m/v/o

Ik zit daarnet eens even door het Groene boekje te bladeren en kom tot de ontdekking dat Nederlands een onmogelijke taal is. Want net als je denkt dat je het snapt, volgt er een uitzondering die de regel ontkent. Ik snap zelf wel hoe het ongeveer met de d en de t in werkwoorden werkt, en dat vind ik al heel wat. Maar wie verzint nu dat het woord “eierstok” (het is weer bijna Pasen) mannelijk is en “erectie” vrouwelijk? Dat “ei” onzijdig is kan ik nog begrijpen. Je weet immers niet of er uit een ei een hen of een haan komt. Maar een eierstok heeft toch weinig mannelijks in zich. Een erectie wel. Die zijn meestal mannelijk. Vrouwelijke erecties, daar heb ik helemaal niks mee. Net zo min als met mannelijke eierstokken, dat is vragen om problemen.
Orgasme is weer onzijdig. Het heeft dus geen geslacht. Terwijl je er toch echt minimaal één geslacht voor nodig hebt. Tenzij ik natuurlijk achterloop op de moderne technologie, wat ook weer niet geheel ondenkbaar is, maar ik heb nog nooit gehoord van een huis dat bij de dokter kwam vanwege storingen in de beleving.

Ik zat te denken om een nieuw vrouwelijk lidwoord in te voeren, zoals da. Maar een vrouwelijk lidwoord roept op zich ook gelijk weer vraagtekens op. Dus misschien is het wel beter om alle woorden voortaan onzijdig te maken en voor alle zelfstandige naamwoorden het woordje “het” te plaatsen. Of ontstaan er dan problemen met het voortplanting? Ik overzie ten slotte ook niet alles, maar daar heb ik u dan weer voor.

Cursus zelfverdediging voor vrouwen.

Goedenavond, welkom op de cursus zelfverdediging voor vrouwen. Vrouwen worden het zwakke geslacht genoemd, maar dat slaat nergens op. Aan domme kracht heb je niks als de tegenstander het slim aanpakt. Statistisch gezien zitten er meer vrouwen in een blijf-van-mijn-lijfhuis dan mannen, maar dat komt omdat mannen van nature wat minder aan huis gekluisterd zijn dan vrouwen. Mannen die slachtoffer zijn geworden van huwelijksgeweld gaan eerder naar het blijf-van-mijn-lijfcafé of naar het kom-aan-mijn-kruishuis.

Na deze korte introductie gaan we over tot de praktijk. Voor mijn eerste demonstratie heb ik een vrijwilligster nodig. U daar, met dat zwaar opgemaakte rechteroog, komt u maar even naar voren. Stel, u loopt naakt door het bos. Bijvoorbeeld om de hond uit te laten. Het kan immers voorkomen dat de hond zo ontzettend nodig moest, dat u geen tijd meer had om u aan te kleden. In de verte komt een man met zijn hond wat ongemakkelijk op u af lopen. Wat moet zo’n man dan daar precies op het moment dat u daar loopt? Dat is al natuurlijk al verdacht. U bent dus op uw hoede. En ja hoor, op het moment dat u elkaar kruist ziet u de man beschaamd wegkijken. De lafaard durft u niet eens in de ogen te kijken. Een groet kan er niet meer vanaf en u weet eigenlijk al dat, als hij u voorbij is, hij zich zal omdraaien om uw gat te bekijken. Kijk, ik speel even de man, ik loop langs, ik kijk u niet aan, ik ben u voorbij en ik kijk naar uw gat. Wat doet u dan op zo’n moment? Iemand een idee? U daar, met die zonnebril. “Ik zou een stok zoeken, en hem een klap in de ballen geven.”
Heel goed mevrouw, maar het kan simpeler. U heeft namelijk voorkennis. U weet al dat de man zich gaat omdraaien, dus precies op dat moment, draait u zich ook om, wijst in de lucht en zegt: kijk, een lijster!” De man kijkt omhoog en ziet uiteraard niets, maar u houdt vol. Kijk nou goed! Daar zit-ie. Hoor hem toch eens prachtig fluiten! De man zal zich concentreren op de lijster en eigenlijk is op dat moment de dreiging al weg. Sterker nog, het kan zelfs nog gezellig worden en als de man een vogelliefhebber is, kan het zo maar uitmonden in een lang gesprek en misschien nodigt hij u wel uit om met hem verder te wandelen en daarna even naar het café te gaan voor een gezellig kopje koffie. Ik bedoel maar. U wendt het gevaar volledig af en weet de bedreigende situatie nog om te zetten in uw voordeel.

Dit was het einde van de les. Volgende week behandelen we bedreigende situaties met naakte vrouwen in een café. Wel thuis allemaal, en bedenk vanavond als u in uw blijf-uit-mijn-bed ligt: het gevaar is pas bedwongen, als de lijster heeft gezongen. Weltrusten en tot volgende week.

De lente komt eraan.

Het staat volgende week weer te gebeuren, de lente komt eraan op 20 maart. Hebben we geluk dat het een schrikkeljaar is, anders was de lente nog een dag langer weggebleven. Het schrikkeljaar is uitgevonden omdat een gewoon jaar te kort duurt. Na 365 dagen stopt het jaar er al mee, terwijl het dan eigenlijk nog vijf uur te gaan heeft. Waarom ze de seconden dan niet langzamer hebben laten tikken, zodat de dag wel precies 24 uur duurt is een raadsel. Het vermoeden bestaat dat de atletiekbond erachter zit. De 100 meter zou anders om de haverklap in een wereldrecordtijd worden gelopen.

In elk geval, de lente begint op het moment dat de dag en de nacht precies even lang duren. Dat heeft weer te maken met de hellingshoek van de rotatie-as van de aarde, het is nogal een ingewikkeld verhaal, maar het is wel volkomen logisch. Die hoek bedraagt 23,5 graden en juist die hoek veroorzaakt de seizoenen. Was er geen hoek, waren er geen seizoenen. Astronomen kunnen allerlei precieze berekeningen maken waardoor we weten wanneer een seizoen aanvangt. Meteorologen snappen daar niks van, hebben ook geen zin zich er in te verdiepen en spreken af dat de lente gewoon op 1 maart begint. Flauwekul natuurlijk, maar zoals met alle flauwekul die maar lang genoeg wordt volgehouden, op een gegeven moment gelooft iedereen het. Kwalijke zaak, want precies diezelfde laksheid werd vroeger gebezigd door de daglengtebepalers, met als gevolg dat we nu een keer per vier jaar met 29 februari zitten opgescheept.

Overigens was dit voor mij een heel lastig te beredeneren logje, vergelijkbaar met het bepalen van of je nu te vroeg of te laat komt als je verslaapt als gevolg van het vergeten de klok terug te zetten als de wintertijd aanbreekt. Dus als er niks van klopt, even goede vrienden.

De verdwenen passage

Ik was maandag ernstig ziek. Dinsdagavond was ik pas weer beter. Vlak na de sirenes van 1 maart braakte ik een emmer wat voller. In tegenstelling tot bij dieren gaat het overgeven bij mensen nooit in één keer, maar in een keer of vijf. En na elke samentrekking doe je ook nog even: tuf tuf tuf. Het zweet breekt je uit. U weet misschien wel uit de bijbel dat God de vrouw strafte voor haar nieuwsgierigheid en dat Hij het baren van een kind vanaf dat moment veel zwaarder maakte. Nu wil ik het baren niet bagatelliseren maar ik denk dat er een zin is weggevallen uit het oude testament. Namelijk dat het braken bij mensen, en met name bij mannen, ook voortaan veel zwaarder zou zijn dan bij dieren. Ja, dat denk ik.

Vraag is alleen, waarom? Wat deed de man dan fout? Het enige is dat hij zich liet verleiden door de vrouw, dus hij was hooguit medeplichtig maar beslist geen hoofdschuldige. Dat bleef de vrouw. Vandaar ook die zwaardere straf. Goed, laten we eerlijk zijn, geen enkele man zou een bevalling fysiek aankunnen. Ik bedoel niet bevallingstechnisch, maar qua pijngrens. Vrouwen doen daar wel eens lacherig over. En zeker als een man griep heeft hoor je ze allemaal zeggen: “ze zijn zo zielig als ze ziek zijn en ze kunnen gelijk niks meer!” Daar heeft de vrouw ook best gelijk in, alleen denk dan voortaan wel even aan die verdwenen passage uit de bijbel, die het gedrag van de zieke man verklaart. Wij boeten voor Adam.

Spooky

Ik was gisteren even op een kamer waar een geest woont. Heel even maar, want je wilt de geest ook niet zijn woongenot ontnemen. Misschien denkt u:” huuuh, eng geesten!” maar ik vind dat niet. Geesten hebben geen geheimen voor mij. Ik kijk dwars door ze heen. Deze geest kende ik niet, maar het was weer van hetzelfde laken een spook. Ze mokken wat en zijn een beetje gefrustreerd. En daarom vallen ze ons lastig. Want de geest zit in het vagevuur. Het stadium tussen mens en ziel in.

Hoe ik het weet, van die geest? Nou, de betreffende kamer was ooit van een vriendje van Hans. Het arme kind kon nooit slapen en klaagde over een meneer die daar woonde. Toen is er iemand bijgehaald die verstand van onderhuurders had, en die heeft beaamd dat er een meneer woonde. Het kind is toen naar een andere slaapkamer gegaan en heeft nooit meer last gehad van de overledene. Nou ja, het is een kwestie van wie de oudste rechten heeft. Wat dat betreft was het kind kansloos tegen de driehonderdjarige.

De kamer zag er doodgewoon uit. Maar ja, wat wil je ook als er een dode woont? Een logeerbed, een computer, een zwevend toilet en een vliegend tapijt. Niks bijzonders. Bovendien lag zijne doorzichtigheid gewoon in een hangmat. Niks zweven of door muren heen lopen. Wat dat betreft leiden ze maar een saaie dood. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Die stappen in een auto en rijden tegen het verkeer in en jagen zo de tegenliggers de stuipen op het lijf. En tegen de tijd dat de politie komt, vliegen ze snel weg. De spookrijder is niet aangetroffen, hoor je dan op de radio.

Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch

Op 53° 13′ N, 4° 11′ W ligt het mooie plaatsje Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch. Spreek uit als http://www.youtube.com/watch?v=JNN3Cpnur1k. Wales, we zijn er een keer doorgeen gereden om de boot naar Ierland te halen. Er zijn meer prachtige plaatsen in Wales zoals gtwgyhgjj en jksuyfgtewll, ook niet te versmaden. De inwoners van Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch, de zogenaamde Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogochers zijn maar wat trots op het feit dat ze wonen in de langste plaatsnaam van Europa. Maar erg praktisch is het natuurlijk niet. Zo hebben ze in Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch speciale maten enveloppen om de afzender kwijt te kunnen. En ook de ansichtkaarten met groeten uit Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch vallen op door hun lengte. Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogochers krijgen voor kleine vergrijpen nooit een bekeuring. Er is namelijk geen agent die de naam kan schrijven. Laat staan dat hij er tijd voor heeft. Humor hebben ze ook wel in Llanfairpwllgwyngyllgogerychwyrndrobwllllantysiliogogogoch. Hun zustergemeente is namelijk het plaatsje Y in Frankrijk. De Ypsiloniens (inwoners van Y) krijgen trouwens voor elke scheet een bekeuring. De Ypsiloniens werken nu ook aan een wetsvoorstel dat het verplicht maakt om op het proces-verbaal, ook de naam van de zustergemeente te vermelden. Het voltallige politiekorps van Y, bestaande uit een deeltijd commissaris en een deeltijd agent is op Weelse les gestuurd. Hij komt nu tot LLanfairpwllg. De wethouder van Y verwacht niet dat de wet er deze gemeenteraadsperiode nog door komt.

Heupen

De dames van de kapperszaak hadden het vandaag op hun heupen. Of het het naderend carnaval was, of gewoon de tijd van het jaar, ik weet het niet. Feit was wel dat er allerlei wilde fantasieën de kop op staken. Iets met knippen met een happy end. Had iets met de crisis te maken zeiden ze, maar ik begreep wel wat ze bedoelden. Giechel, giechel. Ik werd in het gesprek betrokken. De eigenares, die mij nooit knipt, bleek ook ineens mijn voornaam te kennen. Ze had nog een gigolo nodig en of ik nog een baantje zocht.

Ik wist me echter geen raad met de situatie. Normaal ben ik ad rem, maar nu zat ik het aan te horen en wist niet hoe te reageren. Een beetje schaapachtig lachen, verder kwam ik niet. Stille wateren hebben diepe gronden, vond de kapster die mij knipte. (Vergeleken bij kapsters ben ik stil als water) Gelukkig zat er een man naast me die beter met de situatie overweg kon.
Ja, daar zit je dan ineens hulpeloos in de stoel van de kapper. Je kunt niet weg voordat ze klaar zijn. Want zolang je geknipt wordt, moet je stilzitten.

De samenlevingsbijdrage

Beste Jan-Kees,

Niet geheel conform de normale gang van zaken, richt ik me even rechtstreeks tot jou en sla ik die pief die je aan het hoofd van de belastingdienst hebt gesteld even over. Want met hem gaan we de oorlog niet winnen, dat begrijp je zelf ook wel.

Ik weet hoe jij je altijd hebt ingezet om achterstallige belastingen te innen, vooral van vermogende mensen die hun overtollige middelen tijdelijk op de Paaseilanden hadden gestald, omdat ze het erg moeilijk hadden met de nieuwe regels en door de bomen het bos niet meer zagen.
Vanochtend, tijdens het dichtknopen van mijn overhemd, dacht ik eens na over wat die mensen beweegt om hun vermogens te verzwijgen. Hierbij zag ik het gezicht voor me van de plaatselijke fietsenmaker, die mij laatst een tweedehands rijwiel verkocht zonder een factuur uit te schrijven. Ik wist gelijk hoe laat het was, ik geef je straks zijn BSN-nummer door, en dacht: hij snapt het niet.

Dat is gewoon wat er aan schort, Jan-Kees. Ze snappen het niet. Ze denken, belasting, bah, vies, gemeen, laag, duister. Dat is hun associatie. Daar ligt het aan, Jan-Kees, de verkeerde associatie. En toen had ik het ineens. We gaan het woord belasting schrappen uit de boeken. We maken er samenlevingsbijdrage van. Tjakaa! Kijk, samenlevingsbijdrage, dan denken de mensen: Oh! Goed. Rechtvaardig! Bijdragen aan een betere wereld, opkomen voor de zwakkeren, aanpakken van de maatschappelijke problemen. Voel je het verschil, Jan-Kees? Die eerste emotie is anders! De vermogende medemens zal zich voortaan bezwaard voelen zijn samenlevingsbijdrage achter te houden ter verrijking van zichzelf. Hij zal ineens begrijpen dat als hij zijn bijdrage niet betaalt, dat dan degenen met de lagere inkomens opdraaien voor zijn wangedrag. Hij zal voortaan huilend opbiechten dat hij een slecht mens is geweest, maar dat hij zijn leven gaat beteren. Zo simpel Jan-Kees. Er verandert in feite niets, maar er gaat een nieuwe wereld open.

Ik bel je vanavond, dan hebben we het er nog even over.

Groeten,
Mack.

P.S. Het seminar van Emile Ratelband vorige week was erg interessant. Veel van opgestoken.

Laten we er niet omheen draaien.

Het is 1978 ongeveer en ik moet naar bed. Hoe laat zal het zijn, ik denk een uur of acht. Ik zit in mijn pyjama, mijn broertje en zusje liggen al, en ik ga naar boven. Maar voor ik dat doe, kus ik mijn vader en moeder weltrusten. Een vast ritueel.

Mijn vader had angst dat ik homofiel zou worden. Dat was een hele gewone angst in die tijd. Dus in 1979 vond hij mij te oud en wilde hij niet meer dat ik hem kuste. Hij hield niks minder van mij, maar zo ging dat. Dus wat deed ik? Ik kuste mijn moeder en mijn vader kreeg een handje. Belachelijk hè? Je gaat je vader toch geen handje geven als je naar bed gaat? Ik heb dat toch wel redelijk lang volgehouden. Maar ja, dat had hij dan ook zelf in de hand gewerkt. Maar goed, in die tijd was er nog niet zoveel bekend over homofielen. Ze kwamen in het vagevuur, dat was het idee. Daar wilde hij me gewoon voor behoeden.

Tegenwoordig weet de wetenschap wel dat homofielen geboren worden en niet gemaakt. Net als alle andere kinderen geboren worden en niet gemaakt. Ja, je hebt wel mensen die zeggen dat ze kindjes gaan maken, maar ik vind dat een hele smerige uitdrukking. Een homofiel zul je zoiets ook nooit horen zeggen. Dat zijn gewoon keurig nette mensen, die alleen wat meer talent hebben om in jury’s plaats te nemen dan de gemiddelde man.

Nee, ik heb niks tegen homofielen. Ik ben bij de Welkoop geweest, heb het bij het tuincentrum gevraagd, maar nee, nergens hadden ze iets tegen homofielen. Nou ja, dan zal het ook wel niet zo’n vaart lopen. Alhoewel: er schijnt zo’n 11 procent van de bevolking homoseksueel te zijn. 11 procent! Die willen allemaal graag een partner, dus dat is nog eens 11 procent. Waarschijnlijk is het bij vrouwen al niet anders en kom je al gauw op zo’n 44 procent van de bevolking. En dat zijn dan nog maar uiterst voorzichtige schattingen. Natuurlijk, er bekeert er zich wel eens een tot het heterodom, maar ook het omgekeerde komt voor. Het heterodom bekeert zich tot homo. En dan kan het snel gaan met die percentages.

Nee, ik heb niks tegen homo’s. Hoe meer hoe beter. Alhoewel, dat meen ik ook weer niet helemaal, want er zijn grenzen. Ik vind dat de grens moet liggen bij 99 procent. Want als iedereen er ineens omheen draait, wordt het wel érg lastig kandidaten te zoeken voor al die juryleden.

Onherkenbaar.

Zo trotseer ik de ijzige koude op de toendra’s van de Veluwe. Een regenpak houdt wind en sneeuw buiten, een muts zorgt dat er geen warmte het lichaam verlaat via mijn open dak, terwijl de sjaal er juist voor zorgt dat er geen kou inkomt via mond en neus. Ski-ondergoed kan ik iedereen aanraden, want niemand ziet dat je het draagt en je kunt opschepperig zonder jas even naar buiten lopen zonder dat je het koud krijgt. Over mijn schoenen draag ik hoesjes zodat ik geen koude voeten krijg en handschoenen zorgen ervoor dat ik geen vingerafdrukken achterlaat. Want je wilt natuurlijk niet traceerbaar zijn als je zo over straat gaat.