Koper

Het is nog niet definitief, maar er heeft zich een koper gemeld. Geen kijker, maar een koper. Hij (vader) is enorm traag. De dochter is de koper, maar vader handelt alles af. De man maakt nergens haast mee, we hebben hem hier op de openhuizendag voor het eerst gezien. Vorige week donderdag deed hij pas een bod, een dag later waren we eruit. Ik dacht dat zijn traagheid diende om niet te geïnteresseerd over te komen, maar ook na deze mondelinge overeenkomst verloopt het nogal traag. A.s. dinsdag wordt er als het goed is getekend, dan gaan er drie dagen bedenktijd in, dus die verloopt om vrijdag middernacht, en dan is er nog het financieringsvoorbehoud.

We zijn blij uiteraard, vandaag werd er hier een gigantisch bedrag aan vaste lasten afgeschreven waar we nog van moeten bekomen. Kwam er ook een rekening voor mijn auto bij die vier keer hoger uitviel dan ik verwachtte, dus we liggen nu de tien seconden rust af te wachten die de scheids ons geeft om overeind te krabbelen.

U hoeft geen medelijden met ons te hebben, we hebben het goed, maar we gaan hard door de reserves heen. Dus we zijn erg blij met de voorlopige koper.

Agressieprobleem.

Het vorige logje had geen leuke aanleiding. Een knallende ruzie hier vanwege mijn agressieprobleem dat ik ineens schijn te hebben. Het is inderdaad waar dat er soms een hoop boosheid naar buiten komt. Soms ook in de auto, terwijl ik altijd een snelle, maar niet agressieve of gevaarlijke rijstijl had. Tegenwoordig zou ik, als mij onrecht wordt aangedaan, in staat zijn om dat onrecht terug te betalen met een bewuste aanrijding. Nou ja, ik denk het niet hoor, ik denk dat ik niet minder dan een halve meter op mijn belager zou zitten.

Als het te lang goed gaat, dan bouwt zich spanning op, en die moet ontladen worden. Dus komt er een keer een ruzie. Dan doe je dingen die niet handig zijn, en neem je beslissingen die je woede koelen, en dat voelt heerlijk. Alleen later, als het over is, blijken het niet de beste beslissingen uit je leven. Pas als je die weer hebt rechtgezet, straalt de herfst je weer tegemoet. Iedereen ziet het ook aan je, dat die last van je schouders is. Dan maak je ineens weer een praatje met een vreemde, of je blijft even staan kijken naar een specht die zit te timmeren. Van daaruit kun je weer opbouwen. Tot je weer die arrogante vent bent die anderen weer pijn doet en daar later weer spijt van heeft.

Ik heb ook helemaal niet de illusie dat ik een eigen mening heb. Die mening wordt gewoon gevormd door mijn omgeving, en ik weet zeker dat ze mij er met wat vrouwelijke charme, druk of mindfuck hele andere meningen op na kunnen laten houden. En dat bewustzijn maakt me agressief.

Zelfdestructie

Ik ben vijftig. Dan zou je zeggen, doe eens rustig. Maar ik kan eenmaal niet tegen onrecht, al bestaat dat wellicht alleen in mijn ogen. Als ik baal van een verliespartij van PSV, dan lijd ik, en dat probeer ik alleen te doen. Maar ik ben chagrijnig en op jennende Ajacieden zit ik dan niet te wachten. Hoe dicht ze ook bij mij staan, dat maakt op zo’n moment niks uit, het liefst sloeg ik ze neer. En als het nu alleen kwam door slecht spel, dan was het tot daar aan toe, maar als er wekelijks op cruciale momenten een nadelige scheidsrechterlijke beslissing is, dan maakt me dat pissig. Goed, dat zullen sommigen Calimero of huilie huilie vinden, dat is dan jammer. Als ik ongelijk heb hoor ik de argumentatie wel.

In elk geval, ook thuis wordt de sfeer er niet beter op. Ik ben al niet te genieten maar als Linda dan nog partij kiest voor de verkeerde ga ik door het lint. Dat doet ze in de auto ook vaak als ik loop te schelden op een medeweggebruiker die een lul is. In dit geval stapte ik uit een groepsapp waar de teringlijer zich in bevond. Optyven! Handig is het niet hoor, dat geef ik toe, beter zou het zijn om voor de makkelijke weg te gaan en sportief te doen. Dat zit er bij mij niet in helaas. Ik barst liever dan dat ik buig. You’ll be sorry when I’m dead, and all this guilt will be on your head. Dat ongeveer. Sting begrijpt het tenminste. Maar die was jong toen hij het schreef. Ik ben hier veel te oud voor.

Julia en Rachel

Vroeger ging ik vaak naar het Veluwemeer om te surfen. We deden dat met een vast clubje van jongens en meisjes, ik heb daar mooie herinneringen aan. Ik kom er nooit meer, maar vandaag moest ik er zijn, want ik zou Hans en z’n vriendje en twee vriendinnen naar Walibi brengen. Hij is al veertien, en zijn vriendinnen waren al vijftien. Nog leuke meiden ook als je het mij vraagt. Bij allebei de vriendinnen moest ik nadat ze ingestapt waren na vijftig meter weer terug omdat de één haar telefoon en de ander haar entreekaart was vergeten. De andere jongen in het gezelschap was vergeten z’n telefoon op te laden. De goed voorbereide generatie.

Julia en Rachel. Ergens was ik wat jaloers op Hans. Er komen nu vrienden en vriendinnen ten tonele die waarschijnlijk de komende jaren deel van zijn leven gaan uitmaken. Ik had op mijn veertiende nog nooit een meisje van dichtbij gezien, maar deze twee achter in mijn auto leken al geen halffabricaten meer. Vooral Rachel was een zogenaamd verlegen meisje dat steeds nerveus lachte. Je zal er maar een dag mee in Walibi mogen rondbrengen. Hans is dan ook een coole dude.

De weg naar Walibi was dezelfde als die naar het Veluwemeer. Ik kom er nooit meer, maar de kilometers lange dijk had nog dezelfde klinkers waardoor je hele auto rammelde destijds. (Fiat Panda) Nu zoefde ik er iets makkelijker overheen. Onderweg zag ik nog een aantal punten die er vroeger al waren. De kazerne boven op de knobbel, de discotheek waar de militairen uitgingen, de haven van Elburg en de dijk. Het is jammer dat mijn auto net stuk ging, en ik niet meer mag rijden van de garage, anders had ik ze vanavond nog opgehaald.

Klimaatalarmisten en -ontkenners.

Voor wat betreft het klimaat laat ik mij graag voorlichten door deskundigen die zeggen dat het allemaal zo’n vaart niet loopt. Zo is er Emeritus hoogleraar Kees de Lange die behoorlijk in mijn straatje praat. Nu gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik niet eens weet wat Emeritus betekent, dus erg veel waarde kan ik ook weer niet aan deze bron hechten. Desalniettemin weet ik sinds ik een promotie bijwoonde, dat de samenleving mag vertrouwen op het oordeel van de gepromoveerde. Ammehoela! Daar trap ik niet meer in. Professor de Lange vindt het jammer dat hij klimaatontkenner wordt genoemd, hij zegt dat dat alleen bedoeld is om de betreffende persoon bij voorbaat verdacht te maken en zijn kennis in twijfel te trekken. Gelukkig hebben we ook de term klimaatalarmist bedacht, om de persoon verdacht te maken die zegt dat het wat betreft het klimaat, twee voor twaalf is.

Dat ik natuurlijk liever hoor dat het allemaal zo’n vaart niet loopt is omdat ik graag wil dat er weer een strenge winter komt. En die kans is eenmaal groter als het niet zo’n vaart loopt. Ik ben dus wat bevooroordeeld, maar ook weer niet zo dat ik het bij de uitspraken van De Lange laat, en daarmee ga schermen. Nee, ik heb even gezocht op internet -grondig onderzoek gedaan- en ik zie dat ontkenner de Lange door de alarmisten met de grond gelijk wordt gemaakt. En dat vind ik dus jammer. Waarom zetten we de Lange niet tegenover Gerrit Hiemstra en laten we het ze uitzoeken? Als wetenschappers moeten ze zich toch beiden laten leiden door feiten en kritisch durven kijken naar hun eigen stellingen? Geen enkel probleem zou je denken en we vinden op deze manier de waarheid.

Om redenen die ik niet snap is het niet zo simpel. Ik als leek kan alleen partij kiezen voor degene die mijn sympathie heeft. Het ontbreekt mij volledig aan kennis om te kunnen bepalen wie er nu gelijk heeft. Als ze het hebben over moleculen die gaan bewegen dan moet ik dat aannemen, ik heb nog nooit een molecuul waargenomen. Mijn ietwat angstige conclusie is dus dat mij alles wijsgemaakt kan worden door mensen op wiens oordeel ik vertrouw. Terwijl ze het onderling al niet eens zijn wordt van mij gevraagd partij te kiezen. Word ik een ontkenner of een alarmist? Ik heb besloten om zolang ze het nog niet eens ééns kunnen worden over of de gemiddelde temperatuur op aarde nu gestegen of gedaald is (serieus waar) ik even geen stelling inneem. Wat ik vast doe is wat vaker de fiets pakken, want dat scheelt geld, is gezond, en is nog leuk ook zolang het niet regent.

P.S. Emeritus betekent gepensioneerd heb ik net opgezocht.

Muurverf

Ondertussen zitten wij maar te wachten tot ons huis een keer verkocht wordt. Dat huis waarvan de makelaar en de bank zeiden: dat ben je zo kwijt. Nou, mooi niet. We zitten in de dubbele lasten, en doen al maanden niks meer dan droog brood eten. We gaan niet uit eten, we kopen niks meer, we staan in de overlevingsmodus.

Vandaag heb ik de wc en de badkamer onder handen genomen. Ik had al eens de gaatjes in de muren gedicht, maar de verf die ik gebruikte bleek niet helemaal wit te zijn. Er zaten dus wat gelige plekken op de muren. Bij de bouwmarkt ging ik op zoek naar het goedkoopste potje muurverf. Meer dan twintig euro! Ik zag een andere muurverf staan, die was 13 euro, maar er stond geen kleur op vermeld. Navraag leerde me dat dat muurverf om te mengen was, daar moest dus nog kleur doorheen. Nu was hij wit. Precies wat ik nodig had.

Voor 13 euro heb ik de muren in de wc weer wit gemaakt, ik heb de stortbak ermee geverfd, de leidingen en ook nog het plafond van kunststof. Ook in de badkamer heb ik de muurverf gebruikt voor het plafond van kunststof. Een geel geworden plastic rooster heb ik ook meegepakt. Rollers en kwasten had ik allemaal nog van de vorige keer. (17 jaar terug) Schuren, grondverven, voorstrijken, aflakken met speciale verf, allemaal onzin, gewoon muurverf. Het hoeft maar te zitten tot een volgende kijker zich meldt en denkt: dat ziet er nog lekker fris uit!

Voor 13 euro en een zaterdag heb ik de badkamer een de wc een upgrade gegeven. Ik heb wel eens 13 euro slechter besteed.

Vraag aan de geleerden

Ik heb onlangs voor mijn verjaardag een boek gekregen van een van mijn favoriete schrijvers, Stephen Hawking, de astronoom. Ik ben pas in het tweede hoofdstuk en het is al razend interessant. Waar hij in zijn bestseller “a brief history of time” nog veel ruimte geeft aan dat er een schepper geweest moet zijn, daar denkt hij in zijn laatste boek van niet. Hij baseert dat op zijn enorme kennis van de oerknal, die volgens hem natuurkundig verklaard kan worden. Het is dus mogelijk dat er vanuit niets een heelal is ontstaan zonder natuurkundige wetten te schenden. Heeft te maken met positieve en negatieve energie, die samen niets is. Maakt verder niet uit. Maar God was er voor de oerknal niet om de oerknal te laten ploffen, doordat er geen “voor de oerknal” was. Volgens Hawking is dat hetzelfde als zoeken naar de rand van de aarde.

Als er een klok in de buurt van een zwart gat komt, gaat deze klok langzamer lopen. Als hij in het zwarte gat komt, en hij zou dat doorstaan, dan stopt hij met lopen. Niet omdat hij kapot is, maar omdat er in het zwarte gat geen tijd bestaat. Dat heeft te maken met de zwaartekracht. Het is in de praktijk gemeten dat een klok op aarde langzamer loopt dan de tijd op 10 kilometer hoogte, waar de zwaartekracht minder is. Dus als de zwaartekracht zo enorm is als in een zwart gat, dan kan ik mij voorstellen dat de klok niet meer loopt.

Maar nu mijn vraag aan de geleerden: Als een klok tot stilstand is gekomen door de enorme zwaartekracht, betekent dat dan dat er geen tijd is? Stel dat je daar in dat zwarte gat bent en je horloge staat stil, dan sta je toch even een paar seconden tegen je horloge te tikken om het weer aan de praat te krijgen. Nou kan dat natuurlijk niet, in een zwart gat wordt je eerst aan flarden gescheurd en daarna worden je flarden samengeperst totdat je zo klein bent als een proton, maar totdat is een tijdsaanduiding, dus dat kan helemaal niet.

Goed, vóór de oerknal, (stel 13,7 miljard jaar geleden) kan dus niet. Dat is net zo dom als vragen naar de rand van de aarde. Dus ik kan zeggen: 13,69 miljard jaar geleden, dan ben ik slim, maar als ik zeg 13,71 miljard jaar geleden, dan is dat dom. Ik kan wel zeggen dat ik er geen bal van begrijp, maar dat is niet wat ik bedoel. Ik begrijp het juist wel, de geleerden hebben het deze keer fout.

Klikspaan

Als je in de oorlog iemand aangaf bij de Duitsers, was je een verrader. Daar was iedereen het naderhand over eens. Hoogstwaarschijnlijk was je een NSB-er. Als een kind klikt, dan leren we het dat af. Klikspaan, boterspaan. Klikspanen en verraders, daar houden we niet van, de woorden hebben een negatieve lading. Maar als iemand naast zijn uitkering bijklust, en je lapt hem erbij, wat dan? Dan doe je toch iets goeds voor de maatschappij? Iemand pleegt fraude en je geeft hem aan, dat scheelt weer gemeenschapsgeld. Nog niks aan de hand.

Maar nu werkt iemand zwart bij naast zijn werk. Wordt al lastiger. Terwijl diegene ook de maatschappij benadeelt. Hij concurreert oneerlijk plus dat hij geen belasting afdraagt. Ik geef deze persoon niet aan. Een bijstandsmoeder die wat zwart bijverdient? Die gaan we natuurlijk niet aangeven, we gunnen haar dat van harte.

Een buurman die illegaal een boom uit zijn tuin kapt? Aangeven? Ligt toch helemaal aan de buurman. De boom interesseert niet zo. Ik ben niet zo van het aangeven. Hoewel, ik heb een tijdje geleden wel een kenteken doorgegeven van een auto waaruit tot twee keer toe allerlei McDonalds troep werd gedumpt. Witheet was ik.

De reden om iemand aan te geven zit waarschijnlijk niet in het rechtvaardigheidsgevoel (iedereen dient belasting te betalen) maar meer in de afgunst. (waarom hij mag hij wel afval uit zijn auto zijn gooien, ik wil dat ook!)

Ik had een collega, ze was een echte krent. Een knieperd. Op het irritante af. Als haar man thuis werkte, kwam ze met de leaseauto van haar man, dat spaarde geld uit. (15 km) Altijd had ze het over geld. Omdat de duivel op één grote hoop schijt, kreeg ze al jaren geen energierekening. De Nuon was haar simpelweg kwijt in de administratie. Zo spaarde ze maandelijks weer honderden euro’s uit. In gedachten heb ik vaak de Nuon gebeld. Maar nooit gedaan helaas. Ik leerde van Johan Cruijff dat dat soort rekeningen allemaal later vereffend wordt, en dat je je daar als mens niet druk over hoeft te maken.

Vorderingen

Ik begin nu het principe van elektriciteit door te krijgen. Fase, nul, aarde, schakel. Nooit geweten, maar best eenvoudig. Behalve dan de aarde. Wat de aardedraad doet begrijp ik, maar hoe het werkt, geen idee. Ik heb duidelijk niet goed opgelet op school, want dit moet ik toch gehad hebben. Ik mocht evengoed toch niet aan de stroom komen vroeger, daar ben ik vaak voor gewaarschuwd. Mijn allereerste experiment vroeger was het verbinden van de blauwe en de bruine draad. Bam. Stoppen door, vader kwaad naar boven, of ik nu helemaal gek was geworden.

Veel verder ben ik niet gekomen. Ik had vriendjes die alles uit elkaar haalden en er weer nieuwe dingen van maakten. Een elektromagneet of iets dergelijks. Ze hadden weerstandjes, voltmeters, ohms, amperes. Ik had amper ooms. Wel veel weerstand. Maar goed. Nu sluit ik ook de lampen aan zonder de stroom eraf te halen. Gewoon de schakelaar omzetten en de stroom is eraf. Terwijl mij altijd verteld was dat er dan op de andere draad nog stroom stond. Onzin. Nou ja, ik wil niet te nonchalant overkomen, want ik test het altijd nog wel even met de spanningszoeker, en bovendien ben ik een beginneling. Maar, al doende leert men. Dus sloot ik vandaag drie fittingen aan, en maakte ik een schakelaar op de muur. Morgen moet ik een stopcontact vervangen. Dan gaat wel de stroom eraf, overigens.

Dus nu kan ik boekhouden, bloggen en stopcontacten vervangen! Who is your daddy now?

Broer

En toen had Linda mij uitgeleend aan een vriendin, die net een ander huis had waar een paar lampen opgehangen moesten worden. Hoe moeilijk kan het zijn? Ze komt net bij ons om de hoek wonen, maar ik ging er met de auto heen, want al mijn gereedschap moest mee. Ik belde aan op zaterdagmiddag half twee en na een korte rondleiding begon ik met de eerste lamp.

Er kwamen twee zwarte draadjes uit het plafond, eentje met een kroonsteentje eraan, de ander was niet gestript. Verder kwamen er 27 andere draadjes uit het plafond die allemaal afgedopt waren. Ik keek op Youtube, want dat is de manier hoe de handige man tegenwoordig een onhandige man afscheept. Vroeger kwam hij nog wel eens helpen, tegenwoordig zegt hij: kijk op Youtube, alles staat erop. Op Youtube komen er drie draadjes uit het plafond. Een blauwe, een bruine en een geelgroene. Een bijdehante praxislul legt het uit en klaart het klusje in 1 minuut 47. Hop, draadje eraan, stroom eraf want je bent zuinig op je haar (hahaha hilarisch, praxislul!) en even een gaatje in het plafond boren, klaar. Geen woord over die 85 andere draadjes, en niks over die zwarte. Compleet waardeloos.

Nadat ik met een spanningszoeker 100 keer had vastgesteld dat er stroom op het zwarte draadje stond, haalde ik de stroom eraf, stripte ik het andere zwarte draadje (wat het enige andere draadje was dat vrij uit het plafond kwam) en sloot het aan. Geen licht. Ik verwisselde ze van positie. Geen licht. In de tussentijd werkte ik aan mijn conditie door steeds naar beneden te lopen en de stroom eraf te halen. Wat ik ook deed, geen licht. Op een andere kamer, waar al een werkend lampje hing, maar dat ook nog vervangen moest worden, bekeek ik de situatie. Een blauw en een zwart draadje kwamen daar uit het plafond. Ik sprintte door de regen terug naar huis, en haalde uit mijn spullen wat blauw en geelgroen draad. Zwart had ik niet. Ik maakte een extra blauw draadje, deed dat in de lasdop, sloot het aan op de lamp, geen licht.

Voordat ik alles finaal naar de filistijnen hielp, dacht ik dat het misschien handig zou zijn om even naar de plaatselijke Hubo te gaan, (het was inmiddels zaterdagmiddag, half vier) om de goede boren te halen, een paar lasdoppen en wat advies. Ik had mijn leesbril niet bij me, dus ik was geheel afhankelijk van de zaterdagmiddaghulpjes. “Tja, een steenboor, ik denk deze. Ik vraag mijn collega wel even. Ja, dit moeten de goede zijn. Lasdoppen? Ja, die hebben we, eh, waar hangen ze nou, even mijn collega vragen. Mijn collega zegt dat deze ook goed zijn.” Ondertussen had ik via whatsapp al naar Linda lopen vloeken en tieren over de Hubo jongens, want zij is op zo’n moment mijn bluswater.

25 Euro verder begon ik te boren in het plafond, wat de praxislul in een vloek en een zucht deed, en na een kwartier boren was ik één centimeter door het Duitse bunkerbeton doorgedrongen en ik zat er ook nog eens naast. Ik had zwaar de tering in, want als je me ergens chagrijnig mee kunt krijgen, is het wel een simpele klus die niet lukt. Ik had ondertussen mijn broer geappt, die is wel handig, maar die reageerde niet. Ik liep naar beneden en vertelde de vriendin tot mijn schaamte, vernedering en woede, dat ik bang was dat ik haar alleen nog maar verder in de shit zou helpen, en dat ze beter iemand anders kon zoeken. Er werkte ook al een stopcontact niet meer, en hoewel ik er niet aangezeten had vermoedde ik dat dat kwam door het gepiel met de draden in het plafond. De vriendin had al tien keer gezegd dat ik moest stoppen als het niet lukte, maar zo simpel ligt het natuurlijk niet. Als ik dat deed zou ik de rest van het weekend niet te genieten zijn.

Toen kwam er een verlossende app van mijn broer.”Ik kom wel even.” Hij kwam binnen, hielp mij door te zeggen dat het met lampen altijd gezeik was. Hij begon aan de eerste lamp, die met die twee zwarte draadjes, en binnen twee minuten brandde hij. Lamp zat er niet goed in, zei hij. Hij zocht in mijn armetierige gereedschap naar een veel kleiner boortje en boorde zich een weg door het adelaarsnest. Daarna pakte hij een grotere en boorde de rest. (mijn nieuwe boren van € 25 werden ongemoeid gelaten)

Na een paar uur had hij alle zes lampen opgehangen. Nooit liep hij naar de meterkast om de stroom eraf te halen. Hij is een held. Hij heeft mijn weekend en de situatie gered. Toen hij klaar was vertrok hij weer even plotseling als hij gekomen was, en ik ruimde mijn spullen bij elkaar. De vriendin had een kleinigheidje voor mij klaarstaan, en moet nu dus weer naar de slijterij om ook iets voor mijn broer te halen. En nu, zondagochtend, zo meteen om half tien, ga ik naar mijn broer, hij heeft ook een klus waar hij wat extra handjes bij kon gebruiken. Ik kijk en leer.