One more day.

Als ik mijn eigen weblog teruglees, en dan bedoel ik van lang geleden, dan kon je dit al van verre zien aankomen. Ik schreef lang geleden al over moeite hebben met ouder worden. Moeite is niet het goede woord, ik vind de gedachte eraan een verschrikking. En dat komt omdat de ouderen die ik tegenkom bepaald geen Annie MG. Schmidt of Dries van Agt zijn. Ik zie ze een toeristische route fietsen met een helm of ik zie ze kaarten bij de bridgeclub. Wat prima is, maar ik wil dat niet. En ik wil ook niet de indruk wekken dat mijn depressie uitsluitend daardoor wordt veroorzaakt, maar het heeft er wel mee te maken.

Ik lach ook veel te weinig, en de afgelopen twee maanden al helemaal niet, maar humor heb ik wel. Het zit wel in mijn hoofd, maar het komt niet uit mijn vingers. Het is wel fijn dat velen hier mij een hart onder de riem steken. Ik kreeg een kaart, ik kreeg een boek opgestuurd, ik kreeg complimenten, ik krijg appjes om me op te vrolijken, ik krijg privé berichtjes, iemand bidt voor me, en natuurlijk de commentaren hier, iedereen is begaan. Dank daarvoor.

Ozzy schreef op jonge leeftijd “happiness i cannot feel and love to me is so unreal.” Sting schreef “I will always be the king of pain”. Zij schreven dat niet zomaar. Hun zielen waren al bekrast. De mijne ook, maar ik heb geen muzikale aanleg. Anders was ik nu tering-rijk. Nu ben ik gewoon “0ne day older and nearer to my Lord, zoals het liedje gaat.

Veroudering.

De huisarts gaf mij inzicht. Een kijk die ik nog niet eerder had gezien. Het leidde wel tot een terugval dit weekend, en ik moest huilen. Het leven is momenteel pijnlijk, maar ik vecht terug, zoals meestal. Huilen is verwerking denk ik dan maar.

Het houdt lang aan deze keer. Maar ik heb er geen zin meer in, dit moet stoppen. Ik ben toch intelligent, redelijk aardig, en ik hoef mij niet te schamen, maar ik blijf maar vergelijken met anderen. Waarom weet ik niet, want ik wil niet met ze ruilen, zelfs niet in deze toestand.

De wereld is veranderd en mensen zijn veranderd. En ik ben niet mee veranderd. Niet snel genoeg in elk geval. Ik heb dingen geleerd waar ik niks aan heb en ik heb geen nieuwe dingen geleerd in het vertrouwen dat alles altijd hetzelfde zou blijven. Maar dat was dom. Ik zag al heel lang dat het zo niet werkte. En toch bleef ik erin geloven. Degenen die het best in staat zijn zich aan te passen hebben de grootste overlevingskans, zeggen ze wel eens. Het zal wel. Ik ben altijd blij voor overleden familieleden dat ze sommige dingen niet meer mee hoeven te maken.

In het bos sprak een stel van een jaar of veertig met een Mechelse herder me aan. We praatten wat over de honden en ineens noemde hij me u. Ik had niet in de gaten dat ik al oud geworden was, ik dacht dat ik nog een jongeman was op dat moment. Ik liep verward verder en vroeg me af of de volgende die ik tegen zou komen, ouder of jonger zou zijn. Ooit loop ik hier als tachtiger en ben ik de oudste. Ik vreesde even dat ik op een dag de enige mens zou zijn die nog in de jaren zestig geboren was. Daar moet je toch niet aan denken? Toch gaat het iemand gebeuren. De arme drommel. Niemand meer die je nog begrijpt. Ik heb dat nu al.

Bergopwaarts.

Ik begin me wat beter te voelen. Het donkerste is weg en komt hopelijk niet snel meer terug. En of het komt door de medicatie, door de huisarts of door de tijd die alle wonden heelt, is mij niet duidelijk. Wat zeker heeft geholpen is Linda’s steun. Ook al zag ik het niet meer zitten, zij gaf vertrouwen op het juiste moment, maakte ruzie op het juiste moment en bleef verstandig op het juiste moment. En ook mijn dochter die me aanvoelde hielp. Ze hielp met kleine dingetjes, keek met mij een film en bleef gekke bekken trekken naar me, zoals ze altijd al deed, zodat ik toch gedwongen werd om een glimlachje te laten zien. Mijn zoon was niet thuis, die is doordeweeks op de kazerne, bleef me appjes sturen over PSV, zoals hij altijd al deed. Routine is belangrijk in zo’n situatie.

Ikzelf ging door met bewegen, met de hond door de regen en badmintonnen omdat je dan geen tijd hebt om na te denken. Dan kon ik daarna wel door somberen. En er waren steunbetuigingen. Al doen ze op het eerste moment niks, je hebt ze toch gehad en kunnen langzaam op je inwerken. Zelfs de hond kwam op de moeilijkste momenten naar me toe en sprong op de bank om me te troosten.

De gedachten die ik had waren niet normaal, en zelfs de simpelste dingen kon ik niet meer overeenstemmen met mijn gevoel. Alles was een probleem en de situatie zou nooit verbeteren. En intussen werken je hersenen gewoon door en voel je je nog schuldig ook over je “welvaartsziekte”. Blijdschap was een vage herinnering en het was uit mij verdwenen. Ik had een crisis nodig, een oorlog, iets wat nog erger was zodat het de depressie zou verdrijven. En slaappillen. Ik heb ze pas twee keer gebruikt, maar wat is het fijn om een nacht door te slapen. Ik doe dat eigenlijk nooit meer. Ik kreeg er ook niet teveel, maar de dokter deed in het geheel niet moeilijk over een herhaalrecept, wat ik afsloeg , waarom weet ik niet, ik dacht omdat ik probeer te letten op mijn lichaam, maar ja, het was de huisarts, geen dealer, dus wat was het probleem? Dat is iets wat ik zelf maar half snap. Ik denk iets met mijn geweten en verantwoordelijkheidsgevoel. Ik laat me zelden gaan. Hoogstzelden. Praktisch nooit.

Leeg

Ik heb al meer dan een maand niet gelachen, een beleefd glimlachje daargelaten. Vandaag voelde ik me alleen, drie collega’s ontslagen en vervangen door drie goedkope Hongaren die ik niet ken. Bijna iedereen is op vakantie en als ik in de gezamenlijke chat “good morning” zeg, volgt er een keer of zes hetzelfde, en dat is m’n communicatie voor de hele dag. Ik maak nog wel eens een grap, dat wel, en dan volgen er zes lachsmileys. Het is dat ik het zelf een goede grap vond, anders zou ik denken dat ze het uit beleefdheid deden.

Wat ik nog leuk vind zijn twee dingen. Badminton en autorijden. En met de hond lopen, maar niet altijd. Vanavond wel. Ik liep een kilometer of zeven, en de hond blijft maar vragen of ik de bal wil gooien. Onvermoeibaar. Ze gaat straks mee op vakantie, nooit eerder deden we dat, ik ben een beetje bang dat je daardoor beperkt wordt, maar ze is wel erg makkelijk, dus misschien valt het mee. We zijn dan weer drie weken verder en vrolijker hoop ik. Ik krijg in elk geval meer medicatie, dus help me onthouden dat als ik weer vrolijk ben, dat ik weer ga minderen. Nou ja, het gaat langzaam vooruit met hier en daar een terugslag. Het leven is eenmaal hard. Tenminste nu even wel.

Therapie

Ik wilde weg, verdwijnen in stilte. Ik wilde me verstoppen als een roofdier dat het einde voelt. En ik wilde mijn gevoelens niet meer delen hier, omdat ik er niet mee geconfronteerd wilde worden. Maar ik wist al toen ik verdween dat ik terug zou komen, omdat als je op het diepste punt zit, je beslissingen niet goed zijn. Dat je gedachten niet waar zijn. Dat is ervaring, helaas.

Donderdag is de huisarts gekomen, omdat Linda het niet meer vertrouwde. Ik kwam niet meer uit bed, at niet meer, bewoog niet meer, wilde niet meer en kon niet meer. Maar ik wilde niet dat de huisarts kwam. Ik wilde niks.

Zaterdag kreeg ik dit ik in de bus. En ik dacht, “godver, hoe kom ik hier ooit weg?” Misschien wel nooit. Misschien was het wel een belachelijk idee om te stoppen. Misschien heb ik het wel nodig, deze therapie van het schrijven.

The Joker

Ik had geschreven over hoe ik me voelde, maar het werd zo’n drama dat het me te ver ging om te plaatsen. Ik voel me nog steeds niet goed en nog steeds zoek ik naar dingen die me vreugde geven maar ik kan ze niet verzinnen. Zelfs het vooruitzicht aan dat kneuterige Frankrijk maakt me niet blij. Het land waar ik toch altijd per se heen wilde. Alsof ik altijd tegen mezelf heb gelogen, wat niet zo is, want ik vond het echt leuk.

Ik weet sowieso niet goed hoe ik me altijd vermaakte. Het is in elk geval een midlife crisis. Ik kan hem niet oplossen met een cabrio of motor. Het besef dat je maar één leven hebt en het niet optimaal benut, en tegelijkertijd weten dat dat een gecreëerde illusie is, omdat het niet zo werkt. Het leven is een aaneenschakeling van treurigheid, je moet leren acteren dat het wel meevalt allemaal. En leren lachen op foto’s. Some people call me Maurice.

De aanval overnemen.

Een depressie ligt weer op de loer, klaar om aan te vallen. Ik voel hem al in mijn buik, daar neemt hij plaats en schakelt me van daaruit uit. Mijn hartslag wordt zwakker, en een glimlach kost grote inspanning. Het liefst wil ik in bed gaan liggen, in slaap vallen, weg zijn.

Maar hij heeft me nog niet helemaal. Ik had de hond uitgelaten en stond in de deuropening van de garage, te wachten op de kat die mee naar binnen komt na het rondje met de hond. Ik voelde dat de depressie mij niet wilde laten wachten totdat de kat tergend langzaam de deur bereikt had. Die wilde dat ik wegliep, doorliep weg van de plek. En ik voelde ook waar het vandaan kwam die plotselinge omslag. Het is het gevoel om nergens bij te horen, alleen achter gelaten, en geen richting meer weten. Alle wegen lopen dood, en in die wetenschap blijf je maar op het punt waar je bent. Het overlevingsinstinct neemt het over, je moet gaan liggen, geen energie meer verbruiken. Of is het juist het instinct van een gewond roofdier dat wegkruipt om te sterven?

Ik voelde direct een tijdlijn terug naar 1985, het rampjaar waarin ik ook alleen gelaten werd. Ik geloof niet dat eerdere depressies mij datzelfde lieten zien. Zouden ze dan toch daar vandaan komen? Zoals iedereen altijd zegt?

Mijn depressies zijn een gevecht tussen het deel van me dat het op wil geven en het deel dat door wil vechten. Daarom sta ik stil omdat ze elkaar tegenwerken. Het deel dat door wil is sterker. Altijd. Al gaat het pas zijn helende werk doen als de verwoesting al is ingezet.

Ze zijn er niet meer zo vaak, en ook deze keer ga ik winnen. Of ik, er staat hier iemand hard mijn overlevingsinstinct aan te moedigen. In haar armen kan ik schuilen. Niet te lang want ik moet eruit. We zijn een team, zij mag dan de dagelijkse leiding hebben, ik heb een belangrijke functie. Ik ben uitvoerder, toezichthouder en medebeleidbepaler.

Zoals ik vroeger op judo leerde, pak de arm die je aanvalt, draai weg, zet je heup erin en werp hem van je af. Doe je dat goed dan is de aanval afgeweerd. Ik hoop dat het gelukt is.

Onrust

Ik vond het best een moment om bij stil te staan. Ik keek de laatste voorstelling van Youp, die stopt ermee. Met Youp begon het zo’n beetje. Daarvoor lachte ik om André, maar Youp was halverwege de jaren tachtig hard op weg naar zijn hoogtepunt, begin jaren negentig. Daarna ging hij maar door, ben twee keer naar zijn voorstelling geweest, maar daarna kende ik het kunstje wel. Niettemin bleef ik hem bewonderen. En nu is het klaar. Geen Youp meer. Zo’n zekerheid in het leven die ineens geen zekerheid meer bleek. 50 jaar heeft hij voorstellingen gegeven. Einde van een tijdperk.

Het zal hem zwaarder vallen dan mij, want het leven gaat door zonder zijn grappen, maar het moment zelf was een waarschuwing. Dat het einde niet meer oneindig ver weg is en dat het leven ongemerkt voorbij glijdt. En hoezeer ik normaal acteer dat ik kan relativeren, nu lukt het even niet. Want zoals Youp het zelf ooit zei: het leven is niks, het leven is gelul en dan is het over. Daar ben ik het vaak mee eens. Waarschijnlijk omdat mijn jongensdromen niet bereikt zijn. En omdat ik al 54 ben en niks ben opgeschoten. Tenminste, dat vind ik nu. Wanneer ik wel iets zou zijn opgeschoten kan ik ook niet precies aangeven. Ik wilde graag een held worden denk ik. En bewonderd worden door velen. Of nog lang en gelukkig leven. Dat was zo vanzelfsprekend als je het las in een sprookje. Maar dat is het helemaal niet. Voor mij niet. Mijn opa kon dat wel. Ik heb werkelijk geen idee. Of zou er als je ouder wordt nog een mechanisme in werking treden dat mij tevreden kan laten zijn met mooi weer en een bord eten? Of blijf ik tot mijn dood onrustig, en vraag ik me zelfs af hoe ik me in de hemel moet vermaken? Want eeuwig duurt het langst.

Ik mag nog van geluk spreken dat er een aantal mensen is dat hier leest. Anders kon ik mijn verhaal nog niet kwijt ook.

Frans

Na de eerste set vanavond was ik al kapot en ik kwam het niet meer te boven. Nog nooit had ik dat. Normaal speel ik twee uur, nu ging ik na veertig minuten al douchen. Dat noemen ze tegenwoordig “laag in je energie zitten.” Ik had wel de douches voor mezelf, ook wel eens fijn. Afgezien van dat de douches vrij dicht naast elkaar zitten en de mannen uitdijen, is er dan ook geen droog stukje vloer meer te vinden. Waardoor je je voeten wel kunt afdrogen voordat je terug naar je plek loopt, maar dat heeft eigenlijk geen zin. Ik ben altijd weer blij als ik mijn sokken weer aan heb.

Over uitdijen gesproken, wij kijken het reality programma van Frans Bauer. Nu vind ik de meeste Nederlandse volkszangers verschrikkelijk en hun muziek maakt het er niet beter op. Maar Frans niet. Frans is zo leuk. Hij heeft echt goeie humor. Ik weet ook zeker dat hij slim is, bij zijn kinderen komt dat er ook uit in de vorm van schoolprestaties maar Frans denkt dat dat van Maris’ kant komt. Nou echt niet, Frans! Alleen zijn songteksten al. Hij laat “Chinees eten” rijmen op vergeten, dat verdient wat mij betreft een eigen straatnaam in de dichtersbuurt in Fijnaart, als die bestaat.

Frans maakt geen ruzie, moet wel incasseren van vrouw en kinderen, maar schiet dan altijd in de lach. Zijn enige momentje van treurnis was na drie maanden sportschool, toen hij op de weegschaal ging staan. Zijn doel was – 20 kilo, hij verwachtte het niet helemaal gehaald te hebben, en het resultaat was +1 kilo. Ik had met hem te doen. Maar vijf minuten later was hij er al overheen. Hij besloot dat diëtisten en sportscholen zinloos zijn. En zo mag ik het graag zien. “Je moet de schuld daar leggen daar waar-ie hoort.” H.J. Cruijff.

Schoof

De nieuwe premierkandidaat Dick Schoof kende ik niet, maar hij heeft een indrukwekkende C.V. Niet zo indrukwekkend als de mijne, maar toch, respect. Ik bedacht dat als ik premier zou worden ik eigenlijk helemaal geen idee heb wat ik zou moeten doen. Vragen beantwoorden geloof ik en Israël of Rusland zeggen dat ze onmiddellijk moeten stoppen met hun gedrag. Ik heb dus geen idee of deze man goed is, maar mijn eerste indruk is prima.

Eerlijk gezegd snap ik nog heel weinig van politiek. Afgezien van dat er een toneelstuk wordt opgevoerd dan, want dat heb ik gelijk door. Maar bijvoorbeeld de Kamervoorzitter, wat doet hij? Ik dacht dat hij bepaalde wie er aan het woord was en of bepaalde formuleringen door de beugel konden. Maar nee, de voorzitter vindt dat de PVV geen extreem rechtse partij genoemd mag worden, maar in plaats dat daar naar geluisterd wordt roept Jesse Klaver de voorzitter tot de orde en zegt dat hij er vanuit gaat dat de voorzitter zulke dingen in het vervolg niet meer zegt. Ik had Klavers microfoon gelijk uitgezet, wie is er hier nu de voorzitter, jij of ik? Zal even lekker worden zeg!

De oppositie, ook zoiets wat ik niet snap. De oppositie is standaard tegen, ook als ze het ermee eens zijn. Dus de oppositie zegt dat ze het er niet mee eens zijn en vervolgens gebeurt het toch! Wat heeft dat dan voor nut? Kost hartstikke veel tijd en geld die oppositie.

Nou ja, zo zijn er zoveel dingen die ik niet begrijp en ik zou ook liever Willem Alexander de absolute macht geven. Dan snap ik tenminste hoe het zit en wie er de baas is. Een parlementaire democratie, alleen de term al is volslagen onduidelijk.

Ik wens Dick Schoof dan ook veel succes, en ik weet nu al dat er een keer een kwestie komt waarbij de krant kopt: Dick schoof de kwestie onder het tapijt. Kun je op wachten.