Mijn innerlijke vuur.

Omdat ik al een tijdje blog, leek het mij wel aardig om eens te kijken wat ik tien jaar terug schreef. Ik was een tijdje terug op het idee gebracht, voor het geval ik niets meer wist te bloggen. Waarvan akte. Omdat ik destijds nog veel vaker schreef, kon ik precies terug naar 19-2-2009. Het logje ging over de crisis van destijds, niet heel erg opzienbarend. Maar wat ik wel opvallend vond, is dat ik op dat moment verwees naar 10 jaar later, vandaag dus. Dat er een dictator op zou staan, die het helemaal anders zou gaan doen. Dat ging over mij, ik dien nu op te staan, maar het is toch wel vrij bijzonder dat ik juist vandaag besluit om tien jaar terug te gaan, terwijl ik vandaag tien jaar terug besloot om tien jaar verder te gaan.

Dat is niet alleen erg toevallig, er moet ook sprake zijn geweest een parallel universum waar ik door middel van een wormgat even een kijkje had genomen. Dat werkt als volgt: de tijd verloopt in cirkels, en na het voltooien van een volledige cyclus komen de twee universa in de vierde dimensie daar even bij elkaar. Dat moment registreren we niet bewust, maar wel in ons onderbewustzijn, zoals blijkt uit mijn logje van tien jaar terug, wat toen eigenlijk de werkelijkheid van nu was. Eigenlijk heeft het dus helemaal niets met toeval te maken, maar alles met logica. Niet dat het logisch was wat ik zojuist schreef, integendeel, ik verzon het ter plekke, dus moet het wel verrekte toevallig zijn. Maar toeval, dat bestaat niet vinden de meeste mensen, en ik hoor daarbij. Dat is gewoon niet te accepteren, toeval. Als je toeval accepteert dan sluit je uit dat er iets bestaat als voorbestemd. En ja dat kan, maar zo uitgedoofd is mijn innerlijke vuur nu ook weer niet.

 

Pensioenleeftijd

Ik las de zaterdagkrant bij wijze van uitzondering eens. Soms gaat hij ongelezen door naar mijn moeder. Aan de zaterdagbijlage kom ik sowieso nooit toe. Veel te vermoeiend allemaal. Ik lees meestal alleen de column op pagina 2, de overlijdensadvertenties en het voetbal. Maar nu had ik vrijwel alle columns en ook de bijlage te pakken. Nog steeds is het vermoeiend. En of ik nu wijzer ben? Ja, ik geloof het wel, door de column van Sandra Phlippen over het pensioenstelsel, die de oneerlijkheid belichtte betreffende het even lang moeten doorwerken voor mensen met lichamelijk zware beroepen en die van pak ‘m beet een professor. Het moge duidelijk zijn dat een professor lichamelijk wat minder snel slijt dan een stratenmaker. En in de praktijk kan een professor ook nog eens eerder stoppen met werken doordat hij simpelweg meer geld heeft terwijl de mensen met lagere opleidingen gedwongen zijn om tot hun 67e te moeten doorwerken. Oneerlijk.

Toch pleitte Sandra voor een verhoging van de pensioenleeftijd voor mensen met zware beroepen, want ze heeft het beste met ze voor. In de praktijk blijkt namelijk dat mensen met zware beroepen gemiddeld met 62 jaar in de WIA terechtkomen, en dus tot hun 65e een hoger inkomen houden, dan wanneer hun pensioenleeftijd eerder zou zijn ingegaan. Ik nam het maar aan. Zij is dr. tenslotte, en ik leerde onlangs dat de samenleving mag vertrouwen op wat de dr. publiceert. Maar het klinkt wat tegenstrijdig allemaal.

Designsteunen

Ik had een Sonos gekocht voor de verjaardag van mijn vrouw. Vorig jaar had ze er ook al één gekregen, onze nieuwe TV heeft er ook een,  en nu dan nog deze. Het zijn wonderen van techniek. Je kunt ze koppelen en weet ik het allemaal. Echter, ze vroeg me ook een plankje op te hangen waar de tweede Sonos op kon staan. Planken ophangen is het lastigste wat ik nog net kan, klustechnisch gezien.

Het probleem was echter dat het van mijn vrouw niet met van die steunen mocht die ik altijd gebruik en die de afgelopen 50 jaar dienst hebben gedaan in elk huishouden. Nee, het moesten van die designsteunen worden, van die dingen die je amper ziet en die ook geen gewicht kunnen dragen. Ik erger me daar al aan, want ons leven wordt gewoon minder gemaakt door de commercie. De commercie heeft deze steunen aan klusprogramma’s ter beschikking gesteld en John de Mol heeft de presentatoren laten vertellen dat die oude stevige steunen niet meer van deze tijd zijn. Met als gevolg dat Henk en Ingrid, die tenslotte willen wedijveren met hun vrienden, hun huis voorzien hebben van designsteunen, dat op FB hebben geplaatst, en vervolgens alle vrouwen denken: “Dat wil ik ook!”

Dat is hier dus ook gebeurd, met als gevolg dat ik een paar steunen die ik nog had en waaraan je een paard kunt optakelen bij het oud ijzer kan gooien, en designsteunen heb gehaald.  Designsteunen, die zijn duur. Dat is het eerste punt. Ten tweede kunnen ze maar tien kilo dragen en ten derde moest ik ze ophangen. Ongeveer alles wat fout kon gaan, ging fout. Ten eerste, de boorgaten, daar zat al een halve centimeter hoogteverschil in door het verlopen van de boor. Ten tweede, de bijgeleverde schroeven pasten niet in de pluggen, dus ik moest dunnere gebruiken. Nu kunnen ze dus nog maar 500 gram dragen. Ten derde, het plankje hangt gewoon los in die steunen, die trek je er gewoon uit. Ten vierde, puur geluk dat de bank er nog onder paste. Ik had gemeten maar het plankje steunt nu ook gedeeltelijk op de bank, waardoor het draagvermogen weer wat is toegenomen. Ten vijfde hield ik buiten de schroeven die ik vervangen had nog een schroef over.

Oh ja, en omdat het geheel net achter de leuning van de bank schuilgaat, had ik dus net zo goed echte mannelijke steunen kunnen gebruiken in plaats van deze Mike de Boer designsteunen. Nou ja, mijn vrouw weet van niks. Die ziet zo meteen als ze thuiskomt alleen maar een plankje op de door haar gewenste plaats met een Sonos erop. Missie geslaagd.

Badminton

En nog eentje dan, over het ouder worden. Er gaan ook dingen goed. Oh ja, wat dan Mack? Nou, bijvoorbeeld kan ik nog steeds intens genieten van autorijden. Laatst, ik moest eerst tien centimeter sneeuw van mijn vooruit vegen, maar toen ik eenmaal onderweg was, de stoelverwarming op de hoogste stand, en ik merkte dat mijn tien jaar oude auto nog geen krimp geeft, ja dan vind ik dat gaaf. Comfortabel over verkeersdrempels zonder irritant gekraak, rustig warm rijden waarna je heer en meester bent over het besneeuwde wegdek. Heb ik nog niet eens winterbanden.

Maar verder! In november ben ik begonnen met badminton na een pauze van een jaar of 13. Ik was log en zwaar en ik had geen conditie. In een single was ik blij dat ik twee sets verloor, zodat ik geen derde hoefde. Maar inmiddels ben ik verder. Ik ben nog niet aan mijn einde! Ik probeer één keer per week te gaan, maar meestal is het twee keer.  Ik ben nog steeds zwaar, maar niet meer zo log. Mijn reactiesnelheid wordt beter en mijn inzicht neemt toe. Ik pak shuttles die ik twee maanden geleden nog als aan de grond vastgenageld aan mij voorbij zag vliegen, ik drijf sterkere tegenstanders soms terug tot op de achterlijn, en het belangrijkste, ik ben blessurevrij. Maar dat je nog progressie kunt maken op je 49e, dat is toch verdorie mooi. traantje wegpinkt

Pubers

Als vervolg op mijn vorige logje over het ouder worden, ook nog even dit. Mijn vrouw vindt pubers leuk. Ik niet. Tot een jaar of tien, dat vind ik leuk, daarboven worden ze irritant. Nu vind ik mijn eigen puber wel leuk, maar die kan ik aanpakken als het te gortig wordt. Maar die vriendjes die hij meeneemt! Vrouwlief vindt het allemaal leuke jongens, ik vind het irritante praatjesmakers. Als ze binnen komen is er geen eentje die zegt: “Goedemiddag heer Mack, hoe maakt u het?” Welnee, het komt binnen en het begint gelijk op luidruchtige wijze de aandacht op te eisen met dom gebral op te luide en te lage toon. Dan kun je aanhoren dat het allemaal aan de school ligt, maar toch zeker niet aan hen. Bovendien zijn ze bezitter van een volstrekt misplaatste zelfverzekerdheid die hen laat denken dat alle vrouwen in zwijm vallen als ze langs lopen.

Goed, dat had ik zelf allemaal ook, behalve dan als ik ergens binnenkwam. Dan had ik respect voor de heer des huizes. Ongeacht of dat vader of moeder was. Ik begaf me in hun territorium dus het was altijd weer even aftasten of ze in een goed humeur waren, en als dat zo was kon ik dingen vertellen. Als dat niet zo was, dan hield ik mij gedeisd. Nu ben ik de heer des huizes, maar niemand die zich lijkt te realiseren dat dit mijn territorium is. Welnee. Ik mag blij zijn als ze “hoi Jack” zeggen, want ze nemen alles van elkaar over, en mijn zoontje (13) noemt mij Jack.  Nou ja, waarschijnlijk verdedig ik mijn territorium niet hard genoeg. Bovendien verdedigt mijn vrouw niet mee. Nee, die vindt het allemaal leuk, die pubers. Oh oh, wat een lol. Binnenkort komt er een stel van die schreeuwers op haar verjaardag. Ik ben wel even naar het bos met de hond rond die tijd. Hooligans.

 

 

Vulpotlood

Mijn vrouw noemt mij Scrooge, en dat is een naam die ik met trots draag. Ze doet het niet omdat ik gierig ben, maar omdat ik een chagrijn word. Het toeval wil dat ik van oude chagrijnen houd. Fred Schuit (gespeeld door Rijk de Gooijer) is mijn lichtend voorbeeld. En verder vind ze dat ik met mijn tijd mee moet gaan. Tenminste, dat zegt ze, maar ze bedoelt dat ik niet van die steekhoudende argumenten moet inbrengen tegen vernieuwing. Het is kennelijk de bedoeling dat ik kritiekloos alle moderniseringen toejuich. Ik weet al niet eens meer waarom ze dit allemaal zei, maar ik geloof dat het was omdat ik zat te zeiken over juryleden van TVOH, waar de kandidaten the stage moesten ownen en moesten deliveren. Nou ja, doet er verder niet toe, maar toen ik nieuwe vullingen voor mijn vulpotlood ging halen, haalde zij haar gelijk. Want ze denkt dat ik nog één van de drie laatste Nederlanders ben die een vulpotlood gebruikt. Vroeger gebruikte ik hem nog veel vaker, maar sinds mijn werk zich volledig op de pc afspeelt, gebruik ik hem alleen nog voor cryptogrammen, want pennen werken ondersteboven niet. Ik cryptogram altijd op mijn rug.

Als ik dit zelf zo lees, dan neigt het ook wel naar het verhaal van een oude zak. Maar ja, wat moet ik er aan doen? Als ik ergens allergisch voor ben dan is het wel voor oude mannen die net doen alsof ze geen oude zak zijn. Die met hun tijd meegaan en daar eindeloos over reutelen. Terwijl het gewoon allang over is, en de enige reden dat we nog in leven zijn is omdat we eten kunnen kopen in een winkel. Verder merk aan alles dat ik ouder word. En dat is vooral te danken aan mijn scherpe waarnemingsvermogen. Ik merk dat mijn spierkracht afneemt, dat mijn testosteronniveau afneemt, mijn snelheid, mijn lusten, mijn scherpe zicht, alles gaat langzaam kapot.  En niemand hoeft mij wijs te maken dat het niet zo is. Mannen gaan na hun veertigste kapot.

Goed, allemaal gelul van de bovenste plank. Ik ga voortaan met mijn tijd mee. Ik koop een hardloopoutfit, ik neem een tattoo, een beugel, en ik ga fakking anders praten. Ik zet op Linkedin hoe geweldig ik ben, in het Engels uiteraard, en volgend jaar ga ik naar Vrienden van Amstel Live. En ik praat gewoon wat meer en harder. En ik schrijf minder. Want als er iets voor oude mannen is, is het wel schrijven. Zeker met een vulpotlood.

Lampjes

Nee, deze keer gaat het niet over PSV maar over twee lampjes die ik drie jaar geleden kocht. Ik zocht gewoon eenvoudige leeslampjes voor boven je bed. Met een stekker en een schakelaar eraan, die je aan de muur kon hangen. Gewoon, niets bijzonders.

Bestond niet volgens de man van de Karwei en had ook nooit bestaan ook. Op zo’n toontje van, wat vraagt dat fossiel nu weer? Ik zei hem dat vroeger iedereen zo’n lampje boven z’n bed had, en ik beschreef hem ook nog hoe het lampje eruit zag. Het had een verschuifbaar kapje, en er zaten van die matte dopjes op, die licht door lieten, iedereen had ze! Nou ja, toen bond-ie in, maar nu bestonden ze in elk geval niet meer. Want niemand leest meer in bed. Volgens Auping slaap je in bed, word je er getroost en vier je er het leven. Kapot moet die fabriek! Maar dat terzijde.

In elk geval, ze waren lastig te vinden maar bij een andere Karwei vond ik er twee. Het voldeed maar net aan mijn wensen, het gaf maar weinig licht maar iets beters was er niet. Kennelijk was de bedoeling dat ik uit de honderden lampjes zonder stekker koos, er zelf een snoer en stekker aan maakte, de snoer vakkundig in de muur freesde, en dan een foto op facebook plaats van mijn design slaapkamer. Donder op. Gewoon een lampje met een zichtbaar snoer!

De lampjes waren wat beperkt verstelbaar. In het begin ging het nog, maar later was de rek eruit en vielen ze steeds terug in de loodrecht naar beneden stand. Dus moest ik  aan de gang met plakband. En als ik dan lag te lezen viel het lampje ineens weer terug in de loodrechte stand waardoor het toch al zwakke licht, nog zwakker werd. Gelach naast mij. Ik nijdig, en weer aan de gang met nog meer plakband, tot het lampje weer terugviel, en er nog harder werd gelachen. Laatst had ik hem vastgezet met superlijm. Dat ging een tijdje goed, tot de schoonmaakster het lampje onder handen had genomen en het ineens weer slap hing. Ik was in alle staten.

Nu heb ik dubbelzijdig tape gebruikt, aan twee kanten, en nu zit het definitief vast. Totdat het weer terug valt in de horizontale stand. Nou, dan valt er weinig leven meer te vieren hoor. Dan sla ik het ding aan barrels.

Ergernissen.

Er zijn veel dingen waar een mens zich aan kan ergeren, al dan niet terecht, maar dat maakt voor de ergernis niets uit. Bovendien erger ik me alleen maar terecht. Bijvoorbeeld aan de krantenbezorger. Die is compleet waardeloos. Die bezorgt meestal om 5:00 de krant bij ons, op zijn brommer. Die laat hij dan stationair draaien onder mijn raam en doet zijn loopje in de buurt. Het duurt zeker vier minuten voordat hij opzout. Niet dat je dan definitief van hem af bent, welnee, later hoor je hem nog twee keer optrekken voor de rust wederkeert. Een paardelul eerste klas. De man heeft ons in een spagaat, want hij bezorgt meerdere kranten. Een digitale klacht indienen werkt niet door een bewuste (! nog een ergernis) fout in de website, en via de telefoon kun je alleen je adres doorgeven zodat je een krant krijgt nabezorgd en je hem volledig onnodig twee keer hebt.

Een andere ergernis gaat over de sneeuw. Het was een uurtje aan het sneeuwen, en omdat onze hond dan gek van blijdschap wordt, liep ik een extra rondje met haar. En dan heeft het nog geen uur gesneeuwd, of mannen zien hun kans schoon. Het godganse jaar doen ze niks en zitten ze voor het raam te wachten. Te wachten tot die ene vlok sneeuw valt. Al weken van tevoren houden ze het weerbericht in de gaten. Windend van opwinding checken ze hun uitrusting die klaarligt in de schuur.  Via een Whatsappgroep hebben ze contact met hun buurmannen. En als het dan zover is, als die eerste sneeuwvlok daadwerkelijk valt, dan trekken ze hun Himalaya-bestendige, verwarmde ondergoed aan, ze schieten in hun reflecterende pak, (wat ook van pas komt bij het hond uitlaten in het donker) ze zetten hun winddichte bivakmuts op, en gaan met hun sneeuwschuiver die vlokken te lijf. Niet alleen hun oprit, maar ook de openbare stoep zal sneeuwvrij gemaakt worden, zodat er geen kind meer met zijn slee door kan. Want ooit is hen verteld dat het een burgerplicht is, de stoep schoonhouden. Ja, dat irriteert me. En volledig terecht.

Voetbal is oorlog en karma is a bitch.

Dat voetbal oorlog betekent werd me vanavond weer duidelijk. PSV speelde gelijk tegen het nietige Emmen en dat veroorzaakte mijn chagrijn. Een eigen doelpunt van Emmen werd afgekeurd na ingrijpen van de VAR wegens buitenspel van een PSV’er, wat volgens mij helemaal niet kan. Maar goed, daar zijn we inmiddels aan gewend. Mijn vrouw maakt daarna een opmerking over mijn chagrijn en dat moet je nooit doen als de wond vers is. Daarna kreeg mijn zoontje van zijn neefje dat voor Feyenoord is, behalve als ze verliezen, dan is hij voor Emmen, een pesterig whatsappje, iets wat wij die van ons verbieden. Wij kunnen al niet tegen ons verlies, dus gaan we een ander ook niet lopen zieken, tenzij diegene dat uitlokt.  Eroverheen kreeg ik een facebookberichtje van zijn vader, die voor Feyenoord is behalve als ze verliezen, dan is hij voor Emmen, en toen was ik nog chagrijniger. Zo chagrijnig dat ik een afspraak om iets bij ze op te halen heb afgezegd. En dan is het oorlog hier in huis.

Op de PSV site van Facebook plaatste ik een berichtje dat Lammers (een huurling van PSV) ons wel zou redden. Een Ajacied (wat moet hij op de PSV site?) moest mij jennen. Maar Karma is a Bitch, Ajax beging ook een misstap, en inderdaad was het Lammers die daar een groot aandeel in had. En ondanks dat Heerenveen een zuivere penalty werd ontnomen, maar goed, daar zijn we inmiddels aan gewend, was het meer dan waar ik op had mogen hopen. Van de Ajacied is daarna niets meer vernomen. En omdat Karma helemaal een Bitch is, was er nog een Ajacied die mijn vrouw had lopen jennen. Zij houdt helemaal niet van voetbal, behalve als Ajacieden haar jennen en ze krijgen de kous op hun kop. Dus nu is alles weer goed. Twee punten voor, en de oorlog is weer voorbij dankzij de gezamenlijke vijand.

Ja, ik ben een slecht verliezer, en ik weet het. En omdat ik het weet, jen ik ook niemand als PSV wint. Behalve als ze het uitlokken. Maar dan moet de wond nog vers zijn. Volgende week doe ik het al niet meer.

Harm

Ik was gisteren bij de afscheidsdienst en begrafenis van de vader van mijn zwager. Mijn zwager (van mijn zus) verloor een aantal jaar geleden zijn moeder, en nu dus zijn vader. De man was 77, niet piep en niet stok. Maar de band tussen zoon en vader was wel de sterkste die ik kende, in elk geval op die leeftijd. Hij woonde zijn hele leven in het kleine dorp waar hij was geboren, en waar hij ook zijn landbouwmechanisatiebedrijf was gestart. Harm, zo heette hij, was er een aantal jaar geleden uitgestapt en had het overgedragen aan zijn zoon, mijn zwager. Doordat zijn bedrijf zich achter zijn huis bevond, liep hij er nog dagelijks even rond, en sprak hij dus ook dagelijks met zijn zoon.

Wij zagen Harm altijd op verjaardagen en vooral Linda was weg van hem. Een sympathieke man uit het buitengebied die zijn zaakjes goed voor elkaar had. Harm en zijn vrouw zijn hier nog op kraamvisite geweest, en ze nodigden ons uit op hun veertig-jarige huwelijksfeest. Kan ook vijftig geweest zijn, dat weet ik niet meer zeker. Mijn zus was ook helemaal weg van haar schoonvader, en eigenlijk kan ik me helemaal niet voorstellen dat iemand een hekel aan deze man had.

Op de condoleance waren 800 mensen afgekomen. Harm lag opgebaard in de nieuwe hal van zijn bedrijf, tussen het nieuwste type trekker dat net was binnengekomen en dat hij nooit zag, en de eerste die ze ooit verkochten, een open modelletje uit de jaren vijftig. Het was prachtig. Uit alles sprak een diepe waardering voor deze man, uit de woorden van zijn zoon, die soms nauwelijks verstaanbaar waren door de emotie, en ook uit de woorden van een werknemer, die sprak voor zijn ex-werkgever.

In de rouwadvertentie stond: “ik heb een mooi leven gehad”, maar dan in het plaatselijke dialect dat hij sprak. Het waren woorden die hij kort voor zijn overlijden uitsprak. Ik geloof dat het waar is.