Ik woon nu al 27 jaar in Vaassen, dus ik mag mij best een Veluwenaar noemen.Veluwenaren zijn achterbaks en laten nooit het achterste van hun tong zien. Tenminste, dat is het imago. Vanochtend tijdens de zwemles van Hans, zocht ik een plek om Tammar te verschonen omdat zij een onwelriekende geur verspreidde. Tijdens het zoeken werd mij een plek gewezen door een vriendelijke, kalende man met een Rotterdams accent. Ik bedankte hem en liep erheen. Het was achteraf gezien een enorm waardeloze plek trouwens, maar een gegeven paard kijk je niet in de mond.
Toen ik terugkwam vroeg hij met zijn lijzige accent of het een goed plekkie was. Ik antwoordde dat dat zo was en ging weer zitten waar ik zat. Tammar wees naar hem en riep "Opa!" Ik vond dat lullig van haar, want de man zei dat hij zelf ook in de kleine kinderen zat, en dat hij daarom dat plekje kende. En dat hij vorig jaar uit Rotterdam hierheen was gekomen, maar dat zijn huis wat moeilijk te verkopen was, en zijn vrouw zat al wel hier met drie kinderen en hij had nu net ander werk waardoor hij nu zes dagen moest gaan werken maar dat was niet erg want op zijn werk kwam hij tenminste bij….ja hallo! Daar heb ik allemaal geen zin in hoor. Maar omdat ik een achterbakse Veluwenaar ben, blijf ik vriendelijk en geef hem korte antwoorden op zijn vertellingen. Terwijl ik eigenlijk denk: donder op vent.