Roue Verveer.

We waren vanavond bij Roue Verveer, de cabaretier uit Suriname. Hij heeft weer eens aangetoond dat humor betrekkelijk is. Zijn de beste grappen die waarom je het hardst moet lachen? Ja, dat vind ik. Je kunt ingewikkelde politieke constructies verzinnen en uiteindelijk weer terugkomen op een thema, zodat de intellectueel de grap begrijpt en er om lacht ten teken dat de grap begrepen is, je kunt het ook over scheten hebben. En het voordoen. En er eindeloos over doorgaan. Dan zit ik te stikken van de lach. Dan lach ik harder dan dat ik bij Herman Finkers ooit zou doen, terwijl dat toch echt mijn favoriet is.

Ik kan het niet helpen. Waarschijnlijk omdat de situaties mij bekend voorkwamen. Van de stiekeme blaaswind onder het dekbed die even tijd nodig heeft om de neus van je echtgenote te bereiken. Man, man, man, ik was blij dat hij op een gegeven moment een ander onderwerp aansneed. Ook die lock-knop van de elektrische ramen in de auto… En dan de paniek die uitbreekt bij de passagiers. Ik kwam niet meer bij. 41 ben ik. Het komt nooit meer goed.

Vrienden

Vrienden zijn belangrijk omdat je ze zelf kiest. Dat geldt niet voor kennissen, want die ken je. Vrienden hoeven geen vrienden te zijn in de zin van dik en dun, maar vrienden zijn vrienden als je je prettig voelt in hun gezelschap. Als je een keer naar ze toe gaat omdat je dat leuk vindt. Die je helpt als ze in nood zitten. Met vrienden kun je praten en je mening uiten zonder dat dat tot spanningen leidt. En mocht dat wel een keer het geval zijn, dan is het niet zo’n opoffering om voor een vriend een keer je waffel te houden. Webloggen heeft ook wel iets vriendelijks, vindt u niet? U kiest zelf uw gelinkten en u leest het vaakst bij degenen in wiens virtuele gezelschap u zich het prettigst voelt. Eigenlijk kun je met wildvreemden bevriend zijn. Ik kom tot de conclusie dat ik mij wel bevriend voel met u.

De belastingaangifte 2010

Het is weer tijd om belastingaangifte te doen. Het is vooral een kwestie van goed lezen wat er staat.

Vraag 1: Hebben u en uw partner in 2010 gedurende meer dan zes maanden onafgebroken anaal contact gehad? j/n

Vraag 2: Was uw partner in die periode meerderjarig? j/n

Vraag 3: Stonden u en uw partner bij de gemeente ingeschreven als uitgewoond op hetzelfde adres? j/n

Vraag 4: Woonde u in 2010 samen met uw vader of moeder een minderjarig kind uit? j/n

Vraag 5: Heeft u in 2010 slechts met een partner anaal contact gehad? j/n

Vraag 6: Kiezen u en uw partner voor de inkomende ontlasting geheel 2010 voor het anale partnerschap? j/n

Als u alle vragen met ja heeft beantwoord, bent u voor de belastingdienst anaal partner. U kunt dan gezamenlijk uw partner aftrekken. Indien een persoon meer dan één niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot anaal uitwoont, wordt slechts die partner uit de oudste verbintenis als partner aangemerkt. Let op: In 2011 gelden andere regels voor het anaal partnerschap. U kunt dan als ongehuwd uitwonende niet meer kiezen voor het anaal partnerschap, u bent dan automatisch anale partners op grond van feitelijke omstandigheden.

Herinnering

Vandaag was het alweer 26 jaar geleden dat mijn vader overleed. Ik vind het niet eens zo gek lang klinken, 26 jaar. Vergeleken met de 41 die ik ben, klinkt het reuzevriendelijk. De man heeft wel zijn sporen nagelaten hoor. Ik herken bijna dagelijks iets van hem, vaak in mezelf, soms in Hans, soms in mijn broer of zus. Ik vind het een vreemd idee dat ik nu mijn vader ben en dat Hans eigenlijk mij is. Het is natuurlijk niet zo, maar toch weer wel. Als ik fiets met Hans naast me, dan weet ik dat de gelijkenis met mijn vader en mij, 35 jaar terug, angstwekkend groot moet zijn. Ik voel dat bepaalde gelaatsuitdrukkingen van mij precies dezelfde zijn. Volgens mijn oma is mijn stem precies hetzelfde. Vroeger zocht ik de gelijkenis op, nu doe ik er niks meer voor en gaat het vanzelf. Ik veegde laatst wat stof van zijn foto en ik vond zijn gezicht wat anders dan anders. Misschien omdat hij daar jonger was dan ik nu, of omdat ik de foto al een tijd niet meer aandachtig bekeken had. Het woord ‘vader’ brengt bij mij ook onmiddellijk een plaatje boven van een knappe man met zwart haar, met mooie handen en dunne benen, een man die in gezelschap nooit uitbundig was en die dan ingehouden lachte. Hij was geen groot prater, maar desondanks toch aanwezig. Ik denk altijd dat dat laatste kenmerkend is voor Leeuwen.

Het is vreemd, maar als ik aan hem denk, dan leeft hij gewoon ergens. Ik weet niet waar, maar het is niet zo dat hij nergens meer is. Ik vind het wel mooi, dat ik hem niet echt kwijt ben al moet ik hem uit mijn herinnering oproepen.

Piraat

Ik was vanmiddag alleen thuis en aan de schoonmaak gezet. De rest was ergens aan het feesten zodat ik niet gestoord kon worden bij het zwoegen. De bovenverdieping was voor mij. Ik zocht op de radio een zender die bleef hangen, ook als ik er bij weg liep, en waar tevens fatsoenlijke muziek werd gedraaid. Ik viel midden in ‘Never marry a railroadman’, een van Linda’s favorieten, en ik vind het ook niet onaardig. Dus ik ging aan de schoonmaak en ik zong: ‘have you been broken hearted once or twice…lalalala…his lies.’ Toen het nummer afgelopen was een onheilspellende stilte. En toen een galmende stem: ‘en het volgende plaatie plaatie plaatie is voor Gerrit de stropdaschauffeur..eur..eur.’ En toen kwam Nico Haak. Honkie tonkie pianisie op je sinaasappelkissie speel maar verder, alsmaar verder…
Ik had op de plaatselijke piraat afgestemd. De gek wisselde zijn plaatjes af met AC/DC om vervolgens weer ‘trouw niet voor je veertig bent’ ten gehore te brengen. ‘Da’kan van harte underschrieb’n,’ grapte de grapjas.

Nou ja, ik heb me er best mee vermaakt. Het noemen van de sponsoren is ook een hoogtepunt. Dit programma wordt gesponsord door kalverbedrijf Van Putten. En door hoogwerkerbedrijf Huis in ’t veld. Hoog niveau, lage prijzen. Tevens wordt dit programma gesponsord door klusbedrijf Ton Overmars, voor al uw kutklussen. Hij ging verder met een plaatje waarop de zanger zong dat hij hoopte dat minirokjes weer in de mode zouden komen. Onbegrijpelijk dat ik dat niet in de top 2000 voorbij heb horen komen.

Kinderachtig

Tegen vijven hoorde ik een auto met een dikke motor door de straat rijden. Een BMW 6 in lijn, volgens mij. Ik keek op de klok en dacht eraan dat ik mijn Alfa V6 zo meteen ook even door die straat zou laten brullen. Ja, ik had er duidelijk zin in. Toen ik een half uur later de deur uit ging, bleek dat ik op de fiets was. Dat doe ik te weinig, op de fiets naar mijn werk, vandaar ook dat ik daar niet bij stil gestaan had. Een tegenvaller. Alhoewel, vanochtend op de fiets was het best leuk. Koud, maar er stond geen wind en het was droog. Het fietspad langs het kanaal in Apeldoorn wordt amper gebruikt, terwijl het echt een mooi fietspad is. Met aan je ene hand het Apeldoorns kanaal en aan je andere hand de Grift. Je rijdt over een dijk, als het ware. Eigenlijk heet het hier ook “Vaassen aan de Grift”.

Langs de waterkant stonden meerdere reigers. Het opmerkelijke was, dat de meeste bleven zitten toen ik langs kwam. Normaal vliegen ze lang van te voren weg. Reigers hebben een hele angstige gelaatsuitdrukking over zich, viel mij op. Of misschien wel niet, en waren ze gewoon echt bang voor mij.

Maar nu moest ik terug. Het begon al donker te worden en de reigers lagen al op bed. Maar ik had er een lekker gangetje in. In de derde versnelling (van vijf) trapte ik in hoog tempo rond en dacht rare dingen voor iemand van mijn leeftijd. Iets met de topsnelheid van mijn auto verhogen met de snelheid van mijn fiets en dat ik dan al 270 km/u reed. Desondanks voelde het wel gezond, een inspanning te leveren in de frisse namiddaglucht. Eerlijk gezegd vond ik mij en mijn generatie best goed. Wij fietsten kilometers ver naar school, in weer en wind, en wij wisten niet beter. En we hielden er nog een stief tempo op na ook. Beter dan die ongeïnteresseerde scooterjeugd van tegenwoordig die, als ze al een keer op de fiets zitten, massaal het wereldrecord sur-place lijken te willen verbeteren.

Net toen ik dat dacht, schrok ik op. Een klein en tenger meisje met een digitale walkman kwam naast mij fietsen en zei “hallo.” En voor ik hallo terug kon zeggen was ze me al voorbij. Ik kon mijn benen niet geloven. Ik trapte echt hard! Waar haalde zij de kracht vandaan? Ik met mijn jarenlang zorgvuldig opgebouwde en diepgewortelde conditie, en met bovendien vier keer zo dikke bovenbenen als dat meisje, werd gewoon voorbij gereden door een wicht. Een lichtge, welteverstaan.

Dit kon ik niet over mijn kant laten gaan. Ik schakelde naar vier en probeerde in hetzelfde traptempo te komen als het meisje. Het ging zwaar maar het lukte. Het fietste lang zo lekker niet. Eventjes ging ik nog harder en liep een beetje op haar in -iets met prestatiedrang in de midlife-crisis- en toen kon ik haar laten gaan, mijn bewijs was immers geleverd. Maar het bleef me niet lekker zitten. Dus ik beredeneerde naar mij toe dat het lege kinderzitje achterop mijn bagagedrager erg zwaar was en bovendien nog veel meer wind ving. Om het leed te verzachten, als het ware.

Zonnestorm

Er komt een zonnestorm aan mensen. Morgen bereikt hij de aarde. Wat een zonnestorm allemaal niet kan veroorzaken, u wilt het niet weten. Van niet startende auto’s tot haperende computers. Van defecte mobieltjes tot lekke banden. Van platvoeten tot zweetoksels. Van spastische darmen tot lusteloosheid. Ik draag morgen een anti-stralingspak. Mijn auto heb ik vast gestart en ik laat hem de hele nacht stationair draaien. Ik heb nu de wegenwacht vast gebeld voor het geval ik morgen lekke banden heb.

Bij de laatste zonnestorm van 2003 begaf mijn weblog het. Tien jaar geschiedenis gewist. Gelukkig was er niet heel veel gebeurd in die tijd, maar toch. Is er dan niks tegen te doen? Toch wel. Op de planeet Sverksoc 5c, op precies drie lichtjaren van de aarde, hebben ze inmiddels een afweerschild gebouwd. Met één druk op de knop te activeren. Er hangt in de ruimte een gigantische plastic fles met een enorme opening. De fles slokt op afroep de planeet op en de opening draait zich van de zon af. Zo komt er toch nog vers helium -ze ademen daar helium- de atmosfeer binnen. Heel ver lopen ze niet voor op ons daar hoor. Eigenlijk lopen ze zelfs een klein beetje achter. Het zou daar naar aardse maatstaven nu 1973 zijn. Het idee is ook niet zo heel ingenieus. Alleen erg arbeidsintensief. Maar het werkt wel want niemand heeft er platvoeten.

Wat ik al geleerd heb

Tammar mooi Er zullen ongetwijfeld theorieën zijn over de trots van een vader op zijn kind. Sommige vaders lopen ervan over en proberen dit uit te dragen aan de wereld. Het belang van de vader is dat hij aan de vrouwelijke exemplaren wil laten zien waartoe hij in staat is. Opdat ze hem aantrekkelijk vinden omdat hij zulke goede genen bezit en zodat hij zijn paringskansen kan vergroten. Het is de verderfelijke mannelijke soort die slechts één belang heeft. Deze gedachtengang heeft van mij bezit genomen sinds mijn eerste ontmoeting met één der ontsnapten.Eigenlijk wist ik het al, ik kon het alleen nog niet onder woorden brengen. Dus laat u niet bedriegen door de uiterlijke schijn, laat het voorgaande eens bezinken en de wereld ziet er voortaan heel anders uit. De bedoelingen van de heteroman zijn zelden zuiver. Het is een trieste constatering.

Desalniettemin, toch een foto geplaatst door een trotse vader. Ik zal dit meisje later moeten beschermen tegen mijn eigen soort. Of ik dat doe met een knuppel of door haar bovenstaande theorie te leren, daar ben ik nog niet uit. Ik zal het eens overleggen met de goeroe zelf. Nee wacht, ik doe haar op judo. Tammar, niet de goeroe.

Nieuw behang

Zo mensen. Kunnen we hiermee leven? Ik zat wat te klooien met kleurtjes maar dat is het toch allemaal net niet. Ik ben een anti-designer, ik kan geen mooie dingen maken, alleen zien. Dit geldt overigens niet voor mijn kinderen. Ik heb er maar even een bestaand design van web-log tegenaan gegooid. Dat ziet er een stuk aardiger uit dan wat ikzelf kan fabriceren. Want ik kom niet verder dan wat geklooi met kleuren om uiteindelijk te constateren dat het er niet uit ziet. Bovendien las het niet meer lekker. En dat moeten we niet hebben, want lezen is voor een weblogger van levensbelang. Het kan zijn dat ik nog wat andere designs uitprobeer maar ik zou zeggen, wen maar vast aan het nieuwe behang.

Tegennatuurlijk

Ik wandelde met Tammar door het bos. Als inwoner van Nederland dien je af en toe in het bos te lopen en van de natuur te genieten, want daar dient het bos voor. Het is geen ruige natuur hier, maar speciaal aangelegde kalme natuur voor wandelaars. Ruige natuur, dat is pas genieten, maar in de ruige natuur is het gevaarlijk en dus ongeschikt voor brave burgers. Hier staan wegwijzers en paaltjes zodat je niet kunt verdwalen. Want je zult maar verdwalen op een vierkante kilometer en een kwartier aan het zoeken zijn. De avond kan snel vallen hoor.

Maar wat ik nu zag, ongehoord gevaarlijk. Enorme stapels gezaagde boomstammen. Stapels van vijftig meter lang en vier meter hoog. Ik vroeg mij af wat zo'n stapel weegt. En wat er zou gebeuren als je daar bovenop klom. Er hingen wel waarschuwingsbordjes op met de tekst: niet beklimmen. Maar toch he, het daagt gewoon uit. Het zou toch mooi zijn als je zo'n stapel aan het rollen kreeg. Ja, levensgevaarlijk natuurlijk tenzij je verstand hebt van zwaartekracht. En dat heb ik. E=MC² tenslotte.

Maar met Tammar bij me leek het me toch niet zo'n goed idee. Maar het was wel een haast onbedwingbare behoefte. Gestapelde boomstammen zijn tegennatuurlijk. En daar kan ik natuurlijk niet tegen.