En dat filosofeert hij dan even bij elkaar op maandagavond.

Ik ben een beetje op een punt aanbeland waarop ik uitgekeken raak op de maatschappij. Het is net of ik alles wat er in Nederland op politiek/maatschappelijk gebied gebeurt, weet te doorgronden zodat niks meer spannend is. Ik weet van mensen met idealen die ze nooit zullen verwezenlijken en ik weet van mensen met geld die hun rijkdommen beschermen door middel van het laten varen van principes, en ik weet van mensen die sarcastisch kritiek leveren op alles. En daar ergens tussendoor loop ik, mezelf af te vragen wat de zin is van waar we met z’n allen mee bezig zijn.

Ik wil me wel graag mengen in discussies maar toen ik nog dacht dat íemand wel gelijk zou hebben, was het een uitdaging om erachter te komen wie dat dan wel was. Inmiddels weet ik beter, niemand heeft volledig gelijk, of iedereen heeft een deel gelijk, dat komt op hetzelfde neer. Dus wat voeg ik toe als ik een mening heb over, ik noem maar wat, de verhoging van de maximumsnelheid op snelwegen? Er zijn mensen, veel geleerder dan ik die mijn argumenten zo terzijde schuiven zonder dat ik er iets tegenin kan brengen. Ongeacht welke mening ik erop nahoud. En dat komt, heb ik besloten, doordat mij gevraagd wordt om na te denken over zaken die ook anderen aangaan. En als je moet denken voor anderen, dan gaat het mis. Het enige wat volgens mij van belang is, is te zorgen dat mijn probleem blijft bestaan, want dan gaat het nergens over en zolang het nergens over gaat, leef je in vrijheid in een alleraardigst landje.

Wat dat betreft zijn jeugdjaren veel interessanter. Als je heel jong bent is de wereld zo groot en onbekend dat zij vanzelf spannend is. Als je ietsjes ouder bent zie je idealen en het nastreven daarvan geeft veel voldoening. Dan raak je in je dertiger jaren en beklim je de ladder van de principes. Onderaan zitten de principes en bovenin zitten de mensen waar je bij wilt horen. En ik zit in mijn veertiger jaren, pas aan het begin, en ik denk alles doorgrond te hebben. Het gaat nergens over. Dus ik moet me bezig houden met de dingen die binnen mijn kring van invloed liggen. En de trieste constatering is, dat die minder in getal zijn dan tien jaar geleden, al fopten mijn gedachten mij toen nog.

Wat dat betreft begrijp ik niet wat men bedoelt met ‘het leven begint bij veertig.’ Maar die uitdrukking moet bedacht zijn door een veel ouder persoon, en aangezien alleen een veel ouder en wijzer persoon daar een oordeel over kan geven, wanhoop ik niet. Het zou natuurlijk kunnen dat een laatbloeier als ik het pas over een paar jaar begrijpt. Tot die tijd geloof ik niet dat ik me erg met de maatschappij bemoei. Er schijnt iets met Provinciale Staten aan te komen. Ik geef de volmacht aan mijn vrouw, een dertiger, dus veel beter op de hoogte.

Tropenjaren

Ik vond het een taaie zondag. Eerst gezwommen, dat ging nog wel, maar daarna was het vooral hangen en de dag doorkomen. Valt er nog van die vieze natte sneeuw ook. De afwasmachine is nog steeds kapot dus ik deed een afwasje. Mevrouw Mack en ik deden om beurten een slaapje op de bank en eigenlijk kom je je vermoeidheid op zo’n dag niet meer te boven. Kinderen en katten eisen gewoon hun normale aandacht en het bleef maar sneeuwen. Bah. Ik ga er iets op verzinnen. Ik zal in het vervolg fitter zijn op zondag. Vroeger bestond dit probleem toch helemaal niet? Waar komt dit uit voort? Tweeverdieners denk ik. In het weekend zijn wij niet vrij maar moeten de opgelopen achterstanden van de week ingehaald worden. Tropenjaren noemen ze het wel, met kleine kinderen. Maar er was weinig ‘tropisch’ te bespeuren. In de zomervakantie ben ik nog veel intensiever bezig met mijn kroost. Maar dan kost het me geen moeite. Kwestie van vroeg naar bed en vroeg opstaan. Dat is het hele geheim volgens mij. Wat dat betreft is de zomervakantie bij mij heilig en onbetaalbaar.

Veilig

Ik had vroeger een slaapkamer, die was heel veilig. Het was misschien wel de meest veilige slaapkamer ter wereld. Niet dat alle kasten verankerd in de muur zaten, of dat hangende planken op meerdere plekken gestut werden, maar het was gewoon een fijne slaapkamer. Niet eens een sleutel in de deur, maar wel schone lakens, vloerbedekking, gordijnen en een lampje boven m’n bed. Misschien had u zelf ook wel zo’n slaapkamer. Er stond een radio, een cassetterecorder, een pick-up en een wekker. En van alle apparaten snapte ik hoe ze werkten. Aan de muur hing Elvis om over me te waken. Er stond ook nog een ton. Daar had wasmiddel in gezeten, maar nu zaten er autootjes in. Onderin lagen nog korreltjes waspoeder. Op de ton zat een rond deksel, dat gebruikte ik als stuur. Ik was een jaar of tien en ik bouwde mijn bed ’s avonds om tot formule 1 bolide. Dan zette ik het kussen rechtop, ging liggend zitten, trok de lakens over mij heen en racete over het circuit. Zandvoort, want verder kende ik er geen. Dat zat er al vroeg in. Als ik nu een bekend formule 1 piloot was geworden, was dit een schitterend verhaal geweest. Als je eindigt op kantoor is het een beetje zielig.

Roue Verveer.

We waren vanavond bij Roue Verveer, de cabaretier uit Suriname. Hij heeft weer eens aangetoond dat humor betrekkelijk is. Zijn de beste grappen die waarom je het hardst moet lachen? Ja, dat vind ik. Je kunt ingewikkelde politieke constructies verzinnen en uiteindelijk weer terugkomen op een thema, zodat de intellectueel de grap begrijpt en er om lacht ten teken dat de grap begrepen is, je kunt het ook over scheten hebben. En het voordoen. En er eindeloos over doorgaan. Dan zit ik te stikken van de lach. Dan lach ik harder dan dat ik bij Herman Finkers ooit zou doen, terwijl dat toch echt mijn favoriet is.

Ik kan het niet helpen. Waarschijnlijk omdat de situaties mij bekend voorkwamen. Van de stiekeme blaaswind onder het dekbed die even tijd nodig heeft om de neus van je echtgenote te bereiken. Man, man, man, ik was blij dat hij op een gegeven moment een ander onderwerp aansneed. Ook die lock-knop van de elektrische ramen in de auto… En dan de paniek die uitbreekt bij de passagiers. Ik kwam niet meer bij. 41 ben ik. Het komt nooit meer goed.

Vrienden

Vrienden zijn belangrijk omdat je ze zelf kiest. Dat geldt niet voor kennissen, want die ken je. Vrienden hoeven geen vrienden te zijn in de zin van dik en dun, maar vrienden zijn vrienden als je je prettig voelt in hun gezelschap. Als je een keer naar ze toe gaat omdat je dat leuk vindt. Die je helpt als ze in nood zitten. Met vrienden kun je praten en je mening uiten zonder dat dat tot spanningen leidt. En mocht dat wel een keer het geval zijn, dan is het niet zo’n opoffering om voor een vriend een keer je waffel te houden. Webloggen heeft ook wel iets vriendelijks, vindt u niet? U kiest zelf uw gelinkten en u leest het vaakst bij degenen in wiens virtuele gezelschap u zich het prettigst voelt. Eigenlijk kun je met wildvreemden bevriend zijn. Ik kom tot de conclusie dat ik mij wel bevriend voel met u.

De belastingaangifte 2010

Het is weer tijd om belastingaangifte te doen. Het is vooral een kwestie van goed lezen wat er staat.

Vraag 1: Hebben u en uw partner in 2010 gedurende meer dan zes maanden onafgebroken anaal contact gehad? j/n

Vraag 2: Was uw partner in die periode meerderjarig? j/n

Vraag 3: Stonden u en uw partner bij de gemeente ingeschreven als uitgewoond op hetzelfde adres? j/n

Vraag 4: Woonde u in 2010 samen met uw vader of moeder een minderjarig kind uit? j/n

Vraag 5: Heeft u in 2010 slechts met een partner anaal contact gehad? j/n

Vraag 6: Kiezen u en uw partner voor de inkomende ontlasting geheel 2010 voor het anale partnerschap? j/n

Als u alle vragen met ja heeft beantwoord, bent u voor de belastingdienst anaal partner. U kunt dan gezamenlijk uw partner aftrekken. Indien een persoon meer dan één niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot anaal uitwoont, wordt slechts die partner uit de oudste verbintenis als partner aangemerkt. Let op: In 2011 gelden andere regels voor het anaal partnerschap. U kunt dan als ongehuwd uitwonende niet meer kiezen voor het anaal partnerschap, u bent dan automatisch anale partners op grond van feitelijke omstandigheden.

Herinnering

Vandaag was het alweer 26 jaar geleden dat mijn vader overleed. Ik vind het niet eens zo gek lang klinken, 26 jaar. Vergeleken met de 41 die ik ben, klinkt het reuzevriendelijk. De man heeft wel zijn sporen nagelaten hoor. Ik herken bijna dagelijks iets van hem, vaak in mezelf, soms in Hans, soms in mijn broer of zus. Ik vind het een vreemd idee dat ik nu mijn vader ben en dat Hans eigenlijk mij is. Het is natuurlijk niet zo, maar toch weer wel. Als ik fiets met Hans naast me, dan weet ik dat de gelijkenis met mijn vader en mij, 35 jaar terug, angstwekkend groot moet zijn. Ik voel dat bepaalde gelaatsuitdrukkingen van mij precies dezelfde zijn. Volgens mijn oma is mijn stem precies hetzelfde. Vroeger zocht ik de gelijkenis op, nu doe ik er niks meer voor en gaat het vanzelf. Ik veegde laatst wat stof van zijn foto en ik vond zijn gezicht wat anders dan anders. Misschien omdat hij daar jonger was dan ik nu, of omdat ik de foto al een tijd niet meer aandachtig bekeken had. Het woord ‘vader’ brengt bij mij ook onmiddellijk een plaatje boven van een knappe man met zwart haar, met mooie handen en dunne benen, een man die in gezelschap nooit uitbundig was en die dan ingehouden lachte. Hij was geen groot prater, maar desondanks toch aanwezig. Ik denk altijd dat dat laatste kenmerkend is voor Leeuwen.

Het is vreemd, maar als ik aan hem denk, dan leeft hij gewoon ergens. Ik weet niet waar, maar het is niet zo dat hij nergens meer is. Ik vind het wel mooi, dat ik hem niet echt kwijt ben al moet ik hem uit mijn herinnering oproepen.

Piraat

Ik was vanmiddag alleen thuis en aan de schoonmaak gezet. De rest was ergens aan het feesten zodat ik niet gestoord kon worden bij het zwoegen. De bovenverdieping was voor mij. Ik zocht op de radio een zender die bleef hangen, ook als ik er bij weg liep, en waar tevens fatsoenlijke muziek werd gedraaid. Ik viel midden in ‘Never marry a railroadman’, een van Linda’s favorieten, en ik vind het ook niet onaardig. Dus ik ging aan de schoonmaak en ik zong: ‘have you been broken hearted once or twice…lalalala…his lies.’ Toen het nummer afgelopen was een onheilspellende stilte. En toen een galmende stem: ‘en het volgende plaatie plaatie plaatie is voor Gerrit de stropdaschauffeur..eur..eur.’ En toen kwam Nico Haak. Honkie tonkie pianisie op je sinaasappelkissie speel maar verder, alsmaar verder…
Ik had op de plaatselijke piraat afgestemd. De gek wisselde zijn plaatjes af met AC/DC om vervolgens weer ‘trouw niet voor je veertig bent’ ten gehore te brengen. ‘Da’kan van harte underschrieb’n,’ grapte de grapjas.

Nou ja, ik heb me er best mee vermaakt. Het noemen van de sponsoren is ook een hoogtepunt. Dit programma wordt gesponsord door kalverbedrijf Van Putten. En door hoogwerkerbedrijf Huis in ’t veld. Hoog niveau, lage prijzen. Tevens wordt dit programma gesponsord door klusbedrijf Ton Overmars, voor al uw kutklussen. Hij ging verder met een plaatje waarop de zanger zong dat hij hoopte dat minirokjes weer in de mode zouden komen. Onbegrijpelijk dat ik dat niet in de top 2000 voorbij heb horen komen.

Kinderachtig

Tegen vijven hoorde ik een auto met een dikke motor door de straat rijden. Een BMW 6 in lijn, volgens mij. Ik keek op de klok en dacht eraan dat ik mijn Alfa V6 zo meteen ook even door die straat zou laten brullen. Ja, ik had er duidelijk zin in. Toen ik een half uur later de deur uit ging, bleek dat ik op de fiets was. Dat doe ik te weinig, op de fiets naar mijn werk, vandaar ook dat ik daar niet bij stil gestaan had. Een tegenvaller. Alhoewel, vanochtend op de fiets was het best leuk. Koud, maar er stond geen wind en het was droog. Het fietspad langs het kanaal in Apeldoorn wordt amper gebruikt, terwijl het echt een mooi fietspad is. Met aan je ene hand het Apeldoorns kanaal en aan je andere hand de Grift. Je rijdt over een dijk, als het ware. Eigenlijk heet het hier ook “Vaassen aan de Grift”.

Langs de waterkant stonden meerdere reigers. Het opmerkelijke was, dat de meeste bleven zitten toen ik langs kwam. Normaal vliegen ze lang van te voren weg. Reigers hebben een hele angstige gelaatsuitdrukking over zich, viel mij op. Of misschien wel niet, en waren ze gewoon echt bang voor mij.

Maar nu moest ik terug. Het begon al donker te worden en de reigers lagen al op bed. Maar ik had er een lekker gangetje in. In de derde versnelling (van vijf) trapte ik in hoog tempo rond en dacht rare dingen voor iemand van mijn leeftijd. Iets met de topsnelheid van mijn auto verhogen met de snelheid van mijn fiets en dat ik dan al 270 km/u reed. Desondanks voelde het wel gezond, een inspanning te leveren in de frisse namiddaglucht. Eerlijk gezegd vond ik mij en mijn generatie best goed. Wij fietsten kilometers ver naar school, in weer en wind, en wij wisten niet beter. En we hielden er nog een stief tempo op na ook. Beter dan die ongeïnteresseerde scooterjeugd van tegenwoordig die, als ze al een keer op de fiets zitten, massaal het wereldrecord sur-place lijken te willen verbeteren.

Net toen ik dat dacht, schrok ik op. Een klein en tenger meisje met een digitale walkman kwam naast mij fietsen en zei “hallo.” En voor ik hallo terug kon zeggen was ze me al voorbij. Ik kon mijn benen niet geloven. Ik trapte echt hard! Waar haalde zij de kracht vandaan? Ik met mijn jarenlang zorgvuldig opgebouwde en diepgewortelde conditie, en met bovendien vier keer zo dikke bovenbenen als dat meisje, werd gewoon voorbij gereden door een wicht. Een lichtge, welteverstaan.

Dit kon ik niet over mijn kant laten gaan. Ik schakelde naar vier en probeerde in hetzelfde traptempo te komen als het meisje. Het ging zwaar maar het lukte. Het fietste lang zo lekker niet. Eventjes ging ik nog harder en liep een beetje op haar in -iets met prestatiedrang in de midlife-crisis- en toen kon ik haar laten gaan, mijn bewijs was immers geleverd. Maar het bleef me niet lekker zitten. Dus ik beredeneerde naar mij toe dat het lege kinderzitje achterop mijn bagagedrager erg zwaar was en bovendien nog veel meer wind ving. Om het leed te verzachten, als het ware.

Zonnestorm

Er komt een zonnestorm aan mensen. Morgen bereikt hij de aarde. Wat een zonnestorm allemaal niet kan veroorzaken, u wilt het niet weten. Van niet startende auto’s tot haperende computers. Van defecte mobieltjes tot lekke banden. Van platvoeten tot zweetoksels. Van spastische darmen tot lusteloosheid. Ik draag morgen een anti-stralingspak. Mijn auto heb ik vast gestart en ik laat hem de hele nacht stationair draaien. Ik heb nu de wegenwacht vast gebeld voor het geval ik morgen lekke banden heb.

Bij de laatste zonnestorm van 2003 begaf mijn weblog het. Tien jaar geschiedenis gewist. Gelukkig was er niet heel veel gebeurd in die tijd, maar toch. Is er dan niks tegen te doen? Toch wel. Op de planeet Sverksoc 5c, op precies drie lichtjaren van de aarde, hebben ze inmiddels een afweerschild gebouwd. Met één druk op de knop te activeren. Er hangt in de ruimte een gigantische plastic fles met een enorme opening. De fles slokt op afroep de planeet op en de opening draait zich van de zon af. Zo komt er toch nog vers helium -ze ademen daar helium- de atmosfeer binnen. Heel ver lopen ze niet voor op ons daar hoor. Eigenlijk lopen ze zelfs een klein beetje achter. Het zou daar naar aardse maatstaven nu 1973 zijn. Het idee is ook niet zo heel ingenieus. Alleen erg arbeidsintensief. Maar het werkt wel want niemand heeft er platvoeten.