Bedelaars

Geregeld geef ik een kleinigheid aan een bedelaar. Zeker op vakantie in het buitenland, waar je er ook veel meer tegenkomt. Niet dat ik mij nobel voel als ik geef, want ik geef vanuit mijn rijkdom, niet vanuit mijn armoede. Maar ik heb vaak met ze te doen. Misschien zitten er oplichters tussen, maar daar zit ik helemaal niet mee. Ik ben ermee begonnen nadat ik tot inzicht was gekomen dat ik op het verkeerde spoor was gezet door iemand. Ik was achttien en keek tegen hem op. Nu veracht ik zijn mening en manipulaties en ook het feit dat ik hem geloofde. Nadat hij uit mijn leven verdween ging ik mijn eigen mening vormen. Een van de dingen die hij vertelde was dat je nooit aan het leger des heils moest geven omdat die de verkeerde mensen hielpen. In die tijd weigerde ik een keer te geven aan een heilsoldate en later heb ik mijzelf als straf opgelegd om maandelijks aan het leger des heils te geven.

In Engeland sloeg ik extra sigaretten in omdat daar veel om gevraagd werd door bedelaars. Er kwam er een vragen om een sigaret, die hij wilde delen met zijn makker, dus vroeg ik of ze er allebei een wilden. Nee zullen ze in zo’n geval niet zeggen. In Frankrijk gaf ik aan een man met één been en terwijl ik bukte viel mijn zonnebril in zijn pet. Vos lunettes, riep hij en gaf hem mij nobel terug, iets waarvan ik nog altijd denk dat hij dat terug kunnen doen minstens zo belangrijk vond als mijn gift. Het meest staat me een oud vrouwtje bij, gekleed in het zwart en gezeten bij de kathedraal van Straatsburg. Zodra ik haar zag, zag ze mij ook en keek me smekend aan. Toen ik naar haar liep en haar wat geld gaf sprongen er tranen in haar ogen en ze prevelde iets onverstaanbaars. Nog lang daarna had ik spijt dat ik haar niet meer gegeven heb.

En ook deze vakantie kwam ik ze tegen. Bedelaars met een hond, die doen het altijd beter, dus vergeet vooral de eenzame mannen niet. Maar ook op de terugweg bij een benzinestation op de péage stond er een voor de ingang van de shop. Ik vroeg me nog af hoe hij daar kwam, en of hij ook tol zou moeten betalen als hij eraf wilde. Misschien was hij wel een oplichter. Maar toen ik hem een euro gaf, kreeg ik een welgemeend merci beaucoup, dat zou een oplichter nooit uit zijn bek krijgen.

Maar oplichters of niet, ik ben rijk. Ik heb een schoon bed, een dak, en eten. Om één of andere reden hebben bedelaars dat niet, maar het is niet aan mij om daar een mening over te vormen. Ik ben blij dat ik het wel heb, en moet er niet aan denken zo door het leven te moeten. En zij waarschijnlijk ook niet. Dus geef ik ze maar van wat ik toch niet mis, dus niet nobel, maar misschien omdat ik anders met een schuldgevoel blijf zitten. Het is een verrotte wereld soms.

Haan

Volgens Hans is mama belangrijker dan papa. Dat komt zo: ik legde hem uit dat ik vroeger de mazelen heb gehad en dat ik dus bijna dood was. Is absoluut niet zo, want ik was gewoon ziek, maar tegenwoordig ben je bijna dood. Maar niet helemaal Hans, anders was jij er niet geweest. En dat snapte hij niet. Dan was mama toch met iemand anders getrouwd en dan was ik er toch ook? Ik was een tikje verontwaardigd, maar kon hem ook niet precies uitleggen wat nu precies mijn bijdrage aan hem was. Misschien qua moeite niet zoveel, want verwekken is in een mum van tijd gebeurd en je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben. In tegendeel, hoe minder je gestudeerd hebt, hoe groter de kans op een verwekking.

Ik wilde Hans wel uitleggen dat hij 50% van mijn genen heeft meegekregen en dat hij dat niet moest onderschatten. Dat hij in de eerste plaats geen Hans had geheten, maar dat het nog maar afwachten was of die andere genen wel zouden kunnen wedijveren met de mijne. Zou hij bijvoorbeeld anders ook van dat mooie haar gehad hebben? Zou hij anders nu al de bruine slip judo hebben? Ik bedoel maar. Ja, kom niet aan mijn rol. Dat beetje rol dat je als man in de 21e eeuw in West-Europa nog hebt dient met hand en tand verdedigd te worden.

Natuurlijk is mijn rol en die van vele vaders stukken groter dan hij lijkt. Het spreekwoord zegt dan wel dat het de haan is die kraait maar dat het de hen is die de eieren legt, maar dat is achterhaald. Dat is uit de tijd dat moeders nog verstandige vrouwen waren die zorgden dat het hun man aan niets ontbrak. En zeker niet aan eieren. Maar tegenwoordig kraait de hen en legt de haan nog steeds geen eieren. Waarmee ik zeggen wil dat de vader nog precies doet wat hij altijd al deed, alleen wordt het hem moeilijker gemaakt doordat de hen ook haar zegje doet en hij zelf zijn eitje moet bakken. Gelukkig geldt dat niet bij ons.

Mijn Chinese sterrenbeeld is haan, en het bijzondere aan hanen is dat ze altijd gelijk hebben wanneer ze hun observaties uitdrukken via hun meningen. Daar kan een kip natuurlijk heel anders over denken, maar Chinezen liegen nooit. Tenminste niet veel. Verder staat de hele beschrijving van de haan vol met louter goeds, met als enige kleine aandachtspuntje dat de bescheidenheid soms naar de achtergrond wordt verdreven. Maar dat is vaak niet eens zijn eigen schuld, dat wordt gevoerd door zijn omgeving. Als die eens een klein beetje minder complimenteus zou zijn, zou ook de bescheidenheid de haan sieren. Dus een zoon die het nog niet helemaal begrijpt kan het soms wat lastig maken voor de haan. Bovendien is mijn Nederlandse sterrenbeeld maagd, en maagden staan bekend om hun bescheidenheid, en ook omdat ze altijd gelijk hebben wanneer ze hun observaties uitdrukken via hun meningen.

Nog een paar dagen volhouden, dan ben ik op vakantie. Uiteraard naar het land van de haan.

Bijrol

Op school had ik met toneelstukken altijd een klein bijrolletje. Ik was een loodgieter en moest zeggen: “al zijn de problemen nog zo groot, geen probleem voor Beukenoot.” Dat moest toen nog zonder tussen-n. Dat was het dan. Tijdens het afscheidstoneelstuk in de zesde klas was ik een minister die het licht had gezien en ik moest in een vierkante doos (tv) een linkse stelling verkondigen. Het was iets in de trant van: “Kernenergie? Hoepel op met je kernenergie. Windmolens, die moeten we hebben!” Tja, veel mondelinge tekst heb ik nooit nodig gehad en aan toneelstukjes heb ik een broertje dood. Daar liep ik later wel vaak tegen aan hoor, dat ik in protest ging omdat er ergens een toneelstukje werd opgevoerd. En helemaal als mij gevraagd werd daaraan deel te nemen. Want laten we eerlijk zijn, je hele werkzame carrière is in feite een groot toneelstuk.

Inmiddels ga ik er stukken luchtiger mee om en ik ben blij dat ik dat kan. Ik herken onmiddellijk als er ergens een toneelstukje wordt opgevoerd. Zo belandden we deze week weer ergens in een chique restaurant waar iedereen acteerde dat het eten en de wijn voortreffelijk waren. Maar ganzenlever door het dessert is niet voortreffelijk, dat is ronduit smerig. Daar houdt mijn acteertalent ook op. De ober kon het allemaal veel beter dan ik. Die kon vijf minuten vertellen over de wijn, en dat er mensen zijn die denken dat je witte wijn koud moet drinken en rode wijn op kamertemperatuur, maar dat drie graden verschil een enorm verschil kon maken in de smaak, die hij ook kon omschrijven. Ik kom niet verder dan lekker, vies of neutraal. Maar zijn verhaal maakte me nieuwsgierig naar de wijn en ik nam een slok. Ik zag de anderen hun wijn eerst een slinger geven in het glas, waardoor de wijn acteert dat het aroma dan meer loskomt. De wijn was lekker. Maar lekker voor 100 euro is toch weer minder lekker als lekker voor vijf euro. Ik proef geen enkel verschil. De andere acteurs wel.

De volgende middag tijdens de lunch gaf ik mijn melk een slinger, rook er even aan, nam een voorzichtige slok en oordeelde: voortreffelijk.

Comfort Zone II

Morgen ga ik naar Stockholm. Dat ligt in Zweden. In Stockholm zit een vestiging van ons bedrijf en er zijn een aantal financials bij elkaar geroepen voor topoverleg. Tenminste, daar ga ik er vanuit als ik er bij moet zijn. U weet het misschien wel: ik hou er niet zo van. Een kruising tussen heimwee, vliegveldangst en beren op de weg zien. Dat zit er van kinds af aan al in, dat onzelfstandige gedrag, en het gaat vast ook nooit meer over. Vroeger toen ik heel klein was en naar het zwembad in het volgende dorp moest, ging mijn moeder mee met de bus. Een schoolgenootje moest alleen en zat te huilen waarop mijn moeder hem onder haar hoede plaatste. Ik had diep medelijden met hem want als ik alleen had gemoeten zou ik ook zijn gaan huilen. Een jaartje later op het sinterklaasfeest van de zwemvereniging werd ik door de absoluut-niet-heiligman naar voren gehaald want hij had gehoord dat ik nooit van dingen op de hoogte was. Bijvoorbeeld als het tijdstip van het zwemmen verzet was. Of als we van kleedkamer waren gewisseld. Iedereen wist het, behalve ik. En dat heb ik mijn leven lang gehouden, dat iedereen iets wist behalve ik. Ik heb er een mooie rubriek aan overgehouden.

Nee, ik ben bepaald geen ontdekkingsreiziger. Ik hou van veiligheid. Ik bouw eerst een veilige comfortzone om me heen en vandaar uit opereer ik en camoufleer ik. Maar oh wee als ze me eruit halen. Ik ben misschien wat te beschermd opgevoed, aan de andere kant liet ik me ook graag bedienen. Ik ging er toen nog vanuit dat ik een manager zou krijgen die alles voor me zou regelen. Een manager als The Colonel, bedoel ik dan. Maar nee, de enige managers die ik kreeg waren anderen die hun jongensdromen niet verwezenlijkt hadden. Op de Mavo bleken we in klas vier ineens boeken te moeten lezen, en ik was verontwaardigd dat ik niet gewoon vanuit mijn slaapkamer kon opereren maar naar die bieb moest om mijn diploma te halen. Maar zoals altijd werden dingen na ze één keer gedaan te hebben makkelijk. Eerste keer naar de middelbare school, eerste keer naar het buitenland rijden, eerste keer zelf met de trein, eerste keer alleen op vakantie (is ook bij één keer gebleven) en nu ga ik voor de eerste keer alleen met het vliegtuig. Nu ben ik 43 en nog steeds maakt de angst voor het onbekende deel uit van mij.

Gelukkig heb ik in mijn genen ook een onweerstaanbare drang om me uit te sloven. Er zijn ook dingen waarvoor ik mijn hand wel omdraai, maar dat merkt niemand. Het liefst met een aantal angsthazen erbij, zodat ik wel het voortouw moet nemen. Zo ben ik in een groepje, na de instructeur degene die het eerste de sprong waagt. Mijn hersenen werken dan op volle snelheid en vertellen mij enerzijds dat de instructeur het ook doet, dus het is veilig, en anderzijds is het de uitgelezen kans op eeuwige roem. En als er angstige meisjes in het spel zijn verander ik automatisch in held. Wat dat betreft had ik Linda niet moeten trouwen.

Als het goed is keer ik woensdagavond terug in mijn comfortzone. Ze zeggen wel eens dat outside the comfortzone, the magic happens. Dat mag dan waar zijn, maar het ware geluk vindt plaats als je terug bent.

See you on the beach

Zo vlak voor de zomervakantie is driekwart Nederland weer aan het hardlopen geslagen. Als ik even een vooroordeel kwijt mag: u wilt goed voor de dag komen op het strand straks op vakantie. Maar er is niemand op het strand die op u let, en doen ze het wel, dan is er al geen enkele reden tot hardlopen. Ik heb ook de nodige ervaring met hardlopen en was er vrij goed in. Ik werkte 7,5 km af binnen het half uur. Maar nu ik ouder ben (43 red.) doe ik het niet meer. Laatst nog wel een aantal keren gelopen maar ineens moest ik dat bekopen met pijn in mijn rechterknie. Terwijl de reden om te gaan hardlopen verscholen lag in het feit dat ik pijn in mijn linkerbovenbeen had. Die pijn kwam uit mijn rug en ik merkte na het hardlopen gelijk dat mijn rug beter voelde.

Ik doe weer even net of wat voor mij geldt, voor iedereen geldt: hardlopen boven de veertig moet je niet doen, tenzij je onder de veertig gestart bent. In plaats daarvan adviseer ik voor de rug dagelijks opdrukken, of push-ups als u daar beter mee voor de dag komt, en elke dag een kleine wandeling van een kwartiertje. Echter, van alleen wandelen kunt u wat stijfjes worden. Daarom regelmatig een klein sprintje trekken op een plek waar niemand het kan zien. 100 meter is genoeg. U zult u als herboren voelen zonder pijntjes. En niemand die begrijpt hoe het kan dat u zich zo soepel beweegt. U heeft het van een ervaringsdeskundige.

Het helpt! Dit logje gaat de prullenbak in zodra de pijn in mijn rug terug komt, maar voorlopig: see you on the beach.

En het weekend begon zo goed.

weekend

Feestje, Cees, de meest bekende man uit Epe, werd 50, maar ik heb ook wat felicitaties in ontvangst genomen geloof ik. Vrijdagavond was dit, zaterdag hadden we twee verjaardagen en ’s avonds gingen we uit eten bij een wokrestaurant, en vandaag hadden we een verjaardag van een vriendinnetje van Hans en Tammar. Teveel van het goede. En nu zit ik met de kater. 2-3 en weer een verloren landskampioenschap, maar daar moeten we het maar niet meer over hebben.

Ik had van tevoren gezegd dat ik los zou gaan, en als ik iets zeg, dan doe ik het ook. Ik heb gedanst en het klopt wat ze over dansende mannen zeggen: die staan daar niet omdat ze het leuk vinden. Die staan daar om dubieuze, blonde redenen die ze niet kunnen weerstaan. Uiteindelijk niet kunnen weerstaan, moet dat zijn. Want in het begin bood ik nog wel weerstand maar na een biertje of vijf was die gebroken.

Doorstappen.

Incroyable HulkIk maakte me gisteren klaar voor een rugrondje, d.w.z. een avondwandeling. Wandelen klinkt een beetje traag, je moet juist niet traag lopen, je moet er de sokken in hebben. Volgens mij is daar een mooi Nederlands woord voor: “power walking”. Ik zal echter nooit zeggen dat ik aan power walking doe, maar snelwandelen is ook weer niet wat ik doe. Gewoon doorstappen. Volgens de fysiotherapeut, en ik geloof hem, is lopen de rest van mijn leven belangrijk als ik tenminste niet om de paar maanden met pijn in mijn rug wil zitten. Toen ik echter de achterdeur opendeed, sneeuwde het sigarettenfilters. Overmacht, riep ik gelijk, maar toen bedacht ik me dat een Mack zich niet laat weerhouden door een sneeuwbui. Ik zette mijn muts op, trok mijn handschoenen aan en zette de pas er stevig in.

Ik stapte door de vallende sneeuw en ik voelde mijn conditie per stap toenemen. Op een enkele hardloper en wat auto’s na was ik de enige buiten. Ik liep langs huizen en zag binnen de mensen zitten in een luie stoel. Ze zagen er ontevreden uit, want wie zit er anno 2013 nog ’s avonds in een luie stoel naar buiten te kijken? Óf je zit achter een laptop, óf je hangt in de sportschool, óf je loopt een rondje. Mijn linkerbeen is nog steeds niet oké, maar hindert me niet bij het lopen. Er zit iets van pijn in sommige bewegingen waar ik niet goed de vinger op kan leggen. Maar ik liep lekker en het ging steeds beter. Ik dacht aan Forrest Gump, gooide in gedachten de pijn van de afgelopen weken van me af en zette een looppas in, die pas op zou houden als ik ging slapen. Let wel, we zijn nog steeds in mijn gedachten. Na een half uur was ik weer thuis en ik voelde dat ik energie had opgedaan.

Lopen is goed. Ik ben er van overtuigd. Vandaag deed ik tussen de middag weer een rondje en ik krijg bij terugkomst weer de neiging om een Hulk-pose aan te nemen in plaats van de zoutzakimitatie van de laatste twee maanden. Als ik niet oppas raak ik weer overmoedig en breek ik weer mijn pink. Het is een constant proces, die midlife crisis. Laatst dacht ik nog dat ik het ging accepteren maar nu is er geen haar op mijn hoofd meer die denkt dat ik vanaf nu bejaard ben. Sterker nog, ik wil een bokszak op mijn kantoor.

Wellness

Volgende weekend gaan we skieen met mijn werk. In Garmisch. Ik had gehoopt dat mijn been roet in het eten zou gooien, en qua skieen is dat ook zo, maar inmiddels is het wel weer zo hersteld dat ik mee kan voor het lichte programma. Er zit ook nog iets van een conference in, om het een beetje zakelijk te maken. Ik heb er een hekel aan, om een lang weekend weg te gaan met collega’s, want weekend is wel weekend. Hans zuchtte ook al toen hij het hoorde. Er wordt al weken druk op me uitgeoefend om mee te gaan, en tot nu toe hield mijn been mij op de been, maar nu is het denk ik genoeg hersteld dat ik weer een stuk kan lopen. En betrouwbaar liegen kan ik niet, helaas.

Dus ja, dan gaan we er maar het beste van maken. Volgens mijn baas was er voor de mensen die niet gingen skieen een licht programma, en een Gerard Joling programma. Dat laatste zal het voor mij wel worden, Wellness. Toen mijn vrouwelijke collega’s het hoorden, wilden ze ook ineens Wellness, maar dat mocht niet meer. Ik hoop dat ze m’n schouders ontharen met zo’n trekpleister.

Sans famille

In het begin van de 80-jarige oorlog, ook wel de jaren ’80 genoemd, speelde er op televisie een tekenfilm die ik en velen niet licht zullen vergeten. “Alleen op de wereld” heette het, en het verhaal ging over een jongen genaamd Remi, die ongeveer iedereen van wie hij hield, verloor. Hij was een vondeling en hij werd opgevangen door Vitalis, een rondtrekkend artiest die hem aan zijn zorgen toevertrouwde. Vitalis was in het gezelschap van een paar honden en van Joli Coeur, het aapje. Alles ging goed en alles ging fout. Net als Remi dacht dat hij gelukkig was, ging er iemand dood. De honden werden verscheurd door de wolven, het aapje ging dood aan een longontsteking en uiteindelijk, tijdens een ijzig koude nacht konden Vitalis en Remi geen onderdak vinden en vielen ze in slaap in de sneeuw, waarbij Vitalis Remi beschermde tegen de kou door hem in stro te leggen en er zelf boven op te gaan liggen. Vitalis vroor dood, en Remi was weer alleen op de wereld.

De blinkende tranen in de serie, elke keer kwamen die terug. Ik moet een jaar of elf zijn geweest en ik vraag me af of het destijds wel zo verantwoord was zo’n verhaal op televisie te brengen. Het was echt verdriet wat je als kind had als er weer iets gebeurde waarvan een kind, als het het mee zou maken, grote psychische schade zou oplopen. Misschien was ik overgevoelig, maar het was een emotionele kernaanval. Ik wil het dan ook nooit meer zien.

Ja, daar dacht ik aan toen ik vanmiddag het konijnenhok stond schoon te maken. Ik had er gisteren al een dekbed en een stuk zeil overheen gelegd en er extra hooi en stro in gelegd, in de hoop dat het konijn zich warm kon houden. Nu ligt er zoveel stro en hooi in dat hij een gang moet graven om bij zijn voerbak te komen. Hij heeft het in elk geval warm nu. Er slaapt ook een zwerfkat bij ons in het klompenhok. Vind ik ook allemaal goed tijdens deze kou. Als een van onze eigen katten ’s nachts buiten is, ga ik er nog een keer uit om te kijken of hij al voor de deur zit. Waarschijnlijk allemaal omdat ik vroeger Remi heb gezien.
remi

Bedgeheimen

Als kind droeg ik als ik naar bed ging, een pyjama. Geen ondergoed eronder om één of andere vage reden. Ik had nog lakens, dekens en een sprei. Blij dat ik dat nog heb meegemaakt en ik kan me niet herinneren dat ik het ooit koud had in bed. Toen ik een jaar of 18 was droeg ik alleen een boxershort. Later heb ik daar een T-shirt aan toegevoegd vanwege eventuele kou. Ook in de zomer is dit nog mijn nachtelijke outfit, tenzij het echt bloedheet is, dan kan het T-shirt achterwege blijven, maar met al die drukte in mijn slaapkamer de laatste jaren ga ik liever een beetje gekleed. Tegenwoordig heb ik een elektrische onderdeken, die ik uit principe nooit aanzet, tenzij ik het koud heb, dan wel. Maar liever laat ik één van mijn kinderen mijn bed even voorverwarmen. Dat de ergste kou eraf is, begrijpt u? Ik word een beetje een koukleum want in de winter gooi ik het raam ’s nachts dicht. Ik weet het wel, er zijn bikkels die het raam open willen hebben, al vriest het veertig graden, maar ik vind het prettiger als het overdag openstaat en ’s nachts dicht is. Waar dit naar toe gaat… Ik ben 43, maar ik zie toch wel aankomen dat ik over niet al te lange tijd weer een pyjama koop. Volgens mij slaapt dat prima. Misschien een slaapmuts erbij, want dat zie je werkelijk nooit meer, maar het zal toch zeker een functie hebben gehad. Sokken gaat me dan weer te ver, maar een pyjama (met knoopjes) en een slaapmuts, ja. En zo kom ik tot precies dezelfde conclusie als Rob Hamilton vandaag, dat je als je jong bent, je van het dorp naar de stad trekt, om vervolgens als je wat ouder bent, met gierende banden weer terug te keren. Welterusten!