schrijf op dat u dacht dat u hier tachtig mocht."
"Doet u dat maar."
"Goed, dan help ik u weer even het verkeer in." Hij ging weer op de weg staan en hield ander verkeer tegen, ik had vrij baan. Toen ik wegreed stak ik mijn hand op als afscheidsgroet aan mijn nieuwe vriend.
Hij zwaaide terug, en ik was blij met mijn bekeuring. Gekregen van een bekende agent met verstand van auto's.

De beste auto ter wereld

Gisteren stapte ik in mijn auto en zag mijn binnenspiegel aan een draadje bungelen. Waarschijnlijk losgelaten door de hitte, hoewel het echt maar 11 graden was. Maar mijn Alfa doet zijn reputatie eer aan. Je krijgt complimenten, vrouwen bieden zich aan mensen willen een rondje rijden, en af en toe flikkert er een onderdeel af, brandt er een waarschuwingslampje of doet iets het niet. Het hoort er allemaal bij.
Maar als er dan zo'n zeldzaam moment is waarop alles werkt, geen overbodige lampjes branden en alle onderdelen nog op hun plaats zitten, dan heb je ook de beste auto ter wereld.

De rit naar huis.

De A-12 trajectcontrole gebruiken we als opwarmertje voor de motor. Als de afslag Apeldoorn-Zwolle is genomen gaat het gas erop. De V6 24v maakt voor het eerst meer dan vierduizend toeren en het metaalachtige geluid begint serieuze vormen aan te nemen. Lichtjes worden we in onze stoelen gedrukt. De bocht naar de A50 gaat vlot, maar zonder drama. Het gladde leer van de stoelen geeft weinig grip aan onze zitvlakken, maar de zijdelingse steun van de stoelen is goed. Als we de bocht bijna door zijn gaat de versnelling terug naar drie en het gas gaat erop. De weg is even leeg, de motor brult en de auto maakt nu serieuze snelheid. Vierde versnelling, een lichte schok, vijfde versnelling, het gaat nu 160 en de toerenteller klimt door naar 7000 toeren. Door naar zes en de auto blijft optimistisch versnellen. Met speels gemak wordt de 180 aangetipt en is het tijd om wat gas terug te nemen. Met 150 zoeven we over de A-50, de handen op tien over twee, klaar voor eventuele snelle stuurcorrecties. Achter ons zit Hans, vastgesnoerd in een kuipstoel met vierpuntsgordel te roepen naar een vrachtwagen die we inhalen.
Ik kijk eens naar links en zie mevrouw Mack, turend over de weg voor haar, in stilte genietend van haar ritje naar huis. Volgende keer, als ik weer mag, zegt ze me rustig wat zachter te rijden.