Millau

Tijdens zo’n terugreis waarbij je uren zit te sturen en die je nu eenmaal niet vol praat, gaan de gedachten nog wel eens met mij aan de haal. Weemoedig zijn ze vaak. Gedachten aan het warme land dat je achterliet, aan een vakantie die voorbij is, de regen waarin je weer terecht komt, het wordt er allemaal niet beter op. Ik weet niet wat ik met die gedachten moet. Vroeger, nog niet eens zo heel lang geleden, vond ik weemoedige gedachten fijn. Nog steeds wel, maar als de gedachten weg zijn, blijft het weemoedige gevoel.

Vroeger reed mijn vader ons naar Frankrijk. Zijn lichaamshouding, zijn blik en zijn manier van sturen hebben zich gekloond in mij, dat voel ik als ik rijd. We kwamen door Parijs en Lille, maar Lyon en Luxemburg zou korter zijn geweest. Dat kwam omdat ik graag over het viaduct van Millau wilde, en als je aan het begin een beetje anders rijdt, kom je op de Franse Autoroutes aan het eind heel anders uit. Vroeger gingen wij vaak op vakantie naar Millau. Het viaduct bestond nog niet eens. Ik heb het viaduct een keer gezien toen het nog in aanbouw was, en toen ik er een keer boven vloog, en nu ben ik er dus overheen geweest. En alle keren dacht ik aan mijn vader. De borden langs de weg met Lac de Pareloup, Salles Curan en Pont de Salars, ze doen me allemaal aan hem denken. Stiekem hoop ik dat achter die afslagen alles nog hetzelfde is gebleven.

Ik zat mij tijdens het rijden af te vragen welke dingen die ik onderweg tegenkwam, er vroeger ook al waren, zodat mijn vader ze ook gezien moet hebben.  Ik wist het niet. Ik wist niet eens zeker of de weg er al lag. Dingen die er vroeger ook al waren zijn dingen waaraan ik hecht, zodat 2016 en 1982 nog een beetje hetzelfde zijn. Ik besloot maar dat de bergen die ik zag er vroeger ook al lagen. Alleen stond er toen op elke top een kruis.

Ik hou te veel van het verleden en te weinig van het heden. Dat komt omdat mijn hersenen mij bedriegen en mij de mooie dingen uit het verleden voortdurend laten zien en me de lastige alleen voorspiegelen als ik in een soortgelijke situatie kom. Dat doen mijn hersenen toch nog goed, zo weet ik hoe ik met die lastige situatie om kan gaan. Desondanks is het natuurlijk een waardeloze uitvinding, dat een kind groot wordt.

Terugreis.

Zo’n terugreis vanuit Zuid-Frankrijk valt altijd weer een beetje tegen. Het is een eind, van de Middellandse zee naar Lille, maar ik red het nog redelijk makkelijk. Parijs was een ingecalculeerde vertraging, maar Lille niet. Er was daar een ongeluk gebeurd, zeiden ze, maar het enige wat ik zag waren drie burgerauto’s met zwaailicht die zich door de file heen wurmden. Ik verdacht ze ervan dat ze dat alleen maar doen om niet in die file te hoeven staan. Bij Parijs zag ik ook al een politieautootje rustig voortsukkelen totdat het een file in reed en ineens zijn zwaailamp en sirene aanzette. Waarschijnlijk omdat de diensttijd erop zat en de aardappels klaar stonden. Aangekomen bij de plek des onheils in Lille, -een uur later- zag ik ook geen spoor van de drie zwarte busjes die me met een hoop heisa voorbij kwamen en zogenaamd te hulp schoten. Sterker nog, ik zag helemaal niks behalve wat pionnen op de rijbaan en wat strooisel. Ja, dan creëer je wel een file als je bij Lille een rijstrook afsluit.

En als je bij Lille bent, dan ben je er nog niet. Dan moet je ook nog door dat gare België. En ik zeg dat liever niet over onze zuiderburen, maar ik kan er niks anders van maken. Het regende pijpenstelen, en het zicht was zo goed als nihil. Sommige Belgen ontsteken nog niet eens hun licht, maar het leek alsof ik ergens in een regenrace verzeild was geraakt, zoveel spray op mijn voorruit. En ondertussen voel je het bonken van de betonplaten en vlieg je half van de weg omdat je zojuist weer door een gat vol water reed. Dat dat mag in een EU-land! En vlak voor je het beloofde land in denkt te gaan, vindt de Tomtom dat je nog even een stuk van west naar oost moet rijden door België, omdat dat kennelijk korter is. En als je dan eindelijk Nederland binnenkomt via Turnhout, dan wordt het beter, maar Nederland zou daar een keiharde slag kunnen slaan door vanaf de grens hoogwaardig ZOAB neer te leggen. Zodat iedereen weet: België onderontwikkeld, Nederland ontwikkeld.

Het oranje stoeltje

Vias Plage, 1 augustus 2016

Och, ik had zo’n leuk idee. We hadden een opblaasbaar oranje stoeltje gekregen dat in het water kon drijven. Ik zou het stoeltje achter de opblaasboot binden en zo kozen de kinderen en ik het ruime sop. Tammar dobberde aan een touw, een meter of vier achter Hans en mij aan. Alles ging goed, totdat de kinderen een paar honderd meter uit de kust van positie wilden wisselen en het touw losschoot. Het stoeltje dreef snel weg en was binnen de kortste keren vijf meter weg. Toen ik er naartoe wilde roeien pakte de wind het op en gooide het nog eens 10 meter verder. 

Tammar wilde dat ik overboord zou springen om het te halen, maar ik hield het voor gezien en besloot terug te gaan, hetgeen al een behoorlijke opgave was, met twee kinderen in de boot tegen de wind en golven in. Al snel was het stoeltje op zijn weg naar Afrika en uit het zicht. 

Een uur of twee later, tijdens het zwemmen, zagen we het ineens weer drijven. De wind had het weer richting strand gedreven. Ik haalde snel de opblaasboot weer op bij de caravan, maar toen ik vijf minuten later terugkwam was het alweer opweg naar Algerije. We roeiden nog een stukje de zee op maar het was onbegonnen werk. Het stoeltje dobbert nu voor altijd op de zee. Soms zullen zeelieden het in de verte zien drijven, maar voornamelijk dobbert het vrolijk on het rond. Misschien dat een enkele zeemeermin het nog eens gebruikt om lekker uit te rusten. 

Spookhuis

Vias Plage 28-7-2016

Ik had een paar dagen gelden nog gezegd dat ik niet het spookhuis in zou gaan omdat ik Franse spookhuizen eenmaal niet vertrouw. Daar loopt altijd de plaatselijke dorpsgek wat bij te verdienen, en ik sta niet voor mezelf in als iemand mij plotseling aanraakt. Ik zat samen met mijn vrouw te wachten tot onze kinderen, die in het karretje vóór ons zaten, hun rondje hadden voltooid. Aan het einde van het rondje, kwamen de karretjes weer te voorschijn onder luid geknetter waarvan ik vermoedde dat het diende om de vervaarlijk uitziende karretjes een extra versnelling mee te geven zodat het zou lijken of ze op hun achterwielen naar buiten kwamen. Dat was wat ik dacht, maar ik zei tegen mijn vrouw dat het de kettingzaag was die ons in stukken zou zagen. Onze kinderen kwamen inmiddels heelhuids, maar wat witjes naar buiten, en dus ging ons karretje rijden. 

Een liefelijke dame veranderde in een krijsende demoon en alsof dat nog niet genoeg was, klonk er een luide knal vlak bij mijn gezicht. Scary shit en we hadden zonder erbij na te denken onze kinderen eerst laten gaan. We kwamen langs bewegende skeletten, mannen op de pijnbank en hangend aan een galg. Heel anders dan de Julianatoren. 

En toen was er ineens even niks en dan weet je dat het mis is. Daar sprong de dorpsgek met Freddy Kruger masker en kettingzaag te voorschijn. De zaag ging vlak langs mijn oor en ging vooral niet weg. Freddy zat niet vast, als de andere spoken, hij rende je achterna en was ook veel sneller dan het karretje. Ik dook weg om de benen van mijn vrouw te beschermen want ik heb wel eens gelezen dat ze het daar het eerst op gemunt hebben, dorpsgekken met kettingzagen. Goed, we leven nog, ik heb alleen Freddy niet kunnen uitschakelen. La prochaine fois. 

Carcassonne

Vias Plage 26-7-2016

Carcassonne is een mooi stadje aan de voet van de Pyreneeën. Mooi is een understatement, het is meer een wonder. Dat de stadsmuren en de torens er nog staan is een wonder, en dat ze dat vroeger hebben kunnen bouwen is een nog groter wonder. 

Een stadje, hooggelegen, omringd door muren en met uitzicht op een naderende vijand. Niet dat de vijand wist van het bestaan van het stadje, want zo groot is het nu ook weer niet. Nee, dan begrijp ik de muren rond Avignon beter, dat lijkt meer een stad van betekenis. Net als dat je onbekende politici hebt die hun vakantie afbreken vanwege een ongeregeldheidje in eigen land waar de premier niet voor terugkomt om zo wat publiciteit te vergaren, zo had je blijkbaar ook stadjes die zichzelf een muurtje cadeau deden. 

In Avignon heeft het middeleeuwse leven zich voortgezet, waar Carcasonne toch vooral een bezienswaardigheid is geworden. Avignon maakte op mij nog meer indruk. Niettemin is het stadje werelderfgoed volgens de lijst van Unesco, waar ook wel eens zaken op komen waarvan je denkt: het zal wel, maar in dit geval kan er weinig twijfel over bestaan, want indrukwekkend en zeldzaam is het zeker. 

Hypnose

Vias Plage, 24-7-2016

Philipe Morgan, de plaatselijke hypnotiseur , trad op voor de campinggasten. Voor het eerst zag ik live mensen onder hypnose en ik twijfel niet langer. Een klein jongetje in het publiek was niet meer te redden, hoe zijn ouders ook probeerden hem tot bedaren te brengen. Zijn lichaam was verstard, zijn vader lukte het niet om hem op een stoel te zetten. Philipe leek deze onbedoelde bijvangst niet in de gaten te hebben en concentreerde zich op de vrijwiligers op het podium. De ouders van het jongetje riepen de hulp van Philipe in, die even ter plekke poolshoogte kwam nemen. Het jongetje ontwaakte en stond verdwaasd te kijken. Uitgesloten dat hij in het complot zat. 

Tammar verstaat geen Frans, en kwam dus niet in de macht van Philipe. Maar omdat ze vooraan zat werd ze wel het podium op geroepen om plaats te nemen op een verstijfde jongedame die met hoofd en voeten op twee stoelen was gelegd. Ze vond het eng en wist niet hoe te weigeren in het Frans. Ze vertelde me hoe ze haar hart voelde bonken, zo’n klein meisje tegen duizend mensen, zo omschreef ze de situatie. Maar haar optreden was een groot succes.  

Musje

Vias Plage 25-7-2016

Toen we ’s avonds terugkeerden van een avondje kermis (eigenlijk is het al 26 juli nu) en we nog even rust probeerde te vinden op de veranda, zat er ineens op minder dan twee meter afstand, een musje op een tak. Het leek een slaapplaats gevonden te hebben en liet zich niet door onze aanwezigheid wegjagen. 

Het leek een tactiek toe te passen die erop neerkwam dat het net deed of hij ons niet zag, en wij het musje dientengevolge ook niet. Op zeker moment draaide het ook zijn kopje in slaapstand zodat het ons echt niet meer zag. Nu heeft het van ons niks te vrezen, maar of je ver komt met zo’n instelling is de vraag. Voor hetzelfde geld zijn wij kille dierenbeulen met een luchtbuks. Aan de andere kant, waarom zou je  argwanend de wereld tegemoet treden? Als je achter elk mens een potentieel terrorist vermoedt, heb je ook geen leven. De kans dat je oog in oog komt te staan met een actief terrorist is verwaarloosbaar klein.

Het musje weet dit alles niet en moet een beslissing nemen. Vlieg ik weg en zoek ik een nieuwe slaapplaats, of vertrouw ik deze mensenkinderen? De moraal van dit verhaal: wie goed van vertrouwen is heeft het snelst een slaapplek. 

Toeristen

Vias plage, 23-7-2016

Als je op een camping verblijft kun je natuurlijk niet ook daadwerkelijk op de camping verblijven. Daar wil je wel zo nu en dan van af. Wij begaven ons naar de dichtstbijzijnde Saint. Ik ben zijn naam vergeten en wil hem me ook niet meer herinneren. Iets met een traptreintje en een oude spoorlijn.

Geen Fransman die erin trapt maar wij betaalden 40 euro om eigenhandig drie kilometer heen en drie kilometer terug te trappen. Moest je op het keerpunt je eigen treintje nog keren ook. Daar zat de familie Mack, compleet voor paal in een debiel traptreintje dat helemaal niet door mooie natuur ging, maar langs autowegen met daarop naar ons claxonerende Fransen die het wel vermakelijk vonden, die zichzelf in het zweet trappende Hollanders. Ik trapte hard zodat ik er ook weer snel vanaf zou zijn. Werd me ook nog gevraagd of het leuk was door de uitbater. 

We sloten af in Cap d’Agde, een plaats die u rustig kunt overslaan. Om de dag compleet te laten mislukken aten we bij McDonald’s. Een leuk restaurantje doen we alleen als iedereen in opperbeste stemming is. 

Noodgedwongen 

Vias-Plage, 22-7-2016

Ik ben een boek aan het lezen waarin ik helaas vóór de vakantie was begonnen, en het nu noodgedwongen moet uitlezen. Het oerboek van de mens heet het en het geeft verklaringen voor het ontstaan van en ontwikkelingen in de bijbel. Stevige kost, maar ik moet toegeven dat de schrijvers van zowel het oerboek als die van de bijbel goed over hun werk hebben nagedacht. Je leest hoe God zich noodgedwongen aanpast aan de mensheid of andersom, daar is niet iedereen het over eens. 

Ik beleefde vanavond mijn eigen bewijs van evolutie. Ik ben 46 en begin te merken dat ik soms niet meer goed kan lezen. Vooral ’s avonds in het zwakke licht op de veranda, zie ik niet meer goed wat ik schrijf. Ik vroeg mij af of ik ook door nood gedwongen mijn handschrift zou moeten aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, als elk zichzelf respecterend, geëvolueerd en nog niet uitgestorven dier. Groter en duidelijker. Mevrouw Mack stak een stokje voor de evolutie en bood mij haar leesbril aan…

Krabben

De Middellandse zee is kouder dan vorig jaar. We moeten er nu eerst doorheen maar daar staat tegenover dat we er nu 30 meter vanaf zitten, tegen 100 km vorig jaar. De opwarming van de aarde houdt automatisch in dat de zee kouder wordt, al is het maar ten opzichte van de aarde. Einstein achtervolgt ons overal. 

Tussen de rotsen ontdekten we krabbetjes, variërend in grootte van twee tot zeven centimeter. Krabben hebben een uitstekend gezichtsvermogen, zijn razendsnel en hebben ook nog een schutkleur.  Ter verdediging tegen echte vijanden hebben ze ook nog een pantser en twee 30 mm snelvuurkanonnen. Eigenlijk zijn het tanks voor onder water. Ze zijn dus lastig te vangen maar het lukte me twee keer. Ik had er alleen niet op gerekend dat het diertje zijn kanonnen ook zou gebruiken. Ik schrok een beetje van de knijpkracht die zo’n klein krabbetje ontwikkelt. De afdrukken van zijn scharen bleven even in mijn vinger staan.  Zouden er krabben van 90 kilo bestaan, zouden deze met gemak een duikboot tot zinken brengen. 

Mijn dochtertje was er een beetje bang voor. Waarom, is mij geheel onduidelijk. Ze haalde haar knie open aan een rots zonder dat ze een kik gaf. Het bloedde zodanig dat ik bang was dat we haaien zouden aantrekken. Ze liep met een bloedrood  scheenbeen samen met mij terug over de camping en ik zag iedereen verschrikt kijken. Zelf liep ze er wat onverschillig bij, met een waveboard onder haar arm. Mama schrok en dacht zelfs even dat er een dokter aan te pas moest komen, maar dat viel mee. Nee, dan vielen mijn krabsporen geheel in het niet.