Geacht RIVM…

Ik kreeg een brief van het RIVM dat ze mijn poep willen onderzoeken. Dit doen ze bij oude mensen om darmkanker in een vroeg stadium te ontdekken. Nu ben ik al 55, en is het niet echt vroeg. Het is 2024, het is hartstikke laat. Vóór je veertigste doodgaan aan kanker, dat is vroeg. In plaats dat ze het dán opsporen. Nou ja, ik denk over een aantal dingen heel anders dan het RIVM. En het is niet zo fraai wat ik denk. Ik bedoel, we zitten vol met chagrijnige oude mensen, mezelf incluis, waarom proberen we die allemaal zo oud mogelijk te laten worden? Ik kwam die mensen tijdens de pandemie tegen in het ziekenhuis, ze bedreigden je moet een stok als je in hun buurt kwam. Terwijl voor mij beleefdheid naar anderen voor het eigen belang gaat. Dat is de manier om de wereld vooruit te helpen, niet om zo oud en onuitstaanbaar mogelijk te worden.

Nou ja, ik weet nog niet of ik aan het onderzoek meedoe. In elk geval niet uit eigen belang. Waarschijnlijk doe ik het om niet onbeleefd te zijn richting het RIVM. Het onderzoek doen ze elke twee jaar bij mensen tussen de 55 en 75. Die moeten hun poep opsturen in een envelop. Denk daar eens over na, hoeveel kak er dagelijks rond gaat met de post. Ik vind het ook heel onbeleefd richting postbode, om die te degraderen tot strontbode. Bovendien, ik las net de instructies, je moet je poep opvangen in de wc, maar je moet zorgen dat er geen urine bij komt. Ik ben toch geen hond? Als ik poep, komt er daarna plas. Punt uit. En anders koop ik zo’n grote bubbelenvelop en bout ik die vol, dan komt er geen plas bij. En dan schrijf ik: geacht RIVM…

Buurjongen

In 1983, toen ik in Vaassen kwam wonen kreeg ik een buurjongen, die op hetzelfde moment hier kwam wonen. Wij hadden de zolderkamers en onze dakkapellen grensden aan elkaar. Vrijwel elke avond voor het slapen gaan stonden wij met het raam open met elkaar te praten. We maakten ook een kabelbaan om goederen naar elkaar te vervoeren, en een microfoon zodat we elkaar ook met het raam dicht konden horen, en we klommen uit het raam naar elkaars kamer. Altijd goed gegaan, op de keer na dat een overbuurvrouw bij mijn moeder kwam melden dat wij over het dak liepen.

Nou ja, we deelden dus ongeveer alles en het duurde tot 1988, toen gingen de buren verhuizen. Daarna verwaterde het contact snel. Pas in 2014 hoorde ik weer iets van hem, via Linked-in. En daarna niet meer. Totdat ik deze week weer op Linked-in een droge mededeling zag: “Hee buurman, nog iets gebeurd de afgelopen tien jaar?” Daar moest ik wel om lachen en we praatten even bij, en hij deed zelfs het voorstel om als hij weer eens in de buurt was, even langs te komen. We gaan het zien.

Het was in elk geval destijds een steun en toeverlaat om overal over te kunnen praten, jarenlang, hangend uit dat dakraam. Ons oude huis staat te koop, daarom kon ik even een foto stelen van de plek waar het allemaal gebeurde.

Los!

Ik sla nooit geliefden, maar vandaag moest ik een uitzondering maken. Ik heb Tammar in haar meest dwarse bui ooit wel eens een trap gegeven, en nog veel vroeger mijn zusje in net zo’n dwarse bui, maar het geeft alleen maar een slecht gevoel. Misschien deed het mij wel meer pijn dan hen. Wat dat betreft begrijp ik niet dat er vroeger zo lustig op los werd geramd door vaders.

Degene die vandaag de klos was, was Lori. Ook zij zit in haar puberteit en neemt het ineens niet meer zo nauw met mijn gezag. Ik speel altijd met haar tijdens het uitlaten, maar als ik “los” zeg, moet ze loslaten. Tot nu toe lukte dat, maar gisteren liet ze het touw waaraan ik trok niet meer los. Ik trok aan haar oor, draaide haar nekvel om, ik deed zelfs een nekklem, maar niets hielp. Ze hield vast. Het enige dat mij nog restte was haar aan de lijn te doen en linea recta naar huis te gaan. Klaar met het spelen. Thuisgekomen vroeg ik me af of ze dat nu begrepen had. Nee natuurlijk niet! Aan de lijn en niet meer spelen is geen straf.

Vandaag probeerde ik het opnieuw. Zelfde touw, zelfde rondje, en zelfde situatie. Ze liet niet los. Ik gaf haar een ram met de leren riem. Bij de tweede liet ze los. Even daarna liet ze weer niet los, maar nu hoefde ik alleen maar te dreigen met de riem, en ze liet los. Ik was weer de baas.

Die laatste zin, die meen ik totaal niet, want ik laat mijn hond luisteren door te slaan of te dreigen en ik ben er helemaal niet trots op. En waarom ik het zo belangrijk vind dat ze loslaat als ik dat zeg weet ik eigenlijk ook niet. Alsof ze een politiehond is. Misschien moet ik er minder een punt van maken als ze een keer niet luistert. Ze luistert toch al beter dan alle vorige honden bij elkaar.

Een geliefde slaan is in het algemeen geen goed idee. Dat moet je niet willen. Zelfs als je dat nooit doet, geef je ze onbedoeld al wel eens een klap in het gezicht. Honden zijn wat dat betreft minder gevoelig. Gelukkig maar. Anders kon het nog wel eens een lastige zaak worden.

Brigadoon

Ik las vandaag over de legende van Brigadoon, nadat ik in de auto naar “the whole of the moon” luisterde. Al jaren hoorde ik Mike Scott zingen: “I saw the rain dirty valley, you saw Brigadoon,” zonder te weten wat dat betekende.

De legende gaat over het Schotse dorp Brigadoon, waarop een vloek rust en het dorp maar één keer in de honderd jaar voor een dag verschijnt aan de buitenwereld. Twee mannen zijn aan het jagen in de Schotse hooglanden als het dorp opdoemt uit de mist. De inwoners worden elke honderd jaar slechts een dag ouder, maar geen van de inwoners mag het dorp op die dag verlaten, of het dorp zal voor altijd in de mist verdwijnen. Volgens de legende is het dorp in 1754 voor het laatst verschenen.

Een van de mannen wordt verliefd op Fiona, een jonge schone uit het dorp. Hij vraagt aan een onderwijzer uit het dorp of het voor een buitenstaander mogelijk is om inwoner van Brigadoon te worden. Dat is het, maar alleen als hij verliefd wordt op iemand uit het dorp. Hij moet kiezen, zijn verloofde in New York achterlaten en huis en haard verlaten, of een leven vol liefde in Brigadoon. Doordat zijn vriend problemen veroorzaakt, verlaten hij en z’n vriend Brigadoon, en het dorp verdwijnt weer in de mist. Hij keert terug naar New York, maar blijft denken aan Fiona.

Na vier maanden keert hij terug naar Schotland en gaat op zoek. Tot zijn verbazing verschijnt het dorp opnieuw uit de mist en hij ziet de onderwijzer. Hij vraagt hoe het mogelijk is dat Brigadoon weer verschenen is. De onderwijzer zegt dat als de liefde sterk genoeg is, alles mogelijk is. Daarop rent hij over de brug het dorp in, naar de vrouw van wie hij houdt, en het dorp verdwijnt weer in de mist.

De middeleeuwse brug ‘Brig ‘o doon’ ligt er nog steeds. Legenden geven zin aan het moderne leven, mits ze echt gebeurd zijn. Maar gezien de brug kan daar geen twijfel over bestaan.

Verder waar ik gebleven was

Het ging al weken niet goed, maar ik plaatste maar wat onzin om toch wat te schrijven en geen verdenking op me te vestigen. En ik wilde er ook niet aan, maar ik zat diep. Ik kon mijn bed niet meer uit komen en als ik half negen moest beginnen stond ik half negen op. Als ik naar kantoor moest, bleef ik thuis. Als het weekend was bleef ik tot half twaalf in bed. Naar bed gaan vroeg in de avond was het fijnste moment van de dag. Donker en stil en je hoefde voorlopig niks. Het was erger dan vorige keer want zelfs de laatste dingen die ik leuk vond, waren nu een opgave. Niks interesseerde me meer.

De huisarts vond drie weken geleden al dat ik naar een psycholoog moest, maar ik dacht: laat maar. Ik verlangde steeds meer naar rode wijn, en dronk twee glazen per dag. Dat hielp lichtjes. Ondertussen viel ik af, elke dag verder maar heb nu denk ik het minimum bereikt. De hond dwong me om te blijven lopen, ik bleef badmintonnen en ik dwong mezelf om dagelijks twintig push-ups te doen. Dat was ook een hoogtepunt, ‘s ochtends op de weegschaal.

Afgelopen zondag kon ik er niet onderuit, mijn zus had me gevraagd te gaan wandelen met de hond. We praatten en ik gaf haar aan waar mijn gedachten zaten. Ze snapte het volkomen en had soms dezelfde gedachten. Misschien was die ronde wel de ommekeer. Er viel ineens weer iets op z’n plek.

Ik heb geen vrienden, wel vriendschappen. Altijd met vrouwen want met hen praat ik veel makkelijker. De afgelopen dagen heb ik met een aantal gepraat, en langzaam voelde ik wat kracht terugkeren. Intuïtief voelde ik aan welke kant het op moest. Verder waar ik gebleven was.

Motregen

We zagen “boerderij van Dorst” met twee min of meer bekende Nederlanders, Donnie en Sanne Hans. Twee stotteraars bij elkaar. Met beiden had ik niet zoveel, maar beiden zijn gestegen in mijn hoogachting. Donnie vond ik een irritante rapper met een raar accent en een dom vlechtje, en Sanne vond ik wat kleurloos. Gewoon mijn persoonlijke mening, niks ernstigs. Maar beiden stonden op zeker moment snikkend hun echte verhaal te vertellen. Elk huisje heeft z’n kruisje. Paul van Vliet zong het al eens in een lied. Er hangt een huilbui als een onweer in elk van ons.

Ik zat vandaag bij een psycholoog, die bijna twee uur de tijd nam. Mijn hangende huilbui kwam als motregen naar beneden. Over verdriet en ongeluk in mijn leven, dat er kennelijk toch steeds uit moet. Ik werd getypeerd als een gevoelsmens met een sterke intuïtie en een grote leegte van binnen. Dan weet ik dat. We kunnen niet van anderen houden als we niet eerst van onszelf houden. Ik hou wel van mezelf, maar ik ben niet blij met mij. Ik heb weer aan de bel getrokken. Omdat mijn hangende huilbui te zwaar werd.

Krant

Oktober is zelden een goede maand, hoewel de maand er ook niks aan kan doen. Ik kreeg laatst het advies om de krant van achter naar voor te lezen, dat zou beter zijn voor het gemoed. Vroeger, toen we de Telegraaf nog hadden, las ik altijd de strips en mijn horoscoop. Ik geloofde er uiteraard niet in, tenzij mij iets goeds werd beloofd. En niet dat ik dat echt geloofde, maar het gaf me in elk geval goede moed voor even. Hagar en Garfield waren de strips die ik me herinner, en verder stond niet veel in die Telegraaf. Altijd een advertentie van iemand met een buitenlandse naam die de rechtsmacht vervloekte omdat hij zijn kinderen niet mocht zien. Vroeger dacht je al gauw dat zo iemand gek was, maar tegenwoordig denk ik daar anders over. Als je daar dagelijks een advertentie aan weet, dan zal het een serieuze zaak geweest zijn.

Verder stond de krant vol met advertenties van tweedehands auto’s, z.g.a.n., zien is kopen, alles elektrisch, t.e.a.b. en al wat dies meer zij. De 06-lijnen vond ik ook uiterst interessant, maar ik zocht wel naar een prikkelende advertentie waar iemand zijn best op had gedaan. Dus niet Anja met de boerenknecht op de hooizolder. En uiteraard moest het een bandje zijn, geen echte mevrouw, dat zou veel te eng zijn. Goed, ik was jong.

Tegenwoordig lees ik vooral de columns in de Stentor, de strip van Dirk-Jan, en de overlijdensadvertenties. Dat zijn ongeveer de enige advertenties die nog in de krant staan. Voor tweedehands auto’s ga je naar gaspedaal en sekslijnen zijn er denk ik niet meer. Nee, waarom zou je een olielamp gebruiken als er overal ledverlichting is?

Verder is de krant vooral duur. Bijna 50 euro per maand om ‘s ochtends wat te lezen te hebben bij het ontbijt. Omdat ik het dan zonde vind om zo weinig te lezen, laat ik de krant op het gasfornuis liggen, zodat ik hem ‘s avonds nog even pak. Mijn vrouw verwart dat met het gedrag van een lapzwans, maar dat is het niet, het is het rendement van je investering willen. Helaas ligt de krant ‘s avonds in de krantenbak en komt hij er na een week pas weer uit en gaat hij naar mijn moeder, die het regionale nieuws nog leest. Vijftig euro per maand…

200 miljard.

In de goeie ouwe tijd was Bill Gates de rijkste man ter wereld met een geschat vermogen van 60 miljard dollar. Nu is er de club van 200 miljard en Marc Zuckerberg is zojuist toegetreden. Hij staat nummer vier na Jeff Bezos (Amazon) Elon Musk (Tesla o.a) en Bernard Arnault (Louis Vuitton o.a)

De gemiddelde internetter vindt deze mensen uiterst slim en gunt hen hun vermogen waar ze hard voor gewerkt hebben, zo lees ik vaak. Ik vind de gemiddelde internetter niet zo slim, en maak me zelfs zorgen over dergelijke kapitalistische opvattingen. Ik kan nog waardering opbrengen voor Elon Musk, die met high tech vindingen de wereld probeert te vernietigen, maar met Jeff Bezos heb ik toch iets minder. Hij is de rijkste man ter wereld met een webshop. Een winkel dus. Weliswaar met wereldwijde toegang, maar het blijft een winkel. En Arnault kreeg het voor elkaar om goedkope producten duur te verkopen zonder dat mensen daar vragen bij stelden maar het gewoon wilde hebben. Ik zou daar niet de term “slim” aan willen hangen.

Maar nu de topper, Mark Zuckerberg. Ooit had hij toegezegd 99% van zijn vermogen aan een goed doel te schenken, waar ik intrapte en dacht dat ik hier te maken had met iemand die dacht zoals ik. Als je zoveel hebt, kun je best zoveel weggeven dat je slechts als multimiljonair door het leven moet. Hem vind ik wel slim. Een programmeur die Facebook verzon. Maar hoe een bedrijf zonder betalende gebruikers zoveel waard kon worden was mij een raadsel. Dat kon kennelijk door adverteerders. Die betalen miljarden om advertenties op Facebook te mogen plaatsen. Denk je dat eens in. Miljarden waarvan je niet weet hoeveel opbrengsten ze genereert. Angstmiljarden eigenlijk, omdat de adverteerders lijden aan angst om niet te te adverteren. En om die angst te verbloemen zijn ze gul met advertenties en dragen naar buiten de boodschap uit dat deze miljarden hun beste investeringen zijn.

Nou ja, ik had ooit een oudere collega die ik zeer bewonderde. Hij zei, hoe kan iemand nu verantwoorden dat hij een miljoen per jaar waard is. Dan zou hij dus 30 keer harder werken dan een fabrieksarbeider? Totaal uit verband, concludeerde hij. Inmiddels zijn we dat miljoen ruimschoots voorbij, en mensen met gezond verstand en het hart op de juiste plaats, zijn er steeds minder. En dat laatste is waar het aan schort in de wereld.

Koekoek

It’s one small step for a man, but a giant leap for mankind. Dat waren ongeveer de woorden die Neil Armstrong sprak, toen hij twee maanden voor mijn geboorte, als eerste mens voet op de maan zette. In 1969 twijfelden weinigen eraan, maar tegenwoordig zijn er velen. Hoe dat precies komt weet ik niet. Waarom zou ik gaan denken dat de maanlandingen niet echt waren? Ik zou mezelf wat kritische vragen kunnen stellen, maar ik zou ook op zoek kunnen gaan naar de antwoorden. Want die zijn voorhanden.

Wat mij interesseert is waarom mensen massaal zijn gaan geloven dat de aarde plat is en dat de maanlandingen nep waren. Een paar honderd jaar geleden dacht men ook dat de aarde plat was, maar er was destijds niet meer kennis voorhanden. Welk bewijs je tegenwoordig ook aanlevert, het wordt grondig nietig verklaard. Ikzelf denk dat het iets met aanzien te maken heeft. Dat je bepaalde dingen niet helemaal snapt, tenminste niet goed genoeg, en daarom terugvalt op wat je wel snapt. En dat die logica grote indruk kan maken op anderen die het ook niet helemaal snappen. Dat die anderen dan denken: wauw, wat een zelfstandige ziel!

Het is mij ook gebeurd. In mijn verwoede pogingen tijdreizen te begrijpen, zoals Stephen Hawking uitlegde, met een absolute lichtsnelheid die tot gevolg had dat tijd niet absoluut is, en tijdreizigers zichzelf zagen aankomen op een planeet waar ze een half uur eerder al geland waren, dat was voor mij het moment om Stephen Hawking maar te degraderen tot een fantast. Tijd is gewoon absoluut en afstand ook. De snelheid, die kan variëren, dat weten we allemaal. Kortom, geen gezeik.

In die zin is het wel begrijpelijk om de aarde plat te maken. Want anders zouden ze er in Australië toch afvallen? Of op z’n minst moeten voelen dat het bloed naar hun hoofd stroomt als ze door de aantrekkingskracht op de grond gehouden worden. En die maanlanding dan? Hoe kunnen ze nu weer van de maan zijn opgestegen en weer in die raket geklommen zijn? En dat allemaal met minder computerkracht dan mijn iPhone heeft. Kan niet!

En dat mensen de aarde regeren is ook raar. Dat moeten reptielen zijn. Reptielen met pedofiele neigingen. Veel logischer. We zijn met 8 miljard mensen en er worden er steeds meer gek. En we hebben gekkenhuizen afgeschaft.

Valkuil

Ik had van mijn kinderen voor mijn verjaardag een shirt gekregen, want dat had ik gevraagd, om in te badmintonnen. Nu hebben ze het bij de PSV fanstore besteld en staat er aan de voorkant het logo van PSV en aan de achterkant staat PSV Eindhoven. Niet al te groot gelukkig. Ik had al sokken en een trainingspak uit de fanstore maar daar staat alleen 1913 Est op. Dat is een merk van PSV voor volwassenen die niet voor joker willen lopen. Als ik een volwassen man zie met een shirt van zijn club denk ik: oh jee.

Nu moest ik het wel dragen. Hans had de maat aan Linda gevraagd en die had L gezegd. Normaal heb ik minimaal XL, maar ik ben voor het eerst in mijn leven afgevallen. Een kilo of zeven. (Depressie) Het shirt paste en ik droeg het vanavond met verve, het is lichtblauw en ik had er een witte broek onder, en ik won alles. Ik denk vanwege de nieuwe outfit. Dat kan zijn uitwerking hebben.

Na afloop in de kantine werd het onderwerp ineens op armpje drukken gebracht door een vrouw die docente is en armpje drukt tegen haar leerlingen. Ze wint vrijwel alles omdat de jeugd zo slap is. Maar eentje had het hele jaar getraind om haar te verslaan. En dat was gelukt. Ik geloof dat ze er een weddenschap over afsluit met haar leerlingen. Ik zette mijn elleboog op tafel en daagde haar uit. Het viel me eerlijk gezegd tegen, ik drukte haar zonder moeite plat. Maar toen wilde een vijfentwintigjarig jongen ook tegen mij. Tenminste, zijn vader zei dat ik hem eens moest proberen.

Het was toen ik nog op school zat dat we onze krachten maten door armpje te drukken. Ik was sterk, ik won bijna altijd. Maar hoe lang is dat geleden? Bijna veertig jaar en ik kan me niet herinneren wanneer ik dit voor het laatst deed.

Ik won van de jongen. Weliswaar had ik moeite met de laatste twee centimeter, maar hij ging plat. En het vreemde is, het voelde goed. En dat is levensgevaarlijk, want straks ga ik me weer dingen verbeelden om daarna weer geconfronteerd te worden met mijn almaar toenemende leeftijd. Een valkuil. Dus ga ik het bij voorbaat opgeven en volhouden dat ik oud ben. Daardoor raak ik weer in een depressie, verlies nog meer gewicht en word ik weer beter in badminton. Waardoor ik weer naast mijn schoenen ga lopen. Het is een vicieuze cirkel.