Afbreuk aan de complottheorie.

Ik ben gek op de complottheorie. Onvermijdelijk zullen ze de kop op steken als er geen bewijs wordt geleverd van de dood van Osama Bin Laden, dus dat wordt smullen. Vroeger toen ik klein was bestond er geen complottheorie. Alles wat je te horen kreeg was waar of gelogen maar complotten kwamen simpelweg niet in het woordenboek voor. Een goede complottheorie werd onderzocht door een journalist, of door een geleerde die een bepaalde bewering in twijfel trok, en die daarvoor geen bewijzen maar duidelijke aanwijzingen had. Uiteraard mocht het motief ook niet ontbreken. Ik weet dat er onder mijn lezers in elk geval één is die niet gelooft dat de Amerikanen op de maan zijn geweest. Hij is niet gek, integendeel. Zijn argumenten zijn plausibel, zijn beweringen gingen niet over één nacht ijs en zijn niet zomaar te ontkrachten. Ik vind dat mooi, maar ik geloof er niet in. Ik weet zo één-twee-drie ook geen enkel geval van een complottheorie die later op waarheid bleek te berusten. De hardnekkige gelover denkt nu bij zichzelf: “nee, logisch, de CIA heeft alle sporen gewist en degenen geliquideerd die de bewijzen in handen hadden.”

Zo blijft de theorie mooi in stand. Ik hou daar wel van. Mooie voorbeelden van complottheorieën zijn de in scène gezette dood van Elvis, de echte dood van Paul McCartney, de crash van een vliegende schotel bij Roswell en natuurlijk de moord op JFK. Voor een goede complottheorie heeft men een goede inlichtingdienst nodig. De bende van Nijvel is er ook zo eentje. Ook dit zou het werk zijn van hooggeplaatste politici. Ik heb mijn hoop er een beetje op gevestigd, dat deze nog eens ontmaskerd worden. België is tenslotte het land van de ongewenste mogelijkheden.

Wat ik wel jammer vind is de afbreuk die er tegenwoordig aan de complottheorie in het algemeen gedaan wordt. Tegenwoordig is er geen journalist, onderzoeker, motief of aanwijzing meer nodig. Een simpele uitspraak van een simpele ziel is voldoende. “Let op mijn woorden!” Of, “dit gaat nog een staartje krijgen!” Natuurlijk, voor de simpele ziel is het prachtig dat hij aandacht krijgt, want kennis is aandacht, maar ik blijf het jammer vinden van de afbreuk. Gelukkig hebben we ook nog de legendes, zoals de Bermudadriehoek en het monster van Loch Ness. Eigenlijk ben ik gek op alles met gebrek aan bewijs. Want zonder bewijs, ga je vrijuit.

Osama Bin Laden

Osama was de door Amerika meest gezochte man. Ik hoorde voor het eerst van hem ergens in de jaren ’90 doordat hij in een film als terrorist werd genoemd. Toen stond hij nog niet op één trouwens. Ik vond het knap dat hij al die tijd uit handen van de Amerikanen wist te blijven. Knap omdat er, zeker na 2001, alles aan gedaan werd om hem te pakken en hij zich toch zolang schuil wist te houden. Doorgaans als ik een overtreding bega, staat er hier dezelfde middag al een agent op de stoep. Ik vind dus ook dat de CIA zich nu bezig mag gaan houden met het opsporen van de Bende van Nijvel. Want de Belgen laten de zaak gewoon verjaren. Er staat potverdorie nog maar één onderzoeker op deze zaak.

Wat ik opvallend vond aan de liquidatie van Osama Bin Laden was dat ze hem mede op het spoor kwamen doordat er vanuit de villa waar hij verbleef, geen mobiel telefoonverkeer werd gepleegd, en er in dat huis geen internet was. Dus de dingen die hem konden verraden, en die hij vermeed ter voorkoming van zijn ontdekking, werkten juist in zijn nadeel. Ik vind het een knap staaltje intelligence. Als je wel internetsporen achterlaat, of mobiel belt, ben je haast onvindbaar in de radiogolven waarmee het luchtruim van de wereld tjokvol zit, als je het niet doet, ben je verdacht. Mijn buurvrouw heeft vandaag haar hyves-account gedelete. Ik zal haar eens gaan schaduwen.

Puur.

Het nieuwste uitlaatsysteem van Mercedes is een interactief systeem. Met een druk op de knop kun je het geluid regelen. Je kunt kiezen tussen ‘sport’ en ‘coming home’. De sportstand maakt van de auto een brullend monster, en de coming-homestand maakt hem een fluisterstille luxe cruiser. Mercedes doet hiermee opnieuw een gooi naar de titel van meest patserige auto van Duitsland, een wedstrijd waarbij Mercedes, Audi en BMW om en om met de titel aan de haal gaan. De Mercedes bestuurder kan nu, in zijn eigen woonomgeving, of wanneer zijn hoofd niet staat naar herrie, lekker rustig thuiskomen zonder dat de rust in de welvaartsbuurt ruw wordt verstoord. Zodra de bestuurder zijn eigen wijk uit is, kan de sportstand aan.

De zoveelste vruchteloze aftroefpoging uit Duitsland. BMW maakte een I-drive systeem waarbij de bestuurder kan kiezen uit 16 verschillende dempingstanden, en een knop waarmee hij nog 100 extra pk’s uit te motor tovert. Dat soort keuzeknoppen behoort niet in een auto. Het haalt de puurheid eruit en leidt de aandacht van de koper af van het gebrek aan rijbeleving. Die 100 pk extra wil je altijd, net als het racegeluid uit je uitlaat, en als je dat niet wilt ben je of te kaal, of te dik voor die auto.

Gisteren stonden er een aantal prachtige, goed onderhouden klassiekers op het Ireneveld in Vaassen. Een handvol Spitfires, glimmend in de lak, kap open en uitnodigend. Een Ford Mustang convertible met oceanen van ruimte, een Maserati Biturbo spider, een Audi (ur)Quattro, een Alfa 1750 en meer begeerlijk spul. De auto’s straalden eenvoud en geluk uit. Een dikke, kwaadkijkende, vol met opties behangen Duitser had zichzelf hiertussen zeker belachelijk gemaakt. Net als zijn bestuurder die tegenwoordig eerst twee minuten bezig is zijn auto optimaal in te stellen voordat hij weg kan rijden. Nee, ook autoliefde is niet met geld te koop. Nou ja, misschien wel, maar dan heet het ook gewoon prostitutie.

Marktplaats

Linda had een schommel op Marktplaats gezet. Een schommel voor de allerkleinsten waar Tammar al uit aan het groeien was, en die behoorlijk in de weg stond. We kregen hem toen Hans eén werd, en toen we nog gras in de tuin hadden. (zie archieven exact zes jaar geleden) Later kregen we tegels en lieten de enige boom die onze tuin sierde, kappen. Beton, zon en een tuin op het zuiden, het is een mensonterende combinatie. Op tegels werkte die schommel niet echt, want hij ging lopen tijdens het schommelen. Tenminste, als je zo hard wilt schommelen als Tammar. Had hij nog op het gras gestaan, kon je hem met haringen vastzetten. Maar goed, hij stond dus op Marktplaats en vanaf dat moment ging Tammar de schommel ook intensiever gebruiken. Ze ruiken het, die kleine doerakken.

“Tegen elk aannemelijk bod,” had ze erbij gezet. Niet lang daarna bood iemand 20 euro. Linda wilde daar niet mee akkoord gaan, kraakte de schommel nog wat af en deed een tegenbod van 10 euro. (ik verzin dit niet) Goed, na lang onderhandelen kwamen ze hem gratis afhalen. Of we hem dan nog anderhalve week wilden bewaren, want met koninginnendag zouden ze in de buurt zijn en of ze hem dan konden ophalen. Welja.

Gisterenavond, toen de kinderen al op bed lagen en het bijna donker was, begon ik met het demonteren. De moertjes gingen uiteindelijk wel los, nadat ik mijn om-de-hoek-sleutel had gevonden, maar het uit elkaar trekken van vier ijzeren buizen die al vijf jaar in elkaar zaten, was lastiger. Gelukkig heb ik veel kracht in mijn armen en na wat oerkreten in het donker had ik ook dat voor elkaar.

Vanochtend, Tammar loopt de tuin in, rent naar de schommel en roept: “Eééé!! Mijn sommel is pot!! Wil je’m (ze heeft gisteren ook de bruiloft gekeken) eve maken, papa?” Ja, dat doen kinderen. Nooit kijken ze er naar om, totdat het besluit is genomen om het weg te doen. Mijn nichtje Jasmijn zeurt al vier jaar elke dag aan mijn zus’ hoofd dat ze Bob zo mist. (Onze rode kater die we gered hebben uit het liefdeloze huis van mijn zus.)

Even later arriveerde een aardige vrouw voor de schommel. Ik hielp haar de schommel inladen in hun Fiat Doblo met nog draaiende motor (er lag een tweeling in te slapen en haar man was bang dat die wakker zou worden als hij de motor afzette) en ze leken er blij mee. De vrouw had zelfs nog een bosje bloemen bij zich voor Linda. Kijk, op die manier kun je nog eens wat weggeven. Een blij gezicht opent alle harten, hing er vroeger bij mijn oma op de wc. Tammar stond er wel wat beteuterd bij te kijken, vond ik.

Verborgen leed.

Mijn oma (1917) komt zo langzamerhand op het punt dat ze naar een verzorgingshuis moet. En dat wil ze niet. Het is een van de laatste angsten in haar leven, maar ook dat blijft je niet bespaard. Wij nemen hier in het Westen eenmaal geen ouders in ons huis op terwijl dat vroeger toch een van de belangrijkste redenen was om veel kinderen te krijgen. Het Westerse leven is er niet op ingericht, en daarom moet je aan het einde van je leven nog een vernedering doorstaan. Ik heb wel met haar te doen. Linda was gisteren bij haar op bezoek en zij merkte net als ik dat ze dingen meerdere keren vertelt. Soms vijf keer in een half uur. Terwijl zij toch altijd bekend stond als iemand met een uitzonderlijk goed geheugen.

Het lijkt mij ook drama, een verzorgingshuis als je oud bent. Het lijkt mij sowieso een drama om oud en afhankelijk te zijn. Afhankelijk van bezoek, van de verpleegster, van alles. Ik kan me in de verste verte niet voorstellen dat ik straks samen met u in een bejaardenhuis zit, en dat we liedjes zingen in de gemeenschappelijke ruimte. “Kom op meneer Mack, zing eens gezellig met ons mee!” Dat blijft je in elk geval bespaard als je op jonge leeftijd overlijdt, maar een echt alternatief is het niet. Vaak denk ik er over na hoe onomkeerbaar het proces is. Op een gegeven moment kun je niet anders dan constateren dat je stokoud bent en dat je in de extra tijd zit. Dat lijkt mij heel vreemd. Een hoofd vol ervaring en herinneringen aan dingen waar je nooit meer naar terug kunt. Mijn oma is de laatste nog levende van al haar broers en zussen. Ook dat is iets wat ik niet kan bevatten. Maar misschien werkt het anders in je hoofd als je oud bent. Het zal haast wel, want ook iedereen die oud wordt gaat zemelen, ongeacht hoevaak men zich in zijn of haar jeugd heeft voorgenomen niet te gaan zemelen.

Mijn andere oma, die in 1997 overleed, sleet de laatste vijf jaar van haar leven in een bejaarden/verzorgingshuis. Wij kwamen ’s zondags op bezoek en we zwaaiden nog een keer als we weer weggingen en langs haar raam reden. Altijd huilde ze als we kwamen en weggingen. Weer een week wegkwijnend in eenzaamheid. Eigenlijk is het een grote massale mishandeling van bejaarden, wat er hier in de beschaafde wereld gebeurt. En oh wee als je niet meezingt.

De stoelendans.

Ik heb het niet, het opeisvermogen. Het komt mij hoogst onbekend voor. Mooie dingen komen vrijwillig en als je ze moet opeisen dan verdwijnt het vermogen om ervan te genieten. Ik vind het heel raar dat in onze hoofdstad mensen plekken opeisen om hun troep te verkopen. Nog veel raarder vind ik het dat het verkopen ze ook daadwerkelijk lukt. Maar in eerste instantie vind ik het raar dat stukken openbare weg al dagen van te voren worden opgeeist. Ik vraag me af wat de eiser eraan denkt te gaan doen als iemand anders daar een kleed neerlegt om zijn afval te verkopen.

Ik heb het ook bij de Donalds, als ik een plek bezet moet houden. Ik doe het vanwege Linda, maar ik ben in mijn hoofd aan het zoeken naar het wetsartikel dat mij het recht geeft acht stoelen bezet te houden als ik er alleen zit. En wat ik er aan denk te gaan doen als een tokkie zonder nek – er komen voornamelijk tokkies zonder nek bij de Donalds- mij kwaad aankijkt als ik zeg dat de stoel al bezet is, en hem vervolgens gewoon meeneemt? Kijk, bij een kinderstoel voor Tammar zou het me nog lukken, dan moet ik immers opkomen voor mijn kind, en daar is geen wetsartikel voor nodig. Dat begrijpt iedereen.

Het begon al met stoelendansen op de kleuterschool. Een naar spel. Een stiekem spel ook. Een spel waarbij het eigenbelang hoogtij viert. En de valse opluchting die je voelde omdat het je gelukt was een stoel in te kwartieren, terwijl een ander kind teleurgesteld moest afdruipen. Badhanddoeken, ligstoelen en Duitsers. Dat zijn de perfecte ingrediënten om je zelf te harden in het spel dat dagelijks leven heet. Je moet er een beetje schaamteloos voor zijn. Misschien is je waardigheid niet zo belangrijk voor je.

Vanochtend hoorde ik dat er een patroon ontdekt was in de schadeverzekeringsclaims. Op het moment dat er een nieuwe versie van een I-… op de markt komt, verliezen of beschadigen ineens opvallend veel mensen hun oude. Ik wed dat die vroeger altijd de stoelendans wonnen.

Raadplicht.

Gisteren was er een minuutje waarin ik even zat na te denken over het waarom van mijn weblog. En ik wist precies het antwoord. Het is een uiting van mijn enige vorm van creativiteit, en creativiteit moet eruit. Dat moet je niet opkroppen. Kijk maar naar degenen die wel heel goed zijn in webloggen, maar het desondanks nooit hebben gedaan. Dat zijn echt levensgevaarlijke individuen. Ik noem een Adolf Hitler, een Idi Amin, een Pol Pot, om maar even het maatschappelijk belang van webloggen aan te tonen.

Er is echter wel een probleem. En dat is het geheugen. Nou, eigenlijk niet het geheugen want dat is prima in orde. Het geheugen heeft maar één functie en dat is het opslaan van gegevens. En daar is niks mis mee. Het gaat om het kunnen raadplegen van het geheugen. Daar schort het aan. Want als iemand je herinnert aan iets dat je vergeten bent, blijkt dat je het helemaal niet vergeten bent, want je weet het immers weer. Nou ja, ik dool een beetje in het rond. Maar een poosje geleden deed zich werkelijk een uitgelezen mogelijkheid voor tot het maken van een briljante grap. Ik dacht letterlijk op dat moment: ik maak de grap niet, ik bewaar hem voor op mijn weblog. Dat weet ik nog. Maar ik kan niet meer op de grap komen. Jammer. Gisteren, aan het einde van mijn minuutje schoot mij een prachtig onderwerp voor een logje te binnen. Ik dacht nog: deze keer onthoud ik het. Toen viel ik in slaap en de volgende ochtend was het weg. Goed, het zit nog wel ergens in mijn hoofd natuurlijk, net als de grap en dan ga ik er even vanuit dat het hoofd de plek is waar het geheugen zich bevindt. En dat is vrijwel zeker want mensen zonder hoofd weten zich zelden iets te herinneren. Maar het raadplegen van het onderwerp, dat is dus nu het probleem. Om die reden en om geen andere verzaak ik dus vanavond de blogplicht. (artikel 4, lid 1, onderdeel b, blogwet 2011)

Ha!

Tijdens het bestuderen van belastingwetten blijft ook het hersendeel dat verantwoordelijk is voor het doorgronden van natuurwetten actief. Daar kwam ik vanavond achter. U heeft misschien wel eens gehoord, of hier gelezen dat een natuurkundige wet slechts geldt zolang het tegendeel niet bewezen is? Dus, de zwaartekracht trekt aan de tennisbal zolang overal proefondervindelijk wordt vastgesteld dat de bal in de richting van de aarde valt? Zolang de tennisbal nu maar aan die wet gehoorzaamt blijft de wet in stand. Zou ergens op de wereld ook maar één tennisbal omhoog vallen, kan de wet worden geschrapt. Nou, zo ontdekte ik vanavond een natuurkundige wet die uit de boeken kan. En dat is het verhaal dat de afgelegde afstand het produkt is van de snelheid en de verstreken tijd. Ter verduidelijking: een half uur met een snelheid van 200 km/u rijden levert een afstand op van 100 km. Dus 100 km = 200km/u maal 0,5 uur. Maar nu komt het: als ik precies een uur lang met 100 km/u rij, heb ik 100 km afgelegd. Hoe kom ik aan deze berekening? 100 km =100km/u gedeeld door 1 uur. Ha!

As it is in heaven

Ik keek vanavond voor de vierde keer in korte tijd een Sweudse feulum. En toevallig speelde daarin vier keer dezelfde acteur de hoofdrol. Michael Niqvist. Ik leerde op school dat er na een q altijd een u volgde. Nou, niet dus. U doet uzelf tekort als u dat denkt. De eerste drie films waren verfilmingen van een reeks boeken die je iedereen in de vakantie aan de rand van het zwembad zag lezen. De Millennium Trilogie van Stieg Larsson. Dat waren spannende misdaadfilms met ingewikkelde complotten, de film die ik vanavond keek was een sweumelfeulum met kuuppefeulmeumunte. Zweeds is een prachtige taal, zeker als je het niet verstaat. Maar ach, een beetje ondertiteling doet wonderen en Zweeds heeft wel wat weg van Nederlands. Bovendien, liefde gaat boven taal. Nou ja, kijk en luister hier eens even. http://www.youtube.com/watch?v=y765gdd3rEc

Hits

Ik ben een boekje aan het lezen van Martin Bril, die onder de vleugelen des Heeren rust, over zijn grote passie Napoleon. Hoe iemand een passie ontwikkelt voor Napoleon weet ik niet, maar hij ging daarin ver. Zo reed hij over wegen die Napoleon ook bereden moest hebben en bezocht hij de slagvelden waarop Napoleon streed, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat een historisch slagveld tegenwoordig gewoon een weiland kan zijn. Napoleon interesseert mij niet zo, maar desondanks is het een leuk boekje om te lezen. En dat kenmerkt het schrijftalent van Martin Bril.

Ondanks zijn grondige onderzoek betrapte ik hem op een misser. Volgens Martin won Napoleon op Google de strijd met Jezus van Nazareth en Elvis Presley, ook niet de eersten de besten. En wel als het ging om het aantal zoekresultaten. Nou, dat geloofde ik natuurlijk niet en ik checkte. Oké, wat betreft Jezus klopte het, maar Elvis Presley, laat me niet lachen. Ja, Martin had het over 32 miljoen hits, tegen 69 miljoen voor Napoleon, maar dat is alleen als je op Elvis Presley zoekt. Als je op Napoleon Bonaparte zoekt, krijg je vier miljoen resultaten. En op alleen Elvis, 90 miljoen. Kijk. Ik bedoel maar. Eventueel trek ik er daar nog 100.000 van af omdat die naar naamgenoten verwijzen, maar dan nog, een gigantisch verschil.

Gedurende het schrijven van dit logje kwam ik erachter dat Madonna en vooral Michael Jackson, Elvis nog ruimschoots verslaan, maar goed, voor iemand van voor het internettijdperk is het heel netjes. Maar goed, wat zegt dat allemaal? Ik zie net dat Justin Bieber, Michael Jackson weer ruimschoots verslaat. Wie zeg je? Justin Bieber. 226 miljoen hits. Nou ja, geen hits, maar zoekresulaten. Wie of wat heeft er eigenlijk de meeste zoekresultaten op Google?