Schoonmoeder

Mijn schoonmoeder neemt hier een paar dagen een aantal huishoudelijke taken waar in verband met het ziekenhuisverblijf van Linda.

"Waar is de Mikro gids?" vroeg ze. "Vanmiddag lag hij nog hier. Heb jij die opgeruimd?"
"Nee," antwoordde ik, "ik ruim namelijk nooit iets op."

Genen.

Ik ben een machtig interessant boek aan het lezen, geschreven door een student geneeskunde, dat gaat over menselijk gedrag verklaard vanuit de evolutie. Voorbeeldje uit het boek: sommige mensen houden van moderne kunst om zich zo met hun intelligentie te onderscheiden, met als enige doel: een zo goed mogelijke partner te vinden om zijn/haar eigen genen door te kunnen geven. Uiteraard niet zo kort door de bocht uitgelegd als ik hier even snel doe, maar het was wel de strekking. En ook ikzelf kwam er bekaaid vanaf want het boek barstte van de voorbeelden waar ik me schuldig aan maak en waaruit blijkt dat ik de hele dag bezig ben met mezelf zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor de andere sexe om mijn (toch wel geweldige) genen te kunnen mixen met een ander stel geweldige genen.

Prachtige theorie, ik geloof ook dat het waar is, maar toch zit me zoiets nooit lekker. Ik reed vandaag naar het ziekenhuis, snelde met mijn zescylinder (echt hopeloos zielig weet ik nu) de snelweg op en spoedde mij achter een eveneens vlot doorrijdende Audi Cabriolet aan. Na een kilometer of twee had ik de blonde wapperende haren voor mij pas in de gaten en ik keek eens wat beter in de binnenspiegel van de voor mij rijdende cabrio. (kan een cabrio wel een binnenspiegel hebben?) Dat zag er gezond uit en ik zag de mevrouw voor mij een paar keer in haar binnenspiegel kijken naar het rode gevaarte achter haar. Ze gaf wat gas bij en ik bleef haar dicht volgen, en door mijn zonnebril zag ik haar af en toe in de binnenspiegel kijken. Ietsje later ging ze naar de rechterrijbaan, ik gaf nog meer gas, scheurde haar voorbij en…..
bleef strak voor me uit kijken en keurde haar geen blik waardig! Alsof ik haar niet interessant vond.

Ja, ammehoela, ik laat mijn genen geen gedrag aanpraten door een student geneeskunde!

Nader verklaard: Tammar Simone

Een aantal mensen was benieuwd waar de naam Tammar vandaan kwam. Dat zit zo: een maand geleden waren Linda en ik het nog niet eens over de naam van het meisje. En met namen is het over het algemeen zo, of je vernoemt het kind naar (overleden) ouders/grootouders zoals bij Hans Antonie, of je moet zelf aan het verzinnen. En als je iets denkt te hebben, kent of mama of papa iemand die zo heet, en diegene was helemaal niet leuk, dus dan gaat het over. Stomme gedachtengang, maar wij hebben die nou eenmaal.

De tweede naam was het makkelijkst. Simone was een achtergrondzangeres die nogal een verpletterende indruk heeft achtergelaten op papa, dat verhaal staat hier. Linda kon er wel om lachen en stemde toe in de naam. We wisten nog niet helemaal zeker of het de eerste of de tweede naam zou worden maar plots kwam daar een volgende leuke naam op de proppen: Nina. Nina Simone zou het dan zijn geworden. Ergens vond ik het geweldig en aan de andere kant vond ik het weer een beetje een-kijk ons eens origineel zijn-naam. Ik bleef dus twijfelen, vooral toen ik plaatjes bekeek van de echte Nina Simone. (De Simone in kwestie heeft nog gereageerd op het vorige logje. Leuke vrouw, geen spijt van de vernoeming.)

Linda kwam nog met Grietje, wat ik een leuke naam vind maar ik weiger straks een keer bij McDonalds in zo'n overdekte glijbaan te roepen: "Hans en Grietje, kom onmiddellijk naar beneden!"
Al met al, een maand voor de geplande datum werd Linda een beetje geïrriteerd over mijn lakse houding qua naam verzinnen. Dus toen zei ik dat ik de naam van de eerste leidster die Hans op de kinderopvang had, zo mooi vond. "Ja, ik ook!" riep Linda blij en toen was het geregeld.

Vol trots ging ik afgelopen vrijdag Hans naar de kinderopvang brengen en toen de juffrouw vroeg hoe de baby heette zei ik: "Tammar." Ik verwachtte een gegil maar in plaats daarvan kwam er een lachend: "Ja, dat hadden we al gedacht." Ik keek haar niet begrijpend aan en toen verklaarde ze: "Je vrouw had al een hint gegeven dat een van de leidsters nog verbaasd zou staan over de naam."
Vrouwen, en vooral Linda, kunnen echt helemaal niks, nul, noppes geheim houden!

Genen.

Ik ben een machtig interessant boek aan het lezen, geschreven door een student geneeskunde, dat gaat over menselijk gedrag verklaard vanuit de evolutie. Voorbeeldje uit het boek: sommige mensen houden van moderne kunst om zich zo met hun intelligentie te onderscheiden, met als enige doel: een zo goed mogelijke partner te vinden om zijn/haar eigen genen door te kunnen geven. Uiteraard niet zo kort door de bocht uitgelegd als ik hier even snel doe, maar het was wel de strekking. En ook ikzelf kwam er bekaaid vanaf want het boek barstte van de voorbeelden waar ik me schuldig aan maak en waaruit blijkt dat ik de hele dag bezig ben met mezelf zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor de andere sexe om mijn (toch wel geweldige) genen te kunnen mixen met een ander stel geweldige genen.

Prachtige theorie, ik geloof ook dat het waar is, maar toch zit me zoiets nooit lekker. Ik reed vandaag naar het ziekenhuis, snelde met mijn zescylinder (echt hopeloos zielig weet ik nu) de snelweg op en spoedde mij achter een eveneens vlot doorrijdende Audi Cabriolet aan. Na een kilometer of twee had ik de blonde wapperende haren voor mij pas in de gaten en ik keek eens wat beter in de binnenspiegel van de voor mij rijdende cabrio. (kan een cabrio wel een binnenspiegel hebben?) Dat zag er gezond uit en ik zag de mevrouw voor mij een paar keer in haar binnenspiegel kijken naar het rode gevaarte achter haar. Ze gaf wat gas bij en ik bleef haar dicht volgen, en door mijn zonnebril zag ik haar af en toe in de binnenspiegel kijken. Ietsje later ging ze naar de rechterrijbaan, ik gaf nog meer gas, scheurde haar voorbij en…..
bleef strak voor me uit kijken en keurde haar geen blik waardig! Alsof ik haar niet interessant vond.

Ja, ammehoela, ik laat mijn genen geen gedrag aanpraten door een student geneeskunde!

Tammar

Vanmiddag om drie uur is Tammar Simone geboren. De bevalling leek in veel opzichten op die van Hans, drieënhalf jaar geleden. Eerst waren er 30 uur weeën die resulteerden in een ontsluiting van maar liefst 4 cm, toen de vliezen werden gebroken werd er weer meconium in het vruchtwater geconstateerd wat ons natuurlijk extra spanning gaf, en weer werd het een keizersnee.

De gynaecoloog had zich gelukkig goed verdiept in onze voorgeschiedenis en besloot dat de 4 cm niet voldoende opschoot en plande een keizersnee. Met mijn handjes dichtgeknepen zat ik af te wachten tot ze er was, en of het weer zo'n toestand werd als bij Hans. Maar nog in de buik hoorde ik reeds het eerste huiltje, en toen ze eruit kwam zat ze wel onder de meconium, maar liet zich luid en duidelijk horen. Wat een opluchting.

En nu ligt ze op de kamer bij Linda, die wel moe is maar het een stuk beter maakt dan na de bevalling van Hans. Tammar weegt 3480 gram en is 51 cm. Ze heeft donkere haartjes en donkere ogen en lijkt daarmee meer te lijken op mama dan op papa. Linda zag dat op de operatietafel al en zei: Yesss!

Schijnheiligheid ten top.

Een jaar geleden was ik zijdelings betrokken bij een overname van het ene bedrijf door het andere. Het woord overname mocht echter niet de markt in omdat men vreesde dat de klanten van het ene bedrijf af zouden haken omdat ze dan ineens klant bleken te zijn van het andere bedrijf, iets waarvoor ze destijds bewust niet hadden gekozen. Dus werd er over een fusie gesproken waarbij beide bedrijven hun identiteit zouden behouden en blablablabla. Persbericht, trompetgeschal en de lansen van de directie wezen fier omhoog.

Een jaar verder zijn alle werknemers van het ene bedrijf ontslagen of vakkundig weggewerkt, op 1 oudere werknemer na die toch over een jaar met pensioen gaat, en het andere bedrijf heeft nu dus wat ze van te voren wilde, namelijk de klandizie van het ene bedrijf. De laatste die ontslag kreeg was de directeur/aandeelhouder van het ene bedrijf, die achteraf spijt heeft van de dollartekens die hij vorig jaar zag, en zijn bedrijf inclusief werknemers verkocht en er een mooi centje op de bank aan overhield.

Uiteraard moet het ontslag van de directeur stilgehouden worden, want oh wat zijn we bang voor negatieve publiciteit en dus sturen we alle klanten een brief met daarin iets als: wegens een verschil van mening over het te volgen beleid, hebben we in goed overleg besloten dat, blablablabla.

Maar ik vraag me dan altijd af: wie oh wie, welk enorm dom varken, welk stom rund denkt nu nog bij zichzelf als hij zo'n zin leest: "Oh, die zijn in goed overleg uit elkaar gegaan! Goh, dat hebben ze netjes opgelost zeg!"
Niemand toch! We zijn toch niet achterlijk of wel soms! Degene die zo'n tekst schrijft en serieus denkt dat hij daarmee mensen om de tuin kan leiden, dié is een gevaar voor de samenleving en dient onmiddellijk uit zijn functie ontheven te worden wegens het vertellen van leugens. En daarna dient hij in z'n gezicht gekotst te worden. Bah.

Nog een keer!

Verstoppertje spelen was vroeger een heel leuk spelletje, maar als volwassene is het nog veel leuker. Hans en ik spelen elke avond verstoppertje voordat hij in bad gaat. Als ik 'm ben, verstopt hij zich steeds op dezelfde plek, achter het babybedje, en ik doe dan alsof ik niet weet dat hij daar zit. Hij gaat zich eerst verstoppen en dan roept hij dat ik mag gaan tellen. En waag het niet om vast te gaan tellen als hij nog niet verstopt zit, want dan is het: "Neeeheee, eve watte tot telle"

Als ik dan tot tien geteld heb en ik ga hem zoeken, hoor ik vanachter het bedje: "Eest ik kom hoepe!"
Oh ja! "Ik kom!" en dan begint het feest. "Zou Hans weer achter de deur zitten? Even kijken hoor…KOM MAAR TE VOORSCHIJN! Hee, daar zit-ie niet?" Een gniffel (twee weken geleden was het nog een schaterlach) komt dan achter het bedje vandaan. En als ik dan eindelijk achter het bedje ga zoeken, schatert-ie het uit en roept gelijk: "Nog een keer!" Hij leert al aardig onderhandelen over het aantal keren dat we nog gaan verstoppen.

Als ik me moet verstoppen en hij telt, geldt die 'eve watte tot telle' ineens niet. En bij vier is-ie ook wel uitgeteld, dus dat vereist echte doortraptheid mijnerzijds. Maar dan heeft-ie aan mij een goeie. Ik herinner even aan de keer dat ik tijdens een verstoppertjespel een paar jaar geleden, uit het raam was geklommen en tussen de dakgoot en het kozijn stond op een ijskoude winteravond. Het duurde zeker een half uur voordat ze me gevonden hadden en een nacht voor ik weer ontdooid was. Ha!

Maar Hans is minstens zo doortrapt. Hij begint gelijk op elke kamer te vragen: "Is papa hier?" en herhaalt dat net zo lang tot je wel antwoord móet geven. Als ik dan nee zeg hoor ik hem op een ander kamer roepen: "MOOMIJN." (kom maar te voorschijn) En als-ie dan uiteindelijk op de goeie plek zoekt, en hij zegt 'moomijn', rekent hij er totaal niet op dat ik daar ook echt sta, en zie je hem schrikken en in een schaterlach schieten.
"Nog een keer!" Nee, nu gaan we eerst in bad. Als je klaar bent en de pyama aan hebt en je tandjes gepoetst, dan doen we nog één keer verstoppertje, goed?"
"Jah!" "En dan nog een keer en nog een keer en nog een keer."

Nog geen babynieuws.

Nog steeds geen babynieuws hier hoor. Mevrouw Mack is al om negen uur naar bed gegaan en ik hoor nog niks. Maar het zou natuurlijk kunnen dat als ik straks naar bed ga, dat er daar dan ook een baby ligt te slapen. Ze is nu eenmaal niet zo sensatiebelust. Aan de andere kant, dan had ze vast wel even een smsje naar zolder gestuurd.

Vaassen-promotie

Vanochtend fietste ik met Hans een rondje om naar de watervallen te kijken. Het barst hier in Vaassen van de watervallen. Sommigen zijn tot 15 centimeter hoog. Ik fietste richting Kievitsveld (Emstergat in de volksmond) en kwam langs de Veluwse bron. De Veluwse bron is een nieuwgebouwd kuuroord, ongetwijfeld het grootste van de wereld, waar vrouwen heerlijk kunnen sauna-en, modderen, massage-en, zwemmen en nog veel meer vrouwending-en. Ik zeg bewust vrouwen, want ik ontken dat er tegenwoordig mannen zijn die het ook prettig vinden om vrouwendingen te doen. In elk geval, de parkeerplaats stond stampvol.

Aan de overkant, in het Emstergat was de net nieuw in gebruik genomen waterskibaan actief. Hans en ik keken een poosje naar de waterskieërs die voort werden getrokken door een soort kabelbaan. Hans vond het prachtig en ik voelde iets van trots. Een echte attractie in Vaassen! Eentje die jong en sportief publiek trekt! Waar mensen van heinde en verre op af komen. Tot nu toe moest ik Vaassen promoten met dat stomme kasteel de Cannenburgh, of met de grootste kerstmarkt van Europa (zucht), maar dat trekt alleen mensen die met een bus komen.

Maar op de terugweg zagen wij iets, wat zelfs ik nog nooit heb gezien. Op een heel stil fietspad langs het kanaal stonden een paar schapen. Een boer in een blauwe kiel had een van de schapen in een soort van schommelstoel vastgezet en net toen wij langs kwamen, trok de boer aan een hendel en het schaap werd schuinachterover getakeld in het apparaat. Het schaap zat in een hulpeloze positie. Hans vroeg: "wat tis tat?" Ik heb maar gezegd dat het was om het schaap te scheren, maar volgens mij was het een schapenneukmachine.