De zwarte pijl.

Er was vroeger, in de jaren ’70, een razendspannende jeugdserie genaamd: “de zwarte pijl.” En ik herinner me er praktisch niks van, behalve dat het een spannende serie was en dat er een man, gehuld in het zwart en gezeten op een zwart paard, in voorkwam die zwarte pijlen afschoot. Ik weet niet meer of hij goed of slecht was maar in die jaren werd er geen tv-serie naar je vernoemd als je slecht was. Dus hij moet wel goed zijn geweest. En verder herinner ik me de televisie die in onze groen-witte kast stond, en dat mijn vader afstemde op deze serie en tegen mij zei dat “de zwarte pijl” begon.

Ik heb wel eens gegoogled naar deze serie maar zonder resultaat. Of ik fout googlede of te vroeg, ik zal het nooit weten. Maar feit is wel dat ik gisteren geattendeerd werd op een ‘hit’. De serie bestond echt! Ik heb hem niet verzonnen. Je kunt hem zelfs bestellen op dvd. Weliswaar in Engeland want hier is de serie kennelijk onbekend. De hoofdrolspeler, Simon Cuff, is ook geen hitkanon op google. Er bestaat niet eens een Wikipediapagina van hem. Op youtube nergens een fragment te vinden. Alleen van de Italiaanse versie uit de jaren ’60. Opvallend vond ik wel dat toen ik aan het zoeken was naar deze serie, die ik me alleen herinner door de woorden ‘de zwarte pijl’ die mijn vader uitsprak, ik uitkwam bij Louis Hayward, die de hoofdrol speelde in de verfilming, en die op dezelfde dag overleed als mijn vader. Maar goed, dat zou verder niemand opgevallen zijn.

Nou ja, voor de echte diehards heb ik toch een fragmentje gevonden. Het zwarte paard bleek achteraf wit. Maar zie dit fragment en beoordeel zelf hoe spannend dit geweest moet zijn voor het kind dat ik toen was.

Bezeten

Ik heb twee hele lieve kindertjes. Het zijn schatten. Hoe het is als ze 16 zijn weet ik niet, maar nu is dat zo. Zulke kindertjes moeten naar mijn mening beschermd worden tegen het kwaad, al is dat hun eigen moeder. Want moeder is bezeten. Anders kan ik het niet noemen. Zij heeft een foto gezien waarvan ze helemaal weg is. En nu vroeg ze aan mij of ik er moeite mee had als ze die op canvas bestelde. En niet dat ik hier de baas ben, maar soms moet je als man doen wat een man moet doen. En dat is je gezin beschermen. En nu is zo’n soms. Ik kom ernstig in opstand tegen het ophangen in ons huis van deze foto. Al is het in de kruipruimte. De kinderen, en niet in de laatste plaats ikzelf krijgen er nachtmerries van. Wat? Ik besprenkel me nu al met wijwater als ik in Linda’s buurt kom. Dat het alleen al in haar opkomt zeg! Vannacht had ik mijn eerste nachtveulen al. (ze zijn over het algemeen vrij mild) En dan hangt die foto er nog niet eens!

Malasaus.

Bij het wokken vraagt de wokker altijd welke saus je wilt. Het is dan kiezen uit wat er op het bord staat geschreven. Zoetzuur, oester, kerrie, zwarte peper, rode curry, knoflook en malasaus. Achter die laatste saus hadden ze vier banaantjes getekend, daar waar er bij de andere minder stonden. En omdat ik van bananen hou zei ik: “de malasaus.” De wokker zei lachend: “de malasaus,” en ging aan de gang met mijn wokwaar op een vlam waarvan ik vermoedde dat die rechtstreeks was aangesloten op het gasveld van Slochteren. “Eetsmakelijk,” zei hij en ik liep met mijn bordje terug naar de tafel. Moeder Maria, was ik maar nooit geboren! De bananen bleken helemaal geen bananen maar rode pepers. (dat wist ik wel, maar even voor het verhaal.) Die malasaus schroeit je palatum uit je bek. Blussen met bier werkt niet. Lijdzaam moet je je lot ondergaan totdat het gif een kwartier later is uitgewerkt. En waarom? Gewoon om even te proberen of je tegen hete saus kunt. Ik leef nog, dus ik kan het. Maar het maakt geen bal uit wat je eet hoor, met die saus. Als is het een paardenvijg, dat proef je toch niet.

Zit!

Het is een apart gezicht, zo’n zittende koe. Daarnet, toen ik naar mijn werk ging – op vrijdagavond, je bent hartstikke gek, Mack – zag ik er eentje zitten in de wei. Een koe die zat. Wat een schitterend gezicht. Net alsof hij ergens verbluft over was en er bij was gaan zitten. Alsof hij, als het verbluffende nog wat langer zou duren, een applaus zou geven met zijn voorpoten. Koeha! Overigens had ik natuurlijk geen fototoestel bij me dus dit is een foto van de zittende koe uit Appelscha. Daar was hij een attractie. Op mijn mobieltje zit wel een camera, maar ik heb geen zin me te verdiepen in hoe ik die foto dan opgeladen krijg. En als ik dat wel wist, dan nog ga ik niet remmen om een zitkoe te fotograferen.

Wat vindt u?

Bent u ook zo iemand die het geen zak interesseert wat een ander van u vindt? Ik vind dat juist reuze interessant. De vraag is of u zich er anders van moet gaan voelen als iemand iets van u vindt. Beter of slechter, dat maakt niet uit. Uiteindelijk is het maar een mening van iemand die niks meer of minder is dan uzelf. Toch vind ik het belangrijk wat sommigen van mij vinden. Ik laat alleen nooit merken wie dat dan zijn. Nou ja, mijn baas en Linda, waarbij ik expliciet vermeld dat dat twee verschillende personen zijn, zijn er natuurlijk wel twee van wie ik het vrij belangrijk vind wat ze van me vinden. Maar over het algemeen blijf ik redelijk mezelf. Tenzij ik mezelf niet meer ben, dan niet. Nou ja, eigenlijk is het ook een onderwerp waar u zich als weblogger, en dus waarschijnlijk niet tot het meest domme deel van de mensheid behorend individu, allang niet meer druk over maakt. Dat is meer iets voor giechelende secretaresses, om je daar druk over te maken. Best jammer, want ik heb mijn mening over u gegeven in mijn linklijst. Maar trekt u het zich niet aan. Als u het al leest.

De geschiedenis in een notendop.

Ik raakte daarnet even verstrikt in het web dat Wikipedia heet. Mijn eerste zoekopdracht was Voltaire, dit naar aanleiding van mijn Voltaire-boekenlegger. Vervolgens kwam ik bij Descartes en mij viel een overeenkomst op. Beiden zijn inwoners van Nederland geweest. Daarna raakte ik verstrikt in de 80-jarige oorlog, die weer samenviel met de 30-jarige oorlog, je zou er haast gek van worden. Via het Gallische en het Romeinse rijk kwam ik uit bij de ontstaansgeschiedenis van wat momenteel Nederland is. Na de Neanderthalers kwamen de Sakzen, de Friezen en de Franken. De Friezen zijn duidelijk het meest volhardend, want die zijn er nog steeds. Als eerste stad werd Nijmegen gesticht. Via allerlei religieuze toestanden en ruzies met Philips, Karels, Jannen en Willems kwamen we uiteindelijk in 1830 uit en gaven we de Belgen wat de Belgen toebehoort, maar waarmee zij duidelijk niet weten om te gaan. Dus pas sinds die tijd bestaat Nederland -met een kleine Duitse interventie- in zijn huidige vorm.

We bestaan nu 180 jaar en dat is vrij lang voor een toestand waarin een land verkeert. Dus ik vraag u vast rekening te houden met een wijziging van het Europese deel van ons grondgebied in de komende tijd, omdat dit een geschiedkundige wetmatigheid is. We zijn al in oorlog geweest met Engelsen, Fransen, Noren, Duitsers, Spanjaarden, Italianen, met wie van de ons omringende landen hebben wij eigenlijk nog nooit een conflict gehad? Eigenlijk waren wij best wel belangrijk. Dus ik weet niet wie de volgende is die de ontstaansgeschiedenis van Nederland weer gaat beïnvloeden, maar zo goed als zeker is dat het weer gaat gebeuren. En helemaal zeker is dat de Friezen dan ook weer zullen volharden. De Zwitsers, hebben we daar al ruzie mee gehad?

De wet van naam en faam.

Kent u Alain Delon? De mooiste jongen van Frankrijk bij wie vergeleken Brad Pitt en George Clooney lelijke eendjes zijn? Ik niet. Tenminste, ik kende hem heel lang niet. Ik kende hem uitsluitend van naam, maar de naam was genoeg om te weten dat we hier te maken hadden met een serieuze femme-tueur. Spreek de naam eens even op uw gemak uit. Alain Delon. Mooi hè? Word je geboren met zo’n naam, krijg je ook nog bijbehorende regardes.

In Nederland heb je niet van die mooie namen. Laat staan kijks. Driekus Wortelboer zou nooit een befaamd internationaal filmster kunnen worden. Rutger Hauer wel, maar die heeft een Duitse naam. Tjibbe Veenstra, die weer niet, maar dat komt omdat die beter kan fierljeppen dan acteren. René Froger, ik mag hopen dat dat geen artiestennaam is, komt met deze naam ook nooit verder dan de landsgrenzen.
In Duitsland, daar heb je pas mooie namen. Wat dacht u van Jens Weißflog? Of Karl-Heinz Rummenigge? Of de mooiste van allemaal, Uwe Jens Mey! Met zulke namen zou je daar makkelijk een beroemd sporter kunnen worden.

In Engeland is je naam automatisch goed. Allan McNish. John Lennon. Angus Young. Daar hoeft je uiterlijk zich niet eens aan je naam aan te passen, beroemd word je toch wel. De mooiste namen komen echter uit Italië en Brazilië. Luca Cadalora. Valentino Rossi. Romario de Souza Faria. Jezus van Nazareth. Maar ook Spanje kent schitterende namen, zoals Luis Enrique, Emilio Butragueño en Johan Cruijff, in het Catalaans uitgesproken als El Salvador.

Kortom, wat ik wil zeggen is dat kennelijk de naam waarmee u geboren wordt, bepalend is voor uw latere internationale doorbraak als beroemdheid. Deze wetmatigheid wordt door mij gedefinieerd in de drie faamwetten van Mack: I. Naarmate de geboortenaam van een persoon beter in het gehoor ligt, nemen zijn kansen om faam te vergaren toe. II Naarmate het aantal keren dat een geboortenaam vaker voorkomt, neemt de kans om faam te vergaren omgekeerd evenredig af. III Als een geboortenaam dezelfde is als die van een reeds bestaande beroemdheid, is de kans om faam te vergaren verkeken.

Het zal mijn tijd wel duren…

In de eerste Golfoorlog viel het mij steeds op dat Irak en Amerika elkaar tegenspraken als het om feiten ging. Amerika rapporteerde dan de vernietiging van militaire doelen en claimde dat de slachtoffers die gevallen waren allen vijandelijke soldaten waren. Irak daarentegen, claimde dat het was getroffen door een laffe Amerikaanse raketaanval, dat er voornamelijk ziekenhuizen waren vernietigd en dat er honderden onschuldige burgerslachtoffers waren gevallen. Twintig jaar later gaat het in Libië nog net zo. Ontkenning is de te volgen strategie. Ik, ervaren inwoner van het Koninkrijk der Nederlanden, erger me eraan dat ik niet serieus word genomen als journaalkijker. Alsof zo’n Libische Said Al-Sahaf denkt dat iemand zijn berichtgeving nog serieus neemt. Het zijn ook net managers hè, altijd de zaken anders voorstellen dan ze zijn. Er zijn twee beroepsgroepen waarvan niemand de uitspraken serieus neemt; managers en persvoorlichters. Nou, misschien zijn er wel meer. Eigenlijk is alleen de koningin nog te vertrouwen. Trouwens, wat maak ik me druk over Libië? Syrië komt er al weer aan. Veel interessanter, want die opstand zijn we nog niet moe.

Wat is eigenlijk het belang van het nieuws? Er wordt een verkeerde voorstelling van zaken gegeven en zodra men een onderwerp zat is, moet er iets anders gebeuren. Wat dat betreft ben ik best jaloers op mensen met idealen, zoals Jolande Sap. Die wil van Rutte de verzekering dat Afghaanse politieagenten niet zes maar acht weken worden opgeleid, en dat ze niet ingezet zullen worden voor gevechtstaken, en dat ze niet zullen overlopen naar de Taliban. En Rutte verzekert dat. Terwijl die Afghaanse agenten nu allemaal denken: “در صورتیکه عبارت مورد نظر شما پیدا نشود، می توانید خودتان آنرا به لغتنامه اضافه کنید یا درخواست افزودن معنی برای آن را بدهید” Want ja, die hebben nog nooit van Rutte of Jolande Sap gehoord, dus trekken ze hun eigen plan.

De tandenfee

Hans is zijn eerste melktand kwijt. De wiebeltand zat al een tijdje los, maar vanochtend heeft hij hem eruit getrokken. Veel kindjes uit zijn klas hebben al tanden gewisseld dus Hans kwam dit heugelijke feit trots vertellen. En dan komt de tandenfee. Je legt je tand onder je kussen als je gaat slapen zodat ’s nachts de tandenfee komt en die wisselt je tand om voor een muntstuk. Vandaar het begrip wisselen.

Vanmiddag vroeg hij al hoe de tandenfee dan binnen kon komen en of je dan niet wakker werd als ze de tand onder je kussen weghaalde. Toen Hans een half uurtje in bed lag, riep hij mij. Hij vond de tandenfee eng. Toen ik klein was bestond er geen tandenfee. Tenminste, bij mij kwam ze niet langs maar ik kan me voorstellen dat ik het ook eng gevonden zou hebben. “Hans, zal ik je een geheimpje verklappen?” zei ik. Ik vertelde hem dat de tandenfee helemaal niet bestond en dat papa en mama dat deden. Hij glimlachte van oor tot oor. Volgens mij vermoedde hij al iets dergelijks. “Oh, dat hebben de mama’s van de kindjes in mijn klas dan ook gedaan”, zei Hans. Ik zei: “Natuurlijk, maar dat weten ze niet. Niks zeggen hè?” Hans schudde zijn hoofd. “Maar Hans,ook niet zeggen tegen mama dat ik dat verteld heb hè?”, zei ik en hij straalde vanwege het geheim dat hij nu kende.

Opgelucht viel hij vijf minuten later in slaap. Maar dat was het werk van Klaas Vaak.

Summertime, summertime, sumsum summertime…

Mijn beruchte schoonzus voerde een telefoongesprek met Linda. Beiden hebben mij zwakzinnig genoemd, naar aanleiding van het ponyknipincident. Het ging over de zomertijd. Hans, de nomade, slaapt weer eens buiten de deur,bij zijn neefje Dan. Schoonzus en Linda kwamen er niet helemaal uit hoe laat de wekker, en dus het signaal dat de kinderen naar beneden mochten, nu gezet moest worden om het huis op enigszins christelijke tijd te laten ontwaken. Na lang beraad besloten ze de wekker op vijf uur te zetten om het effect van de zomertijd ongedaan te maken en de kinderen op de normale tijd van zeven uur wakker te laten worden. Gelukkig kwam Linda er om 23:00 uur achter, nog voor de zomertijd zijn intrede deed, en belde nogmaals om even te waarschuwen dat het waarschijnlijk niet goed was. Mijn zwager hinnikte op de achtegrond.

Zomertijd, we kunnen het beter afschaffen, Het is bedoeld ter besparing van energie, maar ik vraag me af of dat per saldo effect heeft.