Een betoverend mooie dag.

Vanochtend zat ik met twee kleine meisjes bij het feestje ter ere van het 25-jarige bestaan van het kinderdagverblijf. Ik had geen idee wat me te wachten stond, ik wist alleen dat ik er heen moest. Ik was al blij dat ik nog even op de uitnodiging keek en zo te weten kwam dat het over een jubileum ging. Er werd een optreden verzorgd door Tjalling en Kees, twee grappenmakers voor peuters. Best knap wat die twee deden want peuters zijn een erg lastig publiek. Tammar bijvoorbeeld, die normaal toch onverschrokken is, week geen moment van mijn zijde. Ze nam niet plaats op de bankjes vooraan, maar bleef aan mijn been hangen, langs de kant van de zaal, anderhalf uur lang. Na elk liedje vroeg ze: “zijn ze nu klaar?” Ondankbaar publiek, die Tammar. Maar goed, ze kende alle grapjes al want haar bloedeigen vader is dat humorniveau ook nooit ontstegen.

 ’s Middags was er een programma voor de kinderen in de leeftijd van Hans, maar die kon niet. Wij gingen naar Yukiko. Kent u Yukiko, de heks? Ze is wel een heks, maar ze heeft vele lieve kanten. Ze heeft bijvoorbeeld een betoverde trampoline waardoor Tammar haar enkel kneusde, en die haar een zwelling bezorgde waar een ei jaloers op zou zijn. Maar dan komt ze ook met een zelfgemaakt brouwseltje om de zwelling te bestrijden. Het was groene zalf, een typische heksenkleur. Het werkte wel in die zin dat Tammar er weer rustig van werd. Maar een rustige Tammar is niet de oude Tammar, dus zal ze wel betoverd zijn. Ik had ook echt het idee dat Yukiko zich veel sneller door haar bostuin kon bewegen dan menselijkerwijs mogelijk is. Er moet een bezem in het spel zijn geweest. Verder probeerde ze me uit mijn concentratie te halen door het geluid van een bladblazer na te doen, en ik vond dat ze bedwelmende sauzen bij het eten serveerde, maar dat bleek haar hulpje Jenni gedaan te hebben.

Toch voelen wij ons wel op ons gemak bij heks Yukiko. Hans heeft de hele middag met haar dochtertje gespeeld, en ik heb hem niet één keer horen zeuren. Ook betoverd dus. Toen ik naar de wc ging, trok het ding niet door, dat schijnt ze ook op afroep te kunnen. Het gebeurt bijna niemand maar mij wel. Een akelige lach klonk uit de hal. Toen ik haar bestraffend toesprak, en zij zich bedacht dat ze alleen zichzelf maar had met het niet kunnen doortrekken, gaf ze me het juiste toverwoord.

 Toen het donker was en er een kampvuurtje gemaakt werd in de tuin -waar vind je dat nog?- en ik de volle maan zag rijzen terwijl het helemaal geen volle maan was, vond ik het genoeg. Dan miste ik het offerfeest maar, maar wij gingen weer naar veiliger oorden. Ze vond het jammer en toonde ons twee vers gevangen vleerhonden. Maar daarmee waren wij niet over te halen. Ze liet ons uit en leidde ons door de donkere bostuin naar de veilige, verlichte straat. Blij dat we die haalden. Wat harder dan normaal en met een iets verhoogde hartslag reed ik terug naar huis. Ik meende nog twee keer ingehaald te worden door een bezem zonder licht. Maar dat kunnen ook gewoon hallucinaties geweest zijn.

Coca Cola Light Break.

Gisteren ergerde ik mij op mijn werk. Ik probeerde iets te begrijpen maar omdat het zulk mooi weer was werd er een bende bladerblowers door de straat heen gejaagd. En het is waar, als ik iets lastig vind dan ga ik mij ook snel ergeren. Dus ik maak ze allerlei ondoordachte verwijten, maar ik erger mij niet voor niets! Bovendien, in mijn verdediging: het bedrijf naast ons huurt die bladerblowers elke week in. Zodra de zon schijnt, verschijnt ook deze bende oproerkraaiers.

Een beetje opgefokt trok ik de ramen met een knal dicht en deed de airco aan. Maar het helpt niks, want je hoort ze nog steeds, alleen zachter. Je probeert je af te sluiten maar het geluid dringt dwars door de ramen. En net als het iets beter gaat drukt er weer iemand op de printer, of komt iemand met een hoop herrie binnen zeilen. Geen punt als ik routineus zit te werken, maar als ik iets niet snap, en me eigenlijk daaraan erger, projecteer ik het op externe factoren.

Hoe dan ook, het werd pauze. Een van de bladerenblowers deed zijn masker af en bleek blonde manen te hebben. Hij trok zijn shirt uit en ging eens fijn op een bankje zitten, om zijn lichaam te showen aan de meisjes. Uiteraard deed hij net alsof hij in de zon zat, maar dat was niet zo, want anders heb je niet zulke Hans Klok-achtige manen. Helaas voor hem was ik mijn brood vergeten en reed ik naar huis om het te halen. Mijn Alfa mag dan afgeschreven zijn, maar dat merkt niemand die het niet weet. Op volle snelheid kwam ik aan, een hoop lawaai producerend, over de linkerweghelft waaraan hij zat scheurend, raam open en radio 1 keihard aan, ♪♫ en Marcel, hoe is de situatie in Uruzgan? ♪♫, één armpje uit het raam en een grote windvlaag producerend die zijn blonde haren deden wapperen. Dat zal hem leren! Geërgerd keek hij mij na. Beide armen had hij uitgespreid over de rugleuning van het bankje dus hij moet benzinewalm onder zijn oksels hebben gekregen. Op de terugweg zat hij er nog steeds en deed ik het weer, ditmaal over de rechterkant van de weg. Ik voelde de behoefte opkomen om naar hem te fluiten, maar dat durfde ik toch niet goed. Straks hapte hij! In elk geval, de toorn van de boekhouder is over hem gekomen. Ik weet niet of hij toevallig ook weblogt, want anders kunt u daar lezen dat er een aanstellerig boekhoudertje indruk probeerde te maken met zijn Alfaatje.

Niet schieten, dat is mijn papa!

Ik heb voor mijn verjaardag weer eens boeken gekregen. Martin Bril, want die bewonder ik. Frits Bolkenstein, want zijn aangeboren aardappel, zijn intelligente voorkomen, en niet in de laatste plaats zijn prachtige scheiding links, trokken altijd mijn aandacht. En verder kreeg ik boekenbonnen zodat ik iets te doen heb voordat ik ga slapen. Want zelfs hier is het niet elke dag feest.

Maar ik ben nu in een boek begonnen dat ik gewoon van de plank trok, omdat het er al stond. Het is geschreven door iemand die niet van nature goed kan schrijven, maar hij is geholpen. Het verhaal is toch adembenemend, omdat hij een verhaal heeft. Hij is een overlevende van een aanslag door de Bende van Nijvel.

Ik heb al vaker over de Bende geschreven, want ook dat is iets wat ik heb meegekregen en wat me nooit losliet. Hoe is het mogelijk dat er gebeurd is wat er is gebeurd? En hoe is het mogelijk dat deze zaak nooit is opgelost? Als ik door rood rij, wat ik hoogstzelden doe, dan komen er van vier kanten politiewagens met zwaailicht aan, ik word klemgereden, word in de boeien geslagen en ondervraagd terwijl een felle lamp in mijn gezicht schijnt.

Dit boek van David van de Steen beschrijft zijn lijdensweg. Ik heb het nog niet uit, maar in mij kwam het idee op dat als een bendelid dit leest, dat voor hem misschien het moment zal zijn dat hij breekt en zich gaat aangeven. Want als er iets is dat onze sympathieke zuiderburen verdienen, is het toch wel dat deze misdaad nog binnen de verjaringstermijn opgelost gaat worden.

De promotie van de dominee.

Het geloof der streng gereformeerde medemensch interesseert mij mateloos. Niet omdat ik het ook wil gaan aanhangen, maar omdat het mij een inkijk geeft in de psyche van de mens. In hoeverre spelen indoctrinatie en meeloopgedrag een rol en in hoeverre is het echt, dat is wat ik mij afvraag. Mede omdat mij als gelovige van katholieke afkomst natuurlijk regelmatig verwijten worden gemaakt. Dwaalleer, Mariaverering, niet erkennen van God als het hoogste gezag op aarde, maar de Paus, zijn verwijten waarvan ik smul. Alles beargumenteerd met de juiste wetsartikelen uit de heilige geschriften. Ik stroop dan mijn mouwen op, knak mijn vingers, neem een assertieve houding aan en ga in de tegenaanval. Heerlijk vind ik dat. En mijn belang is niet direct het verdedigen van de katholieke leer, waar daar begrijp ik soms ook geen bal van, maar het in de val laten lopen van mijn opponent. Uiteraard wel met een knipoog. De climax wordt bereikt als mijn opponent het ook even niet meer weet, en zich beroept op “dat is gewoon zo.”

Vanmiddag had mijn gereformeerde collega vrij. De reden was niet het mooie weer, maar de inauguratie van een nieuwe dominee in Elspeet. De dominee had promotie gemaakt en ging nu van een kerkelijke gemeente van 800 leden, naar eentje van 1600 leden. Ik vroeg of de dominee nu ook een dienstwoning ter beschikking kreeg, en of er dan wel 18% over het jaarloon van de dominee werd bijgeteld conform art 33 uitv.reg. LB. Want ook God’s werk is fiscaal belast. Dat eerste werd beaamd. Het ging om een grote dienstwoning waar je makkelijk met 10 kinderen kon wonen. Een andere collega bemoeide zich ermee en merkte op dat je dat ook allemaal moest schoonhouden. Maar dat was niet zo, want de kerkenraad zorgde voor de schoonmaak.

Samenvattend, praktisch de hele gemeente nam vrij om bij de installering van de nieuwe dominee te zijn en bovendien werd voor de schoonmaak van zijn huis gezorgd. “En dan verwijt jij de katholieken dat ze Maria vereren?”, merkte ik op. “Hoe noem je dit dan?” Uiteraard was het heel wat anders. “En wat is de bedoeling van het feit dat jullie daar allemaal bij zijn? Probeer je goede sier te maken of zo? Je weet toch dat goede sier maken de Here een gruwel is?” Hij moet daar wel om grinniken, want hij heeft best humor. En hij gaf zelfs toe dat er wel een aantal mensen om die reden naar de aanstelling kwamen. Ja, dat dacht ik ook wel. Ik merkte nog op dat tegen de tijd dat die mensen in de hemel zijn, ze daar waarschijnlijk ook de Here constant lastig vallen met hun aandachttrekkerij. Maar goed, dat vond hij spotten, en daar moest ik hem wel weer gelijk geven.

Logica van niks.

Vreemd. Ik zit art 32bb van de loonbelasting te bestuderen en daarin worden excessieve vertrekvergoedingen geregeld. Het gaat daarbij om mensen met een jaarinkomen van € 522.000 of meer. De fiscus moet ingrijpen om te zorgen dat er geen buitensporige bevoordeling voor deze groep van werknemers plaats kan vinden. Of tenminste niet zonder dat het de werkgever ook extra belasting kost.

Als je er over nadenkt is het onlogisch. Kennelijk willen werkgevers graag dit soort vergoedingen toekennen aan hun duurste werknemers. Want anders hoefde de belastingdienst toch niet in te grijpen. Terwijl wij -het voetvolk- onze werkgevers toch hebben leren kennen als over het algemeen aimabele mensen die juist geneigd zijn om zo weinig mogelijk kosten te maken voor hun werknemers. Want bij een vraag om loonsverhoging wordt door de meeste werkgevers toch dankbaar gebruik gemaakt van de economische crisis als argument tegen.

Nee, ik kan het niet helemaal rijmen met art 32bb. Is het een soort in stand houden van een caroussel waarbij de hoogst beloonden van de ene naar de andere werkgever kunnen gaan om zodoende in een jaar tijd bij elkaar te harken waar de meeste werknemers hun hele leven voor moeten werken? Maar wat is dan het belang van de werkgevers?

Ik kan eigenlijk niks anders verzinnen dan dat aandeelhouders een zo’n hoog mogelijk rendement per aandeel willen, en dat de hoogst beloonden hen op listige wijze weten te overtuigen van het feit dat ze dat krijgen als ze excessieve beloningen aan hen toekennen. Terwijl iedereen toch snapt dat de winst per aandeel juist gebaat is bij een zo’n laag mogelijk salaris van de president-directeur? Sterker nog, juist de president-directeur die begaan is met het lot van de aandeelhouder zou dit moeten snappen. Ik zal wel ziek geweest zijn op de dag dat dit behandeld werd op school.

Drank doet ook goeie dingen.

Ik kan niet zo goed tegen overdreven romantiek. Niet tegen strandwandelingen, flesjes wijn en haardvuur. Ik heb niets tegen strandwandelingen, wijn of haardvuur, ik kan er alleen slecht tegen als er naartoe wordt gewerkt in contactadvertenties om zichzelf aan te prijzen. Natuurlijk is het geweldig om een strandwandeling te maken met je geliefde, maar wie gelooft een man die zegt dat hij graag strandwandelingen maakt met zijn geliefde? Niemand toch? Nee, een strandwandeling of haardvuur moeten er gewoon ineens zijn, dan klopt het, maar je kunt het niet afdwingen.

Hier op de Veluwe heb je geen strand, en wij hebben geen open haard en Linda drinkt geen wijn, dus ik kan haar geen romantiek bieden. En als ik het wel doe, zoals nu, terwijl ze het helemaal niet weet omdat ze al in bed ligt, dan doe ik dat door een nummer van Elvis ten gehore te brengen. Ze houdt niet van Elvis, ze zet mij zelfs vaak in de zeik met Elvis, maar desondanks hebben wij toch maar mooi wat we hebben. En daarom, en alleen daarom, maar ook een beetje omdat ik wél wijn heb gedronken, een liedje van Elvis voor Linda.

Afwijking

Ik heb een afwijking. Natuurlijk. Dat wist u al, maar ik heb er nog één. En deze heb ik pas sinds een jaar ontwikkeld. Want eerst was ik net als alle andere vaders. Ik werd er namelijk niet vrolijk van als ik ’s nachts uit mijn slaap werd gehaald door mijn kinderen. Het gebeurt ook niet dagelijks maar als Hans eenmaal roept, dan roept hij nadat hij is gerustgesteld nog minimaal twee keer. Ik slaapwandel dan naar hem toe, praat wat met hem al weet ik niet waarover, want ik slaap immers, en ik ga terug naar bed en slaap door. Ik ben niet eens moe de volgende ochtend.

Tammar maakt het nog bonter. Die roept mij als ze moet plassen (ze roepen beiden uitsluitend mij midden in de nacht) en daarvoor moet ik wel even ontwaken. Dan zet ik haar op de w.c. en begint ze zachtjes te fluisteren, want ze weet dat de rest nog slaapt. En dat gefluister tussen ons, dat vind ik zo leuk, daar kun je me ’s nachts voor wakker maken. (Mag ik naar beneden?) (Nee, het is nog midden in de nacht) (Maar ik wil niet slapen) (Moet toch) En dan steekt ze haar tong uit, maakt bijbehorend geluid van een harde wind en ik reageer verschrikt. En dan begint ze heel zachtjes maar hikkend te lachen. En nog een keer, en nog een keer. Drie uur ’s nachts is het dan. En wij hebben de grootste lol.

God slaat terug.

Een paar jaar geleden las ik een boek waarin werd uitgelegd hoe de aarde in elkaar zat, hoe zij was ontstaan, hoe we alle hoop op een hiernamaals konden opgeven en hoe alleen wij waren in het heelal.  Misschien niet alleen, maar als er al ander leven zou zijn zou het ons nooit ontdekken en wij hen niet, omdat immers niets sneller dan het licht kon reizen en de dichtstbijzijnde planeet die eventueel geschikt zou zijn voor leven, op duizend lichtjaar afstand stond zodat je minimaal duizend jaar onderweg zou zijn.  Dat zou je niet overleven. Ik moet zeggen dat het boek mij niet vrolijk stemde. Niet alleen door het arrogante standpunt van de schrijver, maar  ik kon er ook niks tegen in brengen.

Nee, ik werd er eerlijk gezegd niet vrolijk van, van de gedachte dat we helemaal op onszelf aangewezen waren en dat alles wat er te ontdekken viel eigenlijk al ontdekt was.  Het geloof dat ik had werd ernstig ondermijnd door dat boek.  Wonderen moeten wel latent aanwezig zijn in de wereld, want wat doe je hier anders? Gelukkig verdween de impact van het boek een paar weken later weer, maar vooral de wetenschap van de lichtsnelheid en dat we daardoor voor eeuwig op onszelf waren aangewezen, bleef altijd aanwezig als ik naar de sterrenhemel keek.

Tot vandaag dan. Wetenschappers staan verbaasd van zichzelf nu ze een deeltje sneller dan het licht hebben laten reizen. Het moet nog gecontroleerd worden, maar als het waar is dan heeft Albert Einstein de wetenschap afgeremd in plaats van vooruit geholpen. Want zijn relativiteitstheorie werd toch altijd klakkeloos voor waar aangenomen. Terwijl ik maar nooit wilde begrijpen waarom je nou niet als je de lichtsnelheid met je auto genaderd was, gewoon nog de cilinderkop wat verder kon opboren voor meer vermogen, zodat je er overheen kon. Nou, dat was nog helemaal niet zo’n domme gedachte, lijkt het nu. Dat boek kan in elk geval de prullenbak in. En als Einstein al geen gelijk meer heeft, wie dan nog wel?

Fotólexie

Ik heb een visuele vorm van dyslexie, genaamd fotólexie. Met de klemtoon op de tweede o. Want tijdens het ontbijt aan het aanrecht, ligt de krant open op het gasfornuis en lees ik berichtjes over gezellige ongelukjes, sfeervolle overvalletjes en fijne schennispleginkjes. Het altijd knusse dorpse leven op de Veluwe veraangenaamt mijn ontbijt al jaren.

Totdat mijn oog viel op een joekel van een foto, prominent in het midden. Aan de zijkant zat een mevrouw die mij bekend voorkwam. Verrek, dat is één van de juffen bij Tammar op de kinderopvang. Ook grappig zeg, zo’n bekende in de krant. “Linda, moet je nu eens kijken! Er staat een juf van Tammar in de krant!”

http://www.destentor.nl/regio/epevaassen/9520481/Nijntje-werd-Kinderopvang-Op-Maat.ece

Het is triest…

Het lukt me niet meer, om een inhoudelijk en kritisch stukje te schrijven over de Algemene beschouwingen. Het was zo diep triest dat ik me er niet eens mee bezig wíl houden. Wat een ellendelingen voeren daar de boventoon! Waarom lukt het een ooit waardig man als Cohen niet om de aanvallen af te weren? Aikido moet hij bedrijven in plaats van de tegenaanval in te zetten. Gebruik de energie van de tegenstander tegen zichzelf, en behoud je waardigheid. Is dat nu zo moeilijk?

Nee, ik vind het niet kunnen de toon die vandaag gespeeld werd in de Tweede Kamer. Was het in een theater geweest, dan was het prima. Eventueel wil ik daar nog voor betalen. Want Wilders is best grappig, al is zijn improvisatie ingestudeerd. Want over woordkeuzen als kopvoddentax en bedrijfspoedel is vooraf binnen de  PVV gestemd hoor! De Tweede Kamer mag van mij best een tikkeltje elitair blijven. Dus stropdassen en scheidingen aan de linkerkant. Henk en Ingrid moeten wel kunnen blijven schelden op “de hoge heren in Den Haag”. Want als de verloedering daar in dit tempo doorzet, dan gooien ze elkaar over twee jaar met bierblikjes en knakworsten naar de koppen. En dan roept de voorzitter tot orde met een hele harde boer in de microfoon. “BUUURRPPP! Koppuhhh dicht!