De kracht van Geert Wilders

Geert Wilders bezit bijzondere krachten, dat denk ik. Ik denk dat hij kaas heeft gegeten van Neuro Linguïstisch Programmeren, kortweg NLP, een voormalige hobby van Emile Ratelband. We horen niet zoveel meer van Emile omdat hij in zak en as zit. De man heeft zijn ego nooit overwonnen en gaat nu ernstig gebukt onder zijn eigen veroudering. Zijn prachtige zwarte haar wordt grijs, zijn gezicht vertoont rimpels en hij krijgt wat prostaatklachten. Een heel normaal proces in het leven van een aan veroudering onderhavige man, maar Emile had zichzelf zo geprogrammeerd dat hij niet ouder zou worden. Nu blijkt NLP toch niet in staat om de eeuwige jeugd te behouden en Emile voelt zich bedrogen door zijn eigen systeem. Slechts antidepressiva houden hem op de been nu hij is ingehaald door de tijd. Ja, het kan verkeren.

Maar Geert zit nog min of meer in de kracht van zijn leven. En voorzover hij daar al overheen zit, is hij op het hoogtepunt van zijn populariteit, dat helpt ook tegen de ouderdomsdepressie. Geert stuurt gemerkt en ongemerkt boodschappen de ether in. Mijn onderbewuste pikt ze op, merkte ik laatst tot mijn, ja tot mijn wat eigenlijk?

Ik haalde Tammar uit de auto en ergens zag ik vanuit mijn ooghoek een man in een donkere rok een trap afkomen. Het irriteerde mij een klein beetje, dat er vlak bij mij een fundamentalist in een gewaad woonde. Onbewust hoor, onbewust. Maar ik vond het geen prettig idee dat mijn kleine dochter geconfronteerd moest worden met de fundamentalistische islam. Ik stond nog wat spullen uit de auto te sleuren en Tammar liep al richting gewaad, die op een fiets stapte. Tammar zei: “hallo” en de rok zei lachend hallo terug. Toen ik beter keek, bleek het helemaal geen gevaarlijke Arabier maar een geval van een Tibetaanse monnik-achtige. Ik was opgelucht en ik lachte ook nog even naar de jongeman. Totaal ongevaarlijk, die Tibetaanse monniken, oordeelde ik. En dat is nu de kracht van Geert en zijn geprogrammeer. Ja, ik geef hem maar de schuld.

Zondag, de herkansing.

Eigenlijk had ik mij vanmiddag carnaval vierend richting dorp moeten begeven, maar in plaats daarvan liep ik met Hans en Tammar naar buiten. Ik liep, zij fietsten. Na 20 seconden werd Hans door buren geconfisqueerd om mee naar het kindercarnaval te gaan en hem heb ik na een snelle verkleedpartij pas weer na het eten teruggezien. Met Tammar liep ik verder en zij zag een klein meisje. Of ze daarheen mocht, vroeg ze en ze trapte al in de richting van het meisje. Ze reed zo ongevraagd de voortuin in en het meisje lachte naar haar. Ineens rende het richting Tammar, omhelsde haar en gaf haar een kus. “Ik heet Annabel, en jij?” Zo ongeveer ging het ook toen Jip en Janneke elkaar voor het eerst ontmoetten. Jammer dat dat verhaal al geschreven is anders had de politiek het misschien binnenkort wel gehad over “Annabel en Tammar-taal”

Vanochtend was ik al naar de speeltuin/kinderboerderij geweest met mijn kroost en een buurjongetje. Dat was een groot succes. Ik hobbelde achter Tammar aan omdat die elk speeltoestel wilde uitproberen. En elk beest in de kinderboerderij wilde bekijken. Ik fungeerde als slaaf. Behalve toen we weer weggingen, toen waren de rollen omgedraaid. Ik was degene die de zweep hanteerde. Nou ja, de conclusie van vandaag is dat het een stuk beter ging dan vorige week zondag, alleen ben ik zo bejaard dat ik niet meer een hele zondag red zonder op de bank in slaap te vallen. Zittend deze keer, naast Tammar, die met een duimpje in haar mond een tekenfilm zat te kijken.

Elvis goes carnaval

Elvis Ik zocht plaatjes van carnavalsoptochten uit Brabant omdat die in mijn herinnering toch wel iets meer voorstelden dan wat ik vandaag, hoog boven de rivieren, gezien heb. Carnavalsoptochten hier zijn vooral ter promotie van de plaatselijke sportclubs, en degene die aan het kortste eind trekt, moet meelopen. Er wordt niet veel werk van de outfit gemaakt en er worden wat folders uitgedeeld aan het publiek, dat toch nog in grote getale komt kijken. Nergens een wagen waarvan ik dacht: “Goh, daar is maanden werk in gestopt.” Nee, het is hier toch meer het snelle in elkaar flansen, wat stevige muziek erbij, snel die optocht afraffelen en dan zuipen. Eigenlijk is het een hele trieste bedoening. Zeker als je op de gezichtsuitdrukkingen let van de bestuurders van de trekkende voertuigen krijg je niet het idee dat het leven erg zinvol is. In Brabant maakten ze er werk van. Prachtige wagens met grote onnozele koppen erop, dat is een carnavalsoptocht. De ene wagen mooier dan de ander. Voor mij is het duidelijk. Carnaval is zuidelijk en had nooit de rivieren over mogen steken. Het is een feest van de zuiderlingen. Hen zit het in de genen. Maar goed. Toen ik googelde op carnavalsoptocht Drunen kwam dit plaatje te voorschijn. En dan twijfel ik niet meer aan de zin van het leven. Hij kwam op aarde om ons te behagen en stierf voor ons, zondaars. Hij liet ons achter met een schat, en waar uw schat is, daar zal uw hart zijn. Wat weinigen weten is dat ook Elvis carnavalsliedjes zong. Ook een zuiderling. Hij heeft zelfs ooit meegereden in een carnavalsoptocht. http://www.youtube.com/watch?v=ksvEbgzbZUY

Meten is weten.

Ik zag het programma ‘de rekenkamer’ waar een aantal vreemde conclusies werd getrokken over de kosten en baten van roken. Aan de debetzijde werden o.a. de kosten genomen van de rookpauzes. Dus twee keer een kwartier per dag, per werknemer, en dat maal het uurtarief. En dat is natuurlijk kassa. Voor kantoorpersoneel geldt dat natuurlijk helemaal niet. Want niemand kan beweren dat rokend kantoorpersoneel minder productief is dan niet-rokend kantoorpersoneel. Ik kende niet-rokend kantoorpersoneel dat zo vaak zat te klagen over de extra rookpauzes van rokers, dat ze aan dat klagen een veelvoud van tijd verloren lieten gaan ten op zichte van de niet-onruststoker.

Aan de creditzijde echter werd als opbrengst het vroegtijdig overlijden van rokers gezet. Hoe vroeger ze overlijden, hoe minder ze de gezondheidszorg kosten. Eigenlijk zijn niet-rokers hele asociale mensen. Daar staan weinigen bij stil. Sowieso is het wat egoïstisch om na je pensionering gewoon door te blijven leven.

Bloggend personeel schijnt nu ineens juist weer productiever te zijn. Dat werkt geloof ik net zo als een personeelsuitje. Het uitje kost geld, maar de onderlinge verhoudingen verbeteren en dus levert het uiteindelijk geld op. Het is niet mijn redenering, maar wel een algemeen aanvaarde.

Productiviteit is een naar verschijnsel. Over het algemeen wordt alleen de productiviteit van de mensen met de laagste salarissen gemeten. Omdat die meetbaar is. Bovendien zijn managers er niet bij gebaat om hun effectiviteit te meten. Het is al net als in de politiek. Als het economisch meezit, ligt het aan de regering, als het tegenzit, aan de economie.

http://www.nu.nl/tech/2460762/bloggend-personeel-productiever.html

Ceteris paribus

De benzine is nog nooit zo duur geweest. € 1,70. Dit vraagt om een omrekening naar ouderwetse guldens. f 3,74. Ooit heb ook ik geroepen dat als de benzine ooit meer dan f 2,- per liter zou gaan kosten, dat praktisch niemand het nog kon betalen. Maar overdrachtelijk bleek niets minder waar. Op het moment dat de euro werd ingevoerd (1-1-2002) betaalde ik voor een liter loodvrij precies 1 euro. f 2,20 dus. En dat was al slikken. Tegenwoordig reken ik € 100,- af voor een volle tank. Met mijn eerste auto, een Fiat Panda, was het ongeveer f 50,- Zo vergelijk je die dingen. Geen rekening houden met inflatie, niet met literkrimp* en niet met de tankinhoud, benzine is vijf keer zo duur dan 20 jaar terug. Verdien ik ook vijf keer zoveel? Makkelijk. Hou ik dan ook vijf keer zoveel over? Bij lange na niet. Ik heb het gevoel dat ik ergens belazerd word. Ergens rekent iemand iets dubbel, anders kan ik niet zo weinig overhouden. Ne bis in idem, zeggen ze dan. Ja, als ik kwaad ben begin ik altijd Latijn te sputteren, Cave Canem nog eens aan toe!

* Literkrimp ja. Dat is hetzelfde als inflatie, maar vanuit een ander perspectief bekeken.

De Eerste Kamer

Helemaal heb ik het nooit gesnapt, hoe Nederland bestuurd wordt. Iets met verkiezingen, de vorming van een kabinet, het niet nakomen van partijprogramma’s, moties, fracties, wie nu wat precies bestuurt, fractievoorzitter, fractieleider, en al helemaal snapte ik niks van de Eerste Kamer. Ja, die controleert de tweede, leerde ik op school. Maar wat betekent dat? Controleren in de zin van nakijken of controleren in de zin van controle hebben? Gelukkig geeft mevrouw Mack af en toe lessen staatsrecht. Dus die weet hoe het werkt. Maar ik ben het er gewoon niet mee eens, met hoe het werkt, dus ik weiger ook om het te aanvaarden. Ik ben trouwens meer van de dictaturen. Dat is toch een veel betere bestuursvorm? Het stuurt in elk geval een stuk directer, en direct sturen geeft meer rijplezier.

Neuroten

Ik zag een programma over manipulatie van de hersenen. De manipulatie werd uitgevoerd door enerzijds marketingmensen, en anderzijds door neurologen. Er schijnt zelfs al een combinatie te bestaan van die twee, neuromarketeers. Dat zijn geen hele zenuwachtige marketeers, maar mensen die zich bezig houden met welke aspecten een reclame moet bevatten zodat u en ik het produkt kopen. En dan niet met de gebruikelijke voorspelbaarheid, maar zodanig dat het gebied van begeerte in de hersenen geprikkeld wordt zodra iemand een reclame ziet. Over niet al te lange tijd zijn marketeers in staat om u iets te verkopen dat totaal onbruikbaar is. Bijvoorbeeld een gebruikte zakdoek met gele snot, zwarte korstjes en bloedvlekken erin. Eerlijk, zoiets heeft u echt niet nodig maar binnenkort koopt u het massaal omdat u die opdracht van uw hersenen krijgt. En u kunt er gewoon niks tegen doen, dat is het erge. Het is een kwestie van de gebruikte zakdoek op zodanige wijze te presenteren dat u hem graag wilt kopen.

Gelukkig was er ook nog de hersenonderzoeker die de hersenen manipuleerde. Hij deed dat door te onderzoeken welke gebieden in de hersenen reageerden op bepaalde situaties. Als u bijvoorbeeld aan een vis denkt, schijnt er een puntje in de hersenen op te lichten zodat, als u onder een scan ligt, de onderzoeker u kan vertellen dat u aan een vis denkt. Maar goed, dat wist u dan zelf ook al, dat u dat deed. Over een paar jaar, als de apparatuur geavanceerder is, kan de onderzoeker u ook vertellen of u aan een karper of een snoek dacht. De bedoeling van de onderzoeker was om de code van de hersenen te kraken. Dat gaf hij eerlijk toe. Hij ging duidelijk voor de nobelprijs. Als nu maar duidelijk is welk gedeelte van de hersenen verantwoordelijk is voor welke gemoedstoestand, kan de onderzoeker zeggen welke gedachte u moet denken om die gemoedstoestand te manipuleren. Uiteindelijk, maar dat ligt nog zeker 3 jaar in de toekomst, bestaan er geen geesteszieken, geen zwakzinnigen, en geen mensen meer die niet kunnen boekhouden. Het is een prachtig vooruitzicht.

En dat filosofeert hij dan even bij elkaar op maandagavond.

Ik ben een beetje op een punt aanbeland waarop ik uitgekeken raak op de maatschappij. Het is net of ik alles wat er in Nederland op politiek/maatschappelijk gebied gebeurt, weet te doorgronden zodat niks meer spannend is. Ik weet van mensen met idealen die ze nooit zullen verwezenlijken en ik weet van mensen met geld die hun rijkdommen beschermen door middel van het laten varen van principes, en ik weet van mensen die sarcastisch kritiek leveren op alles. En daar ergens tussendoor loop ik, mezelf af te vragen wat de zin is van waar we met z’n allen mee bezig zijn.

Ik wil me wel graag mengen in discussies maar toen ik nog dacht dat íemand wel gelijk zou hebben, was het een uitdaging om erachter te komen wie dat dan wel was. Inmiddels weet ik beter, niemand heeft volledig gelijk, of iedereen heeft een deel gelijk, dat komt op hetzelfde neer. Dus wat voeg ik toe als ik een mening heb over, ik noem maar wat, de verhoging van de maximumsnelheid op snelwegen? Er zijn mensen, veel geleerder dan ik die mijn argumenten zo terzijde schuiven zonder dat ik er iets tegenin kan brengen. Ongeacht welke mening ik erop nahoud. En dat komt, heb ik besloten, doordat mij gevraagd wordt om na te denken over zaken die ook anderen aangaan. En als je moet denken voor anderen, dan gaat het mis. Het enige wat volgens mij van belang is, is te zorgen dat mijn probleem blijft bestaan, want dan gaat het nergens over en zolang het nergens over gaat, leef je in vrijheid in een alleraardigst landje.

Wat dat betreft zijn jeugdjaren veel interessanter. Als je heel jong bent is de wereld zo groot en onbekend dat zij vanzelf spannend is. Als je ietsjes ouder bent zie je idealen en het nastreven daarvan geeft veel voldoening. Dan raak je in je dertiger jaren en beklim je de ladder van de principes. Onderaan zitten de principes en bovenin zitten de mensen waar je bij wilt horen. En ik zit in mijn veertiger jaren, pas aan het begin, en ik denk alles doorgrond te hebben. Het gaat nergens over. Dus ik moet me bezig houden met de dingen die binnen mijn kring van invloed liggen. En de trieste constatering is, dat die minder in getal zijn dan tien jaar geleden, al fopten mijn gedachten mij toen nog.

Wat dat betreft begrijp ik niet wat men bedoelt met ‘het leven begint bij veertig.’ Maar die uitdrukking moet bedacht zijn door een veel ouder persoon, en aangezien alleen een veel ouder en wijzer persoon daar een oordeel over kan geven, wanhoop ik niet. Het zou natuurlijk kunnen dat een laatbloeier als ik het pas over een paar jaar begrijpt. Tot die tijd geloof ik niet dat ik me erg met de maatschappij bemoei. Er schijnt iets met Provinciale Staten aan te komen. Ik geef de volmacht aan mijn vrouw, een dertiger, dus veel beter op de hoogte.

Tropenjaren

Ik vond het een taaie zondag. Eerst gezwommen, dat ging nog wel, maar daarna was het vooral hangen en de dag doorkomen. Valt er nog van die vieze natte sneeuw ook. De afwasmachine is nog steeds kapot dus ik deed een afwasje. Mevrouw Mack en ik deden om beurten een slaapje op de bank en eigenlijk kom je je vermoeidheid op zo’n dag niet meer te boven. Kinderen en katten eisen gewoon hun normale aandacht en het bleef maar sneeuwen. Bah. Ik ga er iets op verzinnen. Ik zal in het vervolg fitter zijn op zondag. Vroeger bestond dit probleem toch helemaal niet? Waar komt dit uit voort? Tweeverdieners denk ik. In het weekend zijn wij niet vrij maar moeten de opgelopen achterstanden van de week ingehaald worden. Tropenjaren noemen ze het wel, met kleine kinderen. Maar er was weinig ‘tropisch’ te bespeuren. In de zomervakantie ben ik nog veel intensiever bezig met mijn kroost. Maar dan kost het me geen moeite. Kwestie van vroeg naar bed en vroeg opstaan. Dat is het hele geheim volgens mij. Wat dat betreft is de zomervakantie bij mij heilig en onbetaalbaar.

Veilig

Ik had vroeger een slaapkamer, die was heel veilig. Het was misschien wel de meest veilige slaapkamer ter wereld. Niet dat alle kasten verankerd in de muur zaten, of dat hangende planken op meerdere plekken gestut werden, maar het was gewoon een fijne slaapkamer. Niet eens een sleutel in de deur, maar wel schone lakens, vloerbedekking, gordijnen en een lampje boven m’n bed. Misschien had u zelf ook wel zo’n slaapkamer. Er stond een radio, een cassetterecorder, een pick-up en een wekker. En van alle apparaten snapte ik hoe ze werkten. Aan de muur hing Elvis om over me te waken. Er stond ook nog een ton. Daar had wasmiddel in gezeten, maar nu zaten er autootjes in. Onderin lagen nog korreltjes waspoeder. Op de ton zat een rond deksel, dat gebruikte ik als stuur. Ik was een jaar of tien en ik bouwde mijn bed ’s avonds om tot formule 1 bolide. Dan zette ik het kussen rechtop, ging liggend zitten, trok de lakens over mij heen en racete over het circuit. Zandvoort, want verder kende ik er geen. Dat zat er al vroeg in. Als ik nu een bekend formule 1 piloot was geworden, was dit een schitterend verhaal geweest. Als je eindigt op kantoor is het een beetje zielig.