Kort over corona

We moeten het denk ik nog even over corona hebben, want ik snap er niet veel meer van. Niet dat ik me er ooit nog in verdiep, want ik heb er wel genoeg van. Een jaar en nog iets langer geleden werd er toch duidelijk gezegd dat we groepsimmuniteit moesten bereiken en dat zouden we hebben als ongeveer 65% van de mensen immuun zou zijn. Dan zou het virus geen kans meer hebben om weer op te bloeien.

Nu is alles anders. Er is een Delta variant die kennelijk alles in de war schopt. Nu is 85% immuun, maar kennelijk kunnen die overige 15% allemaal tegelijk in het ziekenhuis belanden. Ik geloof er helemaal niks van. Van die 15% is een groot gedeelte kind, die komen niet in het ziekenhuis. De rest is gewetensbezwaarde. Wat doen we nog moeilijk? Nou ja, ik zal wel iets over het hoofd zien. Ik ben tenslotte geen Hugo de Jonge, die al minister van volksgezondheid is, vicepremier en ook nog even de taken van de minister van medische zaken op zich neemt. Daar heeft hij kennelijk ook al verstand van.

Kort van stof

Ik heb al meer dan 3700 logjes geschreven. Dat is veel meer dan een dik boek. Maar een aaneensluitend verhaal lijkt mij veel moeilijker. Wat ik doe is beleven (in de oude betekenis van het woord), het een beetje opleuken, uit mijn herinnering putten en beginnen te typen. Maar wat Stephen King doet lijkt mij veel ingewikkelder. Ik geloof niet dat ik in mijn leven langer dan een minuut aan het woord ben geweest. Even behoudens verplichte presentaties die afgedaan hadden kunnen worden met een e-mail. Ik ben nu eenmaal kort van stof.

Wat niet wil zeggen dat ik niet graag praat. Maar ik heb liever een interessante gesprekspartner aan wie ik vragen stel, dan een oninteressante waaraan ik over mezelf vertel. Van nature ben ik communicatief, door omstandigheden hield ik mij op de achtergrond. Ik merk wel dat ik veranderd ben. Ik doe dingen anders, al ligt het wel aan mijn bui. Zoals vanavond, sta ik buiten bij het cafetaria te wachten op de bestelling die Linda had doorgegeven, wordt er geroepen: “bestelling voor Linda!” Dan roep ik gelijk, “Ja, dat ben ik!”, en zie alle mensen om me heen lachen. Jammer dat toen ik wegreed er ineens een auto achter me stond die ik raakte. Ik stapte weer uit en vroeg van wie de auto was. Nummerplaat licht beschadigd, de eigenaar deed er niet moeilijk over. Vroeger zou ik licht in paniek zijn geraakt om zo ten overstaan van een aantal toeschouwers een auto te raken. Vandaar dat ik vroeger veel beter oplette waarschijnlijk.

In elk geval, ik moet nog eens een boek schrijven. Dat dan ook 400 miljoen keer verkocht wordt, anders hoeft het niet. Als ik muzikaal was zou ik muziek willen schrijven, maar dat doet het niet goed in mijn hoofd. Volgens mij is alles al geschreven. Je moet toch een jaar of 25 zijn en aan drank verslaafd om een geweldige hit te schrijven. En je moet pijn hebben. En muzikaal zijn, natuurlijk. Dat laatste wordt wel eens onderschat.

Kop in ’t zand

Er werd onlangs weer klimaatalarm geslagen. Er was al even geen onderzoek gedaan, dus deze keer voegde men een aantal bestaande onderzoeken bij elkaar, en sloeg alarm. Nu stond het onomstotelijk vast dat het onze schuld was. Vorige keren was het nog ‘waarschijnlijk’ en later ‘zeer waarschijnlijk’, maar nu stond het onomstotelijk vast. U weet, als iets onomstotelijk vast staat, is het zo en kunnen alleen Russen het nog omstoten door te zeggen: ‘niet waar.”

Ik raakte in de stress. God, hoe moet dat nu met het klimaat, hoe draai ik die thermostaatknop nu terug zodat de temperatuur maar maximaal 2 graden stijgt? Ik wist het niet. Ik zag reeds doembeelden van zware overstromingen, ijsberen in onze rivieren, mislukte oogsten, honger, en rijken die steeds maar rijker werden en zich voedden met onze angst. Ik voelde me zelfs terneergeslagen. Het was jaren geleden al vijf voor twaalf, en dat is het eigenlijk steeds gebleven, maar dat klopt natuurlijk niet. Kon je de tijd maar terugdraaien! Nee, het is inmiddels al 24 uur voorbij vijf voor twaalf. Wederom staan we op de rand van de afgrond.

Ja, het is kut, maar wat doe je eraan? Niks. Ja, je kunt wat maatregelen nemen die geen zoden aan de dijk zetten maar voor verdere verdeeldheid zorgen. Het echte probleem van overbevolking is toch niet op te lossen. Van de meer dan zes miljard mensen die er zijn is er bovendien niet eentje die een idee heeft wat we hier eigenlijk doen. Nee, een doemscenario schetsen, de schuld bij mij neerleggen en geen oplossing voorschotelen. Geen wonder dat ik me terneergeslagen voelde.

Ik trok aan de noodrem. Mijn noodrem. Ik kan het niet oplossen. De overheid zoekt een balans tussen milieuschade en economische schade. Medemensen die de kans hebben om rijk te worden gaan daarvoor en leggen hun lat wat lager. Ik moet gewoon verder met geen idee hebben wat we hier doen. En als ik in de stress raak schiet niemand daar iets mee op. Je kop in het zand steken is soms helemaal niet zo’n slecht idee.

Deux bites des Chevaux.

We lagen aan Lac de Montpezat zoals wel vaker. Zonnebadend en de rust tot ons nemend. Fransen, Nederlanders, een enkele Duitser, soms een Deen, het ligt er allemaal in harmonie. Totdat er zich twee stellen op leeftijd uit de Rampstad bij ons voegden. De vrouwen gingen er op hun sup vandoor, de oudere, sterk gebruinde mannen bleven op het strand achter en zetelden zich op een meter of twintig van ons. Na een tijdje hun geouwehoer aangehoord te hebben, bepaalde ik dat ze uit de buurt van Woerden moesten komen.

Ik zei tegen Linda: “Ik ben bang dat het aan ons ligt, wij ergeren ons ook al aan onze hardpratende buurman. Nu zijn we op vakantie en we hebben dezelfde ergernis”. Deze mannen galmden over het hele strand. Één was nog erger dan de ander. Uiteraard was de ergste ook het meest aan het woord met zijn irritante accent en zijn harde stem. De vrouwen zullen ongeveer anderhalf uur zijn weggeweest. Al die tijd hielden de mannen hun bakkes niet.

Zo ben ik het volgende te weten gekomen. Een van de mannen had geen conditie meer. Hij belde daarom met z’n longarts. (Ik heb geen eigen longarts, laat staan zijn telefoonnummer.) Dokter, het is geen COVID want ik heb geen koorts, maar als ik drie stappen zet ben ik al kapot. Waarop die dokter zegt: doe eens dan? Dus ik doe een paar stappen en ik ben kapot. Dus ik moest opgenomen worden en zo’n zuster wilde me op een po laten zitten. Maar ik zeg, ik ga niet met m’n reet op zo’n pan zitten, ik loop wel naar het toilet. En die ambulancebroeder heeft me ook goed geholpen. Ik moest alleen vier uur wachten, ze meden mij. Want ja, ik spreek geen Frans natuurlijk, maar op een gegeven moment tijdens het hechten komt het toch tot een gesprek. Als ik ooit iemand hoor klagen over de gezondheidszorg in Nederland, breek ik z’n rug en leg ik hem in Frankrijk in het ziekenhuis. Eens kijken wat ze er dan van vinden. En tijdens het fietsen moest ik in z’n wiel gaan zitten, maar dat ging niet meer! Ik heb van die keramische remmen, weet je wel? Ik denk dat ik nog wel zes terug krijg voor mijn caravan. Als ik naar zo’n dealer ga en ik koop een modernere, dan krijg ik nog wel zes terug. Dan ben je weer zo’n tien, vijftien jaar onder de pannen. Ik heb er nu een cx-5 voor, die trekt het makkelijk. Wij hebben vrienden met een zeiljacht, dan gaan wij vaak naar een camping aan een meer, dan komen zij ook. Maar meestal pak ik de racefiets en dan ga ik. Mijn knie buigt niet zo best meer, natuurlijk.”

Dat galmde maar door over het strand, je werd er horendol van. Af en toe zeiden wij met luide stem iets over onze longarts, maar dat haalde niks uit. Ik zei: “ Van mijn vader had niemand last en die gaat dood, en dit blijft maar zinloos doorleven.” Toen gaven we elkaar een boks, want alleen dodelijk cynisme is hier tegen opgewassen.

Française

We waren in Riez, bij een restaurantje waar we al een paar jaar komen, maar waar ze ons nog niet kennen. Ik kende het bedienend personeel ook niet, want dat is elk jaar anders. Er liep een ouderwetse mademoiselle rond. Met ouderwets bedoel ik, ouderwets mooi. Ik vond de haan een beetje dood de laatste jaren. Frankrijk stond toch bekend om haar Françaises vroeger. De laatste jaren vond ik het wat magertjes, met voornamelijk dertien in een dozijn getatoeëerde meisjes.

Nee, dan deze. Superdun, lang krullend donker haar, prachtige gebruinde benen, betoverende donkere ogen, een blauw jurkje met gympen eronder, en helaas een mondkapje voor. Maar ze was mooier dan roodkapje, sneeuwwitje en Assepoester samen. Uiteraard ben ik alleen in de positie om gade te slaan, ik zeg niet eens helaas, want mijn tijd is geweest, maar de haan leeft weer.

Toen ik bij haar afrekende gaf ik haar uiteraard een vette fooi. Ah, merci monsieur! Vous etes d’ou? D’ Hollande, c’est loin! Vous etes ici aux vacances? Allemaal keurige, professionele vragen. En ik maar braaf alles beantwoorden, als een deftige heer uit Nederland. Terwijl ik natuurlijk liever met mijn motor was gekomen, haar achterop had gezet, en net als in een film de verte ingereden, haar hoofd tegen mijn schouder rustend. En dat het daarmee eindigt. Niet dat je daarna weer alledaagse vragen moet beantwoorden. Wat zullen we vandaag eens gaan doen? Wat eten we? Het wc-papier is op. Laat je de hond uit? Godsamme man!

Bultje.

Vorige week heb ik een bultje op mijn arm weg laten halen, het was een vetbultje. 25 jaar geleden had ik op dezelfde plek, alleen aan de andere arm precies zo’n bultje. Dat is toen in het ziekenhuis met succes verwijderd, alleen heeft het door gebrek aan communicatie een lelijk litteken achtergelaten. (Ik ging s’ middags surfen, wist niet dat ik gehecht was)

Nu is het een klein wondje en Linda verwijderde vandaag de hechtingen. Er zit nu weer precies zo’n bult onder als vorige week is weggehaald. Ik was er al bang voor, want de dokter zei al dat ik een nieuwe aan het ontwikkelen was die ze dus maar gedeeltelijk heeft aangepakt. Prutswerk. Kan ik zelf beter, op de hechtingen na. Ik heb er zelf ook wel eens eentje verwijderd met een mes. Zie je niks meer van. Overigens heb ik een slechte reputatie met messen en bultjes. Ik heb er in mijn jonge jaren heel wat zelf verwijderd. Meestal waren dat wratjes, maar vorige week nog per ongeluk een moedervlekje omdat ik dacht dat het een teek was, en ik van heel dichtbij niet meer goed zie. Ik hou niet van bultjes, dat moge duidelijk zijn. Verder ben ik een rare.

Verzuchtingen

Ik vind het leven onbegrijpelijk. Waarom is het er en waarom is het er zo kort? Waarom zijn mensen in staat vrij na te denken, maar vertonen ze het gedrag van mieren; werken zonder nadenken? Je echte leven speelt zich tenslotte af als je jong bent en The Beatles hadden gelijk toen ze zongen: “all you need is love.” Ik kom daar doorgaans op camping achter, op mijn telefoon zie ik het aantal ongelezen werkmails dagelijks oplopen. Allemaal mieren en een paar koninginnen die het leuk vinden de anderen te vernederen. Buiten hun werk stellen ze niks voor met hun slappe lijven en hun lelijke koppen. Daarom werken ze ook zoveel.

Ik kwam vóór de vakantie via LinkedIn in contact met jeugdliefde C. over wie ik hier wel eens heb geschreven. Het was 1987 toen ik voor het laatst contact had, en nu vroeg ze om mijn whatsapp. Ze schreef hoe het haar en haar zussen was vergaan. Ze heeft al 34 jaar een relatie met haar vriend, wat mij wel even aan het denken zette. Ik ben nog wel op de crematie van haar vader geweest, ome Frits, maar daar heb ik haar alleen gezien, niet gesproken. Vroeger schreven we elkaar brieven en ik kon niet ontkennen dat ik het leuk vond dat ze me via whatsapp haar verhaal vertelde. Oude liefde roest niet, zullen we maar zeggen. Haar vader was een neef van mijn vader, hij was weduwnaar. Als gezin hadden wij veel steun aan hem, vlak voor en na het overlijden van mijn vader. Mijn vader had er vlak voor zijn dood nog op aangedrongen bij mijn moeder om met hem verder te gaan, maar mijn moeder antwoordde hem dat hij onvervangbaar was. Achteraf voel ik sterk dat mijn vader gelijk had. Mijn moeder heeft zich later volledig laten inpakken door twee lapzwansen met wie ze ongelukkig werd. Nu is het te laat want ome Frits is er niet meer. Iets wat ik lastig kan bevatten omdat hij en zijn dochters, met name C., een belangrijk hoofdstuk in mijn leven speelden. Gewoon weg en voorbij. En de afgelopen 34 jaar zijn ook voorbij gevlogen.

Ik scheerde vanochtend een paar iets te zichtbare zilveren borstharen weg. Ik ben bijna 52. Mijn kinderen nemen de hoofdrollen over. Over een poos ben ik er niet meer. En het leven van anderen gaat gewoon door. Ik vind het onbegrijpelijk.

Zielig.

Ik zag een jonge vrouw, ik groette haar de eerste keer omdat ze bij haar tent zat en er een Nederlandse auto bij stond. Ik zag haar bij het meer, ze was er sneller door dan ik en daardoor ook sneller aan de overkant. Ik zei iets tegen haar dat ze lachend beantwoordde. En toen kreeg ik door dat ze hier alleen was. Ze was best dik, had zichtbare pigment vlekken en ik vond haar best aantrekkelijk. Ook wel een beetje zielig, eerlijk gezegd. Maar dat ben ik, altijd voorbarige conclusies trekken. Linda en ik liepen langs haar tent en ik zei tegen haar: ben je alleen op vakantie? En ze begon honderduit te vertellen en lachte in elke zin. Dat ze morgen verder trok naar de Pyreneeën, daar kwam haar vriend ook naartoe want die had geen zeven weken vrij, en ze vond het ook niks om met bevriende stellen met kinderen mee te gaan, en dit deed ze al jaren zo. Ik zei dat ik haar avontuurlijk vond maar dat wuifde ze weg met: “ach, het is maar de Provence hè? “

Ze had een behoorlijk grote tent opgezet, maar ze moest nog even ergens langs de decathlon want door de harde grond waren veel haringen krom, vertelde ze lachend. Ze reed in haar eentje door Frankrijk, kampeerde op verschillende plekken en vond het de normaalste zaak van de wereld. En ik dacht dat ze een beetje zielig was. Ik ben zelf een beetje zielig. Ik zou dat nooit durven, me alleen gaan zitten vermaken op een camping omdat anderen dan denken dat ik zielig ben. Bekrompen gewoon.

Het virus is klaar met ons

We zijn er weer. Na een jaartje afwezigheid vanwege een dure verhuizing, hebben we Frankrijk weer aangedaan. Net als vorig jaar heerst er een virus dat alles in de war schopt. Tenminste, als je je laat leiden door de journalisten. Het ene rampscenario volgde op het andere en wij lieten ons daardoor leiden. Toen we uiteindelijk groen licht hadden bleek er weinig aan de hand.

Uiteindelijk hebben ze bij de camping om onze QR codes gevraagd en moeten we in winkels een mondkapje op. Het laatste rampscenario dat ons vandaag bereikte is dat we Nederland niet meer in mogen zonder negatieve test voor de kinderen. Gaat precies in op de dag dat wij terugkomen. Wat een gezeik, alsof je je in Frankrijk gaat laten testen. Vier testen voor twee kinderen of 95 euro boete, ik denk dat het het laatste wordt.

Dat virus is allang klaar met ons, maar wij zijn nog niet klaar met het virus.

Een groot mens

Nu ik toch met wereldliteratuur bezig ben, twee weken terug las ik “de kleine prins” van Antoine de Saint Exupéry. Ik heb het vroeger moeten lezen voor het vak Frans, maar ik had geen idee meer waar het over ging. Net als het verhaal in het vorige logje is ook dit verhaal van de kleine prins een verwijzing naar absurde situaties in de toen moderne wereld. En het laat ons zien dat we onze logische denkwijze verliezen naarmate we ouder worden. Ik zit nu eindelijk ook in die fase. Het heeft lang geduurd, maar ik merk dat ik dingen ga vergeten. Dingen die ik vroeger onmogelijk kon vergeten omdat de herinnering belangrijk voor me was. Maar dat is niet meer zo. De oorzaak is dat ik ouder word, dingen beter kan plaatsen, weet wat er toe doet, en inzie dat sommige herinneringen niet echt waren. Voor mij waren ze echt, maar degenen met wie ik de herinneringen deelde waren ze vergeten. Iets wat mij destijds onmogelijk leek.

Stel dat je ooit een afspraak hebt gemaakt met een dierbare of geliefde, dat je over tien jaar weer op de plek zult verschijnen waar je toen herinneringen deelde met hem of haar, dan is het zinloos om te gaan. Ik had vroeger een buurjongen met wie ik codetaal had. Toen ik hem jaren later via social media op het spoor kwam en hier een hint naar gaf, had hij geen idee. Hetzelfde met jeugdvriendjes. Ze waren totaal vergeten waar ons leven destijds om draaide. Laat staan vriendinnen die je eeuwige trouw beloofden. Volledig onbetrouwbaar.

Nou ja, dat laatste. Ik snap nu dat dergelijke beloftes loos zijn en al waren op het moment dat ze werden gedaan. En omdat ik nu ook zo ben geworden, andere prioriteiten heb ga ik mijn jeugd langzaam vergeten en word ik net als zij. Een groot mens waar de kleine prins niks van snapt.