Toeval

Ik wilde indruk maken op mijn kinderen met mijn indoor-voetbalkwaliteiten en passeerde er twee, plus mijn neefje, tegelijk in de keuken. Een openstaande deurtje van de keukenkast was één tegenstander te veel en ik liep er met een rotklap tegenaan. Ik greep naar m’n hoofd en bleef zo een tijdje staan. Mijn schoonzus schoot te hulp met een natte doek. Ik was ernstig gewond, misschien wel hersenletsel, zo was de diagnose. En de kastdeur was zwaar ontzet. Na een minuutje volgde er toch positief nieuws. Met de kastdeur was niets aan de hand. Toen de lap werd verwijderd nog meer positief nieuws, slechts een schram, waarschijnlijk geen hersenletsel.

Voortaan toch maar een helm op tijdens het voetbal. Want je zult het altijd zien, precies op dat piepkleine inhammetje wat ik heb, wat eigenlijk die naam niet eens mag hebben, juist daar waar mijn hoofd niet wordt beschermd door mijn weelderige haardos, ja juist daar boort zich dan een hoek van een kastdeur in mijn hoofd. Het is een te verwaarlozen kans, maar hij sloeg toch toe.

En waar eindigt het weer mee?

Ondanks dat ik vrij heb, werd ik vandaag toch geacht op een kerstlunch te verschijnen. Het motregende, maar ja, ik heb nu naast mijn regenpak ook schoenenhoesjes. Met de capuchon strak over mijn hoofd getrokken is het alleen bij de poort van de tuin even uitkijken of niemand je ziet, als je eenmaal vijftig meter weg bent, ben je volslagen onherkenbaar. Ik vind het wel wat hebben, incognito en in waterdichte outfit door de regen. Op mijn werk hadden ze medelijden met mij, maar waarvoor? Nooit in mijn leven was ik zo droog als toen ik op mijn werk arriveerde.

De kerstlunch wordt steevast verzorgd door iemand die bij een kookclub zit. Alle gangen en wijnen zijn op elkaar afgestemd en bij elke gang volgt een uitleg. Het begon met everzwijnpaté op roggebrood, met een stukje eendenborst en een glaasje waar ik nog nooit van had gehoord, maar het klonk als kiwi. Toen een rivierkreeftsoep met iets op een bedje van iets. Daarna een krabcake. Als hoofdgerecht kwartel met een groentebonbon. En als toetje, pardon, dessert, een Franse woord maar het leek op ijs en er zaten tien eieren door. De wijn was rood en wit, ook heel apart.

Gelukkig keerde het gewone leven vanavond weer terug en we keken naar Roué Verveer. Het was dezelfde show die we eerder dit jaar in het theater hadden gezien, dus ik wist al wat er kwam. Welnu, dat maakt niks uit. Weer op precies hetzelfde moment als toen zat ik naar adem te happen van het lachen. Ik zag niks meer door m’n tranen heen en ik was blij dat hij op een ander onderwerp over ging. Dat is echt uiterst zeldzaam en gebeurt eigenlijk alleen als iemand waarvan je het niet verwacht gaat zitten vertellen wat er gebeurde toen hij op een bepaald moment een scheet liet. Precies wat Roué aan het vertellen was. Zoals hij zelf zei: het geluid van pprrr zit rechtstreeks aangesloten op de lachspieren van de man.

Niet dat het ooit gebeurd is maar als ik in bed een wind zou laten, stel even hè, dan zou Linda niet reageren, en ik zou gewoon doorgaan met lezen, maar na tien seconden zou zij aan het schudden van het matras voelen dat ik in stilte schaterlachte. Dat denk ik tenminste, dat het zo zou gaan.

34/34

Mensen, ik moet u wat opbiechten. Ik ben bang dat ik de afgelopen jaren een iets te grote broek heb aangetrokken. Dat zit zo. De broeken van tegenwoordig zijn niet meer wat ze vroeger waren. Ze knellen of ze slobberen, maar passen doen ze niet meer. Zo komt het dat mijn laatste paar spijkerbroeken, of wat daar tegenwoordig allemaal onder valt, de maat 36/34 hadden. In de paskamer passen die, maar eenmaal thuis zakken ze van je kont af. Volgens de verkoper is dat niet erg en hoor je er een riem bij te dragen. Maar het is wel erg want je loopt de hele dag te hijsen. Soms even niet maar dan ben je blauw aangelopen omdat je riem te strak zat.

Vandaag liep ik een winkel binnen en vroeg iemand van het personeel mij bij te staan. Hij vroeg welke maat ik had. Ik zei, 36/34 maar ik wil wel een model dat niet steeds afzakt. Waarop hij zei dat ik 34/34 had. My kinda man! Hij vertelde dat hij een broek aan had waarmee hij twee weken niet kon fietsen omdat die ingefietst moest worden. En dat dat waarschijnlijk ook mijn probleem was. Hij smeerde mij twee 34/34-ers aan en ik moet zeggen dat ik tevreden ben. Je ziet nu weer dat ik kakimoe bagoes heb. Het blijft wel een broek van na 1998 dus als ik buk wordt het buiten donker, maar goed, kleinigheidjes hou je.

Zinloos.

Linda en ik kennen elkaar nu langer dan 10 jaar. Als je onze hersenscans van toen tegen die van nu zou afzetten, sorry het is de invloed van prof. Swaab, dan zou er volgens mij wat opvallen. Linda’s neuronen legden 10 jaar geleden vooral verbindingen van rechts naar links, en de mijne van links naar rechts. In die tien jaar zijn we erg naar elkaar toegegroeid. Mijn neuronen gaan nu ook van rechts naar links.

Je kunt het ook duidelijk aan m’n ogen zien. Ik heb nu een ijskoude blik, en ik zeg onverschillige dingen. You talk the talk, but do you walk the walk? Ik bedoel maar. Dat zou ik vroeger nooit gezegd hebben. Ook mijn muzieksmaak is veranderd. De onuitputtelijke basis van alles -Elvis- is gebleven, maar waar ik vroeger meer richting Carpenters ging, ga ik nu meer naar death metal. Heeft u de laatste van Napalm Death al gehoord?

Ja, ik moet oppassen dat ik niet té onverschillig word, want dingen moeten er wel toe blijven doen natuurlijk. Niet dat ik hier straks ga verkondigen dat het leven toeval, en het bestaan zinloos is. Welnee. Je bent er nu eenmaal, en het heeft geen enkele zin om dat zinloos te gaan zitten vinden. Want ja, wat schiet je nu helemaal op, met die beslissing? Helemaal niks, want in een zinloos bestaan kun je per definitie niet opschieten. Bovendien is het een beetje respectloos naar de evolutie. Want de evolutie heeft er toch heel wat langer over gedaan dan God, om tot hetzelfde resultaat te komen. Bovendien is de evolutie nog lang niet klaar. Zij zal dan ook zwaar beledigd zijn, als haar levenswerk zinloos gevonden werd. Ik zet dus nog een plaatje van the Carpenters op.
http://www.youtube.com/watch?v=-A3TuZ75iBw&feature=related

Het zijn altijd jongens

Ik heb denk ik één of twee jaren gehad dat ik de vuurwerkkoorts had. De vuurwerkkoorts heb je als je op andere dagen dan 31 december de onbedwingbare behoefte hebt om rotjes te knallen. Ik kocht toen voor een vermogen, misschien wel dertig gulden, rotjes. Ik herinner me wel dat ik het had, maar het gevoel herinner ik me niet. Het is een typische jongenskwaal. Sommige jongens genezen, anderen hebben het op hoge leeftijd nog. Hoe harder de knal, hoe beter. En hoe groter de impact van de ontploffing, hoe meer dopamine er in de hersenen wordt aangemaakt.

Ik koop al jaren geen vuurwerk meer. Van mij mag het allemaal ontploffen. Ik heb al mijn vingers nog en daar hecht ik aan. Maar de eerlijkheid gebiedt mij wel te zeggen dat ik soms nog wel van vuurwerk kan genieten. Als een mafkees het afsteekt bijvoorbeeld.

http://www.youtube.com/watch?v=oG8fXcWbVwA&feature=related

Held

Een “collega” (geen echte) neemt altijd de telefoon op met “lieverd”. Tenminste, als het zijn vrouw is. Ikzelf zeg altijd “hoi” als het Linda is, maar mijn collega’s wilden weten welke koosnaampjes ik gebruik. Ik kan daar kort over zijn, geen. Gewoon Linda. Linda wil mij nog wel eens iets noemen, afhankelijk van haar bui, maar als ze Mack zegt is er meestal iets aan de hand. Gelukkig noemt ze me nooit Mack.

De lieverdzegger is een metroman met een gladde schedel, en een vrij onzeker type dat zijn onzekerheid overschreeuwt. Dat moet hij natuurlijk geheel zelf weten, maar ik deel zijn verhalen altijd maar door twee. En soms wijs ik hem op een onvolkomenheid in zijn relaas, waar hij zich altijd weer uit weet te redden. Hij is ook duidelijk de man in huis. Zijn vrouw is de afhankelijke die allang niet meer in leven zou zijn zonder zijn wijze raad. Hij vertelde vandaag in de pauze -elke dag heeft hij wel iets- dat er tijdens de zwangerschap van zijn vrouw een wespennest in de tuin zat, en dat hij tegen zijn vrouw zei: alles goed en wel, maar jij gaat in de voorkamer slapen in jouw zwangere toestand. Hij redde haar en de ongeborene dus van een eventuele wespensteek. Zijn vrouw gehoorzaamt hem. Als ik het op die manier zou brengen zou Linda juist expres in de achterkamer gaan slapen. Met het raam open en fles ranja op haar nachtkastje.

U leest het waarschijnlijk wel tussen de regels door; ik ben jaloers. Ik wou dat ik mijn vrouw zo afgericht had dat ik dit soort epen over de lunchtafel kon blazen. Maar nee, dat is niet zo. Bij ons zijn we gelijkwaardig, zolang we tenminste geen meningsverschillen hebben.

Als de pauze voorbij is haalt een andere collega altijd koffie. Hij zegt dan: “ik zal ook even koffie voor die kale halen, want die zal wel een droge bek gekregen hebben van al die sterke verhalen.”

Strikt genomen ben ik er één.

Tja, wat kan ik hierover melden? Het is mijn zwager en mede-Elvisfan, en we kunnen het goed vinden. Nee, dat is zwak uitgedrukt, wij houden van elkaar, dat zie je zo. Wij hebben elkaar ook nodig in de strijd tegen twee kooplustige zussen, die ons nog wel eens van homofilie beschuldigen, maar dat is zonder dat zij de betekenis van het woord kennen. Want homofilie betekent vriendschap met een persoon van je eigen geslacht en moet dus niet verward worden met homosexueel of met platonische homo. Tenminste, volgens Wikipedia. Tijdens een motorweekend deelden we het bed, zonder elkaars temperatuur op te nemen. Hij links, ik rechts. We zongen Blue Christmas van Elvis. Ik deed de leadvocals, hij de backingvocals. Omdat hij nu eenmaal hoger komt. ’s Ochtends speelden we trompet. Ach ja, zwagers…je krijgt ze erbij.

Betrokkenheid

Vroeger was ik feller. Tegenwoordig iets meegaander. Ik verzette mij altijd tegen commerciële feesten als Valentijnsdag en Halloween, ook omdat er al genoeg negatiefs over komt waaien uit Amerika. Maar natuurlijk, je bent als mens zelf verantwoordelijk voor hoe je je laat beïnvloeden, en bovendien moet je ervoor waken dat je geen oude zever wordt. Daarbij zijn sommige dingen toch onomkeerbaar dus dan kun je beter meebuigen. Dus, ik heb een doodskist in elkaar getimmerd en die zet ik in de voortuin. Ik schmink mijn gezicht wit, mijn ogen en lippen zwart en giet wat ketchup over me heen. Een paar Draculatanden doen de rest. Voor het donker wil ik erin liggen, en elke keer als de bel gaat open ik het piepende deksel en vraag op holle toon: U wenst, kindertjes der duisternis? Nee, ik vind inderdaad best dat ik eens wat meer betrokkenheid moet tonen.

Spontaan

Daarnet ging de telefoon. Wij zaten TVOH te kijken in de herhaling. Wij hadden het gisteren gemist vanwege een spetterend personeelsfeest. Een vroeger buurmeisje van me deed mee, dus dat wilde ik wel even zien. En al deed ze niet mee, dan nog. In elk geval, de telefoon. Het was Linda’s zus. Die kon geen woord meer uitbrengen van het lachen. Op de achtergrond hoorde ik mijn zwager over de grond rollen. Hihihihi, zo lacht hij. Het duurde een paar minuten voor ze kon uitbrengen waarom ze zo moest lachen. Ik had het kunnen weten. De Jostiband.