Lief

Op de Havo zijn mijn ergernissen begonnen. Of het nu kwam omdat ik ineens buiten de vertrouwde omgeving van Vaassen kwam, of omdat ik een leeftijd kreeg die het mogelijk maakte om afwijkend menselijk gedrag waar te nemen, ik weet het niet, maar ik stoorde mij toen vooral aan `jongeren´. Ja, qua leeftijd was ik er ook één, maar qua gedrag bepaald niet. Jongeren hadden een politieke voorkeur, hielden van zuipvakanties in Benidorm, wisten precies wat ze gingen worden (ik zie een eigen praktijk in Milaan wel zitten) en hielden énorrum interessante gesprekken met elkaar over de laatste maatschappelijke ontwikkelingen.

Ik niet, ik hield niet van jongeren. Ik vond het verraders. Ik was 16 en ik wilde nog kind zijn omdat ik dat nog was. Dus degenen in de klas die het waagden om hun jeugd te verraden en met de volwassen mee te heulen konden rekenen op mijn diepe minachting. En zo is het gekomen. 20 jaar later, als je ze weer tegenkomt in het bedrijfsleven, dan blijken ze helemaal geen eigen praktijk in Milaan te hebben! Ze zijn gewoon loonslaaf alleen verhullen ze dat met een verhaal doorspekt van woorden die je vroeger op school nooit leerde en ze leiden je naar hun eigen eindconclusie, namelijk dat ze enorm veel vrijheid en verantwoordelijkheid hebben.

Ik heb me heel lang gestoord aan mensen die het over uitdagingen hadden. Verraders vond ik het. Het waren gewoon regelrechte problemen waar ze mee te maken hadden. Ja, dat zij het uitdagingen noemden kwam omdat ze dat gelezen hadden in het managershandboek en nog belangrijker, ze hoefden het zelf niet op te lossen. Anders hadden ze het echt wel rampen genoemd in plaats van uitdagingen. Goh, de Duitsers zijn ons land weer binnengevallen. Wat een uitdaging, vind je ook niet JP?

Nou, vervolgens ging ik me storen aan mensen die de hele dag Engels praten omdat dat hun inhoudsloze verhaal wat opleukt en tegenwoordig stoor ik me aan mannen die hun vrouw door de telefoon "lief"  noemen. Geen ‘lieverd’, maar ‘lief!’ Irritant! Ja, als Huub van der Lubbe of Thomas Acda het in een lied zingen dan werkt het, dat snap ik wel, maar dat zijn kunstenaars. Daar verwacht je zoiets van. Maar toch niet van saaie kantoorpikken met een duffe kop? En dat als je hun vrouw in het echt ziet, dat het helemaal nergens meer op slaat? "Lief" kun je zeggen tegen een hele mooie vrouw, waarvan je weet dat ze niet lang de jouwe zal zijn, die je hart gaat breken en het voorgoed verandert in een bitterbal, maar tenzij je een knappe kunstenaar bent noem je haar gewoon bij haar voornaam! Ook al heet ze Pieternel of Berta. Ja, dan had je maar kunstenaar of filmster moeten worden hoor. Als je op kantoor zit moet je gewoon normaal doen. Flauwe kantoorhumor is je lot en daar schik je je maar in! Avonturier met je wandelkaartje van de Veluwe!

Onweer en bijgeloof

Ik zat te luisteren naar een gesprekje tussen een paar collega’s die het hadden over onweer dat de IJssel niet overkwam. Ik hoorde het verveeld aan en wachtte op het moment dat ik kon vragen: maar weet je ook hoe het komt dat onweer de rivier niet over komt? Nee, daar hadden ze nog nooit over nagedacht. Dus ik zeg, dat komt omdat het een sprookje is, een volksvertelling, een dorpsbijgeloof.

Het is natuurlijk niet leuk, dat begrijp ik ook wel, maar om dan de boodschapper van het slechte nieuws arrogant te vinden, vind ik ook niet helemaal terecht. Ik kan het toch ook niet helpen dat ze geloven in iets waarvan het tegendeel wetenschappelijk is vastgesteld? Nee, ik zou het ook niet leuk vinden als morgen iemand met het wetenschappelijk bewijs komt dat Elvis helemaal niet de beste artiest ooit was. Maar als dat wel zo is, dan ga ik daar niet tegenin. Dat de wetenschap het fout heeft omdat bij ons het onweer wél bij de rivier bleef hangen. Dat zou pas stronteigenwijs zijn. Ik weet dingen pas zeker als ze ook waar zijn.

Onverschilligheid

Het was zaterdag vandaag en dat betekent zwemlesdag. Ik geloof het wel met die zwemles hoor. Hans doet lekker mee en het interesseert hem geen bal of ik wel of niet voor het raam sta te kijken. Als hij me ziet gaat hij toch rare bekken trekken. Dus ik zit gezellig aan de koffie met een paar moeders. Helaas komt er altijd wel een opgewonden standje om ons te roepen dat de groep nu naar het diepe gaat en dat ze door het gat moeten zwemmen. Paniek, paniek, peeuw, peeuw.

Nou ja, verveeld hijs ik me uit mijn stoel en ga dan staan kijken naar het groepje van Hans dat dingen gaat doen die Hans vorig jaar in Frankrijk al kon. Vandaag had ik Tammar ook bij me en ik had haar op mijn arm. Om het wat beter te kunnen zien ging ik net om een hoekje staan waarbij ik net een andere invalshoek had dan de tien die eersterangs stonden. Ik keek vanuit de lengterichting over het zwembad, zij vanuit de breedterichting. Ik kon dus zien dat een klein jongetje dat vlak bij de kant zwom, op zich een hele goeie techniek had, zij het dat hij een decimeter te diep zwom. Hoe hij ook spartelde, zijn mond en neus kwamen niet boven water uit. Badjuffrouw Marije (haar naam staat achter op haar badjas) zag het ook en sprong met T-shirt en al het water in om het jochie weer boven te krijgen. Niks aan de hand, het jochie ging gewoon verder met de les.

Maar, al die zogenaamd geïnteresseerde ouders hadden dit niet gezien omdat ze niet vlak achter die rand konden kijken. En toen ik het zei, geloofden ze me eigenlijk niet. Nee, die juffrouw springt voor de lol met haar T-shirt het water in, nou goed! En zo zie je maar, in het leven is niets wat het lijkt. Een onverschillig lijkend persoon kan alles in de gaten hebben en iemand die interesse lijkt te tonen, kan wel eens niet door hebben dat u voor zijn neus verzuipt.

Oude volkswijsheden

Ik keek net de documentaire "the truth about food" waarin de combinatie van voedsel en mensen met een MRI-scan werd onderzocht. Een echtpaar van samen 250 kilo probeerde met behulp van een diëtiste blijvend af te vallen. Het leverde een paar nuttige tips op.

Bijvoorbeeld dat soep en zuivel je kunnen helpen bij het afvallen. Dat de snelheid waarmee je van stof wisselt niet zo’n rol speelt. En dat een glas water niet lang helpt tegen het onderdrukken van een hongergevoel. Maar de eindconclusies waren gelijk aan wat je boerenverstand je altijd al vertelde, namelijk: ‘elk pondje gaat door het mondje’ en ‘zijn ogen waren groter dan zijn maag.’ Maar dan onderbouwd met een duur MRI-scan apparaat. Het kost wat, maar dan heb je ook bewijs voor een oude volkswijsheid.

Straatje…

Bij ons achter is een straatje dat qua huizen niet helemaal past bij de rest van de wijk. Deze wijk is van halverwege de jaren 80, maar in dat straatje zijn de huizen ouder. Ook veel mooier want ze zijn vrijstaand en hebben een leuk stukje grond. Dus eigenlijk zou het beter zijn te zeggen dat de rest van de wijk niet in dat straatje past. Ik loop er wel eens met Hans of Tammar en kijk dan bij de mensen naar binnen. Daar hou ik van, bij mensen naar binnen kijken. Vanavond liep ik er alleen en ineens viel mij op dat de huizen daar namen hebben. Mij kan dat niet zo bekoren. Wie geeft zijn huis nu een naam? Vroeger, onze overbuurman uit het westen kwam zijn pensioen op de Veluwe opmaken en had een bordje op zijn huis geplakt met "Staodzaot" Daar moest je dan uit afleiden dat hij de stad zat was. Ja, misbruik op de Veluwe kent vele varianten.

Vanavond liep ik langs "Hieris’t" en "Noarmienzin." En ik moet toegeven, ik zou best in "Hieris’t" of in "Noarmienzin" wilen wonen. Maar het eerste wat ik zou doen nadat de financiering rond was,  was dat bordje met een grote klauwhamer naar beneden batsen. Ik vind het al overdreven dat je een kat een naam geeft, maar dat is een algemeen geaccepteerd gebruik. Maar een huis?

Onderzoek

Vanochtend in de krant stond een klein berichtje; mensen die makkelijk lachen voor de foto leven langer. Iemand had een foto onderzocht. De mensen die daarop stonden die natuurlijk glimlachten bleken gemiddeld langer te leven dan degenen die geforceerd of helemaal niet lachten. Ja, het geluk is met de dommen, zei mijn moeder altijd. Met mij dus, want ik ben rechtshandig, en rechtshandigen leven gemiddeld weer langer dan linkshandigen. Dus bent u depressief én linkshandig, wanhoop dan niet, de redding is nabij.

Wat had dat nu eigenlijk voor nut?

Net zoals iedereen van mijn leeftijd ben ik naar de maatstaven van nu stevig opgevoed. En in de ogen van de generatie boven mij, vrij zacht. Gisterenmiddag liep ik een rondje met een collega en werden we plotseling getrakteerd op ijs. Het was er niet echt weer voor, maar toch, in de vorm van die kleine, witte, uit de lucht vallende bolletjes voelde het ouderwets striemend en vertrouwd aan.

Toen ik op de middelbare school zat en gemiddeld 12 km moest fietsen voor ik er was, werd je op de terugweg regelmatig getrakteerd op hagel of ijskoude regen. Je voorhoofd deed er letterlijk pijn van. In geval van hagel kon je de klok erop gelijk zetten dat je ook tegenwind had. Elke trapbeweging kostte kracht en maar langzaam kwam je vooruit. Ik richtte me steeds op een punt voor me, zodat ik dat punt binnen kon hengelen en als ik er dan was pakte ik een nieuw punt, net zolang tot ik thuis was. Bikkels met de conditie van een paard waren we vroeger. Tenminste de dorpsjongens en -meisjes die ver van school woonden.

Ik moest op de fiets naar school, weer en wind, ik moest alles eten en ik moest op tijd naar bed. Maar wat heeft dat nu allemaal voor nut gehad? Ik fiets nu alleen nog als ik zin heb, wat we niet lusten komt ook nooit op tafel en ik maak zelf uit hoe laat ik naar bed ga. Een jaar of 18 discipline, om het daarna misschien wel 70 jaar anders te doen. Ik vat de logica niet helemaal. Misschien had het te maken met de militaire dienst maar dat roept de vraag op waarom meisjes ook moesten fietsen naar school. Volgens mij was het alleen maar om later te kunnen zeggen: "Vroeger, toen had je pas hagelstenen!"