We hadden een hotel geboekt voor een overnachting op de heenreis. Lyon leek ons wel haalbaar gezien vorige reizen. Alleen nu hadden we de hond bij ons. Linda boekte iets in Lyon-Est, je kon er tot zes uur dezelfde dag annuleren. Toen ze boekte had ze een creditcard nodig en toen wist ik het al, dat gaat niet goed. En inderdaad, toen we geboekt hadden kon je ineens alleen annuleren tot 12 uur de dag ervoor. Daar heb je dus niet zoveel aan als je niet weet hoe de reis verloopt maar gezien alle stress die er al was, laat maar, we redden het wel.
Bij de afslag Lyon Est stuurde Linda me de andere kant op, want die had het hotel in haar telefoon. We kwamen in een gare wijk, Part-Dieu, waar we al een keer eerder overnacht hadden, dat was toen best redelijk. Maar deze keer niet. De navigatie gaf aan dat we de trambaan in tegengestelde richting op moesten, en inderdaad, daar zat het hotel. Je kon er alleen niet komen. Na een paar rondjes parkeerde ik in een parkeergarage die er vlakbij zat. Vrijwel niemand in Part-Dieu spreekt Engels, dus in mijn moeizame Frans vroeg ik de weg. Dat bleek verder niet heel ingewikkeld. In het hotel, dat dus niet in Est zat en dat luisterde naar de naam Ibis budget, en gelegen tussen het normale Ibis en nog een ander, vertelden ze me dat waar ik geparkeerd had niet van hun was. In de beschrijving stond dat er een parking bij het hotel zat, en dat was ook zo, op 150 meter afstand, een andere straat in. En in het budgethotel kon je ook niet eten. Maar dat kon er vlak naast. Alleen hadden we de hond, en die konden we niet in de hotelkamer achterlaten.
Ik ging eerst terug naar de auto, op zoek naar de andere garage. Ik betaalde 3,20 om eruit te komen en toen ik de andere gevonden had, bleek ik daar niet in te kunnen omdat de dakkoffer te hoog was. Ik croste dus weer door die gare wijk, vol van trambanen en onbegrijpelijke stoplichten en parkeerde weer in de eerste garage. Dezelfde plek was nog vrij, 1056, dus daar stond ik weer. Benauwd was het en stinken deed het ondergronds en boven was het niet veel beter. De hond was van slag en wij ook. We hadden nog niet gegeten en de hond was er nog niet uit geweest en in het hotel konden ze ons ook niet vertellen waar dat kon. En dat kon ook nergens, het was één grote stinkwijk met hier en daar een boom.
Ik kocht een flesje water voor 3 euro nog wat en een broodje. De dames wilden niks, ondanks honger. Die sterven liever dan dat ze iets eten wat ze niet bevalt. Terug in het hotel zei ik dat we het ontbijt wilden overslaan omdat ze gezegd hadden dat de hond niet meemocht de ontbijtzaal, of beter, hoek, in. Na enig overleg mocht de hond er toch in.
Dan ben ik bijna 55, ik heb een behoorlijke baan en dan kom ik in een Ibis-budget hotel terecht. Ik weet ook niet hoe het kon gebeuren. Ik liep ‘s avonds met de hond naar een van de bomen die er in de wijk staan, jongeren op scooters ontwijkend, en ik keerde zwetend terug. Onder de douche en slapen. We betaalden nog 26 euro voor de parkeergarage en reden de zwarte zaterdag in. Na zestien kilometer file gingen we de snelweg af. Route National Sept. Daar is een liedje van.
Hierna kon het alleen maar beter worden. In het vakantiehuis had de eigenaresse een fles rosé koud gelegd. Die heb ik dus nu op, in mijn eentje.