De middelvinger

Voor de derde keer in een vrij kort tijdsbestek, ongeveer twee maanden, kreeg ik vandaag de middelvinger toegestoken wegens a-sociaal rijgedrag. Ik ben een zogenaamde hork die aangegeven moet worden op de horkenlijn. 

Hork 1:  Ik stond te wachten op een t-splitsing om linksaf te gaan. Dat duurde eindeloos en eindeloos en toen ik een gaatje zag waar ik in kon, kwam er een ineens een fietser van de overkant (de t-splitsing gold niet voor hem) die ik ook nog voorrang zou moeten geven, maar als ik dat deed, zou ik daarna weer eindeloos moeten wachten. Dus ja, ik dacht snel even voor hem langs te gaan, maar hij moest inhouden. Volgens hem ging ik voor mijn beurt, maar ik stond al veel langer te wachten. Dus dat voorrangssysteem klopt gewoon niet, en om mij daarvoor de middelvinger te geven vind ik niet terecht.

Hork 2: Er stond een auto aan de rechterkant van de weg geparkeerd, en ik moest daar omheen. Uit tegenovergestelde richting naderde een ongeveer 75-jaar oude mannelijke fietser. Ik schatte in dat ik er nog omheen kon zonder de fietser te hinderen, en dat was ook zo, al zou ik op een verkeersexamen zeker een ingreep hebben gehad. Maar de oude man gaf mij de vinger, ondanks dat ik hem eigenlijk amper hinderde. Je kunt je ook gehinderd gaan voelen natuurlijk. Ik keek mevrouw Mack een beetje verbaasd aan? Oude mannen? Gebruiken die hun middelvinger tegenwoordig ook al?

Hork 3: Met een noodgang van 70 km/u waar 60 is toegestaan, maar 80 ook, reed ik over een donkere weg door de weilanden. Ik had mijn groot licht aan en was alert op eventuele medeweggebruikers die ik zou hinderen. Niet dat het juist mijn bedoeling was ze te hinderen, ik was juist alert om ze niet te hinderen. Ineens doemt er schuin voor mij een schim met een hond op. Hij stond een meter of twee naast de weg in het weiland te wachten tot ik voorbij was. Ik had hem niet gezien, anders had ik mijn grote licht wel even uitgedaan en iets langzamer gereden. Maar het was al te laat, in het voorbijgaan stak hij zijn middelvinger op. De man had geluk dat ik mijn broer niet ben, want die had geremd, was achteruit gereden en had gevraagd: "wat moet je nou?"

Ondanks dat ik er het mijne van denk, hebben de mensen die mij bevingerden in de verte wel een klein beetje gelijk. Natuurlijk, het is een wat onvolwassen gebaar, en ze zijn wat heetgebakerd, maar ik ging natuurlijk ook niet geheel vrijuit. En dat spijt mij, want Alfa Romeo rijder zijnde, wil je je natuurlijk niet verlagen tot horkengedrag. Nee, je behoort immer vriendelijk te kijken en mensen met een imago-auto voor te laten als zij dat eisen. Je behoort je positief te onderscheiden en vrachtwagenchauffeurs en motorrijders extra voorrang te geven. Kortom, men moet denken als er een Alfa aankomt: "op hem hoef ik niet extra te letten want hij weet waar hij mee bezig is." In een Alfa hoef je je rechten niet zonodig op te eisen. Welnee. Hooguit tart je soms de regels, maar nooit zo dat iemand anders last van je heeft.

Persoonlijk heb ik mijn middelvinger nog nooit gebruikt. Tenminste niet in het verkeer of om mijn ongenoegen in andere situaties kenbaar te maken. Nee, mijn middelvinger slijt niet zo snel. 

Wickie de Viking, zoon van Hagar de verschrikkelijke.

Wickie de Viking was een inspiratiebron voor velen. De schrijver van het verhaal kon begin jaren zestig niet bevroeden wat het angstige vikingjongetje met de goede ingevingen, Vikke Hagarson Viking allemaal teweeg zou brengen.

Zo kregen we de non-profit organisatie Wikimedia en de daaruit voortvloeiende Online encyclopedie Wikipedia voor algemene vragen. Vervolgens kwam Wikesnedia voor medische vragen. Al snel volgde Wikiledia voor specifieke vrouwvragen en het kon niet uitblijven, Wikischedia voor 18+ vragen.

Verder hebben we nog Wikizedia voor het anoniem aangeven van zedendelicten, Wikiredia voor het online spreken in het openbaar, Wikipledia voor het opsporen van het dichtstbijzijnde openbaar toilet, Wikipredia voor het vooraf bekijken van foto’s, en natuurlijk Wikivedia voor boeren.

Binnenkort zijn nog te verwachten: Wikizambia, Wikikenia, Wikitalia, Wikizwedia en Wikitinië, allen gericht op topografie. En het einde is vast nog niet in zicht voor de kleine Viking die slechts met langs zijn neus wrijven en een vingerknip steevast tot een geweldig idee kwam.

Kaal? Doe even normaal!

Dit weekend was het -pis op Mack- weekend. Eerst wordt mijn stoere imago mij afgenomen, dan word ik kaal genoemd, terwijl de kapper nog altijd vraagt of ik gel in mijn haar wil. Oke, toegegeven, als ik helemaal kaal zou zijn, zou ik ook gewoon gel op mijn kale bats smeren, al was het maar om te kunnen zeggen dat ik nog steeds gewoon gel gebruik. Kaal is een relatief begrip en bovendien afhankelijk van de grootte van het hoofd. Mijn opa van mijn moeders kant (1901), van wie ik de dunner wordende haardos in de generfenis heb gekregen, kamde tot aan zijn laatste levensjaar een scheiding in zijn haar. Wij, kinderen dachten dat hij kaal was maar wij keken niet goed. Hij had heel dun wit haar en wij dachten daar doorheen te kijken.

Een dergelijk lot zal mij bespaard blijven. Kaalheid bestaat helemaal niet en wordt slechts veroorzaakt doordat de waarnemer niet goed kijkt. In werkelijkheid heeft de kale man evenveel haar als zijn met teveel oestrogeen opgezadelde collega, alleen zijn de haren van de vermeende kale met het blote oog niet zichtbaar. Voortaan zal ik de kapper vragen om mijn kale plekje ook van gel te voorzien.

Oh, u gelooft me niet? http://www.nu.nl/wetenschap/2415515/haar-groeit-bij-kaalheid.html 

HAHAA!

Brokkel

brokkelHaha. Toen ik je nog niet kende dacht ik dat je een hele stoere mannen-man was. Nog met gevoel voor humor ook. Dat paste niet bij Elvis. In het echt ben je een boekhouder; het prototype van. Daar past Elvis al een stuk beter bij. Alleen dat gevoel voor humor staat nog overeind bij het beeld dat ik in den beginne had.

Hier is slechts een gemene vrouw toe in staat. Om in verdekte termen te zeggen dat je een sulletje bent. Je denkt iemand tot je vrienden te mogen rekenen, maar je vertrouwen wordt beschaamd, je imago wordt gedeukt en het wordt je verteld met een haha als inleiding.

Het prototype van een boekhouder. Ik. Met mijn Alfa Romeo. Alsof ik ellenboogstukken aan mijn trui heb. Die eerste volzin, die doet pijn. Toen ze me nog niet kende, vond ze me interessant. Zo zijn vrouwen, in en in gemeen. Dit doet zeer, mensen. Ik ga naar bed en huil mezelf in slaap…

 

Vrouwen en kinderen eerst.

Naar de kapper gaan is voor de jongen die ik was en voor de man die ik ben een redelijk gênante gebeurtenis. Voor de jongen die ik was omdat ik het stom vond in de stoel te zitten en elke keer weer hetzelfde antwoord te moeten geven op de vraag: "Hoe moet het geknipt worden?" Want ik zei altijd wat mijn moeder me gezegd had: "Hetzelfde model alleen een stukje korter." "Oren vrij?" "Ja, oren vrij." En daar zat je dan, te wachten tot de kapper zei: "zo, dan kun je er weer een poosje tegen", en je weg kon om thuis met de kam en water te corrigeren waar de kapper zijn best op had gedaan.

Tegenwoordig is het gênant omdat kapsters altijd dezelfde vragen stellen. "Wat een weer hè?" "Heb je nog iets gedaan in de vakantie?" "Zo, dat is hard gegaan, zeker alweer een behoorlijk poosje geleden?" Ik merk wel dat ik voorkeur voor twee kapsters heb. Die praten je niet je oren vrij maar knippen ze vrij. Of ze stellen vragen over de kinderen, altijd leuk, want die hebben ze zelf ook. En op de vraag "wat is de bedoeling?' zeg ik allang niet meer: "Hetzelfde model, alleen een beetje korter." Welnee, ik zeg meestal: "Wat kun je er nog mee?" En vandaag, ik was in een extra lollige bui en zei: "Redden wat er te redden valt."

Armageddon

Een middellijke collega heeft kanker. Voor de tweede  keer in zijn leven. Aanvankelijk sloeg de behandeling bovengemiddeld goed aan, dus na de tweede scan, negen weken na de eerste was hij wat minder zenuwachtig voor de uitslag. Maar helaas, verder behandelen heeft geen zin meer. Zijn wereld stort nu in op nog geen zestigjarige leeftijd. Hem treft een lot wat veel te veel mensen treft.

Vannacht sliep ik slecht en werd om vijf uur wakker. Ik moest aan hem denken, ondanks dat ik geen bijzondere band met hem heb. Ik sliep niet meer. Vandaag huilde hij aan de telefoon. Een man van nog geen zestig moet zich gaan voorbereiden op zijn dood, terwijl hij hoop had op een redelijke verlenging van zijn leven. Ik kan er geen zinnig woord over zeggen. Voor iedereen is dit anders. Er zijn mensen die het aanvaarden, er zijn mensen die rationeel blijven, er zijn mensen die dankbaar zijn voor de tijd die ze al gehad hebben en er zijn mensen wiens wereld instort. Die laatste groep is het grootst.

Vanochtend reed ik op deze opvallend warme en natte januari-ochtend naar mijn werk. Ik had het nieuws op staan en ik hoorde over overstromingen in Australië, in Brazilië en in Limburg. De  stromende regen maakte overal enorme plassen. Ik vond het ongewoon voor januari. Onwillekeurig moest ik denken aan het einde der tijden, dat in 2012 plaats zou vinden. De wereld zou instorten. Ik werd er niet vrolijker van. Ik dacht aan Noach, die een ark bouwde. Het wordt tijd dat het weer eens flink gaat vriezen.

Ik kan er niet tegen…

In mijn leven ben ik altijd hard op zoek naar de waarheid, maar kom dan snel tot de conclusie dat de waarheid hard is. Er zijn dingen die je redelijkerwijs moet aannemen, als je er zelf geen verstand van hebt. Tenminste, dat vind ik. Er zijn ook mensen die zelf ergens geen verstand van hebben, maar die tot tegengestelde conclusies komen van wat onderzoek heeft uitgewezen. Het onderzoek verwijzen zij dan naar het rijk de fabelen of het zijn complottheorieën van de overheid.

Zo beweerde iemand dat wildviaducten miljoenen kosten, (waar) maar dat het weggegooid geld was omdat het wild er toch niet overheen trok. Zijn bron was een oom die daar regelmatig gelopen had maar nooit een spoor van wild had aangetroffen. Ik voerde aan dat ik dat raar vond omdat ik de ene keer op de A50 aan de linkerkant Schotse hooglanders zie lopen, de andere keer aan de rechterkant. Dit kwam volgens hem omdat ik de ene keer richting Arnhem reed, en de andere keer richting Apeldoorn. Ik vond het een scherpe opmerking, en ik liet het maar zo.

Met mijn collega praatte ik er nog even over door, en ook die was van mening dat wildviaducten niet hielpen. Dit omdat groot wild een bepaald wildspoor volgt, en als dat niet over het wildviaduct loopt, dan gaan ze er niet overheen. Ik zocht wat op internet en vond artikelen van onderzoekers en boswachters die het tegendeel beweerden. Gemiddeld staken 6 stuks groot wild per dag over.

Ja, maar dat is dan niet waar omdat die berichten onder druk van de overheid zijn geplaatst omdat anders zou uitkomen dat ze miljoenen verkwisten. De complottheorie vierde hoogtij. Geen enkel  bewijs daarvoor kon worden aangevoerd, maar mijn collega bleef bij zijn standpunt, wildviaducten helpen niet, hij komt van de Veluwe, dus hij heeft verstand van wild, en wild gaat geen ecoduct over. Bovendien gebeurt het heel vaak dat de overheid de feiten bewust verdraait om zaken te verdoezelen. Wederom geen voorbeelden of bewijs, behalve dat het algemeen bekend is.

Tja, ik doe dan mijn best om rustig te blijven want ik kan niet tegen zoveel domheid. Precies hetzelfde zal hij over mij denken, omdat ik geloof wat onderzoekers zeggen. Misschien ook niet altijd slim, maar ik vind niet dat ik tegen uitkomsten van onderzoek in moet gaan als ik geen verstand van zaken heb. Ik voerde nog aan dat het juist de mensen waren die de feiten bewust verdraaiden. Waarom ze dat zouden doen, was zijn vraag? Daar hebben ze toch geen enkel belang bij? Tja, hun belang is natuurlijk de aandacht die ze krijgen omdat ze iets weten wat een ander niet weet. Lijkt mij duidelijk. Maar dat argument ketste af op zijn domschild.

http://www.youtube.com/watch?v=XgyVvX5Ygfc&feature=related

Gezegend

Wat vijftig jaar geleden wel handig was, dat je je nog niet af hoefde te vragen of je kinderen wilde. Je kreeg ze gewoon, naar men zegt en mits je vruchtbaar was. Ik moest er nog echt goed over nadenken. Na lang overwegen (wel een kwartier) had ik vooral alle argumenten tegen op een rijtje. Dat was in opdracht van iemand aan wie ik dit probleem had voorgelegd. Mijn tegens werden vooral gevoed door de vraag: zal ik het als vader wel goed doen? Uiteindelijk heb ik al die tegenargumenten naast me neergelegd omdat de vragen toch niet beantwoord konden worden. Ik dacht: op goed geluk dan maar. Toen de bevruchting een kwartier later had plaatsgevonden (hoe weet jij dit, Mack? Dat weet ik niet, dat verzin ik) heb ik de lijst verscheurd want hem bewaren had nu geen zin meer omdat er een station gepasseerd was.

Nu ze er eenmaal zijn, zijn er geen tegens meer. Maar ondanks dat ben ik blij als ze weer in bed liggen en eindelijk hun kop houden. Ja, hun kop houden ja, want ze kunnen zeuren en drammen dat het een lieve lust is. Maar ik hou van ze en ik ben ontzettend blij met ze. Mijn zus voorspelde, toen ze kennis maakte met Linda, dat ik mooie kindjes zou krijgen. Mijn zus is een flapuit en zet mij het liefst in de zeik, dus ik mag haar niet, maar ook met haar ben ik erg blij. En ze heeft gelijk gekregen. Ik heb twee enorm mooie kinderen. Veel mooier dan ikzelf ben. Van die gave gezichtjes, kleine neusjes, prachtige haartjes en van die sprekende ogen. Ja, ik durf wel te stellen dat ik de mooiste kinderen van de straat heb, op die van de overbuurvrouw na dan, maar die leest mee. Oh, en op die van de buurman van een huis verder ook na, want die leest ook wel eens.  Maar verder, derde prijs.

Ondanks dat, ben ik blij als ze weer in bed liggen en eindelijk hun kop houden. Maar soms zijn ze onweerstaanbaar. Tammar gisteren, toen ik zei dat "we" naar bed gingen, pakte (ondanks haar gipsarm) haar speelgoedservies, ging een kopje koffie zetten en bracht het mij. Ik nam een zogenaamd slokje en zei: "Mmmmm! Tammar draaide haar hoofdje scheef zoals een hond dat kan en vroeg: "Lekker? Op? Mama kopje thee? Hans kopje thee?" Ja, toen vond ik het helemaal niet erg dat ze nog een kwartiertje op bleef. Nee, ik ben gezegend met ze. Maar ondanks dat…

Ik weeg wat af…

Toen ik jong en jeugdig was, dacht ik minder zetten vooruit dan nu. En dat had zijn voordelen; ik kon immers oordelen vellen op basis van mijn eerste en zuiverste ingeving. Nu ik wat middelbaarder ben geworden, ligt het niet meer zo simpel. Ik zie voor- en nadelen, en afwegen is moeilijk. Ik had vroeger veel vaker ongelijk, maar omdat het voor mij de overzichtelijke waarheid was, dacht dat wel zo makkelijk.

Ik vermoed dat dit ongemak te maken heeft met een verschuiving van rechtse denkbeelden naar linkse, maar weet dat niet zeker. Het kan ook zijn dat ik vroeger de begrippen goed en kwaad wat makkelijker kon plaatsen. Nu hou ik rekening met allerlei verzachtende omstandigheden voor kwaad dat geschied is.

Een goed voorbeeld is de val van Sebrenica. Het zit mij niet lekker dat de enclave zonder slag of stoot werd opgegeven. Liever had ik gezien dat er gevochten was tegen de overmacht, met als waarschijnlijke gevolg dat er onder de Nederlandse militairen veel doden zouden zijn gevallen. Maar dat is lekker makkelijk vinden, als je er zelf niet bij was. Bovendien, zouden dan nu honderden gezinnen zonder vader zitten, alleen maar omdat ik dan een trotser gevoel had overgehouden. Maar ja, nu zitten er duizenden Joegoslavische gezinnen met een leegte, die bovendien ook geen brieven naar huis schrijven over het heldhaftige optreden van de Nederlanders. Maar dan denk ik weer: "Ja, ze zijn toch zelf militair geworden, dan dien je het risico ook te aanvaarden." Als ik deze overwegingen op een weegschaal leg, dan lijkt mij het belang van de Joegoslavische gezinnen het grootst. Er had dus verdedigd moeten worden. Maar dan waren de Nederlanders dood, de moslims die bescherming zochten waren dood, en er waren vijanden dood. Echt een hele hoop doden, maar de Dutchbatters zouden als helden herdacht worden door de familieleden van de omgekomen moslims. Er zou een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis niet geschreven zijn.

Ik kan niet meer zuiver denken. Vroeger kon ik heel simpel zeggen, zo en zo had het gemoeten. Het leven van die en die is meer waard dan dat van de ander. Ik zou niet meer afwegen of over de gevolgen nadenken want dat zou mijn oordeel in de weg staan. Niet dat ik iets te oordelen had, maar stiekem vindt iedereen wel ergens iets van. 

De tijden van de zeehelden zijn reeds lang voorbij. Ik vind het ook niet gek dat praktisch geen scholier meer weet wie Michiel de Ruyter was. Zijn mentaliteit, of zoals mij geleerd werd hoe die was, is mijlenver te zoeken, dus waarom zouden we nog over hem moeten leren? Alleen het Wilhelmus refereert nog aan heldendom, maar weinigen kennen de tekst. 

Morgen weer over tot de orde van de dag. Niet tot de Willemsorde. In een vrij land als Nederland is dat wel zo prettig, dat je slechts over hoeft tot de orde van de dag. Maar om het op den duur ook prettig te houden moet die Willemsorde misschien toch wat latenter aanwezig zijn. Ja, ik vermoed van wel. Zullen we het WK voetbal ooit nog winnen?

 

Hoop

Kent u nog van vroeger op school die mensen die na ieder proefwerk zeiden dat ze het slecht gemaakt hadden en dan de volgende dag irritant verbaasd reageerden omdat ze een acht hadden? Irritante lui vond ik het, van wie je niet op aan kon. Als ik zei dat ik het slecht had gemaakt, dan hád ik ook een drie. Op mij kon je tenminste bouwen. Vorige maand deed ik examen en het ging wel redelijk, zo was mijn gevoel. Een zesje, daar hoopte ik op, maar ik was absoluut niet zeker dat ik het gehaald had. Mijn baas, en ook mijn overbuurvrouw voorspelden een acht, maar achten, die wuif ik weg. Een Mack is van de zesjes en de zeventjes, en dat vindt-ie prima. Maar vandaag kreeg ik mijn eerste certificaat binnen, met daarop een acht. Als ik nu ook al onbetrouwbaar word, op wie moeten we dan nog onze hoop vestigen?