Zo los je dat op.

Ik ken een familie die vroeger berucht was. Toen ze nog berucht waren kende ik ze nog niet, maar Linda kende ze al wel. Het betreft een familie waarbij vader al snel uit beeld verdween, door dood of door ontsnapping, dat weet ik eigenlijk niet, en waarbij de zoons uitgroeiden tot angstaanjagende individuen die stuk voor stuk bekend waren bij de politie. Als de politie er eentje kwam ophalen, kwamen ze bij wijze van spreken met een arrestatieteam. Ik ken uit mijn jeugd precies zo’n familie, waarvan ik de leden meed als de pest. Elk dorp heeft er wel één of twee.

Gelukkig zijn de jongens stukken rustiger geworden. Ze zijn zelfs bijna allemaal vader. Regelmatig tref ik ze op verjaardagen en ik kan goed met ze opschieten. Vooral de keer dat ik binnenkwam, een stoel tussen twee leden van de ex-knokploeg neerzette en zei dat ik even tussen mijn broers kwam zitten, viel goed. Eigenlijk mag ik ze wel graag, die jongens. Toch blijft het natuurlijk op je hoede zijn. Het is een constant aftasten van de sfeer die er hangt, en er is de constante dreiging van een opmerking die in het verkeerde keelgat schiet. Voor je het weet ben je dood en gebruiken ze je lijk om op te zitten. Nou ja, ik overdrijf. Er is er echter nog eentje waarvoor het oppassen is. Die heeft weinig verstand. Ik weet zeker dat hij niet kan lezen dus maak ik me ook niet druk. Hij heet Eddy, en dat vind ik een heel goed gekozen naam door zijn moeder. Roderick was echt belachelijk geweest, maar Eddy volstaat prima. Eddy werkt op de kermis en had verrotte tanden. Eddy stond bekend om zijn rotte tanden en om het feit dat je moest lachen om z’n grappen, want anders had je een probleem. Maar hoe maakte je Eddy nu duidelijk dat hij eens iets aan z’n tanden moest laten doen? Welnu, z’n jongere broer loste dat als volgt op: “Godsamme Eddy, ge moet eens naar de tandarts. Ik schaam m’n eige kapot voor die vieze bek van jou.” En nu heeft Eddy een kunstgebitje. Ziet er weer prima uit.

Je wordt ouder papa.

Ik schreef daarnet een logje dat ik toen het klaar was niet durfde te plaatsen. Het ging over een gesprek dat ik had met twee meisjes van 14. Die zijn minderjarig, maar behalve uit hun leeftijd blijkt dat verder nergens uit. Ze hadden het over een pessarium en hoe dat ingebracht moest worden. Zij wisten het precies, maar ik kon het woord niet eens plaatsen. Ja, ik had er ooit wel eens van gehoord maar ik dacht dat het zo’n plastic ding was waarmee je een gitaar bespeelt. Ook zagen ze er heel anders uit dan de veertienjarige meisjes die bij mij in de klas zaten. Dit hadden makkelijk de leraressen kunnen zijn. Maar dat was niet waarom ik het niet plaatste. Nee, het ging erom dat toen ik het logje overlas, ik concludeerde dat er sprake was van wel een erg grote generatiekloof. En die ontken ik liever. Dat verhaal van mannen die aantrekkelijker worden naarmate ze ouder worden is net zulke onzin als dat geld niet gelukkig maakt. Als ik naar foto’s van mezelf kijk toen ik drie was, was ik echt vele malen aantrekkelijker dan nu. Oké, ik heb nu nog even een tijdelijke voorsprong op hoe ik eruit zag toen ik een puisterige puber was, maar dat duurt ook niet lang meer.

Als u trouwens denkt, wat zit die Mack toch met minderjarige meisjes over vreemde onderwerpen te praten, ja dat klopt. Maar ik begon er niet over en bovendien schijnen ze dat gewoon op school te krijgen, hoe zoiets werkt. Nou, ik bezweer, ik heb nooit en te nimmer iets dergelijks op school gehad, of iets wat zelfs maar in de buurt kwam, anders zou ik het nog geweten hebben. Ik denk dat ik net ziek was die dag.

Alles valt samen.

Ik heb een hekel aan apart. Ik heb liever samen. En daarom zat het mij ook al een jaar niet lekker dat mijn logjes op mijn oude weblog gescheiden waren van mijn nieuwe. Maar nu heb ik daar wat aan gedaan. Het was een klus van vele maanden, maar ik heb ze stuk voor stuk, inclusief reacties (dat was helemaal een monnikenwerk, daarom heb ik de links van de reactoren laten zitten) gekopieerd en hier naar toe gebracht. Zodat de schrijfsels die toch dezelfde genen dragen, weer samen zijn gevallen. Ineens gaat het archief hier terug naar begin 2004. Ik schreef toen nog erg slecht, maar langzaam werd dat beter. Nou ja, u heeft er verder niks aan, maar voor het nageslacht is het beter zo.

Juffrouw Kim

Morgen is een trieste dag. Niet alleen moet Hans afzwemmen ten overstaan van werkelijk elk familielid dat hij heeft, hij neemt ook nog eens afscheid van juffrouw Kim, die met zwangerschapsverlof gaat en die pas terugkomt als Hans in groep 3 zit, bij een andere juffrouw. Omdat Hans erg gesteld is op zijn juffrouw, heeft hij een gedichtje voor haar geschreven. De bedoeling was dat dit gedicht juffrouw Kim pas morgen zou bereiken, nádat ik hem weggebracht had, maar mijn teder beminde heeft het vandaag al afgeleverd bij de juf en bovendien het gedicht al openbaar gemaakt op haar hyvespagina, zodat andere moeders morgenochtend al precies weten dat…nou ja, leest u zelf maar.

Lieve Juffrouw Kim,

Wat is het toch weer snel gegaan
de eerste keer dat ik in jouw klas,
het lijkt alweer zo lang geleden
nog maar een klein Hansje was.

En ik vond het altijd fijn
spelen, werken, kiezen, gymmen,
naar buiten op het plein
en ook nog in het klimrek klimmen.

Het leukste vond ik ‘hulpje zijn’
samen met een maatje
dan zat ik naast jou op de stoel
en maakten we een praatje.

Het Majella theater was ook leuk
dan deden we een dansje
ik met juffrouw Kim
en jij met kleine Hansje.

Mijn mama krijgt nu wel meer tijd
want tien minuten waren niet genoeg
om mijn vorderingen te bespreken
en te horen hoe of ik mij gedroeg.

Nee, dat schoot niet op
we doen er nog een uurtje bij
of nog anderhalf voor ik stop
de rest wacht in een lange rij.

Op woensdag leverde mijn vader,
dat wilde hij altijd zelf,
mij persoonlijk bij je af,
al was het windkracht elf.

Mijn moeder zei dan, “ik breng hem wel,
want jij moet naar kantoor.”
“Ach,” zei papa dan,
“dat is echt niet zo belangrijk hoor.”

“Ik offer mij wel op en bovendien
wil ik zien hoe Hans het rooit.”
“Maar waarom doe je dan een luchtje op?
Dat doe je anders nooit?”

Nou ja, straks krijg je een baby
jongen, meisje, donker, blond
als hij of zij maar spruitjes lust
want die zijn heel gezond.

Tot slot wil ik je bedanken
voor twee fijne jaren in de leer,
ik hoop dat ik weer een leuke juffrouw krijg
anders brengt mijn vader mij niet meer.

Oh ja, mijn zusje Tammar
die wil ook bij juffrouw Kim
geen smoesjes over schoolbeleid
daar trappen wij niet in.

Liefs Hans. (en papa)

Imitatiedrang

Vroeger, als ik een ‘Kung Fu film had gezien, ging ik daarna oefenen op mijn broertje. Niet dat u denkt dat dat oneerlijk was, want hij was en is groter dan ik. Over het algemeen resulteerde dat in een voornamelijk verbale Bruce Lee imitatie en wat hoge trappen waardoor je hopeloos uit balans raakte. Tevens veroorzaakte de overmoed een pijnlijke rechterhand als gevolg van het doormidden willen slaan van het voorwerp dat het dichtst in de buurt was, en wat daarvoor het meest in aanmerking kwam. Een houten bureau bijvoorbeeld.

Nu trad die imitatiedrang wel vaker op. Na Miami Vice maakte ik mijn haar nat en kamde het achterover of ik ging schor en met weinig woorden praten, net als Castillo. Soms praatte ik tegen een denkbeeldige krokodil die Elvis heette. Ook na de overigens geweldige serie ‘The Master’ zocht ik manieren om mij als een Ninja te verkleden en te verplaatsen. Ik was duidelijk zoekende.

Gisterenavond zat ik promotiefilmpjes van anti-terreureenheden van het Korps commandotroepen te bekijken. Daarna liep ik de tuin in en sloop ik geluidloos naar het hek, op zoek naar een eventuele vijand. Ik communiceerde via hersengolven met Bob, onze rode kater die zich afvroeg wat ik aan het doen was. Hij deed mee, want hij sloop geluidloos achter mij aan. Toen hij bij het hek was aangekomen, zette hij zich af en met één soepele sprong stond hij boven op het hek. Ik zag zijn gestalte zich nog eenmaal naar mij omdraaien. Hij ging op nachtpatrouille, ik ging naar bed.

Desinteresse

Ik moest vandaag in de kruidenwijk in Almere zijn. Een deal op marktplaats. Ik was nooit in Almere geweest maar Almere is net als ik het me voorstelde. Aangelegd. De mevrouw bij wie ik moest zijn had een triest huishouden. Gescheiden, een zootje in huis en een op de bank hangende, met een Nintendo uitgeruste puber die geen boeh of bah zei toen ik binnenkwam. “Goedemorgen puber,” zei ik toen maar tegen de puber. “Mogge,” mompelde hij zonder van zijn schermpje op te kijken. Hij had niet eens een actieve houding om dan tenminste nog zijn persoonlijk record scherper te stellen. Nee, hij hing onderuitgezakt op de bank. Met zijn voeten op tafel. Op de terugweg dacht ik na over de puber. Hoe ik zelf was op die leeftijd. Ik was ook niet extreem ondernemend en ik zal ook wel eens doelloos op de bank hebben gehangen. Maar overdag, en bij zulk mooi weer? Ik moet er toch niet aan denken dat mijn eigen kinderen straks overlopend van desinteresse op de bank hangen. Ik mag toch hopen dat ze een hobby hebben. Een sport. Hersenen. Vriendjes. Iets! Nou ja, geen schietvereniging dan.

Ik vroeg mij -misschien wat voorbarig- af waar het heen moet met dit soort pubers. Er zit een lusteloosheid in die je niet voorstelbaar acht. Toch zal hij op een gegeven moment aan het werk moeten. Dan zal hij een actieve houding aan moeten nemen. Op tijd komen. Enthousiast doen. Misschien dat er vanzelf een knop omgaat en dat dit soort jongens uiteindelijk de strebertjes en de yuppen worden, maar ik dacht meer aan Maaskantje. Misschien is het wel precies de juiste tijd om de dienstplicht weer in te voeren. Want de koude oorlog kan voorbij zijn, er ligt een nieuwe vijand op de loer. Een ongeïnteresseerde, hangende vijand met een Nintendo. Geef hem een Leopardtank. Geef hem een F-16. Een Apache. Een onderzeeër. Maar geen Nintendo.

Forget me never

Zoals zovaak zat ik even wat te you-tuben en kwam ik uit bij een van de mooiste nummers van Elvis, Always on my mind. Het is een nummer dat niet iedereen kan zingen. Niet omdat het extreem moeilijk is, maar omdat degene die het zingt wel geloofwaardig moet zijn. Je moet een stoere maar gevoelige man zijn, want je rotzooit wat aan met andere meiden, en op het moment dat je vrouw protesteert palm je haar weer in door te zeggen dat ze altijd in je gedachten is geweest. Een beetje vrouw tuint daar niet in en gaat er vandoor, precies wat Priscilla na vijf jaar deed. En als je dan daarna zo’n nummer zingt, moet je je publiek wel kunnen laten geloven dat je dood gaat van verdriet, precies wat Elvis vijf jaar later deed. Ik wil dus maar zeggen, niet iedereen kan dit zingen.

Ik heb een bijzondere maar minder aangename herinnering aan dit nummer. Het zal begin februari 1985 zijn geweest, toen mijn moeder op mijn kamer kwam en ik deze plaat op had staan. Ze vroeg of ze hem nog een keer mocht horen met de koptelefoon op. Ik wist wat ze aan het doen was. Ze was muziek aan het uitzoeken voor op de crematie van mijn vader, die toen op sterven na, dood was. Ik zag het aan de tranen in haar ogen. Uiteindelijk keurde ze het nummer af vanwege de tekst. Hun relatie was niet zo geweest. “Always on my mind” sprak haar wel aan, maar “Maybe I didn’t love you” wat minder. Uiteindelijk is het een ander nummer van die LP geworden. Het laatste nummer wat gedraaid werd, en de muziek waarop wij langs de kist liepen en afscheid namen was Forget me never. Ik kreeg mijn LP terug en “Always on my mind” was met pen omkaderd, en voor “Forget me never” stond een kruisje.

De zwarte pijl.

Er was vroeger, in de jaren ’70, een razendspannende jeugdserie genaamd: “de zwarte pijl.” En ik herinner me er praktisch niks van, behalve dat het een spannende serie was en dat er een man, gehuld in het zwart en gezeten op een zwart paard, in voorkwam die zwarte pijlen afschoot. Ik weet niet meer of hij goed of slecht was maar in die jaren werd er geen tv-serie naar je vernoemd als je slecht was. Dus hij moet wel goed zijn geweest. En verder herinner ik me de televisie die in onze groen-witte kast stond, en dat mijn vader afstemde op deze serie en tegen mij zei dat “de zwarte pijl” begon.

Ik heb wel eens gegoogled naar deze serie maar zonder resultaat. Of ik fout googlede of te vroeg, ik zal het nooit weten. Maar feit is wel dat ik gisteren geattendeerd werd op een ‘hit’. De serie bestond echt! Ik heb hem niet verzonnen. Je kunt hem zelfs bestellen op dvd. Weliswaar in Engeland want hier is de serie kennelijk onbekend. De hoofdrolspeler, Simon Cuff, is ook geen hitkanon op google. Er bestaat niet eens een Wikipediapagina van hem. Op youtube nergens een fragment te vinden. Alleen van de Italiaanse versie uit de jaren ’60. Opvallend vond ik wel dat toen ik aan het zoeken was naar deze serie, die ik me alleen herinner door de woorden ‘de zwarte pijl’ die mijn vader uitsprak, ik uitkwam bij Louis Hayward, die de hoofdrol speelde in de verfilming, en die op dezelfde dag overleed als mijn vader. Maar goed, dat zou verder niemand opgevallen zijn.

Nou ja, voor de echte diehards heb ik toch een fragmentje gevonden. Het zwarte paard bleek achteraf wit. Maar zie dit fragment en beoordeel zelf hoe spannend dit geweest moet zijn voor het kind dat ik toen was.

Bezeten

Ik heb twee hele lieve kindertjes. Het zijn schatten. Hoe het is als ze 16 zijn weet ik niet, maar nu is dat zo. Zulke kindertjes moeten naar mijn mening beschermd worden tegen het kwaad, al is dat hun eigen moeder. Want moeder is bezeten. Anders kan ik het niet noemen. Zij heeft een foto gezien waarvan ze helemaal weg is. En nu vroeg ze aan mij of ik er moeite mee had als ze die op canvas bestelde. En niet dat ik hier de baas ben, maar soms moet je als man doen wat een man moet doen. En dat is je gezin beschermen. En nu is zo’n soms. Ik kom ernstig in opstand tegen het ophangen in ons huis van deze foto. Al is het in de kruipruimte. De kinderen, en niet in de laatste plaats ikzelf krijgen er nachtmerries van. Wat? Ik besprenkel me nu al met wijwater als ik in Linda’s buurt kom. Dat het alleen al in haar opkomt zeg! Vannacht had ik mijn eerste nachtveulen al. (ze zijn over het algemeen vrij mild) En dan hangt die foto er nog niet eens!