Kinderen zijn hinderen zei vader Cats

pannenkoekenhuis Zondag was Linda met Hans naar vriendinnen die allemaal een kind in de leeftijd van Hans hebben, en beter was het om Tammar niet mee te nemen, omdat ze dan net buiten de boot zou vallen. Tammar vond het prima, omdat ze niet door had dat Hans ging spelen, en nu kon ze rustig naar haar eigen televisieprogramma kijken. Aan het eind van de middag besloot ik haar mee te nemen naar een pannenkoekenhuis, wat ik best een gedoe vond, want ik dacht er met frietjes vanaf te komen, maar wat uiteindelijk een van de betere ervaringen uit mijn carrière als vader bleek te zijn. Tammar was in haar element en ik liet haar grotendeels haar gang gaan. Zo bestelde ze nadat ik een glas melk bestelde, een glas melk mét een rietje, vertelde ze de serveerster dat ze van haar fiets was gevallen, dat ze ook een keer een gebroken arm had, en dat Hans geopereerd was. Eén keer heb ik haar afgeremd en gezegd dat die mevrouw ook druk was, en dat ze niet de hele tijd naar haar verhalen kon luisteren. Maar voor de rest ben ik toch een beetje bang dat ik daas van aanbidding naar haar zit te kijken zonder in te gaten te hebben dat ze een betweterig kind is dat misschien wel irritatie opwekt bij andere volwassenen. Het ontbreekt er nog net aan dat ik mijn ogen dicht doe en mijn beide handen ten hemel spreid. Ze vond het “gezellig” zo met de kaarsjes op tafel.

Hans had leuk gespeeld, maar er was iets niet helemaal goed gegaan. Hij had een film gezien -Snuf de Hond en het spookslot- (door de EO uitgezonden als familiefilm) maar die was wat te heftig voor hem. Volgens een legende spookt het in een kasteel, want vroeger had Zwarte Bertram uit jaloezie met zijn zwaard de staljongen gedood. Dit scheen nogal uitgemeten in beeld te zijn gebracht, en sindsdien durft Hans niet meer naar bed. Zondagnacht heeft hij naast mij geslapen, en me een keer of vier wakker gemaakt met vragen over Zwarte Bertram, maandagavond hebben we om en om op zijn kamer gezeten totdat hij sliep, maar ook die nacht is hij meermaals huilend naar ons toegekomen, en vanavond huilde hij iets minder, maar nog steeds moesten alle lampen aan en heeft Linda een tijdje boven gezeten tot hij sliep.

Snuf de hond klinkt meer als Nijntje, lief klein konijntje, maar nee. Een iets te spannend verhaal voor een jongetje van zeven, (leeftijd vanaf negen jaar) al hebben de andere kinderen die het gezien hebben, nergens last van. Hij is ook wat gevoelig, net als zijn vader vroeger, maar die is inmiddels een ijskoude geworden. Het enige waar ik tegenwoordig nog bang voor ben is de duvel en z’n ouwe moer.

De zachte weg

Vrijdag bracht ik Hans naar Judo, inmiddels heeft hij de groene slip, wat inhoudt dat hij tussen de oranje band en de groene band inzit. Hij heeft een mooi judopak en zijn band is van dikke stof, veel mooier dan het reepje rafelige stof dat ik destijds tot mijn beschikking had. Ik had de blauwe band toen we verhuisden en daarna ben ik nog één keer naar judo geweest, maar ik wilde niet meer. Voetbal en judo ruilde ik in voor zwemmen en badminton. Van dat judo heb ik nog altijd spijt. Ik zou het misschien tot de zwarte band hebben geschopt, al wordt er niet geschopt met judo. Judo betekent letterlijk “zachte weg” en in die zin ben ik nog steeds een beoefenaar van de edele judosport. Ik doe veel langs de zachte weg, omdat dat immers de meest prettige weg is. De buiging (groet) is een teken van respect, maar ook dat je laat zien dat je de ander geen kwaad gaat doen.

Hans moest opdraven voor een demonstratie van meester Thijs, een jongen van net twintig schat ik in, een vriendelijke maar onverschrokken blik in zijn ogen, derde dan, en sterk in de zachte weg. Hij heeft de kinderen onder controle, maakt een grapje met ze, maar roept ze net zo makkelijk weer tot de orde. Meester Thijs zette een heupworp in en daar vloog Hans door de lucht en landde op de grond zonder af te slaan. Dat kwam hem op een strenge blik te staan, waardoor Hans alsnog afsloeg, maar dan heeft het geen zin meer. Dat moest dus opnieuw en wederom ging Hans door de lucht, maar ditmaal sloeg hij wel goed af. Ik heb wel enige bewondering voor Thijs. Ik heb ook eens meegedaan aan zijn les, toen Hans net was begonnen, en ik verbaasde me hoe hij als jonge jongen mij, een veertiger vertelde wat ik moest doen. Het was de gewoonste zaak van de wereld en niets in mij protesteerde. Hij was de meester, ik de leerling. Thijs is een goeduitziende jongen, zeker als hij zijn blauwe judopak aanheeft, en sommige moeders spreken hem wel erg vaak aan. Ik had een vraag over het nieuwe judopak van Hans, er zat iets aan de broek niet goed, en hij liet me zien hoe het moest. Daarvoor maakte hij speciaal zijn derde dan los zodat ik een stiekeme blik op zijn buikspieren kon werpen. Dat doe je op mijn leeftijd, die is ook een soort slip, je zit tussen de kracht en het verval in. Het viel me nog enigszins tegen, ik had een wasbord verwacht. Maar toen bedacht ik me dat wasbordjes slechst uiterlijk vertoon zijn en met judo niks te maken hebben.

Hieronder zie u Meester Thijs San voor zijn examen zwarte band (1e dan) zijn tegenstander keer op keer vloeren.

Phil Collins

Vrij onopvallend ging hij naar mijn idee als soloartiest door de jaren ’80 heen. Hij had lak aan uiterlijk vertoon en maakte zijn muziek. Iedereen kon hem wel waarderen en door de hoeveelheid kwaliteit die hij afleverde wist iedereen dat hij een grote was. Maar toch, net niet de superster die anderen iconen uit de jaren ’80 waren, al deed hij er muzikaal niet voor onder. Hij had goede nummers die hun weg naar de top 100 aller tijden wel vonden. Ze hoorden in de lijst zonder eruit te springen. In the air tonight, One more night en Against all odds zijn daar voorbeelden van. Hij hoorde bij de jaren ’80 maar zou pas opgevallen zijn als hij er niet was.

Op de radio kwam “In the air tonight” voorbij. U kent het allemaal wel. Een goed nummer, maar wel wat saai. Totdat hij aan het einde los gaat op zijn drums. Hij zingt en ramt ritmisch op de drums, wat in mijn ogen een groter wereldwonder is dan de Chinese muur. Hoe kan zoiets? Spoel gerust door naar 3:30, en kijk eens hoe hij los gaat en steeds harder gaat zingen. Zijn drumstokken blijven echter even hard op de drums neerkomen. Misschien kijk ik er meer tegen op dan een ander omdat ik in een ritmisch klappende zaal nog uit de maat ga, maar potverdorie wat vind ik dit knap.

Dromenpuutje

Zojuist dacht ik gedurende een seconde dat er een alarm afging. Ik schrok want we hebben geen alarm en mijn auto volgens mij ook niet. Bovendien staat die 50 meter verderop geparkeerd. Toen ik deze gevolgtrekkingen in die seconde had verwerkt, schoot ik naar beneden omdat ik me realiseerde dat het Tammar was die lag te gillen in haar bed. Een rat. Een rat in haar bed, dat is waar ik aan dacht. Waarom dat mijn eerste gedachte was weet ik niet, maar het klonk alsof ze gebeten werd. Toen ik haar kamer opkwam jammerde ze dat ze heel eng had gedroomd, maar ze wist niet meer wat. En of ik het even tegen mama kon gaan zeggen. Mama sliep al, maar ik ben het even gaan zeggen. “Komt ze eraan?”, vroeg Tammar. Ik legde haar uit dat ik nu bij haar was en dat een droom niet echt is. Ze werd vrij snel weer rustig en vroeg of de deur open mocht blijven staan, anders zou de droom weer terugkomen. Ja, daar ben ik nu ook bang voor, dat die droom weer terugkomt. Ik heb het vaker meegemaakt, met Hans, maar ook met mezelf, dat als je doorslaapt de droom weer verder gaat.

Vanavond las ik aan Hans het laatste hoofdstuk voor uit het boek “Pinkeltje en Klaas Vaak”. Over hoe dromenpretje en dromenpuutje de kinderen met een zak zand te lijf gaan. Dromenpretje strooit wit zand voor de kinderen die lief zijn, Dromenpuutje strooit rood zand voor de kinderen die stout zijn. Dick Laan, de schrijver, is nog uit een andere generatie. Een zwarte pop heet onbeschaamd ‘roetmopje’, iets wat tegenwoordig tot zware protesten onder de blanke bevolking zou leiden. Meneer Dick Laan deed ook nog een sterk staaltje ongegeneerde zelfpromotie. Pinkeltje heeft in het verhaal een droombril en kan daarmee zien wat iedereen droomt. Pinkeltje vraagt wat meneer Dick Laan droomt, en krijgt prompt te zien dat Dick Laan in een kamer zit vol met boze vaders die geen Pinkeltje meer willen voorlezen aan hun kinderen, maar daarna komen er duizend kinderen die roepen dat hun vaders elke avond Pinkeltje moeten voorlezen. Geboren in 1894, dat verklaart veel.

Mijn hart is inmiddels weer bekomen van de schrik, en ik ga slapen. Dromenpuutje moet maar eens bij mij langs komen als hij durft. Tammar stout geweest! Hoe verzinnen ze het?

De vaatwasser

De vaatwasser piepte drie keer ten teken dat het programma klaar was. Het was in de reclame van een programma dat ik zat te kijken en Linda zat boven in bad. Ik ruimde de vaatwasser uit, maar heel voorzichtig, zodat boven niet het gerammel van de pannen te horen was. Met een fluwelen hand schoof ik de pannen in elkaar en zette ze op hun plek. Het bestek kwakte ik niet in de la, maar legde alles geluidloos in het daarvoor bestemde bakje. Zelfs plastic bakjes waar ik normaal niet van weet waar ze horen te staan, gaf ik een plaats, zodat ze uit het zicht waren. De vaatwasser sloot ik daarna weer helemaal, zonder sporen achter te laten. Het is zo’n dingetje, die vaatwasser. Het is niet helemaal duidelijk wiens taak het is om hem uit te ruimen, dus als ik het doe wil dat niet zeggen dat ik daarna bewierookt wordt, want daarmee zou Linda aangeven dat het eigenlijk haar taak is, terwijl er de afgelopen maanden een duidelijke verschuiving in mijn richting heeft plaatsgevonden als het gaat om het uitruimen van de vaatwasser.

Maar goed, ik wist dus niet helemaal zeker of ze als ze beneden kwam de vaatwasser zou opentrekken en dan blij verrast zou zijn, (anders had ze me wel gehoord in de keuken) of dat ze mij zou vragen of ik de vaatwasser even wilde uitruimen. Het werd het laatste. Overdreven geërgerd en mokkend liep ik naar de vaatwasser. Voordat Linda de kans had om mij een veeg uit de pan te geven trok ik hem open en constateerde droog: “Oh, hij is al uitgeruimd.” Een eikel, dat ben ik volgens haar.

Makkelijk praten

Wat ik nooit zal begrijpen is de geldzucht van een voetballer of een coach. Ik weet wel, het sluipt erin en voor je het weet verloochen je jezelf en het standpunt wat je ooit innam. Maar kennelijk went het, of stomp je af. Ik doe mee aan de staatsloterij. Een soort vanzelfsprekendheid want ik kijk nooit of ik iets gewonnen heb, en volgens mij heb ik nooit meer dan €25 gewonnen. Maar als ik mij soms laat verleiden tot dromen over een grote prijs, neem ik ook nooit genoegen met een ton. Nee, als ik de tien miljoen win, hoor ik mezelf dan zeggen. Terwijl het toch al heel mooi zou zijn als je een keer een prijs wint met drie nullen. Maar nee, ik heb het gelijk over tien miljoen, omdat je dan kennelijk pas met je luie reet in een hangmat kunt liggen. Terwijl ik weet dat je hele leven naar de bliksem gaat als je tien miljoen wint. Je wordt onuitstaanbaar, je vrienden worden jaloers op je en gunnen het je niet, je gaat patsen met een dure auto, nee, zo blij moet je niet worden van zo’n prijs.

Vanavond zag ik een interview met Dick Advocaat, de trainer van het door mij zo geliefde PSV, dat weer de kans om uit te lopen heeft laten liggen, maar dat terzijde. Advocaat was bondscoach van België en verdiende daar € 600.000 per jaar. In het interview vond hij dat natuurlijk veel geld, maar niet in vergelijking met wat hij ooit verdiend had en dus verdween hij richting Rusland alwaar hij het tienvoudige ging verdienen. In België waren ook veel problemen en moest alles van de grond af aan opnieuw worden opgebouwd, zo verdedigde Dick zich, maar, denk ik dan, loop daar niet voor weg en zeker niet als je zoiets van te voren weet. Zes ton bruto, als je het een jaar of drie doet verdien je al bij elkaar wat een gewone sterveling in zijn leven bij elkaar verdient. Je kunt doen en laten wat je wilt en je kunt jezelf altijd recht in de spiegel blijven aankijken, en dat moet eigenlijk het belangrijkste zijn in je leven. Nu ben je een ordinaire geldwolf met miljoenen op de bank en mag je België niet meer in.

Weinig voetballers laten zich niet verleiden door het grote geld. Als Marco van Basten na een aantal jaren Ajax bij AC Milan gaat voetballen kan ik dat nog begrijpen, want zo’n talent wil zich eenmaal met de besten meten. De tijden van Willy van der Kuylen en Sjaak Swart zijn immers definitief voorbij, maar wat heb je als goeie voetballer te zoeken in Turkije, Rusland of het Midden-Oosten? Het is altijd makkelijk praten als je zelf ver van het grote geld verwijderd bent, maar ik moet me toch sterk in mezelf vergissen als ik geld het liet winnen van rechtvaardigheid en eigenwaarde. Afgezien van de vraag of ik zou kunnen verantwoorden of ik zes ton waard zou zijn. Waarschijnlijk wel als ik een supervedette in het voetbal zou zijn. Maar dan voetbalde ik mijn carrière lang voor PSV, tegen zes ton per jaar.

Als ik je te pakken krijg

Ik werd door een collega gewezen op deze clip. We hebben nogal een uiteenlopende smaak. Zij is jonger en houdt van Beyonce, Jelo en al wat dies meer zij. Ik ben ouder en hou van het top 2000 genre. Maar hier hadden we een klik. Het zal vooral de combinatie zijn van het vrolijke nummer, de charismatische zanger, de mooie meiden (kijk vooral even bij 0:10) en de mooiste taal die er is, het Portugees. Portugees, ik spreek het met geen woord, maar ik herken het uit alle talen. Ayrton Senna sprak het en de zangerige klanken in de taal maken het kleine beetje warmbloedigheid wat ik in mij heb, los. Ergens ver in het verleden heeft zich een Spanjaard in mijn geslachtsregister gewurmd.

Het liedje gaat nergens over en bevat nauwelijks tekst. Nossa, Nossa, Assim você me mata, ai se eu te pego. Wow, wow, je wordt nog mijn dood, als ik je te pakken krijg. Maar hoor eens die zomerse klanken en kijk eens naar de meisjes die allen één zijn. Zie hoe ze dezelfde gebaren maken en hoe ze vrij zijn van de dagelijkse beslommeringen, en hoor hoe ze de tekst meezingen. Kijk hun verliefde blikken. Het maakt overigens niet uit in welk land Michel Teló optreedt, overal wordt het nummer meegezongen. Zelfs Hans kende de tekst, zo bleek toen ik het youtube filmpje opzette.

Kortom, ik ben jaloers. Maar niet afgunstig. Hoe weerstaat hij dit vrouwelijk offensief? Ik zing “Nossa, Nossa, asiem vosee mi mata. ai sil tu pego, ai ai sil tu pego.” Linda komt er ook nog in voor. Waarom leren we niet allemaal Portugees op school?

Doorstappen.

Incroyable HulkIk maakte me gisteren klaar voor een rugrondje, d.w.z. een avondwandeling. Wandelen klinkt een beetje traag, je moet juist niet traag lopen, je moet er de sokken in hebben. Volgens mij is daar een mooi Nederlands woord voor: “power walking”. Ik zal echter nooit zeggen dat ik aan power walking doe, maar snelwandelen is ook weer niet wat ik doe. Gewoon doorstappen. Volgens de fysiotherapeut, en ik geloof hem, is lopen de rest van mijn leven belangrijk als ik tenminste niet om de paar maanden met pijn in mijn rug wil zitten. Toen ik echter de achterdeur opendeed, sneeuwde het sigarettenfilters. Overmacht, riep ik gelijk, maar toen bedacht ik me dat een Mack zich niet laat weerhouden door een sneeuwbui. Ik zette mijn muts op, trok mijn handschoenen aan en zette de pas er stevig in.

Ik stapte door de vallende sneeuw en ik voelde mijn conditie per stap toenemen. Op een enkele hardloper en wat auto’s na was ik de enige buiten. Ik liep langs huizen en zag binnen de mensen zitten in een luie stoel. Ze zagen er ontevreden uit, want wie zit er anno 2013 nog ’s avonds in een luie stoel naar buiten te kijken? Óf je zit achter een laptop, óf je hangt in de sportschool, óf je loopt een rondje. Mijn linkerbeen is nog steeds niet oké, maar hindert me niet bij het lopen. Er zit iets van pijn in sommige bewegingen waar ik niet goed de vinger op kan leggen. Maar ik liep lekker en het ging steeds beter. Ik dacht aan Forrest Gump, gooide in gedachten de pijn van de afgelopen weken van me af en zette een looppas in, die pas op zou houden als ik ging slapen. Let wel, we zijn nog steeds in mijn gedachten. Na een half uur was ik weer thuis en ik voelde dat ik energie had opgedaan.

Lopen is goed. Ik ben er van overtuigd. Vandaag deed ik tussen de middag weer een rondje en ik krijg bij terugkomst weer de neiging om een Hulk-pose aan te nemen in plaats van de zoutzakimitatie van de laatste twee maanden. Als ik niet oppas raak ik weer overmoedig en breek ik weer mijn pink. Het is een constant proces, die midlife crisis. Laatst dacht ik nog dat ik het ging accepteren maar nu is er geen haar op mijn hoofd meer die denkt dat ik vanaf nu bejaard ben. Sterker nog, ik wil een bokszak op mijn kantoor.

De reis naar de hemel

Ik zag vandaag op Facebook wat foto’s uit de oude doos rond gaan. Foto’s van eind vorige eeuw, van vakanties in Frankrijk en van Italië in de jaren zeventig. Op een of andere manier heb ik het gevoel dat we in de reservetijd zitten. Destijds was het de tijd waarin alles gebeurde en waarin alles nieuw was. Nu is het anders. De foto’s zijn veel scherper en kleurrijker en staan vol details die je niet wilt zien, en dan bedoel ik niet de tand des tijds. De jaren zeventig zijn lang geleden dus de regen is weggevaagd en de zomer is in de herinnering blijven hangen. Het was heet, maar niet te heet. Het was dor in Zuid-Europa, maar het voelde altijd lekker.

Nog steeds vind ik de zomervakantie het hoogtepunt van het jaar. Werken moet, en ik dwing mezelf het leuk te vinden, maar niets is beter dan de autodeur dichttrekken voor vertrek naar het zuiden voor minimaal twee weken. Mits mijn gezin aan boord is natuurlijk. Vandaag reed ik even naar het dorp in de auto en mijn gedachten dwaalden af naar de zomervakantie. Ik zag ze al zitten achterin en naast me voor een reis naar een onbezorgde tijd. Zoals de hemel in de bijbel staat beschreven zo zijn mijn gedachten aan zomervakanties. Alleen gaat het bij vakanties om een tijdelijk verblijf in het paradijs. Het heeft veel te maken met mijn eigen jeugdherinneringen die misschien wel té goed zijn. Alles klopte in die tijd. Mijn vader was de man en had deswege de leiding, mijn moeder was de vrouw en had dientengevolge de feitelijke leiding, wij waren de kinderen dus wij bepaalden het uiteindelijke beleid. En we hadden verder niemand nodig. Niemand via de telefoon of via internet, wij vijven waren gelukkig. Tenminste, zo dacht ik erover. Niet helemaal waar, want we hadden natuurlijk ook vakantievriendjes en mijn opa en oma waren er ook vaak bij, maar goed, dat was het dan. En als het weer voorbij was die mooie zomer, dan kwamen we thuis en lagen we weer in schone bedden.

De hemel op aarde is een plek waar je uitsluitend achteraf in gedachten kunt zijn. Toen je er was had je het niet zo in de gaten, maar we zijn er allemaal wel eens geweest. Er was vrede, er was liefde en er was geen pijn, zoals dat hoort in hemels. Momenteel bevind ik me in het vagevuur. Ik moet nog lijden maar er is uitzicht op de vakantie. Mijn vakantieblogjes van de afgelopen jaren stroken af en toe niet helemaal met mijn beschrijving van de hemel, maar dat hoort bij het proces van vergeten van narigheid. Anders kom je er nooit natuurlijk.

Vroeger was alles beter.

Regelmatig heb ik het tegen mijn kinderen over vroeger. Ik vertel ze hoe wij het vroeger hadden, net zoals mijn ouders vertelden dat ze ondraaglijk meer leden dan ik als kind. Mijn kinderen zullen later tegen hun kinderen ook vertellen hoe slecht ze het hadden. Zo hoort dat nu eenmaal en als je er niet aan mee doet hou je jezelf voor de gek. Linda zucht meestal als ik het woord vroeger gebruik, en ik schiet meestal in de lach. Want ja, het is waar, ik praat in termen van dat vroeger alles zwaarder en dus beter was.

Had je pijn in je rug, ging je naar de dokter en kreeg je een briefje waarop stond dat je nooit meer hoefde te werken met behoud van een dikke uitkering. Had je medicijnen nodig, ging je naar de apotheek, je nam het spul mee en je zag nooit meer iets terug van de financiële afhandeling. Op school had je leraren die uitsluitend lesgaven en op één of andere manier waren de lokalen altijd schoon zonder dat daar ouders aan te pas kwamen. Als je 150 reed kreeg je een bekeuring van een paar tientjes in plaats van dat er een aanslag op je budget werd gepleegd. Je had ook veel meer ruimte om 150 te rijden. Je kon op een bepaalde leeftijd met pensioen en je geld stond veilig op de bank. Pensioenfondsen keerden ook echt uit wat ze beloofden. Mensen die op tv kwamen konden ook écht wat. De muziek was beter. Op het journaal kwam nieuws, en mensen noemden het daarom ook “het nieuws”.

Het doet me denken aan de man die kwam solliciteren en vertelde over de enorm goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden bij z’n huidige werkgever. Auto en telefoon van de zaak, 30 vakantiedagen, 2 extra maanden, bonussen… Waarom hij er dan wegging, vroeg de nieuwe werkgever? Omdat het bedrijf failliet ging. Tja, zo staat de BV Nederland ervoor ben ik bang. Nergens is meer geld voor dus wordt aan alle verworven rechten geknaagd. Ik ben niet in de positie om te klagen, maar neem wel waar dat er iets te royaal is geleefd in het verleden. De opmerking dat vroeger alles beter was, geldt waarschijnlijk alleen voor de periode 1946-1980. Fijn dat ik daarvan in elk geval een deel heb meegemaakt.