De beste auto ter wereld

Gisteren stapte ik in mijn auto en zag mijn binnenspiegel aan een draadje bungelen. Waarschijnlijk losgelaten door de hitte, hoewel het echt maar 11 graden was. Maar mijn Alfa doet zijn reputatie eer aan. Je krijgt complimenten, vrouwen bieden zich aan mensen willen een rondje rijden, en af en toe flikkert er een onderdeel af, brandt er een waarschuwingslampje of doet iets het niet. Het hoort er allemaal bij.
Maar als er dan zo'n zeldzaam moment is waarop alles werkt, geen overbodige lampjes branden en alle onderdelen nog op hun plaats zitten, dan heb je ook de beste auto ter wereld.

De rit naar huis.

De A-12 trajectcontrole gebruiken we als opwarmertje voor de motor. Als de afslag Apeldoorn-Zwolle is genomen gaat het gas erop. De V6 24v maakt voor het eerst meer dan vierduizend toeren en het metaalachtige geluid begint serieuze vormen aan te nemen. Lichtjes worden we in onze stoelen gedrukt. De bocht naar de A50 gaat vlot, maar zonder drama. Het gladde leer van de stoelen geeft weinig grip aan onze zitvlakken, maar de zijdelingse steun van de stoelen is goed. Als we de bocht bijna door zijn gaat de versnelling terug naar drie en het gas gaat erop. De weg is even leeg, de motor brult en de auto maakt nu serieuze snelheid. Vierde versnelling, een lichte schok, vijfde versnelling, het gaat nu 160 en de toerenteller klimt door naar 7000 toeren. Door naar zes en de auto blijft optimistisch versnellen. Met speels gemak wordt de 180 aangetipt en is het tijd om wat gas terug te nemen. Met 150 zoeven we over de A-50, de handen op tien over twee, klaar voor eventuele snelle stuurcorrecties. Achter ons zit Hans, vastgesnoerd in een kuipstoel met vierpuntsgordel te roepen naar een vrachtwagen die we inhalen.
Ik kijk eens naar links en zie mevrouw Mack, turend over de weg voor haar, in stilte genietend van haar ritje naar huis. Volgende keer, als ik weer mag, zegt ze me rustig wat zachter te rijden.

Gas

Vanavond moesten wij een klein stukje Duitsland in en aangezien ik net een andere auto heb dacht ik dat het wel leuk zou zijn om even flink op het gas te gaan staan. Bij 210 hield ik het voor gezien omdat een rechtsrijdende Nederlander dreigde naar links te komen. Mevrouw Mack dacht alleen maar aan wat er van Hans (zat er niet bij, voordat u boze brieven gaat schrijven) zou worden als allebei z'n ouders verongelukten. Op de terugweg reed zij en was ze dat glad vergeten. Bij 200 smeekte ik haar wat zachter te gaan omdat ik vreesde te verongelukken. Er naast zitten is toch wat anders dan zelf rijden. Maar verder wel handig hoor, zo'n snelle auto.

Winterbanden

Vroeger, toen alleen negers nog Marvin heetten, werden kindjes los vervoerd op de achterbank en had niemand nog schijfremmen, veiligheidsgordels of hoofdsteunen. Later kwamen er kreukelzones, ABS en airbags. Vervolgens kwam er break-assistance en automatische gordelspanners.
In een moderne auto is het godsonmogelijk te verongelukken. In het geval van een crash schiet het stuur weg, blazen 28 airbags zich op, ontvouwt zich een rolkooi rond de bestuurder, belt de auto zelf de ambulance en wordt, als de auto tot stilstand is gekomen, volautomatisch het dak eraf gezaagd en de inzittenden op een brancard gehesen. Er wordt zelfs gewerkt aan een gemotoriseerde brancard met navigatiesysteem en zwaailicht die zelf de weg naar het ziekenhuis vindt.
Mooi allemaal, maar nu moeten we ook nog allemaal aan de winterband omdat de zomerband ineens levensgevaarlijk is. U weet wel, de zomerband die vroeger zo goed was mits er voldoende profiel op zat. Winterbanden zijn van een zachtere rubbersoort en hebben een ander profiel zodat het rijden op sneeuw en ijs veel veiliger is dan wanneer je dat zou doen op zomerbanden. Het is zelfs al zo dat winterbanden betere rij-eigenschappen hebben als de temperatuur onder de zeven graden daalt. Levensgevaarlijk dus, winterbanden in Nederland.

Mag ik u voorstellen?


Mijn nieuwe aanwinst, met HEUL HEUL VEUL peekaas en kleppen? Ik heb dan wel nog steeds geen Alfa-hoofd maar ik denk dat je gezicht zich na verloop van tijd van zelf gaat zetten. Als u mij over een poosje niet meer herkent kunt u toch zien dat ik het ben aan het nog immer dansende Elvis-figuurtje op de hoedenplank. Wat vindt u, een echte auto voor een boekhouder, niet?

Dubio.

Hieronder volgt een dialoog tussen MV (Mack's verstand) en M (Mack)

MV: Kalm aan Mack! Rustig! Bedaar! Je hebt geroken aan een 200 pk monster, maar laat mij ook eens mee doen! Je gebruikt mij toch wel?

M: Nee! Ik moet hem nu hebben! Nu! Ik moet gaan! Straks is-ie weg! Ik kan toch ook niet in mijn huidige auto blijven rijden? Heb je die steenslag op de voorkant gezien? Ja, oke, hij is ietsjes kleiner dan m'n huidige station maar je hoeft er dan ook niet zolang in te zitten. Bovendien, als de kinderwagen er niet meer bij past rij ik wel twee keer heen en weer!

MV: Praat je nu geen onzin? Moet je niet eens aan je imago denken? Je bent ook geen 20 meer, straks heb je een nieuwe baan en hoef je maar 2 kilometer te rijden, wat heb je dan aan die 200 pk?

M: Niks, maar het is ook een hobby van me. Bovendien kan ik Hans toch niet in een diesel laten opgroeien? Diesels zijn slecht voor het milieu! Weg met diesel! Ik moet nu gaan. Heb ik m'n portomonnee bij me?

MV: En mevrouw Mack dan? Wil die geen nieuwe keuken dan? Of wil ze misschien de tuin netjes laten aanleggen voor de zomer?

M: Jawel, maar deze is nog prima. Slechts 20 jaar oud. Bovendien ga ik na aanschaf van deze auto wel sparen voor een keuken. En ach die tuin, ik veeg het wel een keertje aan dan ziet het er weer pico-bello uit.

MV: Mijn God Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?

M: Broembroembroembroem.

Vervolg Luxe probleem

Ik ga het eerlijk toegeven, een auto is voor mij een deel van mijn imago. Ik ben wel eens jaloers op mijn eerste baas, een redelijk vermogende registeraccountant die rustig in een oud Peugeotje 205 naar z'n klanten reed. Dat hoge niveau van eigenwaarde heb ik nog niet bereikt. Tot die tijd is een auto belangrijk voor mijn imago.

Een Alfa 156 vind ik schitterend maar ik heb geen Alfa-hoofd. Je moet daar een speciaal hoofd voor hebben. Een BMW-3 serie is veel te patserig en fatsoenlijke Audi is veel te duur. Een Citroën is voor intellectuelen of andere vreemde kostgangers en een Daewoo, nou nee, daarvoor ben ik teveel autoliefhebber. Bij een Ford denk ik aan gietijzer en bij een Honda aan petjes achterstevoren. Een Lancia vind ik te link, bovendien komt daar ook al jaren geen fatsoenlijk model meer vandaan. Voor Mercedes zijn mijn buik en beurs te plat, en Mazda maakt stomme bling-bling achterlichten. Mitsubishi en Nissan, het zijn prima auto's maar ik loop er niet warm voor. Een Opel is van binnen net een lijkkist dus ook die moet weg. Een Renault die recht doet aan z'n reputatie start niet meer als het regent en Peugeot is al jarenlang de weg kwijt als het gaat over modellen. Saab maakte vroeger Saabs maar tegenwoordig Opels. Seat klinkt fout in m'n oren en Skoda heeft z'n twijfelachtige imago nog niet weggepoetst.
Toyota's zijn geen auto's maar produkten en Volkswagens trekken richting vluchtstrook zodra ze een file zien. Bij een Volvo denk ik aan een hoed.

Blijft over: Lamborghini, Ferrari, Porsche, Maserati en Fiat. Dat gaat lastig worden.

Luxe probleem

Ik ben een auto aan het uitzoeken. Of het daadwerkelijk tot een aankoop gaat komen weet ik nog niet maar het zoeken (en het geld hebben) is een feest op zich. Vorig jaar moest ik wegens familieomstandigheden afscheid nemen van mijn razendsnelle Fiat Punto GT (met wielspin in de tweede versnelling) en heb ik hem ingeruild voor een Fiat Marea Weekend turbodiesel. Van echte liefde tussen de diesel en mij is geen sprake. Wel hebben we respect voor elkaar. Hij is een werkpaard en brengt ons en onze bagage comfortabel van V. naar waar we moeten zijn. In ruil onderhoud ik hem goed en was hem af en toe.

Het idee is dat mevrouw Mack haar Toyota Starlet wegdoet en mijn Marea gaat rijden. Handig voor de boodschappen en de kinderwagen en airco in de zomer is ook wel lekker. Het nadeel is dat hij 50 euro per maand meer kost aan motorrijtuigenbelasting, maar trouwe medewerkers (de auto, niet mevrouw Mack) mogen wat meer kosten.
Ik ga hier vlak in de buurt werken dus ik hoef niet zo nodig meer diesel. En ik hoef geen station meer want die hebben we dus al.

Vrij spel voor mij!

Pijnlijke conclusie

Afgelopen donderdag moest ik voor mijn werk naar Antwerpen, en dat werd extra interessant doordat ik meereed in een 200 pk Alfa Romeo 166.
De reis ging vlot, de Alfa bracht ons snel en veilig heen en terug. Maar wat was ik blij dat ik weer in mijn Fiat Marea mocht. Wat een knalharde auto. Wat een gestoot en wat deed mijn zitvlak zeer. De Marea is vele malen comfortabeler en dit is de eerste maal dat ik comfort boven sportiviteit verkies.
Mijn jeugd is nu definitief voorbij…

De laatste

Vandaag reed Michael Schumacher zijn 250e en laatste formule 1 race. Een race waarin hij theoretisch nog wereldkampioen kon worden, maar een vroegtijdige lekke band maakte snel een einde aan die illusie. Desondanks werd hij nog vierde na een heldhaftige inhaalrace, en liet zien dat hij nog altijd de beste is. Het afscheid van Schumacher was voor mij een beetje emotioneel. Ik heb hem 16 seizoenen gezien, twee keer in het echt, zeker drie seizoenen vervloekt maar er was en un momento dado geen ontkennen meer aan, Schumacher is de beste aller tijden.
In 1991 was ik 21/22 jaar en al die jaren heb ik hem op zondag zien racen. En als ik het miste, las ik er de volgende dag over in de krant. Ik zag hem vandaag zijn laatste pitstop maken en besefte dat hij nooit meer terug zou keren in een grand prix. Iemand 16 jaar praktisch iedere zondag zien betekent dat die iemand een deel van je leven is geworden. En helemaal niet zo'n onbelangrijk deel, het voelt alsof je na jaren afscheid van je collega's neemt, alsof je hond dood is, ja zelfs alsof je verkering uit is…