Ontspanning

Door het aardedonker loop ik ’s ochtends, voordat ik naar mijn werk ga, te wandelen met de hond. Wij noemen het “het zandpad”. Ik geloof niet dat het zandpad een naam heeft, maar je kunt er met de auto over, al zie je er zelden een auto rijden. Ik ben er in het donker ook de enige die er loopt, samen met mijn hond.

Ik zie de hond niet in het donker, pas als ze op vijf meter afstand is zie ik haar gestalte op mij af komen. Ze heeft wel een halsband met een lampje, maar ik denk er niet altijd aan die om te doen. Maar wat ik laatst ontdekte was dat als ik niet midden over het zandpad tuurde, maar meer over het weiland ernaast,  ik haar zwarte gestalte al veel eerder kon zien vanuit mijn ooghoeken. Als ik vervolgens weer focuste was ze verdwenen, en keek ik er langs, dan zag ik haar weer.

Hetzelfde verschijnsel heb ik met een aantal sterren die ik altijd “de kleine beer” heb genoemd. Ik weet intussen dat ik vroeger verkeerd ben voorgelicht, en dat het steelpannetje dat ik zo noem, niet de kleine beer is. Mijn steelpannetje geeft heel weinig licht maar is altijd te zien aan een heldere sterrenhemel. Het bestaat uit zes sterren, en als je ernaar kijkt zie je het bijna niet. Kijk je ernaast, dan is het er ineens veel duidelijker.

Voor gevorderden is dezelfde truuk er ook met het gehoor. Soms als er verschillende gesprekken in een kamer te horen zijn, en je focust je er op een, dan krijg je het niet mee. Maar soms, als je je niet focust, volg je moeiteloos één gesprek en schakel je de andere geluiden uit. Als je je best doet iets te ruiken, ruik je het veel minder goed.

Wat we hier nu uit kunnen leren? Dat als we te graag willen of te veel ons best doen, het doel uit het zicht raakt. Het geldt overal. De ronde waarin je je het meeste inspande, was zelden de snelste. Soms moet je het allemaal even naar buiten laten, het niet vasthouden, en het komt naar je toe.

Het spinnen van een kat

De wetenschap weet niet met zekerheid,

hoe een huiskat toch kan spinnen

Met niet aflatende gedrevenheid

pijnigt men het hoofd van binnen

Over het raadselachtige geluid

Het komt niet uit z’n snuit

Niet uit z’n bek of uit z’n gat

Nee, niemand snapt de kat.

 

Maar wat de wetenschap niet weet

valt buiten haar domein

Ze is een echte spinnenbeet

Als digi en analfa,  maar dan op katachtigenterrein.

Klepper

De huidige tijd en ik, het blijft een wat moeizame combinatie. Aan de andere kant ben ik wel blij te zien dat mijn kinderen er wel goed in lijken te passen. Ze doen aan sport, maar vermaken zich ook veel met smartphone, laptop of tablet. De fantasie van mijn generatie leek toch wat groter, al is dat een gevaarlijke uitspraak. Maar wij bouwden hutten, we achtervolgden elkaar op onze fietsen, we speelden soldaatje, we maakten kleppers, en we imponeerden de meisjes of dachten dat tenminste.

Mijn kinderen lijken alleen te voetballen. Hun fiets is een vervoermiddel. Tot mijn vreugde speelden ze gisteren in de kamer met een meisje van bijna drie. Ze verstopten zich achter de gordijnen en onder de tafel. Magische plekken voor een kind. Bij mijn oma zat ik ook vaak achter de gordijnen. Van die stevige gele gordijnen had ze. En bij ons thuis kroop ik onder de salontafel. Een vierkante houten tafel, met in het midden een schot waar je maar net onderdoor kon.

Mijn kinderen lijken volwassener dan ik. Ze hebben ook al huiswerk. Een boekbespreking heeft mijn dochtertje van acht vandaag. Misschien worden ze klaargestoomd voor de beste banen, ik weet het niet. Ze moeten straks hun mannetje kunnen staan en het is fijn dat de school mij deze zorg deels uit handen neemt. Maar ik moet toch snel eens een klepper voor ze maken, want met een klepper voelde ik mij coureur. Hoe dikker het karton, hoe beter. Ik klepte door de straat, alleen of met mijn medekleppers.

Maar ik vrees dat Hans dat al te kinderachtig vindt, een klepper. Hij is natuurlijk ook al elf, maar ik had zeker tot mijn zeventiende een klepper, en later zelfs een zestienklepper. De onderlinge verhoudingen liggen ook heel anders. Mijn ouders waren ouders en wij waren kinderen, dat waren grotendeels gescheiden werelden. Mijn kinderen en ik leven in dezelfde wereld. Soms moet ik even optreden, maar meestal zoek ik in de krochten van mijn geheugen naar hun schoenen, die ik ooit zelf aan had en probeer ze overbodig klein leed te besparen.

 

 

Mr. Perfect.

Het is niet zo dat ik een hekel aan deze man heb, maar dat ik hem mag gaat me ook weer te ver. Eigenlijk irriteert hij mij. Volgens Linda ben ik jaloers, maar dat is natuurlijk onzin. Ik hou gewoon niet van dat populaire gedoe, en van dat met je hoofd op de maat beginnen te knikken als je muziek hoort, om aan de wereld te laten zien dat je ritme hebt. Wat-ie helemaal niet heeft trouwens. Doet verdorie net of hij John Travolta is, maar komt nog niet eens in de buurt. Wat zou z’n vrouw ervan zeggen als hij ’s avonds thuis komt vraag ik mij af. “Moest je je weer uitsloven op tv, stijve hark?” En dan zo’n rondje dansen op het laatst en in je handen klappen alsof je in je comfortzone zit, gadverdamme.

Schijnt dat-ie ook nog gestudeerd heeft. En altijd met z’n dure pakkies aan. En z’n gemaakte mimiek. Zogenaamd verschrikte gezichten trekken bij schokkend nieuws, wat-ie gadverdamme allang gehoord had toen de camera er nog niet bij was. Mr. Perfect! Bah! Heb hem één keer in het echt gezien, bij PSV was dat. Kon weer een paar stuivers bijverdienen met een gastoptreden, deze Ajacied. Met z’n dure Audi A6. Ook al zo’n auto waar je niks mee kan. Getuigt van weinig lef en originaliteit. Ja, over de vluchtstrook rijden langs een file, dat kunnen ze goed. Nee, deze man had gewoon Studio Sport moeten blijven presenteren, dan was er niks aan de hand geweest.

Pleidooi voor herinvoering van het duel

Ik heb de laatste tijd nog al eens woorden met diverse mensen.  Mensen die het niet eens zijn met het feit dat je je mening geeft, want in mijn geval gaat het daar steevast om. Nu dring ik mijn mening zelden op, tenzij er aanleiding is om hem te spuien, bijvoorbeeld als een ander zijn mening geeft.

Het probleem met mijn mening is dat ik hem zelf niet al te serieus neem. Ik ben nergens echt van overtuigd, en van zaken die niet vaststaan al helemaal niet. Die laat ik dus liever in het midden. Of open, is een beter woord. Zodat er nog ruimte is voor een ander. Ik heb dat kennelijk ooit zo geleerd, en ik probeer nooit iets keihard kapot te redeneren. Tenzij het iets is wat tegen mijn eerste of tweede natuur ingaat. Dan moet je denken aan bijvoorbeeld kernwaarden in het leven die door erfelijk materiaal van ouder op kind overgaan, of die je simpelweg hanteert omdat je ze gezien hebt bij mensen die je bewonderde. Of omdat je gevoel je dat zo ingeeft, of wat de reden ook mag zijn.

Dat kapot redeneren, daar hebben steeds meer mensen last van. Het is altijd de zelfbenoemde intellectuele elite die dat doet, en die kennelijk niet goed met de weelde van een behoorlijke intelligentie om kan gaan. Ze kunnen een ander niet in z’n waarde laten, en kunnen het niet laten door middel van een verbetering de aandacht op zichzelf te vestigen. Het wordt dan vooral negatieve aandacht, want degene die kapot geredeneerd wordt zit daar niet op te wachten. En terecht, want tenzij je leraar of ouder bent, dient het vaak niet meer dan ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Ik ben bang dat Wikipedia ondanks haar goede intenties medeschuldig is aan de toename het kapot redeneren, omdat men nu toegang heeft tot informatie die men niet begrijpen kan.

Men verwart de eigen politieke boodschap nogal eens met een wetenschappelijk feit. Soms vraag ik mijzelf wel eens af of de Wikileken wel geïnteresseerd zijn in de waarheid als kritiek hun mening niet ondersteunt. Want pas door kritische vragen te beantwoorden kom je er dichterbij. Een mens in Nederland lijkt niet meer vrij om zijn mening te geven. Nogal snel wordt men door de Wikileek tot facist bestempeld, terwijl je daar vijftien jaar geleden echt veel meer moeite voor moest doen.

Overigens vind ik Wikipedia echt prima. Ik ben zelf ook een Wikileek en heb zelfs een gift naar ze gedaan. Heel prettig dat je snel kunt iets kunt opzoeken. Maar het maakt je nog geen deskundige, en al helemaal geen alwetende, en daarom alleen al zou je je plaats moeten weten in een discussie. Maar meer nog omdat discussiëren leuk is en het doel niet het halen van het gelijk is, maar het horen hoe een ander erover denkt. Bovendien neemt niemand iets aan van iemand die kapot redeneert. Maar misschien is het beter als we elkaar in het geval van een meningsverschil weer uitdagen tot een duel. De uitgedaagde mag de wapens kiezen. En wie wint, die had gelijk.

 

 

 

She drives me crazy

Mijn dochtertje van acht krijgt huiswerk. Daarvoor moest ze leren wat een legenda is. Het woord stond haar al tegen dus wist ze het niet. Ik liet haar de definitie opschrijven en voorlezen. Daarna liet ik haar het papiertje omdraaien en herhalen wat ze had gezegd. Niet één woord herinnerde ze zich van wat ze vijf seconden geleden nog had voorgelezen.

Hetzelfde probleem hadden we een paar dagen geleden. Ze moest leren wat honderdtallen waren. Dus ik vraag bijvoorbeeld hoeveel honderdtallen er in 812 zitten, en dan is het de bedoeling dat zij acht zegt. Ze wist het niet en ging zitten rekenen. Ik vroeg haar mij het eerste getal na te zeggen wat ik opnoemde. Dus 538 moet vijf zijn, en 228 twee. Maar ze ging weer zitten nadenken. Tot grote ergenis van mij uiteraard. Ik kreeg niet gedaan wat ik wilde.

Maar vanochtend boekte ik een belangrijke overwinning. Ze zou gaan spelen bij haar nichtje, maar ik zei dat ik het af ging bellen omdat ze haar best niet op haar huiswerk deed, en ik pakte mijn telefoon. Toen sloeg de paniek toe en huilend zei ze ineens de definitie van de legenda op. Waarom ze het nu ineens wel kon, wilde ik weten? Omdat ze geen zin in leren had, was haar antwoord. Ik heb ook nog even de honderdtallen er tegenaan gegooid, en na een tip van Hans, exact dezelfde die ik haar twee dagen geleden gaf,  ging dat ineens ook feilloos.

Er waren harde dwangmiddelen en ondervragingstechnieken voor nodig, maar uiteindelijk zwichtte ze. Verder is ze “me liefie” maar ze drijft me tot wanhoop.

Het spoor bijster

Ik hoorde een stem, de stem had een bekende klank, maar ik kon hem toch niet direct thuisbrengen. Eigenlijk kon ik het wel, maar de stem zei dingen die de drager ervan niet paste. Want het was de stem van Paul Witteman, die klonk wat ouder en hij had het over het geloof. Dat het wetenschappelijk was aangetoond dat mensen die geloven, gelukkiger zijn dan zij die dat niet doen. En daar baalde hij van. Dus ging hij naar een kerk in Veenendaal, een zogenaamd refodome waar 2000 voornamelijk jonge mensen kwamen luisteren naar gospelachtige muziek. Na afloop reed hij met de pest in terug naar huis, en vroeg zich af waarom hij toch zo de pest in had? Hij kon uiteindelijk niet anders dan concluderen dat hij jaloers was op de blije mensen waar hij zojuist had bijgezeten.

Paul is inmiddels 70, zijn stem klonk bekend, maar wat hij zei was niet des Pauls. Zou hij over klassieke muziek hebben gepraat, dan zou ik het gelijk geweten hebben. Zouden ze Marcel van Dam erbij hebben gezet, zou ik het gelijk weten, maar nu hij praatte over het geloof, herkende ik zijn stem niet.

Het deed me denken aan een smaakexperiment dat ik ooit zag, waarbij ze aan Cola een gele kleurstof hadden toegevoegd en twee groepen mensen het drankje lieten proeven. Geblinddoekten en niet-geblinddoekten. De geblinddoekten hadden gelijk in de gaten dat het cola was, terwijl de niet-geblindoekten het drankje niet konden thuisbrengen.

Smaak wordt mede bepaald door het gezichtsvermogen, en stemmen worden herkend door het geheugen voor klanken en door referenties. Grote kans dat als u André van Duin een verklaring van Al Quaida hoort voorlezen, u zijn stem niet zult kunnen thuisbrengen. Of als u uw partner ineens vloeiend hoort spreken in een taal waarvan u niet wist dat hij of zij die beheerste, dan herkent u hem of haar ook niet. Vreemd, hoe onze hersenen altijd maar voor de gek gehouden kunnen worden als je één detail verandert. Zo werkt goochelen ook. “Wauw” als je de truc ziet en “ooh” als je hem snapt. Context en referenties. Als we die niet zien, zijn we het spoor bijster.

Trump Trumper Trumpst

Hoewel het wel erg des Macks zou zijn om het op een dag als vandaag hier niet over dé gebeurtenis van vandaag te hebben, ga ik dat nu maar even wel doen. Trump wordt de nieuwe president van de VS, en het eerste doemscenario -de beurzen zouden instorten- kan al gelijk de prullenbak in. De man heeft veel mensen angst ingeboezemd, maar mij niet. In mijn zoontjes klas ging het verhaal al rond dat nu de derde wereldoorlog uit zou breken, en ik moest hem toch even geruststellen, want dat was doemscenario twee. Natuurlijk heeft hij volslagen debiele dingen gezegd, maar sinds wanneer gelooft men eigenlijk een politicus op zijn woord? Als ze een belofte doen aan het volk staan de critici massaal op om maar te melden dat je een politicus niet kunt vertrouwen, maar als hij domme dingen zegt -grab them by the pussy- dan is er geen kritische blik nodig en vertrouwen we hem op zijn woord.

Ik heb vooral de boze witte man gehoord vandaag. Niet hij die op Trump stemde, maar hij die boos was omdat Trump gewonnen had. Eerst maakte hij nog Trumpe grappen op televisie en sociale media, maar nu lijkt het toch alsof hij Trump in de underdogpositie heeft geplaatst van waaruit die zijn slag kon slaan. Van de verzamelde kliek bij DWDD, bleek er slechts één bereid om iets positiefs te zeggen over Trump. Jort Kelder. Het kwam hem gelijk te staan op een reprimande, want hij vergat erbij te vermelden dat Trump een racist is. Kortom, je deugt alleen als je Trump volledig afzweert.

Maar is dat ook terecht?  Het Amerikaanse democratische systeem is net als bij ons gebonden aan spelregels. En als je je daaraan houdt, en je wint de meeste staten, dan win je. Obama, een teleurgestelde kleurenblinde man, moest zijn aanhang oproepen om dit democratische syteem te respecteren, omdat als je dat niet doet, het het einde betekent van de democratie in het verdeelde Amerika. En dat is het laatste wat we willen.

Donald Trump is een man die beloftes heeft gedaan waarvan ik nu al weet dat ze niet gaan uitkomen. En iedereen zou dat moeten weten. Maar het gaat om zijn intentie. En die is niet om de wereld in een diep dal te storten. Die is om Amerika weer groot te maken. Dat gaat hem volgens eigen zeggen lukken, en de tegenstanders zullen wijzen op zijn falen. Wat dat betreft hebben we te maken met een hele gewone politicus. Nu hij gewonnen heeft zal hij zijn toon gaan matigen. Je wilt niet de geschiedenis ingaan als de Trumpste president die Amerika ooit gehad heeft.

 

 

 

 

De verloren generatie

Ik word door een jonge, en vooral in zijn eigen beschouwing, ambitieuze collega steevast tot de patatgeneratie geschaard. Ik besteedde er niet te veel aandacht aan, maar erg positief klonk het niet. Bovendien dacht ik dat de patatgeneratie jonger was dan ik. Maar vandaag dacht ik eraan om het eens op te zoeken. Ik kende alleen de babyboomers en de patatgeneratie. Maar na vandaag weet ik dat ik tot de verloren generatie (1956-1970) behoor. Ik ben een kind van de stille generatie, ook al zo’n veelbelovende naam. Ik kreeg te maken met de oliecrisis, de koude oorlog en grote werkloosheid, al heeft me dat nooit echt bezig gehouden. De koude oorlog nog het meest, maar die maakte vooral dat ik dacht dat Russen gewetenloze koude kikkers waren.

Dat ik ingedeeld werd in dit hokje, luchtte me wel op. Ik voel me ook verloren, zeker de laatste jaren. Geen idee meer waar ik ben als ik me in de buitenwereld begeef, dat overzicht ben ik wel kwijt. En door dit hokje kan ik weer verder, want ik kan er niks aan doen, ik ben de verloren generatie. Na mij komt de pragmatische generatie, en voor mij  zat de protestgeneratie, dat klinkt toch allemaal wat minder hopeloos. Geen woorden, maar daden, zo klinken ze. Terwijl mijn generatie er wat verloren bij zit te kijken.

Maar net als bij mijn sterrenbeeld maagd, waarbij ik op het randje van weegschaal zit, is hier ook iets aan de hand. Want ik zou het kind zijn van de stille generatie, maar mijn ouders komen uit de protestgeneratie. En hun kinderen zijn de pragmatische generatie! Dat maakt mij tot een pragmaticus. Echter, als ik eerlijk ben, zijn mijn ouders wel ingedeeld in de protestgeneratie, maar ik ben er vrij zeker van dat ze nooit hebben lopen protesteren. Zij bleven eerder trouw aan het gezag, en waren dus eigenlijk de  late stille generatie. Waarmee het wel weer klopt dat ik de verloren generatie ben.

Misschien moest ik dit maar loslaten en gewoon zelf bepalen wie ik ben.

Verzet

Als de wereld steeds gekker lijkt te worden, kan dat natuurlijk ook betekenen dat het aan mij ligt. Ik maak me daar zorgen over, want ik krijg dat idee steeds meer. Zo denk ik dat ik vandaag geen goede indruk gemaakt heb bij een telefonisch gesprek over een vacature. Of ik proactief was, want dat was belangrijk. Terwijl ik helemaal niet weet wat het betekent. Ik weet alleen dat je het moet zijn tijdens sollicitaties. Net als dynamisch, dat moet je ook zijn. Terwijl ik helemaal geen zin heb om dynamisch te worden. Ik wil gewoon m’n werk goed kunnen doen.

Verder las ik dat er een aantal beroepen gingen verdwijnen maar er zouden nieuwe voor in de plaats komen. Gewone beroepen als boekhouder en verpleegkundige bestaan straks niet meer, maar dronepiloot en personal brander komen er voor terug. Tevens schijnt psycholoog een beroep te zijn waar veel vraag naar komt. Nou, dat is dus een bevestiging dat het niet aan mij ligt maar aan de wereld. Want zou ik het alleen zijn, hoefden ze niet een heel leger psychologen aan te laten rukken. Haa!

Nee, de wereld is niet gekker aan het worden. Het is de mensheid die langzaam verstrikt komt te zitten in haar eigen kapitalistische drang. Snapchat is 25 miljard waard. Pokemon Go draait recordomzetten. Het is zó ver van mijn interesse verwijderd dat ik er een beetje triest van word. Alsof ik ergens langs de weg gegeten heb van de verboden vrucht. Ineens begrijp ik veel medemensen niet meer. Ik geloof dat ik zojuist het begrip depressie heb ontleed. Het is helemaal geen lusteloosheid. Het is verzet tegen gekte.