Na een intensieve dag brachten we Tammar gisteren koortsig naar bed. Één rode wang heeft ze dan, dan weten we wel hoe laat het is. Na een poosje riep Hans ons in paniek en we rennen naar boven. Twee snikkende kinderen die kennelijk geschrokken waren. Tammar leek wel te ijlen doordat ze naar dingen wees die wij niet zagen. Een kwartiertje later gebeurde er weer hetzelfde. Tammar huilend en in paniek, klappertandend en weer wartaal uitslaand. Ik hield haar handje vast tot ze weer in een onrustige slaap viel.
Midden in de nacht, ik sliep net, gilde ze weer en ik spoedde erheen. Het waren jongens die haar pestte, zei ze. Ik hield haar even vast, maar als ik uit mijn remslaap kom weet ik niet juist te handelen. Ik probeerde haar weer terug te leggen maar dat resulteerde alleen maar in nog harder gegil en ze wees naar een jongetje dat er niet zat. “Die mag mij niet pesten,” gilde ze. Linda kwam eraan, zoals altijd bij de moeilijkere klussen. Tammar smeekte bijna of ze bij ons in bed mocht, met een stemmetje dat mij nog zou overhalen om een misdrijf te begaan. Linda zag dat ze aan mij niks had in deze situatie en nam Tammar over. Ik ging terug naar bed, en ik weet niet precies hoeveel later kwam Linda, zonder Tammar en de nacht was weer stil.
